Diagnostiek bij en behandeling van zedenplegers met een verstandelijke beperking: een stand van zaken

  • Auteur(s) Marije Keulen-de Vos, Jan Willem Van den Berg, Kasia Uzieblo
  • Show to public No

Samenvatting

Diverse studies tonen aan dat forensische cliënten met een verstandelijke beperking (VB) relatief vaak zijn veroordeeld voor het plegen van zedendelicten in vergelijking tot andere delictentypen. De accuraatheid van prevalentiecijfers is echter lastig in te schatten, aangezien het diagnosticeren van een VB geen eenvoudige opgave is en afhankelijk is van het gekozen instrument. Bovendien is er risico op over- of onderschatting, en is de pakkans wellicht groter dan voor andere diagnostische groepen. In deze literatuurstudie schetsen wij eerst belangrijke aandachtspunten bij het diagnosticerenvan een VB. Vervolgens beogen wij te informeren over de meest invloedrijke verklarende modellen voor seksueel grensoverschrijdend gedrag bij plegers met een VB, over de bruikbaarheid van risicotaxatie-instrumenten bij plegers met een VB, over de verschillende behandelmogelijkheden en over de effectiviteit van de bestaande behandelprogramma’s bij plegers met een VB. Meer inzicht ten aanzien van deze doelgroep kan leiden tot een betere inzet van middelen.

Gepubliceerd in 2019, jaargang 43, Nummer 1

Verschillen tussen zwakbegaafde en normaal begaafde jeugdige zedendelinquenten

  • Auteur(s) Elburg van Boetzelaer, Jan Hendriks, Catrien Bijleveld
  • Show to public Yes

Achtergrond: Om de effectiviteit van interventies bij jeugdige zedendelinquenten te vergroten is het van belang dat er kennis wordt verzameld over de kenmerken van verschillende subtypen jeugdige zedendelinquenten. Door middel van deze kennis kunnen interventies toegespitst worden op specifieke daderpopulaties.
Doel: Het onderzoeken van overeenkomsten en verschillen tussen zwakbegaafde en normaalbegaafde mannelijke adolescente zedendelinquenten.
Methode: Dit onderzoek bestaat uit een literatuurverkenning en een kwantitatief onderzoek. Het kwantitatieve onderzoek is gebaseerd op dossieronderzoek van de forensische polikliniek De Waag. De totale onderzoeksgroep bestaat uit 198 mannelijk adolescente zedendelinquenten, die wordt opgedeeld in een groep zwakbegaafde (n=85) en een groep normaalbegaafde (n=113) adolescente zedendelinquenten.
Resultaten: Conform de gestelde hypothesen blijkt uit dit onderzoek dat zwakbegaafde adolescente zedendelinquenten impulsiever zijn en dat hun gewetensontwikkeling gebrekkiger beoordeeld wordt dan die van normaalbegaafde adolescente zedendelinquenten.
Conclusie: Zwakbegaafde en normaalbegaafde adolescente zedendelinquenten verschillen op een aantal voor etiologie en behandeling relevante kenmerken.

Gepubliceerd in 2012, jaargang 36, Nummer 1

ISSUES