1967, de kentering in het abortusdebat. Van ‘Nee’ tot ‘Ja, tenzij’, een maatschappelijke controverse.

  • Auteur(s) Olga Loeber
  • Show to public No

De geschiedenis van de abortushulpverlening is lang en woelig. Diepe controverses hebben het debat bepaald. Een van de bepalende historische momenten was een televisiedebat, dat plaatsvond in 1967. De voorgeschiedenis en denasleep hiervan worden beschreven.

Gepubliceerd in 2018, jaargang 42, Nummer 4

Oude pilperikelen uit de polder

  • Auteur(s) Evert Ketting
  • Show to public No

Geen land ter wereld heeft ooit zulke hoge gebruikscijfers van de anticonceptiepil laten zien als Nederland. In de jarenGeen land ter wereld heeft ooit zulke hoge gebruikscijfers van de anticonceptiepil laten zien als Nederland. In de jaren70 van de vorige eeuw was ‘de pil’ in ons land immens populair. Je moest eigenlijk wel heel goede redenen hebbenom hem niet te gebruiken. Diezelfde populariteit zorgde ervoor dat het middel gevoelig was voor kritische geluidenover mogelijke medische risico’s van het dagelijkse gebruik ervan. Tegelijk was de pil voor de farmaceutische industrieeen goudmijn doordat hij goedkoop kon worden geproduceerd terwijl de vraag ernaar gigantisch was. En dus vochtende producenten toen voor hun marktaandeel. In de periode 1975-85 was ik onderzoekscoördinator van StimezoNederland (de koepel van abortusklinieken) en onderzoeker op het NISSO (onderzoeksinstituut rond seksualiteit),waar ik verantwoordelijk was voor veel van het toen uitgevoerde onderzoek rond geboorteregeling. Hierdoor heb ikhet wel en wee van ‘de pil in de polder’ rond 1980 van nabij meegemaakt. Het vergde nogal wat stuurmanskunst omte voorkomen dat ik zelf een speelbal zou worden van de verschillende belangen rond de pil. Een persoonlijk verslag.

Gepubliceerd in 2018, jaargang 42, Nummer 4

Publieke homoseks in Nederland: pisbakken en parken

  • Auteur(s) Gert Hekma
  • Show to public No

Het artikel geeft een overzicht van termen en theorieën rond homoseksualiteit met het gedrag dat daarbij pasteHet artikel geeft een overzicht van termen en theorieën rond homoseksualiteit met het gedrag dat daarbij pastevanaf het eind van de achttiende eeuw. Dat veranderde allemaal zeer in de loop van de tijd: van een zware zonde eneen halsmisdrijf, dus fout gedrag, ontwikkelden homo’s zelf en dokters nieuwe begrippen en inzichten in wat ze meeren meer als een al dan niet abnormale identiteit zagen. Tegelijk veranderden de plekken waar ze elkaar ontmoetten:vroeger vaak op openbare locaties zoals in pisbakken en parken en steeds vaker thuis of in semipublieke plaatsenzoals kroegen. Tot op heden blijft het een wereld in beweging.

Gepubliceerd in 2018, jaargang 42, Nummer 4

Seksuele gezondheid in Nederland 2011: achtergronden en samenstelling van een representatieve steekproef voor een bevolkingsonderzoek

  • Auteur(s) Ciel Wijsen, Stans de Haas
  • Show to public Yes

Het bevolkingsonderzoek ‘Seksuele gezondheid in Nederland 2011’ heeft, in navolging van de bevolkingsonderzoeken in 2006 en 2009, tot doel een beeld te geven van de seksuele en reproductieve gezondheid in Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd als onderdeel van Rutgers WPF’s ‘Monitor seksuele en reproductieve gezondheid, zorgbehoefte en zorggebruik’.
Representativiteit van de onderzoeksgroep is cruciaal voor een bevolkingsonderzoek. Daarom is veel aandacht besteed aan de samenstelling van de onderzoeksgroep. Hierbij is de methode van werving van respondenten van groot belang. Als aanvulling daarop is de steekproef waar nodig verder representatief gemaakt door middel van weging. In zes artikelen, die elk een inhoudelijk thema beschrijven, wordt een actueel en inzichtelijk beeld gegeven van de seksuele gezondheid van de Nederlandse bevolking op achtereenvolgens de volgende thema’s: seksueel gedrag en beleving, seksuele functieproblematiek, soa/hiv, geboorteregeling, transgender en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 2

