Relationele en seksuele vorming in het secundair onderwijs in Vlaanderen: de bijdrage van directies, leerkrachten en externe experten

  • Auteur(s):
    I. de Bourdeaudhuij, M. Csincsak, P. van Oost
  • Show to public:
    Yes

In dit artikel wordt nagegaan wat de bijdrage is van directies, leerkrachten en externe experts (centra voor Medisch Schooltoezicht of MST, schoolbegeleidingsdiensten of PMS, centra voor Levens- en Gezinsvragen of CLG, en centra voor Geboortenregeling en Seksuele opvoeding in de Vlaamse secundaire scholen. Hiervoor werden directies en leerkrachten uit een representatieve steekproef van 400 scholen, evenals vormingswerkers uit alle externe centra, aan de hand van een vragenlijst bevraagd. Er was een respons van 46% voor de directies, 33% voor de leerkrachten en 75% voor de externe centra. Directies, leerkrachten en externe experts zien vooral zichzelf als een belangrijke initiatiefnemer van seksuele vorming. Begrippen als 'initiatief' en 'betrokkenheid' worden door de verschillende personen op een andere manier geinterpreteerd. Een meerderheid van leerkrachten en externe experts overlegt met eigen collega's over de inhoud van de vorming. Voor leerkrachten zijn ook de leerlingen op dit vlak belangrijk, de meeste externe experts overleggen ook met de directie en de leerkrachten. De frequentie van het overleg is over het algemeen vrij beperkt. Leerkrachten voelen zich in de eerste plaats ondersteund door collega's, de directie en de leerlingen. Heel wat minder leerkrachten voelen zich ondersteund door externe centra. Een begeleidingsstructuur (coördinator en/of begeleidingsgroep) is slechts in een beperkt aantal scholen aanwezig, in resp. 19% en 23% van de scholen die aan het onderzoek deelnamen. Indien ze aanwezig is, lijkt ze in grote mate betrokken bij de organisatie, een frequente bron van overleg over de inhoud en een belangrijke steun voor de betrokken leerkrachten.

ISSUES