Tijdschrift voor Seksuologie

Tijdschrift voor Seksuologie

Het Tijdschrift voor Seksuologie is een onafhankelijke uitgave gelieerd aan de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS) en de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS). Dit wetenschappelijk kwartaalblad over onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van de seksuologie staat open voor Nederlandstalige wetenschappelijke bijdragen over hulpverlening, onderzoek, opleiding en onderwijs, voorlichting en preventie. We zien graag uw bijdrage tegemoet.

Laatst verschenen Artikelen

Anticonceptie op maat. Achtergronden van anticonceptiekeuze door jongeren

Jongeren beginnen vaak al tijdens hun tienerjaren met anticonceptie en geslachtsgemeenschap. Ondanks dat in Nederland vergeleken met andere landen weinig tienerzwangerschappen voorkomen, is correct en consistent anticonceptiegebruik onder jongeren nog te verbeteren. Een beter doordachte keuze voor een anticonceptiemethode zou daarbij kunnen helpen. Dit literatuuroverzicht geeft een beschrijving van onderzoek naar achtergronden van anticonceptiekeuze en correct en consistent gebruik. Hierbij spelen zowel demografische achtergronden als theoretisch gefundeerde determinanten een rol. Ook wordt aandacht besteed aan de rol van jongens bij anticonceptie. Concluderend worden suggesties gedaan ter verbetering van het anticonceptiegebruik onder jongeren.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Charles Picavet
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2011, jaargang 35, Nummer 2

Relatievorming en seksuele ontwikkeling bij jongvolwassenen met cerebrale parese

Doel: Onderzoek naar relatievorming, seksuele ontwikkeling, geassocieerde factoren en ervaren problemen van jongeren en jongvolwassenen met cerebrale parese (CP).
Methodiek: Vier jaar durend prospectief cohortonderzoek bij jongeren met CP met normale intelligentie naar aspecten van hun seksuele en relationele ontwikkeling. Deelnemers (N=103, 59% man) waren bij start van het onderzoek 16 tot 20 jaar, 75% had lichte beperkingen in de grove motoriek (GMFCS niveau I).
Resultaten: Jongeren met CP zijn later met hun eerste ervaringen vergeleken met Nederlandse leeftijdgenoten. CP gerelateerde kenmerken tonen geen sterke relatie met de ontwikkeling van romantische relaties. Wel is er een relatie tussen ernst van de lichamelijke beperking en geslachtsgemeenschap. Een grotere vriendenkring of uitgaan vergemakkelijkt dating-activiteiten. Psychologische factoren als meer zelfbepaling, hogere zelfwaardering en positief seksueel zelfbeeld vergroten de kans op verkering en seksuele ervaringen voor jongeren met CP. Van de deelnemers rapporteert 80% lichamelijke problemen met seks gerelateerd aan CP. Veel jongvolwassenen met CP hebben behoefte aan meer informatie over seksualiteit.
Discussie: De relationele ontwikkeling van de deelnemers blijft opvallend achter. Naast uiteenlopende fysieke problemen bij seks wordt ook gebrek aan zelfvertrouwen bij het aangaan van relaties vaak genoemd. Veel jongvolwassenen met CP hebben behoefte aan diagnosespecifieke informatie en ondersteuning bij hun problemen met seks. Seksualiteit is een weinig besproken onderwerp in de revalidatie voor jongeren.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Diana Wiegerink, Marij Roebroeck, Henk Stam, Peggy Cohen-Kettenis
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2011, jaargang 35, Nummer 4

