Tijdschrift voor Seksuologie

Tijdschrift voor Seksuologie

Het Tijdschrift voor Seksuologie is een onafhankelijke uitgave gelieerd aan de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS) en de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS). Dit wetenschappelijk kwartaalblad over onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van de seksuologie staat open voor Nederlandstalige wetenschappelijke bijdragen over hulpverlening, onderzoek, opleiding en onderwijs, voorlichting en preventie. We zien graag uw bijdrage tegemoet.

Laatst verschenen Artikelen

Vrouwen van Mars, mannen van Venus

In dit artikel worden handvaten aangereikt voor seksuologen in de praktijk die te maken krijgen met een genderdysfore cliënt. De auteur acht het van groot belang te beseffen wat opgroeien met genderdysforie kan betekenen voor de lichaams- en seksualiteitsbeleving van een mens.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Thomas Wormgoor
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2011, jaargang 35, Nummer 3

Transgenders in Nederland: prevalentie en attitudes

Transgender is een overkoepelende term die wordt gebruikt voor mensen bij wie het geboortegeslacht, de genderidentiteit en de genderexpressie niet overeenkomen. Er is weinig tot niets bekend over de prevalentie van transgenders in de Nederlandse bevolking en over de houding van de algemene bevolking ten opzichte van transgenders. De huidige editie van de Seksuele Gezondheid in Nederland is aangegrepen om hier een eerste aanzet voor te geven. De vragenlijst bevatte vragen over verschillende aspecten van transgenderisme: een ambivalente of incongruente genderidentiteit, genderdysfore gevoelens en een medische behandelwens. Ook bevatte de vragenlijst een aantal stellingen over de attitude ten aanzien van transgenders. Uit de resultaten blijkt dat in totaal 0.6% van de mannen en 0.2% van de vrouwen een ambivalente of incongruente genderidentiteit rapporteert in combinatie met onvrede met het eigen mannen/vrouwenlichaam en een wens tot (gedeeltelijke) aanpassing via hormonen en/of operaties van het (toegewezen) geboortegeslacht aan het gewenste en/of ervaren geslacht. De resultaten met betrekking tot de houding ten opzichte van transgenders onder de Nederlandse bevolking laten zien dat transgenders niet vanzelfsprekend op acceptatie kunnen rekenen. Het artikel besluit met enkele kanttekeningen en aanbevelingen op basis van deze resultaten.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Lisette Kuyper
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 2

Genderidentiteitsdiagnoses in de DSM-5

Beschouwing.

De vraag of een genderidentiteitsdiagnose in de vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5), het classificatiesysteem van de American Psychiatric Association (APA), zou moeten worden gehandhaafd, heeft veel discussie opgeleverd. Immers, handhaving heeft zowel voor- als nadelen. Vooralsnog heeft de APA de voordelen groter geacht dan de nadelen en beslist om genderidentiteitsdiagnoses opnieuw in de DSM-5 op te nemen. In vergelijking met de vorige versie werden er wel belangrijke veranderingen aangebracht, waarmee werd getracht om de nadelen van een handhaving zo goed als mogelijk te ondervangen. De belangrijkste veranderingen in de DSM-5 hebben betrekking op: de naamgeving (genderdysforie i.p.v. genderidentiteitsstoornissen), de positionering in de DSM (los van parafilieën en seksuele disfuncties), de conceptualisatie van het hoofdcriterium (incongruentie tussen ervaren en toegewezen gender als kern), het loslaten van het denken over ‘geslacht’ en ‘gender’ als binaire constructen én strengere criteria voor een genderidentiteitsdiagnose bij kinderen. De keuze voor een andere naamgeving, een andere positionering en strengere kindercriteria werd gemaakt om daarmee stigmatisering van gendervariant gedrag en genderdysforie te kunnen voorkomen. De nieuwe conceptualisering van genderdysforie maakt hopelijk duidelijker dat het een complex verschijnsel is, dat zich op verschillende manieren kan ontwikkelen en manifesteren. Voorheen hield het voldoen aan de criteria vrijwel automatisch een bepaalde behandelvorm in, zoals een geslachtsaanpassende (d.w.z. hormonale en chirurgische) behandeling. In de huidige conceptualisering van genderdysforie is getracht explicieter te maken dat zo’n uitgebreide medische behandeling niet noodzakelijk aan de diagnose gekoppeld is, maar dat ook andere behandelvormen (bijv. alleen hormonen of operaties of combinaties van medische en psychologische interventies) zinvol kunnen zijn.

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Peggy Cohen-Kettenis
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2013, jaargang 37, Nummer 4

Hersenonderzoek bij kinderen en adolescenten met genderdysforie – eerste bevindingen

Geslachtsverschillen in hersenfuncties en gedrag ontstaan onder invloed van geslachtshormonen tijdens kritieke ontwikkelingsfases. Bij mensen met de diagnose Genderdysforie (GD) wordt gedacht dat vooral de vroege, prenatale fase van seksuele differentiatie van de hersenen anders verloopt dan bij mensen zonder GD, wat de discrepantie tussen hun ervaren gender en geboortegeslacht zou kunnen verklaren. GD komt al bij jonge kinderen en adolescenten voor en in de hier beschreven studies stelden we de vraag of kinderen en jongeren met GD een afwijkende seksuele differentiatie van de hersenen hebben ondergaan en of zij, samenhangend hiermee, meer de neurobiologische kenmerken van hun ervaren gender hebben, dan van hun geboortegeslacht/fysieke geslacht. Adolescenten met GD kunnen geslachtshormonen als onderdeel van hun behandeling voorgeschreven krijgen, wat unieke mogelijkheden biedt voor wetenschappelijk onderzoek naar de invloeden van hormonen op de ontwikkeling van lichaam en brein. Met zowel een prospectieve als een cross-sectionele onderzoeksopzet en met verschillende onderzoeksmethodes, zoals het meten van oto-akoestische emissies en functionele magneet resonantie imaging, werden in totaal 201 kinderen en jongeren met GD op verschillende momenten in hun behandeltraject vergeleken met 204 jongens en meisjes zonder GD. Wij vonden duidelijke aanwijzingen dat geslachtshormonen ook na de vroege prenatale ontwikkeling een significante invloed hebben op geslachtsspecifieke eigenschappen van hersenen en gedrag en dat bepaalde gedrags- en herseneigenschappen bij kinderen en jongeren met GD eerder hun ervaren gender, dan hun geboortegeslacht weerspiegelen

Aanvullende informatie

  • Auteur(s) Sarah M. Burke
  • Show to public Yes
Gepubliceerd in 2015, jaargang 39, Nummer 1

TVS Twitter


RT @NVVSNL: Symposium #Seksuologisch #Onderzoek, vr 31 maart, Amersfoort, schrijf nu in - https://t.co/fWxJLvNfLo

RT @seksuoloog: 18 mei, 3 onderwerpen rondom seks. Film, (ervarings)deskundigen, discussie: https://t.co/Umk8j0iutj Inschrijven binnenkort…

RT @cygraham_graham: New study: The Activation of Incompetence Schemas in Response to Neg. Sexual Events in Women https://t.co/ce5lAPjl5l

Seksuele grensoverschrijding wordt minder serieus genomen bij mannelijke slachtoffers. https://t.co/idRRTrXULU