Tijdschrift voor Seksuologie

Tijdschrift voor Seksuologie

Het Tijdschrift voor Seksuologie is een onafhankelijke uitgave gelieerd aan de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS) en de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS). Dit wetenschappelijk kwartaalblad over onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van de seksuologie staat open voor Nederlandstalige wetenschappelijke bijdragen over hulpverlening, onderzoek, opleiding en onderwijs, voorlichting en preventie. We zien graag uw bijdrage tegemoet.

Laatst verschenen Artikelen

Een nationale studie naar seks, seksuele gezondheid en relaties onder ouderen in Australië

Lyons A, Heywood W, Fileborn B, Minichiello V, Barrett C, Brown G, Hinchliff S, Dow B,  Malta S, & Crameri P (2017) Sex, Age & Me. A National Study of Sex, Sexual Health, and Relationships among Older Australians. Melbourne: La Trobe University.

Dit voorjaar verscheen Sex, Age & Me, een groot onderzoek naar de seksuele gezondheid en de relaties van oudere Australiërs (60 jaar en ouder). Net als oudere Nederlanders en Belgen vormen oudere Australiërs een uiteenlopende groep qua etnische achtergrond en seksuele geaardheid. Ze leven langer en gezonder leven dan vorige generaties ouderen en zijn veelal seksueel actief. De huidige oudere generatie maakt ook meer kans dan vorige generaties om nieuwe seksuele relaties aan te gaan in het latere leven, al dan niet na afloop van een of meer lange termijn monogame relaties. Velen gebruiken online dating sites om nieuwe partners te ontmoeten. In deze context is er sprake van een sterke toename van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) bij mensen die 60 jaar oud zijn. Hoewel deze leeftijdsgroep nog steeds slechts een klein deel van alle soa's vertegenwoordigt, zijn de aantallen tussen 2009 en 2013 met 46% gestegen. Desondanks is er in Australië momenteel nauwelijks seksuele gezondheidsbeleid of onderzoek naar de seksualiteit van ouderen. Het Seks, Age & Me onderzoek is dan ook het meest uitgebreide in zijn soort in Australië, en bestaat uit zowel een nationaal onderzoek als verdiepende een-op-een interviews. Deelnemers werden geworven in heel Australië, waarbij alle inwoners van 60 jaar en ouder in aanmerking kwamen voor deelname. In totaal hebben 2.137 deelnemers het onderzoek afgerond en hebben 30 mannen en 23 vrouwen deelgenomen aan de interviews. Doelstellingen waren om seksuele gedragingen, relaties en datingpatronen te verkennen, kennis en kennistekorten ten aanzien van soa’s en soa-preventie op te sporen, ervaringen met de seksuele gezondheidszorg en andere gezondheidswerkers na te gaan en manieren te exploreren die helpen om seks en veiligere seks in het latere leven betekenis te geven.

De belangrijkste bevindingen zijn dat 72 procent van de deelnemers aan het onderzoek meldden dat ze het afgelopen jaar seks hebben gehad (76% van de mannen en 61% van de vrouwen). Een iets hoger percentage (88% van de mannen en 72% van de vrouwen) meldde dat ze hoop hadden of in de toekomst seks zouden hebben, en nog eens 8% van de mannen en 19% van de vrouwen waren onzeker daarover. Degenen die het afgelopen jaar seks hadden gehad, waren op verschillende manieren seksueel actief geweest, waaronder vaginale of anale seksuele gemeenschap (91%), orale seks (geven 66%, krijgen 63%) en wederzijdse masturbatie (50%). Ongeveer de helft van de seksueel actieven hadden in de vier afgelopen weken een tot vijf keer seks gehad.