Online hulpverlening voor jongeren met seksuele problemen: een literatuurstudie

In dit literatuuronderzoek werd er gekeken naar de stand van zaken op het gebied van online hulpverlening bij jongeren (zowel jongens als meisjes) met seksuele problemen. De literatuur laat zien dat jongeren last hebben van seksuele problemen. Ondanks een goed aanbod van seksualiteitshulpverlening in Nederland hebben veel jongeren geen toegang tot de hulpverlening of ervaren een te hoge drempel. Uitbreiding van het huidige aanbod met online hulpverlening biedt eventueel mogelijkheden. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat goed uitgevoerde effectstudies op het terrein van online seksualiteitshulpverlening schaars zijn. Daarnaast is het vaak niet duidelijk onder welke leeftijdsgroep deze onderzoeken zijn uitgevoerd, en als dit wel zo is dan is de spreiding van de leeftijd groot. De onderzoeken laten wel zien dat online hulpverlening positieve behandelresultaten kan geven. Personen die online hulpverlening hebben gekregen voor hun seksuele problemen laten veelal een verbetering zien in seksueel functioneren, daarnaast is er een verbetering in de tevredenheid met betrekking tot het seksueel functioneren gerapporteerd. Ook werden er verbeteringen in het relationeel functioneren en persoonlijk welbevinden gezien. Wil een organisatie de huidige groep van zorgmissers en –mijders bereiken, dan is het zinvol om online hulpverlening aan te bieden. Toekomstig gestructureerd onderzoek zal moeten uitwijzen of dergelijke resultaten ook worden gevonden voor online interventies ten behoeve van jongeren met seksuele problemen.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Jolanda Hiemstra, Andrea Grauvogl
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 1

Seksuele disfuncties in Nederland: prevalentie en samenhangende factoren

Achtergrond: In het kader van de publieke gezondheid is het van belang inzicht te hebben in de aard en omvang van mensen met seksuele disfuncties in Nederland, eventuele verschillen naar sociaal-demografische kenmerken en de mogelijke relatie met fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Methode: In een representatieve steekproef hebben ruim 8.000 Nederlandse mannen en vrouwen tussen de 15 en 71 jaar een vragenlijst over seksuele gezondheid ingevuld, waaronder ook vragen over seksuele functieproblemen. Voor het in kaart brengen is gebruik gemaakt van een aangepaste versie van de VSD (Vragenlijst voor het signaleren van Seksuele Disfuncties). Een seksuele disfunctie werd toegekend als het probleem zich minimaal ‘regelmatig’ voordoet, én men hier persoonlijk last van ondervindt.
Resultaten: In totaal heeft 19% van de mannen en 27% van de vrouwen één of meerdere seksuele disfuncties. Het probleem dat door de mannen het meest wordt genoemd is het voortijdig orgasme (10%), gevolgd door erectieproblemen (8%) en problemen met de subjectieve seksuele opwinding (5%). Bij vrouwen zijn lubricatieproblemen de meest voorkomende klacht (12%), gevolgd door orgasmeproblemen (11%) en problemen met de subjectieve seksuele opwinding (10%). Van de mensen met een seksuele disfunctie heeft 39% van de mannen en 46% van de vrouwen twee of meer seksuele disfuncties. Disfuncties komen vaker voor bij mannen en vrouwen van 15-24 jaar, en bij vrouwen met een hoog opleidingsniveau. Mensen die het slachtoffer zijn geworden van fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben vaker een seksuele disfunctie dan mensen die hiermee geen ervaring hebben. Doorgaans komen seksuele disfuncties bijna twee keer zo vaak voor indien mensen fysiek seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt gedurende hun jeugd in vergelijking met mensen zonder seksueel geweldervaring.
Conclusie: Seksuele disfuncties komen bij seksueel actieve jongeren en volwassenen in Nederland frequent voor. Daarbij is het meemaken van seksueel geweld een belangrijke indicator van het vóórkomen van seksuele disfuncties.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Harald Kedde
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 2

Seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren en volwassenen in Nederland

