Corona brengt ons dichter bij elkaar”: De ervaren impact van de coronacrisis op het seksleven van mensen met een partner

  • Auteur Hanneke de Graaf & Jenneke van Ditzhuijzen
  • Pdf openbaar No

Sinds maart 2020 is ons land in de ban van de coronacrisis. Om het aantal besmettingen terug te dringen, gingenSinds maart 2020 is ons land in de ban van de coronacrisis. Om het aantal besmettingen terug te dringen, gingenvanaf 15 maart een aantal ingrijpende maatregelen in, waardoor het leven van veel mensen er ineens heel anders uitging zien. Deze veranderingen werken mogelijk door in seksueel gedrag en welzijn. Om dit te onderzoeken, zijn datageanalyseerd met zowel open als gesloten vragen van een Nederlandse steekproef (n=883) die deel uitmaakt van eenEuropese studie naar seksueel gedrag en welzijn in tijden van corona. Onderzocht is of mensen die samenleven meteen partner over het algemeen een toe- of afname in seksueel verlangen en activiteit ervaarden gedurende de eerstelockdown en welke factoren hiermee samenhangen. Bij de meeste mensen lijkt de coronacrisis geen invloed te hebbenop hun seksleven, vooral wanneer dit hun dagelijks leven niet of nauwelijks beïnvloedt of wanneer de relatie sterkis. De mate waarin en manier waarop mensen invloed van de coronacrisis op hun seksleven ervaren, hangt af van deimpact die de lockdown heeft op vier dimensies in het dagelijkse leven van deze mensen (tijd en ruimte, spanning enstress, fysieke nabijheid en emotionele verbondenheid) en van de manier waarop men met veranderingen in dezedimensies omgaat. Wanneer mensen bijvoorbeeld meer tijd, minder stress en meer intimiteit met hun partner ervaren,kan de lockdown een positieve invloed hebben op het seksleven van samenwonende mensen. Wellicht kunnen deervaringen van mensen voor wie het positief is uitgepakt, een inspiratiebron vormen voor anderen.Sinds

Gepubliceerd in 2021, jaargang 45, Nummer 1

Mannen die seks hebben met mannen in België hadden minder seksuele contacten met niet-vaste partners en gebruikten minder PrEP tijdens de eerste weken van de COVID-19 lockdown

  • Auteur Thijs Reyniers, Anke Rotsaert, Estrelle Thunnissen, Veerle Buffel, Caroline Masquillier, Ella Van Landeghem, Jef Vanhamel, Christiana Nöstlinger, Edwin Wouters, Marie Laga, & Bea Vuylsteke
  • Pdf openbaar No

