Tijdschrift voor Seksuologie

Tijdschrift voor Seksuologie

Het Tijdschrift voor Seksuologie is een onafhankelijke uitgave gelieerd aan de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS) en de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS). Dit wetenschappelijk kwartaalblad over onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van de seksuologie staat open voor Nederlandstalige wetenschappelijke bijdragen over hulpverlening, onderzoek, opleiding en onderwijs, voorlichting en preventie. We zien graag uw bijdrage tegemoet.

Laatst verschenen Artikelen

Van seksuele zonde tot een vorm van seksuele voorkeur

De geleidelijke acceptatie van homoseksualiteit in de twintigste eeuw in Nederland is goed te volgen aan de hand van de vier discoursen die gedurende de eeuw in opvoedboeken voor jongens zichtbaar worden. Met het geloof stevig in het zadel staat in het eerste en het tweede discours homoseksualiteit als seksuele zonde centraal. Door de secularisatie en de seksuele revolutie in de jaren zestig krijgt homoseksualiteit als een vorm van seksuele voorkeur alle aandacht in discours drie en vier.
In het eerste discours, dat doorloopt tot in de jaren zestig, wordt de oudere homoseksueel als verleider van de jongen neergezet. Het tweede discours van homoseksualiteit als een voorbijgaande fase in een - vooral geestelijke - jongensvriendschap, komt in de jaren vijftig tot stilstand. Het derde discours van homoseksualiteit als een aangeboren seksuele gerichtheid neemt een aanvang in het begin van de jaren zestig en blijft, ondersteund door de homoemancipatiebeweging van de jaren zeventig, een vaststaand gegeven in de jongensopvoedboeken. Vanaf midden jaren tachtig komt het vierde discours op gang waarin opvoeders de homoangst van puberjongens onderkennen en proberen te bezweren.
In hun zoektocht naar hun mannelijke identiteit verwerpen veel jongens andermans en eigen (vermeende) homoseksuele en dus onmannelijke neigingen tot intimiteit. Deze homo-angst belemmert hun acceptatie van homoseksualiteit. Het is aan ouders en andere opvoeders jongens er steeds opnieuw op te wijzen dat homoseksualiteit en mannelijkheid elkaar niet hoeven uit te sluiten.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Angela J. M. Crott
  • Show to public No
Gepubliceerd in 2017, jaargang 41, Nummer 1

Vrouwen van Mars, mannen van Venus

In dit artikel worden handvaten aangereikt voor seksuologen in de praktijk die te maken krijgen met een genderdysfore cliënt. De auteur acht het van groot belang te beseffen wat opgroeien met genderdysforie kan betekenen voor de lichaams- en seksualiteitsbeleving van een mens.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Thomas Wormgoor
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2011, jaargang 35, Nummer 3

Homofobie en vooroordeel: een wetenschapsfilosofische evaluatie van recent sociaalpsychologisch onderzoek naar homonegativiteit

Beschouwing.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Andreas De Block, Olivier Lemeire
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2014, jaargang 38, Nummer 3

Verschillen in seksuele (on)gezondheid tussen homo-, heteroen biseksuele jongeren