In dit artikel worden de prevalentie van zowel fysieke als niet-fysieke vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en de prevalentie van verschillende pressiemethoden onder jongeren en volwassen in Nederland beschreven. Daarnaast is onderzocht wat de kenmerken van de plegers zijn en hoe hoog het aangiftepercentage is in diverse groepen. In een representatieve steekproef hebben ruim 8.000 Nederlandse mannen en vrouwen tussen de 15 en 71 jaar een vragenlijst over seksuele gezondheid ingevuld. Hieruit bleek dat veel respondenten onder druk zijn gezet om seks te hebben. Veel vormen van grensoverschrijding komen significant vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Ongeveer drie op de tien mannen en ongeveer de helft van de vrouwen hebben één of meerdere vormen van niet-fysieke seksuele grensoverschrijding meegemaakt. Respectievelijk 11% en 31% van de mannen en de vrouwen tussen de 15 en 25 jaar heeft ooit in zijn of haar leven fysieke seksuele grensoverschrijding meegemaakt. Bij mannen en vrouwen tussen de 25 en 71 jaar is dit respectievelijk 13% en 42%. Van deze mannen en vrouwen had respectievelijk 13% en 19% hiervan aangifte gedaan. In de jongere leeftijdsgroep was dit aangiftepercentage 17% bij de mannen en 12% bij de vrouwen. Er was meestal één pleger, veelal een bekende van het slachtoffer. Jongeren tussen de 14 en 18 jaar lopen een relatief groot risico op het meemaken van fysieke seksuele grensoverschrijding. Sinds 2006 zijn er nauwelijks verschuivingen opgetreden in de prevalentie van seksueel geweld. Aandacht voor effectieve preventie blijft dan ook onverminderd noodzakelijk.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Stans de Haas
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 2

Verschillen in seksuele (on)gezondheid tussen homo-, heteroen biseksuele jongeren

Doel: Doelen van dit onderzoek zijn het beschrijven van de dimensies van seksuele oriëntatie en het identificeren van seksuele gezondheidsverschillen tussen Nederlandse homo-, hetero- en biseksuele jongeren van 12-25 jaar.
Methodiek: Secundaire analyses zijn uitgevoerd op data van het representatieve bevolkingsonderzoek Seks onder je 25e uit 2011. Bijna 8.000 jongeren werden via een digitale vragenlijst gevraagd naar drie dimensies van seksuele oriëntatie (aantrekking, ervaring met seksegenoten en zelfbenoeming) en een vijftal aspecten van seksuele (on)gezondheid zoals beschreven door de WHO.
Resultaten: Ongeveer 4,7% van de jongens en 7,2% van de meisjes rapporteerde ten minste enige aantrekking tot het eigen geslacht. Clusteranalyse naar de drie seksuele oriëntatiedimensies onthulde drie groepen met: 1) exclusief heteroseksuele aantrekking; 2) exclusief en voornamelijk homoseksuele aantrekking; 3) evenveel aantrekking tot beide geslachten en voornamelijk aantrekking tot het andere geslacht. Significant vaker dan de andere groepen rapporteerden homojongens en biseksuele meiden seksuele grensoverschrijding, testgedrag op hiv/soa en specifieke seksuele functieproblemen. Verschillen in het gebruik van de pil en/of condooms als anticonceptie werden niet gevonden, noch verschillen in seksuele tevredenheid.
Discussie: Ondanks de beperkte overlap van seksuele oriëntatiedimensies was clustering op basis van seksuele aantrekking mogelijk. De specifieke gezondheidsverschillen worden mogelijk verklaard door algemene en oriëntatiespecifieke factoren, waaronder seksgedrag en minderheidsstress.
Conclusie: Significante prevalentieverschillen in specifieke problemen en gedrag gerelateerd aan seksuele (on)gezondheid bevestigen de meerwaarde van differentiatie in seksuele oriëntaties. De auteurs pleiten voor meer onderzoek naar de oorzaken van gezondheidsverschillen, plus aandacht voor de specifieke gezondheidsproblemen van LHB-jongeren in preventie en voorlichting.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Koenraad Vermey, Hanneke de Graaf, Bouko Bakker
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2014, jaargang 38, Nummer 2

“Ik vind het vies als twee jongens met elkaar zoenen.” Houding ten opzichte van lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren onder Nederlandse scholieren.