In deze studie bestudeerden we veranderingen in fysieke (niet-virtuele) seks met niet-vaste partners bij mannen dieIn deze studie bestudeerden we veranderingen in fysieke (niet-virtuele) seks met niet-vaste partners bij mannen dieseks hebben met mannen (MSM) in België tijdens de eerste weken van de COVID-19 lockdown, en mogelijke associatiesmet sociodemografische factoren, seksueel gedrag vóór de lockdown, drug-, alcohol en PrEP-gebruik. We onderzochtenook veranderingen in PrEP-gebruik en de nood aan opvolging.De online vragenlijst was beschikbaar in het Nederlands, Frans en Engels tussen 10 en 27 april 2020 en werd verspreidvia holebi- en seksuele gezondheidsorganisaties in België. Inclusiecriteria waren: leeftijd van 18 jaar of ouder,niet exclusief heteroseksueel, en geboren of wonende in België.De steekproef bevatte 694 MSM. Het percentage dat fysieke seks had met niet-vaste partners verminderde van59.1% naar 8.9% tijdens de eerste weken van de lockdown. Deelnemers die hiv-positief waren, PrEP gebruikten, aangroepsseks, chemsex of sekswerk deden, hadden significant meer kans om seks te hebben gehad met niet-vastepartners tijdens de lockdown, dan deelnemers die deze kenmerken niet hadden. Onder de deelnemers die PrEP gebruiktenvoor de lockdown was 47% gestopt met PrEP, 19.7% gebruikte periodiek en 33.3% dagelijks PrEP tijdens delockdown. Bijna twee op drie deelnemers had een PrEP-opvolging in de weken voor de lockdown en een minderheidwerd elders of online opgevolgd. Enkele PrEP-gebruikers uitten bezorgdheden over hun PrEP-opvolging.De bevindingen in deze studie suggereren dat het risico op hiv- en soa-transmissie lager was in deze periode danvoorheen. Toegang tot seksuele gezondheidsdiensten zoals PrEP-opvolging of testen op hiv blijft aangeraden intijden van lockdown voor de kleine groep MSM die seks heeft met meerdere partners, of aan groepsseks, chemsex ofsekswerk doen. De MSM in onze studie hadden substantieel minder seks met niet-vaste partners tijdens de lockdown.JT. Reyniers is gezondheidssocioloog en als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, Departement Volksgezondheid.A. Rotsaert is gezondheidswetenschapper en als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, Departement Volksgezondheid.E. Thunnissen is gezondheidssociologe en als junior onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid van de Universiteit Antwerpen.V. Buffel is gezondheidssociologe en als postdoctoraal onderzoeker is verbonden aan het Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid van de Universiteit Antwerpen.C. Masquillier is gezondheidssociologe en als postdoctoraal onderzoeker is verbonden aan het Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid van de Universiteit Antwerpen.E. Van Landeghem is gezondheidssociologe en als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, Departement Volksgezondheid.J. Vanhamel is arts en als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, Departement Volksgezondheid.C. Nöstlinger is gezondheidspsychologe en als senior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, Departement Volksgezondheid.E. Wouters is als hoogleraar medische sociologie verbonden aan het Centrum voor Demografie, Familie en Gezondheid van de Universiteit Antwerpen.M. Laga is als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, Departement Volksgezondheid.B. Vuylsteke is medisch epidemioloog en als senior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde, Departement Volksgezondheid.Correspondentie-adres:

Gepubliceerd in 2021, jaargang 45, Nummer 1

Seksueel gedrag en SOA's onder swingers

  • Geschreven door Yuri Ohlrichs

Platteau, T., van Lankveld, J., Ooms, L., & Florence, E. (2016) Sexual behavior and sexually transmitted infections among swingers: Results from an online survey in Belgium. Journal of Sex and Marital Therapy, 30, 1-11

 

Swingers zijn heteroseksuele partners die elkaar toestaan seksueel contact te hebben met anderen. Het swingen gebeurt in paarverband en in elkaars aanwezigheid. De swingersgemeenschap treft elkaar op eigen locaties en binnen internet communities. Recente schattingen van het aantal swingers ontbreken, mogelijk dat rond 4% van de getrouwde paren swingt. Het is de vraag of dit percentage nog actueel is gezien de veranderde seksuele moraal en de komst van internet waardoor het contact leggen met andere swingers en het vinden van locaties is vergemakkelijkt.

De studie van Platteau e.a. probeert inzicht te geven in de seksuele gezondheid en leefstijl van swingers in België en de risicofactoren te identificeren voor soa-besmetting in deze groep. Middels oproepen voor een online survey op swingerslocaties,  chat- en datingwebsites, werden 480 respondenten geworven. Van deze 480 swingers completeerden 392 (81,6%) de vragenlijst. Het seksueel gedrag en de gezondheid van swingers werd vergeleken met die van de algemene populatie.

De voorzichtige conclusie is dat swingers over het algemeen seksueel actiever waren, in hogere mate riskant seksueel vertoonden en vaker een soa hadden dan het algemene publiek. De vrouwelijke respondenten (n=146) bleken het vaakst te swingen (p = 0.013), deden dit vaker met dezelfde sekse (p < 0.001) en onder invloed van alcohol (p < 0.001). De mannelijke swingers (n = 334) hadden relatief meer anale seks (p = 0.002) en rapporteerden vaker geslachtsgemeenschap zonder condoom (p = 0.004). Inconsistent condoomgebruik bleek het hoogste bij orale seks, gevolgd door geslachtsgemeenschap en anale seks.