Doel: Doelen van dit onderzoek zijn het beschrijven van de dimensies van seksuele oriëntatie en het identificeren van seksuele gezondheidsverschillen tussen Nederlandse homo-, hetero- en biseksuele jongeren van 12-25 jaar.
Methodiek: Secundaire analyses zijn uitgevoerd op data van het representatieve bevolkingsonderzoek Seks onder je 25e uit 2011. Bijna 8.000 jongeren werden via een digitale vragenlijst gevraagd naar drie dimensies van seksuele oriëntatie (aantrekking, ervaring met seksegenoten en zelfbenoeming) en een vijftal aspecten van seksuele (on)gezondheid zoals beschreven door de WHO.
Resultaten: Ongeveer 4,7% van de jongens en 7,2% van de meisjes rapporteerde ten minste enige aantrekking tot het eigen geslacht. Clusteranalyse naar de drie seksuele oriëntatiedimensies onthulde drie groepen met: 1) exclusief heteroseksuele aantrekking; 2) exclusief en voornamelijk homoseksuele aantrekking; 3) evenveel aantrekking tot beide geslachten en voornamelijk aantrekking tot het andere geslacht. Significant vaker dan de andere groepen rapporteerden homojongens en biseksuele meiden seksuele grensoverschrijding, testgedrag op hiv/soa en specifieke seksuele functieproblemen. Verschillen in het gebruik van de pil en/of condooms als anticonceptie werden niet gevonden, noch verschillen in seksuele tevredenheid.
Discussie: Ondanks de beperkte overlap van seksuele oriëntatiedimensies was clustering op basis van seksuele aantrekking mogelijk. De specifieke gezondheidsverschillen worden mogelijk verklaard door algemene en oriëntatiespecifieke factoren, waaronder seksgedrag en minderheidsstress.
Conclusie: Significante prevalentieverschillen in specifieke problemen en gedrag gerelateerd aan seksuele (on)gezondheid bevestigen de meerwaarde van differentiatie in seksuele oriëntaties. De auteurs pleiten voor meer onderzoek naar de oorzaken van gezondheidsverschillen, plus aandacht voor de specifieke gezondheidsproblemen van LHB-jongeren in preventie en voorlichting.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Koenraad Vermey, Hanneke de Graaf, Bouko Bakker
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2014, jaargang 38, Nummer 2

“Ik vind het vies als twee jongens met elkaar zoenen.” Houding ten opzichte van lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren onder Nederlandse scholieren.

In de media en politiek is veel te doen over hoe met seksuele diversiteit op middelbare scholen wordt omgegaan. Jongeren zijn veelal niet positief over homoseksualiteit en homojongeren ervaren op scholen een negatieve bejegening en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen. Maar waar verschillende onderzoeken licht laten schijnen op de factoren die een rol spelen bij de houding van volwassenen ten aanzien van homoseksualiteit, zijn er weinig Nederlandse studies naar de factoren die bij de houding van jongeren van belang zijn. Het doel van de huidige studie is om op basis van data van het onderzoek Health Behaviour in School aged Children deze factoren in kaart te brengen. Er worden vier groepen van factoren bekeken: sociaal-demografische kenmerken (sekse, leeftijd, opleiding, stedelijkheid, etniciteit en religie), etniciteit van goede vrienden, attituden met betrekking tot migranten en genderrollen, en pestgedrag. Jongens, jongeren van lagere schoolniveaus, christelijk en islamitisch opgevoede jongeren, en jongeren die het geloof belangrijk vinden, blijken een negatievere attitude te hebben ten aanzien van homoseksualiteit. Daarnaast zijn jongeren ook iets homonegatiever naarmate hun vriendenkring minder etnisch divers is, ze een conservatievere attitude met betrekking tot genderrollen en een negatievere houding ten opzichte van migranten hebben, en meer pestgedrag vertonen. De resultaten bieden aanknopingspunten voor interventies.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Simone de Roos, Lisette Kuyper, Jurjen Iedema
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2014, jaargang 38, Nummer 2

Van seksuele zonde tot een vorm van seksuele voorkeur

De geleidelijke acceptatie van homoseksualiteit in de twintigste eeuw in Nederland is goed te volgen aan de hand van de vier discoursen die gedurende de eeuw in opvoedboeken voor jongens zichtbaar worden. Met het geloof stevig in het zadel staat in het eerste en het tweede discours homoseksualiteit als seksuele zonde centraal. Door de secularisatie en de seksuele revolutie in de jaren zestig krijgt homoseksualiteit als een vorm van seksuele voorkeur alle aandacht in discours drie en vier.
In het eerste discours, dat doorloopt tot in de jaren zestig, wordt de oudere homoseksueel als verleider van de jongen neergezet. Het tweede discours van homoseksualiteit als een voorbijgaande fase in een - vooral geestelijke - jongensvriendschap, komt in de jaren vijftig tot stilstand. Het derde discours van homoseksualiteit als een aangeboren seksuele gerichtheid neemt een aanvang in het begin van de jaren zestig en blijft, ondersteund door de homoemancipatiebeweging van de jaren zeventig, een vaststaand gegeven in de jongensopvoedboeken. Vanaf midden jaren tachtig komt het vierde discours op gang waarin opvoeders de homoangst van puberjongens onderkennen en proberen te bezweren.
In hun zoektocht naar hun mannelijke identiteit verwerpen veel jongens andermans en eigen (vermeende) homoseksuele en dus onmannelijke neigingen tot intimiteit. Deze homo-angst belemmert hun acceptatie van homoseksualiteit. Het is aan ouders en andere opvoeders jongens er steeds opnieuw op te wijzen dat homoseksualiteit en mannelijkheid elkaar niet hoeven uit te sluiten.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Angela J. M. Crott
  • Show to public No
Gepubliceerd in Online first

