Developing adolescent sexuality in context: Relations with parents and peers

  • Auteur(s) Daphne van de Bongardt, Ellen Reitz, Maja Deković

In this paper, the findings are described of Project STARS sub-project 2, in which a multi-method approach (longitudinal questionnaires, observations, meta-analysis) was used to investigate how different aspects of adolescents’ developing sexuality (behaviors, cognitions, emotions) are related over time to various aspects of adolescents’ relations with parents and peers. The results showed that adolescents who had a better relationship with their parents had less intention to have sex, began having sex at a later age, and also experienced more positive emotions after sex through a higher self-esteem. Although adolescents who frequently talked with their parents about sex were more sexually active later on, the frequency of sexual communication did not affect the sexual intentions of sexually inexperienced adolescents. Adolescents who interacted with peers more frequently, who thought that their friends were more sexually active and that they approved more of having sex, and who experienced more peer pressure to have sex, were also more sexually active themselves, and at an earlier age. Moreover, youth who had more deviant conversations about sex with their friends believed that their peers approved more of having sex, that they were more sexually active and that they had more risky sex. When parents and peers were examined simultaneously, only peers were found to play a role in adolescents’ timing of sexual debut. Frequent communication about sex with parents, however, buffered the effects of sexual peer norms on adolescents’ own sexual intentions. Theoretical and practical implications are discussed.

Gepubliceerd in 2016, Volume 40, Issue 4

Seksuele ontwikkeling tijdens de adolescentie in context: relaties met ouders en leeftijdgenoten

  • Auteur(s) Daphne van de Bongardt, Ellen Reitz, Maja Deković
  • Show to public No

In dit artikel worden de bevindingen beschreven van Project STARS Deelproject 2, waarin met een multi-methode aanpak (longitudinale vragenlijsten, observaties, meta-analyse) werd onderzocht hoe verschillende aspecten van de seksuele ontwikkeling (gedragingen, cognities, emoties) tijdens de adolescentie over tijd gerelateerd zijn aan diverse aspecten van relaties met ouders en leeftijdgenoten. De resultaten tonen aan dat adolescenten die een betere relatie met hun ouders hadden minder intentie hadden om seks te hebben, op latere leeftijd met seks begonnen, en bovendien via een hogere zelfwaardering ook meer positieve emoties ervoeren na seks. Terwijl adolescenten die vaker met ouders praatten over seks later meer seksueel actief waren, had de frequentie van seksuele communicatie geen effect op de seksuele intentie van seksueel onervaren adolescenten. Adolescenten die intensiever omgingen met leeftijdgenoten, die dachten dat hun vrienden meer seksueel actief waren en het hebben van seks meer goedkeurden, en die meer druk van leeftijdgenoten ervoeren om seks te hebben, waren zelf ook meer en eerder seksueel actief. Bovendien dachten jongeren die meer deviante gesprekken over seks hadden met hun vriend(inn)en dat hun leeftijdgenoten het hebben van seks meer goedkeurden, zelf meer seksueel actief waren en meer risicovolle seks hadden. Wanneer opvoeding en leeftijdgenoten tegelijkertijd werden onderzocht, bleken alleen leeftijdgenoten een rol te spelen in de timing van het seksuele debuut van adolescenten. Frequente seksuele communicatie met ouders bleek echter een buffer te zijn voor de effecten van seksuele peer-normen op de eigen seksuele intentie van adolescenten. Theoretische en praktische implicaties worden besproken.

Gepubliceerd in 2016, jaargang 40, Nummer 4

ISSUES