Tijdschrift voor Seksuologie

Tijdschrift voor Seksuologie

Het Tijdschrift voor Seksuologie is een onafhankelijke uitgave gelieerd aan de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS) en de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS). Dit wetenschappelijk kwartaalblad over onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van de seksuologie staat open voor Nederlandstalige wetenschappelijke bijdragen over hulpverlening, onderzoek, opleiding en onderwijs, voorlichting en preventie. We zien graag uw bijdrage tegemoet.

Laatst verschenen Artikelen

Relatievorming en seksuele ontwikkeling bij jongvolwassenen met cerebrale parese

Doel: Onderzoek naar relatievorming, seksuele ontwikkeling, geassocieerde factoren en ervaren problemen van jongeren en jongvolwassenen met cerebrale parese (CP).
Methodiek: Vier jaar durend prospectief cohortonderzoek bij jongeren met CP met normale intelligentie naar aspecten van hun seksuele en relationele ontwikkeling. Deelnemers (N=103, 59% man) waren bij start van het onderzoek 16 tot 20 jaar, 75% had lichte beperkingen in de grove motoriek (GMFCS niveau I).
Resultaten: Jongeren met CP zijn later met hun eerste ervaringen vergeleken met Nederlandse leeftijdgenoten. CP gerelateerde kenmerken tonen geen sterke relatie met de ontwikkeling van romantische relaties. Wel is er een relatie tussen ernst van de lichamelijke beperking en geslachtsgemeenschap. Een grotere vriendenkring of uitgaan vergemakkelijkt dating-activiteiten. Psychologische factoren als meer zelfbepaling, hogere zelfwaardering en positief seksueel zelfbeeld vergroten de kans op verkering en seksuele ervaringen voor jongeren met CP. Van de deelnemers rapporteert 80% lichamelijke problemen met seks gerelateerd aan CP. Veel jongvolwassenen met CP hebben behoefte aan meer informatie over seksualiteit.
Discussie: De relationele ontwikkeling van de deelnemers blijft opvallend achter. Naast uiteenlopende fysieke problemen bij seks wordt ook gebrek aan zelfvertrouwen bij het aangaan van relaties vaak genoemd. Veel jongvolwassenen met CP hebben behoefte aan diagnosespecifieke informatie en ondersteuning bij hun problemen met seks. Seksualiteit is een weinig besproken onderwerp in de revalidatie voor jongeren.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Diana Wiegerink, Marij Roebroeck, Henk Stam, Peggy Cohen-Kettenis
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2011, jaargang 35, Nummer 4

Ontwikkeling van romantische relaties en seksualiteit van Nederlandse adolescenten in context: Project STARS

In dit inleidende artikel van dit themanummer introduceren we Project STARS (Studies naar Trajecten van Adolescente Relaties en Seksualiteit), een longitudinaal onderzoeksprogramma naar de ontwikkeling van romantische relaties en seksualiteit van adolescenten in Nederland, dat werd uitgevoerd tussen 2010 en 2015 en werd gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Seksualiteit (FWOS) in het kader van het NWO-programma Jeugd en Gezin. Het onderzoeksprogramma bestond uit vier aan elkaar gerelateerde deelprojecten. In elk van deze deelprojecten werd gebruik gemaakt van longitudinale gegevens van 1.297 adolescenten. Daarnaast zijn binnen de deelprojecten verschillende kwantitatieve en kwalitatieve verdiepingsstudies uitgevoerd. In dit artikel worden de uitgangspunten, de opzet en de innovatieve aspecten van Project STARS besproken.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Maja Deković, Daphne van de Bongardt, Laura Baams, Suzan Doornwaard, Wieke Dalenberg, Ellen Reitz, Judith Dubas, Marcel Van Aken, Geertjan Overbeek, Tom ter Bogt, Regina van den Eijnden, Ine Vanwesenbeeck, Saskia Kunnen, Greetje Timmerman, Paul van Geert
  • Show to public No
Gepubliceerd in 2016, jaargang 40, Nummer 4

Developing adolescent sexuality in context: Relations with parents and peers

In this paper, the findings are described of Project STARS sub-project 2, in which a multi-method approach (longitudinal questionnaires, observations, meta-analysis) was used to investigate how different aspects of adolescents’ developing sexuality (behaviors, cognitions, emotions) are related over time to various aspects of adolescents’ relations with parents and peers. The results showed that adolescents who had a better relationship with their parents had less intention to have sex, began having sex at a later age, and also experienced more positive emotions after sex through a higher self-esteem. Although adolescents who frequently talked with their parents about sex were more sexually active later on, the frequency of sexual communication did not affect the sexual intentions of sexually inexperienced adolescents. Adolescents who interacted with peers more frequently, who thought that their friends were more sexually active and that they approved more of having sex, and who experienced more peer pressure to have sex, were also more sexually active themselves, and at an earlier age. Moreover, youth who had more deviant conversations about sex with their friends believed that their peers approved more of having sex, that they were more sexually active and that they had more risky sex. When parents and peers were examined simultaneously, only peers were found to play a role in adolescents’ timing of sexual debut. Frequent communication about sex with parents, however, buffered the effects of sexual peer norms on adolescents’ own sexual intentions. Theoretical and practical implications are discussed.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Daphne van de Bongardt, Ellen Reitz, Maja Deković
Gepubliceerd in 2016, Volume 40, Issue 4