Uit interviews met heteroseksuele mannen bleek dat zij seks op verschillende manieren definiëren, variërend van lichamelijk gedrag (van uitsluitend geslachtsgemeenschap tot een hele reeks handelingen), tot intimiteit en verbinding. Voor sommige mannen veranderde de betekenis van seks tijdens het ouder worden. Het belang van seks was voor hen zeer contextafhankelijk, variërend van zeer belangrijk tot minder essentieel dan in het verleden. Seksueel genot werd begrepen als iets waar orgasme en lichamelijk plezier, wederzijds plezier, verbinding en intimiteit een rol in spelen.

Uit interviews met een bredere populatie bleek dat veel oudere Australiërs niet actief informatie over seks op zoeken, en ook maar weinig seksualiteitsonderwijs hadden gehad in hun jeugd. In de huidige levensfase zijn met name internet en zorgverleners sleutelbronnen voor informatie over seks. In mindere mate wordt gebruik gemaakt van media, boeken, workshops en discussiegroepen. Veel oudere Australiërs hebben niet met hun zorgverleners gesproken over seks. Schaamte of ervaren moeilijkheden in het praten met zorgverleners lijkt samen te hangen met de kwaliteit van de relatie tussen de oudere en de zorgverlener, en de benadering van seksuele zaken door de zorgverlener. Wanneer seks met zorgverleners aan de orde kwam, ervoeren de onderzochten gemengde reacties, variërend van positief tot afwijzend of ongemakkelijk. De reacties van de zorgverleners lijken de bereidheid van de deelnemers te beïnvloeden om in de toekomst seks met hen te bespreken.

Uit de survey komt naar voren dat oudere Australiërs goede algemene kennis over de oorzaken en symptomen van soa's hebben, maar minder goed weten welke bescherming wordt geboden door condooms en wat de mogelijke manieren van overdracht zijn voor specifieke soa's. Over het algemeen waren vrouwen beter op de hoogte dan mannen. Wie zichzelf zag als iemand die risico liep en die soa-tests had ondergaan was beter geïnformeerd.  Er waren geen verschillen in algemene kennis van soa's tussen heteroseksuele en niet-heteroseksuele (homoseksuele / lesbische / biseksuele / andere) mannen en vrouwen. Minder dan een op de drie (30%) deelnemers die in het voorgaande vijf jaar het risico liepen op een soa-besmetting had zich laten testen. Bij mannen was de kans groter dat zij waren getest dan bij vrouwen, en bij niet-heteroseksuele mannen eerder dan bij heteroseksuele mannen. Van degenen die gediagnosticeerd werden met een soa, kreeg de meerderheid de behandeling van een huisarts. Hogere testcijfers werden gevonden bij degenen die de afgelopen 12 maanden twee of meer seksuele partners hadden. Lagere testcijfers werden gerapporteerd door vrouwen die bij hun meest recente seksuele ontmoeting geen condoom gebruikt hadden voor de gemeenschap. Uit de interviews bleek dat oudere Australiërs veilige seks doorgaans definiëren als condoomgebruik. Het meer in het algemeen voorkomen van soa-overdracht, het bespreken van soa-geschiedenis, soa-testen, monogamie, het vermijden van bepaalde seksuele praktijken of zelfzorg kwamen veel minder naar voren. Het belang dat beleefd werd aan veiliger-seks was nauw verbonden met relatiecontext en vertrouwen, waargenomen risico's en zorg voor persoonlijke en volksgezondheid. Als hindernissen voor het gebruik van veiliger-seks-praktijken kwamen verlegenheid, erectieproblemen, een gebrek aan een cultuur van veiliger seks, stigma en verminderd lustgevoel naar voren.

Nadere uitwerkingen van de bevindingen van het onderzoek zijn gepubliceerd in een reeks artikelen voor peer-reviewed tijdschriften (zie lijstje hier onder) en er zullen nog meer publicaties verschijnen.