In de media en politiek is veel te doen over hoe met seksuele diversiteit op middelbare scholen wordt omgegaan. Jongeren zijn veelal niet positief over homoseksualiteit en homojongeren ervaren op scholen een negatieve bejegening en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen. Maar waar verschillende onderzoeken licht laten schijnen op de factoren die een rol spelen bij de houding van volwassenen ten aanzien van homoseksualiteit, zijn er weinig Nederlandse studies naar de factoren die bij de houding van jongeren van belang zijn. Het doel van de huidige studie is om op basis van data van het onderzoek Health Behaviour in School aged Children deze factoren in kaart te brengen. Er worden vier groepen van factoren bekeken: sociaal-demografische kenmerken (sekse, leeftijd, opleiding, stedelijkheid, etniciteit en religie), etniciteit van goede vrienden, attituden met betrekking tot migranten en genderrollen, en pestgedrag. Jongens, jongeren van lagere schoolniveaus, christelijk en islamitisch opgevoede jongeren, en jongeren die het geloof belangrijk vinden, blijken een negatievere attitude te hebben ten aanzien van homoseksualiteit. Daarnaast zijn jongeren ook iets homonegatiever naarmate hun vriendenkring minder etnisch divers is, ze een conservatievere attitude met betrekking tot genderrollen en een negatievere houding ten opzichte van migranten hebben, en meer pestgedrag vertonen. De resultaten bieden aanknopingspunten voor interventies.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Simone de Roos, Lisette Kuyper, Jurjen Iedema
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2014, jaargang 38, Nummer 2

Onderzoek rond jongeren en seksualiteit: Tendensen sinds 1990

Het artikel bespreekt enkele tendensen die zich de afgelopen decennia hebben voorgedaan op het vlak van onderzoek rond jongeren en seksualiteit. Er wordt daarbij een terugkoppeling gemaakt naar vier artikels die werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Seksuologie (TvS) tussen 1984 en 1989. Deze artikels handelen over de volgende thema’s: de kadering van seksuele problemen bij jongeren vanuit een ontwikkelingsperspectief, de vragen omtrent relaties en seksualiteit waar jongeren hulp voor zoeken, bezorgdheden bij jongeren omtrent masturbatie, en de link tussen seksuele normen en gedragingen bij jongeren en jongvolwassenen. Concreet wordt er ingegaan op drie tendensen die zich sinds het publiceren van deze artikels hebben voorgedaan, daarbij gebruik makend van de nationale en internationale onderzoeksliteratuur. Ten eerste wordt het seksueel actief worden van jongeren in toenemende mate als een normatieve ontwikkelingstaak gezien eerder dan als een te vermijden risico. Ten tweede kunnen veranderingen worden vastgesteld in het seksuele gedrag van jongeren en kunnen deze gekoppeld worden aan veranderende seksuele normen. Ten derde wordt ingegaan op mogelijke verschuivingen op het vlak van noden bij jongeren met betrekking tot hun seksuele ontwikkeling.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Katrien Symons
  • Show to public No
Gepubliceerd in 2016, jaargang 40, Nummer 3

TVS Twitter


RT @NVVSNL: Symposium #Seksuologisch #Onderzoek, vr 31 maart, Amersfoort, schrijf nu in - https://t.co/fWxJLvNfLo

RT @seksuoloog: 18 mei, 3 onderwerpen rondom seks. Film, (ervarings)deskundigen, discussie: https://t.co/Umk8j0iutj Inschrijven binnenkort…

RT @cygraham_graham: New study: The Activation of Incompetence Schemas in Response to Neg. Sexual Events in Women https://t.co/ce5lAPjl5l

Seksuele grensoverschrijding wordt minder serieus genomen bij mannelijke slachtoffers. https://t.co/idRRTrXULU