Veertig jaar onderzoek naar homoseksualiteit in het Tijdschrift voor Seksuologie

In dit artikel reflecteren we op twee studies, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Seksuologie, die betrekking hebben op het thema homoseksualiteit. We selecteerden een Vlaamse studie over risicoseks bij homomannen en een Nederlandse studie over homoseksuele identiteitsontwikkeling. Beide onderwerpen zijn tot op vandaag relevant en stellen ons in staat een evolutie in het onderzoekslandschap te schetsen. Onze analyse laat zien hoe de focus van de studie van homoseksualiteit steeds breder werd op maatschappelijk vlak. Van een eerder enge blik op seksueel (risico)gedrag bij homomannen evolueerde men in de onderzoeksliteratuur naar een diversiteit aan thema’s zoals seksuele identiteit, maatschappelijke aanvaarding op school en op het werk, en aandacht voor specifieke subgroepen zoals oudere homo- en biseksuele mannen en vrouwen. Echter, ook op theoretisch vlak zien we dat deze studies steeds beter geïntegreerd worden in psychologische en sociologische gangbare theorieën met bijzondere aandacht voor het minderheidsstressmodel. Dat laatste model verklaart de kwetsbare mentale en fysieke gezondheid van homoseksuele mannen en vrouwen door het feit dat deze geconfronteerd worden met onder andere uitsluiting, discriminatie en vooroordelen. Daarenboven verklaren onderzoekers de gezondheidsproblemen van homomannen steeds vaker vanuit een syndemische benadering. Deze stelt dat de synergetische interactie van twee of meerdere ziektes die tegelijkertijd optreden, aanleiding geeft tot excessieve last of kwetsbaarheid. Recente studies tonen aan dat de maatschappelijke en wetenschappelijke aandacht voor homoseksualiteit nog steeds geen overbodige luxe is in het licht van de kwetsbaarheid van deze doelgroep.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Henny Bos, Alexis Dewaele
  • Show to public No
Gepubliceerd in 2016, jaargang 40, Nummer 3

Gay and Straight Allianties op scholen: meer homotolerantie en een veiliger klimaat voor LHB-leerlingen?

In deze studie worden de gevolgen van Gay and Straight Allianties (GSA) onderzocht voor de homotolerantie op Nederlandse middelbare scholen en voor de ervaren veiligheid van leerlingen met een lesbische, homoseksuele of biseksuele (LHB) oriëntatie. Hiertoe zijn kwantitatieve analyses uitgevoerd op basis van de Veiligheidsmonitor 2012, een landelijk onderzoek waaraan ruim 8.500 leerlingen op 42 scholen hebben deelgenomen. In de analyses is gecontroleerd voor andere vormen van beleid rondom sociale veiligheid op scholen. De resultaten tonen aan dat leerlingen op scholen met een GSA toleranter zijn ten aanzien van homoseksualiteit dan leerlingen op scholen zonder GSA. Daarnaast blijken LHB-leerlingen op scholen met een GSA de schoolcultuur vaker als homovriendelijk in te schatten. Hiermee lijken GSA-initiatieven twee van hun drie doelen te bereiken. Er is geen bewijs gevonden dat GSA’s ook in hun derde doel slagen: dat LHB-leerlingen vaker op school uit de kast zouden durven komen.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Lucas Peeters, Daan Fettelaar, Ellen Verbakel
  • Show to public No
Gepubliceerd in 2016, jaargang 40, Nummer 2