Niet alleen de bevindingen maar ook de aanbevelingen lijken zeer relevant en vergelijkbaar met de situatie in de lage landen. De onderzoekers komen tot de volgende aanbevelingen. Het is belangrijk dat seksuele interacties die oudere mensen ervaren, gewenst en consensueel zijn. De oudere bevolking is seksueel heterogeen. Het hebben van seks hoeft niet voor alle ouderen een rol te spelen, sommigen hebben geen behoefte aan seks. Het is belangrijk dat zorgverleners een omgeving creëren waarin ouderen zich comfortabel voelen om over seks te praten als ze dat willen, zonder het gevoel te krijgen dat ze beoordeeld worden met betrekking tot of ze seksueel actief zijn of niet. Seksuele gezondheids- en SOA-preventie- en behandelingsbeleid en praktijkprotocollen zouden 60-plussers meer moeten includeren. Beleid en voorlichtingscampagnes gericht op het verbeteren van de kennisniveaus ten aanzien van soa- en seksuele gezondheid zijn nodig, en met name voor mensen met een groter risico op besmetting met een soa. Informatie en ondersteuning voor ouderen zou op allerlei manieren beschikbaar en breed toegankelijk moeten zijn, zoals via internet en in instellingen voor gezondheidszorg en ouderenzorg. Het aantal afgenomen soa tests moet worden verhoogd bij ouderen die het risico lopen op een soa-besmetting. De huisarts en andere zorgverleners dienen hier een rol spelen door met hun patiënten over seks te praten en hun testbehoeften te bepalen. Opleiding en training moeten worden verstrekt aan zorgverleners, zodat zij met zelfvertrouwen seksuele zaken met hun oudere klanten kunnen bespreken en diversiteit en verschillen in seksualiteit in deze leeftijdsgroep kunnen hanteren. Stigma en schroom in verband met seks in het latere leven moeten worden uitgedaagd en overwonnen. Volksgezondheidsinitiatieven zouden oudere mensen kunnen aanmoedigen om met hun zorgverleners over seks te praten. Campagnes zijn nodig om seks in het latere leven te destigmatiseren. Doorlopend onderzoek, inclusief onderzoek met niet-heteroseksuele groepen en verschillende culturele achtergronden, is nodig om het seksuele gezondheidsbeleid en de zorgverlening in verband met de seksuele gezondheid van ouderen verder te ontwikkelen en te verfijnen.

Literatuur

Lyons A, Heywood W, Fileborn B, Minichiello V, Barrett C, Brown G, Hinchliff S, Malta S, Crameri P. The Sex, Age, and Me Study: Recruitment and sampling for a large mixed-methods study of sexual health and relationships in an older Australian population. Culture, Health & Sexuality. Advance online publication.

Lyons A, Heywood W, Fileborn B, Minichiello V, Barrett C, Brown G, Hinchliff S, Malta S, Crameri P. 2017. Sexually active older people’s knowledge of sexually transmitted infections and safer sexual practices. Australian and New Zealand Journal of Public Health. Advance online publication.

Heywood W, Lyons A, Fileborn B, Minichiello V, Barrett C, Brown G, Hinchliff S, Malta S, Crameri P. 2016. Self-reported testing and treatment histories among older Australian men and women who may be at risk of a sexually transmitted infection. Sexual Health. Advance online publication.

Fileborn B, Brown G, Lyons A, Hinchliff S, Heywood W, Minichiello V, Malta S, Barrett C, Crameri P. 2017. Safer sex in later life: Qualitative interviews with older Australians on their understanding and practices of safer sex. Journal of Sex Research. Advance online publication.

Fileborn B, Lyons A, Hinchliff S, Brown G, Heywood W, Minichiello V. 2017. Learning about sex in later life: sources of education and older Australian adults. Sex Education, 17(2); 165-179.

Fileborn B, Hinchliff S, Lyons A, Heywood W, Minichiello V, Brown G, Malta S, Barrett C, Crameri P. 2017. The importance of sex and the meaning of sex and sexual pleasure for men aged 60 and older who engaged in heterosexual relationships: Findings from a qualitative interview study. Archives of Sexual Behavior. Advance online publication.