Van alle respondenten die ooit een soatest deden had 25.7% een positieve uitslag. Voor alle respondenten was dit percentage 20.7%. Uit regressie-analyse bleken mannelijke, oudere, alleenstaande en partydrugs gebruikende swingers hoger seksueel risicogedrag te vertonen (p = 0.009). Swingers die meer actief zijn lopen vaker een soa op (p = 0.036). Inconsistent condoomgebruik maar ook het nuttigen van alcohol (52.3%) en party drugs tijdens het swingen verhogen het risico op soabesmetting. Van de door de onderzochte swingers gebruikte drugs waren XTC en GHB de meest genoemd, respectievelijk 12% en 10%. Van de mannen gebruikten 17% partydrugs en 20.6% van de vrouwen deed dit.

Platteau e.a. voeren enkele specifieke kenmerken van swingers aan als mogelijke verklaring van hun gedrag. Swingers verlangen mogelijk meer naar seks, staan meer open voor nieuwe seksuele ervaringen, en praten meer openlijk over seksualiteit en seksuele fantasieën.

De onderzoekers maken enkele kanttekeningen bij het interpreteren van hun bevindingen. Ze wierven  respondenten met een uitnodiging voor deelname aan onderzoek naar seksuele gezondheid. Daardoor is er mogelijk ondervertegenwoordiging van het aantal swingers dat minder aandacht heeft voor hun seksuele gezondheid. Voorts kon niet worden gemeten welk percentage van de met de uitnodiging bereikte swingers besloot af te zien van deelname aan het onderzoek. Bovendien kon niet worden uitgesloten dat respondenten sociaal wenselijk hebben geantwoord op de vragen naar expliciet riskant seksueel gedrag en drugsgebruik. Platteau e.a. bevelen dan ook meer en vergelijkbaar onderzoek naar swingers aan om hun bevindingen te valideren.

Desalniettemin geeft dit onderzoek een goede, basale beschrijving van de levensstijl van Belgische swingers en het soa-risico dat zij lopen. Net als de auteurs lijkt het me van belang meer zicht te krijgen in wat mensen tot veilig en onveilig swingen motiveert – al dan niet onder invloed van drank en drugs.


Gepubliceerd in Internationale Publicaties

De pil en seks gedurende de menstruele cyclus

  • Geschreven door Charles Picavet

Elaut, E., Buysse, A., De Sutter, P., Gerris, J., De Cuypere, G., & T’Sjoen, G. (2016). Cycle-related changes in mood, sexual desire, and sexual activity in oral contraception-using and nonhormonal-contraception-using couples. Journal of Sex Research, 53, 125-136.

 

Inleiding

De anticonceptiepil wordt geslikt om seks te kunnen hebben zonder zorgen over zwangerschap. Er komen echter steeds meer signalen dat een deel van de vrouwen minder zin zou krijgen in seks als zij de pil gebruiken. Hierover zijn onderzoekers het echter nog niet eens. Men weet nog altijd onvoldoende van de relatie tussen seksualiteit en hormonale schommelingen. Een belangrijk effect van de pil is dat de menstruele cyclus van vrouwen wordt onderdrukt. Seksueel verlangen lijkt samen te hangen met de cyclus bij vrouwen die geen hormonen gebruiken. Vooral rond de eisprong zou het verlangen wat groter zijn. Hoe dit zit bij pilgebruiksters is nog niet veel onderzocht.