Seksuele ontwikkeling tijdens de adolescentie in context: relaties met ouders en leeftijdgenoten

In dit artikel worden de bevindingen beschreven van Project STARS Deelproject 2, waarin met een multi-methode aanpak (longitudinale vragenlijsten, observaties, meta-analyse) werd onderzocht hoe verschillende aspecten van de seksuele ontwikkeling (gedragingen, cognities, emoties) tijdens de adolescentie over tijd gerelateerd zijn aan diverse aspecten van relaties met ouders en leeftijdgenoten. De resultaten tonen aan dat adolescenten die een betere relatie met hun ouders hadden minder intentie hadden om seks te hebben, op latere leeftijd met seks begonnen, en bovendien via een hogere zelfwaardering ook meer positieve emoties ervoeren na seks. Terwijl adolescenten die vaker met ouders praatten over seks later meer seksueel actief waren, had de frequentie van seksuele communicatie geen effect op de seksuele intentie van seksueel onervaren adolescenten. Adolescenten die intensiever omgingen met leeftijdgenoten, die dachten dat hun vrienden meer seksueel actief waren en het hebben van seks meer goedkeurden, en die meer druk van leeftijdgenoten ervoeren om seks te hebben, waren zelf ook meer en eerder seksueel actief. Bovendien dachten jongeren die meer deviante gesprekken over seks hadden met hun vriend(inn)en dat hun leeftijdgenoten het hebben van seks meer goedkeurden, zelf meer seksueel actief waren en meer risicovolle seks hadden. Wanneer opvoeding en leeftijdgenoten tegelijkertijd werden onderzocht, bleken alleen leeftijdgenoten een rol te spelen in de timing van het seksuele debuut van adolescenten. Frequente seksuele communicatie met ouders bleek echter een buffer te zijn voor de effecten van seksuele peer-normen op de eigen seksuele intentie van adolescenten. Theoretische en praktische implicaties worden besproken.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Daphne van de Bongardt, Ellen Reitz, Maja Deković
  • Show to public No
Gepubliceerd in 2016, jaargang 40, Nummer 4

It’s kind of an exciting story: De rol van het Internet in de adolescente seksuele ontwikkeling

In dit artikel worden de bevindingen van Project STARS Deelproject 3 beschreven, waarin de rol van Internet in de adolescente seksuele ontwikkeling is onderzocht. De verschillende empirische studies die zijn uitgevoerd hadden tot doel meer inzicht te bieden in (1) de prevalentie en ontwikkeling van verschillende seksgerelateerde online gedragingen tijdens de adolescentie; (2) hun longitudinale relaties met seksuele cognities, emoties en gedragingen; en (3) de manier waarop seksgerelateerd Internetgebruik is ingebed in persoonlijke en sociale contexten. De bevindingen suggereren dat de meeste seksgerelateerde online gedragingen minder wijdverbreid zijn onder adolescenten dan vaak wordt gedacht of gevreesd. Desalniettemin zijn de longitudinale en kwalitatieve gegevens in overeenstemming met de theoretische assumptie dat seksgerelateerde online gedragingen via verschillende processen van invloed zijn op seksuele ontwikkelingsprocessen. Daarnaast benadrukken de onderzoeksresultaten dat seksgerelateerd Internetgebruik niet plaatsvindt in een vacuüm, maar dat het is verweven met verschillende intra- en interpersoonlijke processen. Zo bleek dat seksgerelateerde online gedragingen overtuigingen van jongeren over gangbaar en geaccepteerd seksueel gedrag onder leeftijdsgenoten kunnen vormen, welke vervolgens eigen seksueel gedrag voorspellen. De verschillende studies lieten bovendien zien dat er vele vormen van congruentie bestaan tussen persoonlijke eigenschappen, interesses en sociale contexten van adolescenten enerzijds en seksgerelateerd Internetgebruik anderzijds. De bevindingen van dit deelproject dragen bij aan theorievorming en kennis omtrent de rol van het Internet in de adolescente seksuele ontwikkeling. Zij bevatten tevens relevante implicaties voor ouders, scholen en interventieontwikkelaars die ernaar streven een gezonde en positieve seksuele ontwikkeling te stimuleren.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Suzan M. Doornwaard, Regina J. J. M. van den Eijnden, Ine Vanwesenbeeck, Tom F. M. ter Bogt
  • Show to public No
Gepubliceerd in 2016, jaargang 40, Nummer 4