 

Aanvullende informatie

  • Geschreven door Albert Neeleman

Seksuele training voor revalidatie medewerkers

R., Pieters, H., Kedde, & J., Bender. (2017). Training rehabilitation teams in sexual health care: A description and evaluation of a multidisciplinary intervention. Disability and Rehabilitation.

 

Mensen met chronische ziektes en fysieke beperkingen ervaren als groep duidelijk meer seksuele moeilijkheden dan de rest van de bevolking. Toch is de aanpak van die moeilijkheden geen integraal onderdeel van de bestaande zorg. Dit artikel beschrijft de evaluatie van een training bestemd voor multidisciplinaire revalidatieteams, gericht op het creëren van een professionele zorgomgeving waarin seksuele problemen besproken worden, voorkomen als het kan en behandeld als het moet. Zes teams kregen een training op maat, van in totaal zes dagdelen, gespreid over vier maanden. De effecten werden gemeten met een pre-post-testdesign. Participanten kregen twee anonieme online vragenlijsten: één voor de training en een andere vier weken na de training.

Uit de resultaten blijkt dat er een significante verbetering is op het gebied van kennis over seks en seksuele problemen. Teamleden voelen zich geruster in het bespreken en zelf aankaarten van seksuele thema’s, zowel in gesprekken met patiënten als tijdens professioneel overleg. En, cruciaal: ze doen het ook vaker. De training had geen merkbaar effect op de mate waarin ze mogelijkheden zagen om seks ter sprake te brengen in hun werk, of de mate waarin ze dit belangrijk vonden. De effecten waren het grootst bij de paramedische teamleden. Patiënten werden in deze studie niet bevraagd, er is dan ook geen informatie over de mate waarin zij een verandering merkten in hun interactie met de teamleden.

De auteurs van het artikel merken terecht op dat een multidisciplinair revalidatieteam heel wat mogelijkheden biedt die minder aanwezig zijn bij individueel werkende zorgverstrekkers. Zo hebben de teamleden bijvoorbeeld aanvullende expertises, waardoor een bio-psycho-sociale benadering van seksuele problemen waarschijnlijker wordt. De teams hebben ook een breed zicht op de verschillende levensdomeinen, en de begeleiding is meestal van langere duur, waardoor interventies beter ingebed kunnen worden in de globale zorg. Al die mogelijkheden kunnen echter maar optimaal benut worden op voorwaarde dat kennis en expertise worden omgezet in een structurele, beleidsmatige aanpak binnen het team. Dat impliceert bijvoorbeeld een duidelijke verdeling van de rollen, en afspraken over wie bepaalde topics proactief bevraagt. Vier van de negen modules zijn hier dan ook op gericht, en het sluitstuk van de training is een plan waarin één en ander wordt bezegeld. Het zou interessant zijn om te onderzoeken in welke mate teamafspraken werden nageleefd, bijvoorbeeld na een periode van zes maanden, en welke factoren dit beïnvloeden.

Daarnaast valt op dat de attitude bij de participanten al bij aanvang vrij positief was. Dat kan verklaren waarom de training op dat gebied weinig effect had. De studie geeft m.i. aan dat dit soort van interventie goed in staat is om positief gestemde teams te activeren, en dat is ongetwijfeld een meerwaarde. Mochten alle zorgprofessionals met goede maar vage intenties op het gebied van seksuele problemen overgaan tot gestructureerde actie, dan zou dat voor patiënten een wereld van verschil maken. Een intrigerende vraag blijft of de interventie ook in staat is om teams met een negatieve attitude in beweging te krijgen.