Het onderzoek

Aan de Gentse Universiteit is onderzoek gedaan naar zin in seks en seksueel gedrag gedurende de menstruele cyclus. Hierbij zijn koppels die de pil gebruikten vergeleken met koppels die niet-hormonale anticonceptie gebruikten. Het bleek dat seksueel verlangen niet veranderde gedurende de cyclus bij pilgebruiksters en hun partners. Ook bij niet-hormonale anticonceptiegebruiksters en hun partners waren er geen significante verschillen. Negatieve emoties verschilden wel tijdens de cyclus, maar hadden geen relatie met seksueel verlangen. Volgens partners van pilgebruiksters was de seksuele activiteit minder groot in de eerste dagen waarin de pil werd geslikt. Bij vrouwen was dezelfde trend zichtbaar, maar deze was niet significant. Gebruiksters van niet-hormonale anticonceptie rapporteerden minder seks tijdens de menstruatie, maar dat gold niet voor hun partners. Geconcludeerd wordt dat het gebruik van de pil verschillen in verlangen tijdens de menstruele cyclus verkleint. Bovendien lijkt seksuele activiteit verminderd te zijn aan het einde van de stopweek en de dagen waarin met een nieuwe strip begonnen wordt.

Bespreking

Allereerst wil ik het onderzoeksteam ermee complimenteren dat zij niet alleen vrouwen, maar ook hun mannelijke partners in het onderzoek betrokken hebben. Dit gebeurt helaas nog veel te weinig als het gaat over anticonceptieonderzoek. Hooguit is misschien jammer dat niet op het niveau van individuele koppels is gekregen, maar alleen een vergelijking is gemaakt tussen de mannen en de vrouwen. Verder vind ik de bevindingen bij mannen nog niet zo makkelijk te interpreteren. Een ander positief punt vind ik de controlegroep. Er is niet gekozen voor koppels die geen anticonceptie gebruiken, maar voor degenen die niet-hormonale anticonceptie gebruiken. Immers gebruikt men anticonceptie om seks te kunnen hebben, waardoor seksueel verlangen en gedrag sowieso anders zou kunnen zijn wanneer helemaal geen anticonceptie wordt gebruikt. Het onderzoek is prima opgezet en uitgevoerd. Ik denk wel dat het aantal vrouwen per groep aan de lage kant was, waardoor het moeilijk kan zijn geweest om significante verschillen te vinden. Al met al vind ik het opvallend hoe weinig significante verschillen zijn gevonden, niet alleen bij vrouwen die de pil gebruiken, maar ook bij gebruiksters van niet-hormonale methoden.

Gepubliceerd in Internationale Publicaties

Seksueel gedrag en seksuele beleving in Nederland

  • Auteur Hanneke de Graaf
  • Pdf openbaar Yes

Seksueel gedrag en seksuele beleving vormen de basis voor seksuele gezondheid. Deze studie beschrijft wat jongeren en volwassenen doen op seksueel gebied, hoe zij dit beleven en of hierin verschillen bestaan naar geslacht, leeftijd, etniciteit, opleidingsniveau en partnerstatus. In een representatieve steekproef vulden 3927 mannen en 4137 vrouwen van 15 tot 71 jaar een digitale vragenlijst in met vragen over seksueel gedrag (ervaring met seks met een partner, aantal sekspartners, seksfrequentie, seks met seksegenoten, masturbatie, pornogebruik en seks op en via internet) en seksuele beleving (seksueel plezier, zelfvertrouwen, satisfactie, assertiviteit, schuldgevoelens en motivatie). De resultaten laten zien dat het merendeel van de Nederlanders seksueel actief is en seksualiteit positief beleeft. 80% van de mannen en 75% van de vrouwen van 15 tot 71 jaar had seks in het afgelopen half jaar. Ook zeggen de meeste mensen dat ze genieten van seks en tevreden zijn over hun seksleven. Vooral leeftijd en relatiestatus hangen samen met seksueel gedrag en seksuele beleving. Mannen en vrouwen die geen seks hadden in het afgelopen half jaar zijn duidelijk minder tevreden over het seksleven en hebben minder seksuele eigenwaarde dan mannen en vrouwen die wel seks hebben. Ook genieten vrouwen veel minder vaak van seks dan mannen. Het gebrek aan seksueel plezier bij vier op de tien vrouwen is reden tot zorg en aanleiding om hieraan meer aandacht te besteden in toekomstig onderzoek, beleid en interventieontwikkeling.

Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 2