Condoomgebruik en testgedrag in Nederland

  • Auteur(s) Maaike Goenee, Harald Kedde, Charles Picavet
  • Show to public Yes

In dit artikel staat centraal hoe het is gesteld met het condoomgebruik en het testgedrag op soa en/of hiv onder jongeren en volwassen in Nederland. In een representatieve steekproef vulden ruim 8.000 Nederlandse mannen en vrouwen tussen de 15 en 71 jaar een digitale vragenlijst in over hun seksuele gezondheid. Het gebruiken van condooms, met zowel een vaste als losse partner, blijkt anno 2011 nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Hoewel men bij seks met een losse partner vaker een condoom gebruikt dan bij seks met een vaste partner, heeft 48% van de mannen en 60% van de vrouwen die de laatste keer vaginale seks hebben gehad met een losse partner, geen condoom gebruikt. Bij anale seks zijn deze percentages respectievelijk 47% en 71%. Daarnaast is bij 9% van de vaginale sekscontacten sprake van incorrect condoomgebruik doordat de man al met de penis in de vagina is geweest, voordat een condoom wordt omgedaan. Bij anale seks rapporteert 6% van de mensen incorrect condoomgebruik. Binnen de totale seksueel actieve groep mannen en vrouwen heeft respectievelijk 10% en 7% bij het laatste seksuele contact geen condoom gebruikt met een losse partner. Condoomgebruik met losse partners hangt slechts beperkt samen met sociaal-demografische kenmerken. Alleen mannen die seks hebben met mannen gebruiken vaker een condoom met losse partners. Het aantal mensen dat ervaring heeft met seks tegen betaling en/of met swingpartners, is in deze studie erg klein. Er zijn echter aanwijzingen dat bij deze vormen van seksueel contact sprake is van inconsequent condoomgebruik. Mannen die onder invloed waren van drugs hebben vaker onbeschermde seks dan mannen die geen drugs hebben gebruikt. Van de mensen die ooit seks hebben gehad, hebben vrouwen zich gedurende hun leven iets vaker ooit op soa (32%) en hiv (24%) laten testen dan mannen (respectievelijk 28% en 19%). In het afgelopen jaar heeft 7% van de mannen en vrouwen zich op soa laten testen en respectievelijk 6% en 5% op hiv. Het testgedrag hangt samen met alle onderzochte sociaal-demografische kenmerken. Mensen hebben zich in 2011 even vaak laten testen als in 2006 en in 2009. Bij 1% van de mannen en vrouwen dat zich ooit heeft laten testen op hiv, is ook daadwerkelijk hiv vastgesteld. Voor het testen op soa blijkt ongeveer één op de vijf uitslagen positief. Hierbij is chlamydia de meest gediagnostiseerde soa. Ondanks investeringen om condoomgebruik te stimuleren, blijft het deel van de Nederlandse bevolking dat inconsequent condooms gebruikt met een losse partner structureel te hoog. Het is dan ook noodzakelijk om het actieve testbeleid te continueren.

Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 2

Hedendaagse ervaringen met stigmatisering van nietheteroseksuele vrouwen in Nederland

  • Auteur(s) Daphne van de Bongardt, Henny Bos
  • Show to public Yes

Het doel van deze studie was om te onderzoeken met welke vormen van stigmatisering niet-heteroseksuele vrouwen in Nederland vandaag de dag ervaring hebben. Hiertoe is een kwalitatieve analyse uitgevoerd van antwoorden van 785 vrouwen op een open vraag in een online vragenlijst over hun ervaringen met negatieve reacties op hun homoseksuele gevoelens. De resultaten wijzen erop dat niet-heteroseksuele vrouwen in Nederland vandaag de dag diverse vormen van stigmatisering ervaren. De bevindingen vormen waardevolle input voor vervolgonderzoek, emancipatiebeleid en klinische praktijk.

Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 4

Online seksuele grensoverschrijdende ervaringen: een exploratief onderzoek naar de risicofactoren bij Nederlandse en Vlaamse jonge vrouwen

  • Auteur(s) Dwayne Meijnckens, Stans de Haas, Katrien Symons en Ine Vanwesenbeeck
  • Show to public Yes

Eén van de ontwikkelingstaken van jongeren is om wederkerige seksuele contacten en relaties aan te gaan die veilig en vrij van uitbuiting zijn. Het internet is één van de contexten waarbinnen jongeren hun seksualiteit kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld door seksuele (zelf )verkenning via online communicatie. Hierbij kunnen jongeren prettige ervaringen opdoen, maar zij kunnen ook geconfronteerd worden met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar risicofactoren van face-to-face (’offline’) grensoverschrijding, is online seksuele grensoverschrijding minder onderzocht. Het doel van deze studie is om meer inzicht te krijgen in de risicofactoren voor online seksuele grensoverschrijding. In totaal hebben 404 jongvolwassen vrouwen van 18 tot 27 jaar een online vragenlijst ingevuld. Daarvan had 71.3% minstens één online grensoverschrijdende ervaring. Resultaten laten zien dat ervaringen van offline seksuele grensoverschrijding voor het 16e levensjaar gerelateerd zijn aan een vervijfvoudigd risico op het meemaken van online grensoverschrijding. Daarnaast bleek dat vaker seks hebben met losse sekspartners de kans op online grensoverschrijding verdubbelt. Het zou kunnen dat jonge vrouwen met relatief veel losse partners een actieve seksuele levensstijl hebben, ook online, waardoor zij een grotere kans hebben om met seksueel grensoverschrijdend gedrag geconfronteerd te worden. Deze risicofactoren voor online slachtofferschap komen deels overeen met eerder gevonden risicofactoren voor offline slachtofferschap. Er is mogelijk sprake van vervaagde grenzen tussen online en offline interacties, waardoor risicofactoren niet beperkt zijn tot één context.

Gepubliceerd in 2015, jaargang 39, Nummer 1

ISSUES