 

Aanvullende informatie

  • Geschreven door Alexander Witpas

Seksuele gezondheid in Nederland 2011: achtergronden en samenstelling van een representatieve steekproef voor een bevolkingsonderzoek

Het bevolkingsonderzoek ‘Seksuele gezondheid in Nederland 2011’ heeft, in navolging van de bevolkingsonderzoeken in 2006 en 2009, tot doel een beeld te geven van de seksuele en reproductieve gezondheid in Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd als onderdeel van Rutgers WPF’s ‘Monitor seksuele en reproductieve gezondheid, zorgbehoefte en zorggebruik’.
Representativiteit van de onderzoeksgroep is cruciaal voor een bevolkingsonderzoek. Daarom is veel aandacht besteed aan de samenstelling van de onderzoeksgroep. Hierbij is de methode van werving van respondenten van groot belang. Als aanvulling daarop is de steekproef waar nodig verder representatief gemaakt door middel van weging. In zes artikelen, die elk een inhoudelijk thema beschrijven, wordt een actueel en inzichtelijk beeld gegeven van de seksuele gezondheid van de Nederlandse bevolking op achtereenvolgens de volgende thema’s: seksueel gedrag en beleving, seksuele functieproblematiek, soa/hiv, geboorteregeling, transgender en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Ciel Wijsen, Stans de Haas
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 2

Verschillen in seksuele (on)gezondheid tussen homo-, heteroen biseksuele jongeren

Doel: Doelen van dit onderzoek zijn het beschrijven van de dimensies van seksuele oriëntatie en het identificeren van seksuele gezondheidsverschillen tussen Nederlandse homo-, hetero- en biseksuele jongeren van 12-25 jaar.
Methodiek: Secundaire analyses zijn uitgevoerd op data van het representatieve bevolkingsonderzoek Seks onder je 25e uit 2011. Bijna 8.000 jongeren werden via een digitale vragenlijst gevraagd naar drie dimensies van seksuele oriëntatie (aantrekking, ervaring met seksegenoten en zelfbenoeming) en een vijftal aspecten van seksuele (on)gezondheid zoals beschreven door de WHO.
Resultaten: Ongeveer 4,7% van de jongens en 7,2% van de meisjes rapporteerde ten minste enige aantrekking tot het eigen geslacht. Clusteranalyse naar de drie seksuele oriëntatiedimensies onthulde drie groepen met: 1) exclusief heteroseksuele aantrekking; 2) exclusief en voornamelijk homoseksuele aantrekking; 3) evenveel aantrekking tot beide geslachten en voornamelijk aantrekking tot het andere geslacht. Significant vaker dan de andere groepen rapporteerden homojongens en biseksuele meiden seksuele grensoverschrijding, testgedrag op hiv/soa en specifieke seksuele functieproblemen. Verschillen in het gebruik van de pil en/of condooms als anticonceptie werden niet gevonden, noch verschillen in seksuele tevredenheid.
Discussie: Ondanks de beperkte overlap van seksuele oriëntatiedimensies was clustering op basis van seksuele aantrekking mogelijk. De specifieke gezondheidsverschillen worden mogelijk verklaard door algemene en oriëntatiespecifieke factoren, waaronder seksgedrag en minderheidsstress.
Conclusie: Significante prevalentieverschillen in specifieke problemen en gedrag gerelateerd aan seksuele (on)gezondheid bevestigen de meerwaarde van differentiatie in seksuele oriëntaties. De auteurs pleiten voor meer onderzoek naar de oorzaken van gezondheidsverschillen, plus aandacht voor de specifieke gezondheidsproblemen van LHB-jongeren in preventie en voorlichting.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Koenraad Vermey, Hanneke de Graaf, Bouko Bakker
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2014, jaargang 38, Nummer 2

TVS Twitter


@lalalalinder : Oei: "moeten hebben?" Moeten en seks gaan niet samen leert de geschiedenis ons:… https://t.co/XSRHF1KixT

@lalalalinder & @Brainwashonline Achterhaalde polarisatie van he vs ho. Artikel gaat over clit, ongeacht he of ho:… https://t.co/EFPdV5c7As

Waarom zijn @lalalalinder en @NOS niet kritisch op Hefner? Hij was minachtend naar vrouwen, eh... bunnies:… https://t.co/cNUnPoInY2

RT @jsexmed: Reporting Erectile Function Outcomes After Radiation Therapy for Prostate Cancer: Challenges in Data Interpretation https://t.…