Een kritische blik op psychopathie en seksueel geweld

  • Auteur(s) Kasia Uzieblo, Eelco van Doorn
  • Show to public No

Samenvatting

Psychopathie wordt beschouwd als een persoonlijkheidsstructuur bestaande uit interpersoonlijke, affectieve en gedragsmatige kenmerken. Psychopathie is een van de weinige persoonlijkheidsconstructen die een robuuste relatie met gewelddadig gedrag vertoont, wat de grote interesse vanuit de wetenschap alsook vanuit het juridisch en het forensisch-psychiatrisch werkveld voor dit construct in belangrijke mate verklaart. Ondanks deze uitgebreide aandacht voor psychopathie is de huidige kennis over psychopathie bij zedenplegers echter beperkt. Daarnaast blijven diverse mythes aangaande psychopathie het werkveld hardnekkig domineren. Het doel van het huidig artikel is drieledig. Ten eerste wordt beoogd om op basis van de (inter)nationale literatuur een genuanceerd beeld te schetsen over de relatie tussen psychopathie en zedendelinquentie. Ten tweede, wil dit artikel uitgebreid stilstaan bij de implicaties van deze empirische inzichten voor de klinische forensische praktijk. Ten derde, willen de auteurs de wetenschappelijke inzichten stelselmatig illustreren aan de hand van casuïstiek. De literatuur toont aan dat verhoogde psychopathiescores voornamelijk bij een beperkte subgroep van zedenplegers (i.e., gemengde daders en verkrachters) lijken voor te komen. De waarde en bruikbaarheid van de PCL-R-totaalscores kan echter worden afgevraagd. Diagnostische analyses op facetniveau geven immers een genuanceerder en informatiever klinisch profiel weer, dat een vertaalslag naar het behandelplan van de (zeden)pleger bevordert. Daarnaast blijft het raadzaam om zich bij risicotaxaties voornamelijk -indien niet uitsluitend- te laten leiden door gevalideerde risicotaxatietools voor seksueel recidive in plaats van door PCL-R-scores. Tenslotte is er toenemende empirische evidentie die een voorzichtig optimisme inzake de effectiviteit van behandelprogramma’s bij deze plegers verantwoordt. Het artikel wordt afgesloten met enkele aanbevelingen voor toekomstig onderzoek en de klinische praktijk.

Gepubliceerd in 2019, jaargang 43, Nummer 1

Verschil moet er zijn? Een vergelijkend onderzoek naar risicofactoren voor recidive bij seksueel delinquenten met een licht verstandelijke beperking

  • Auteur(s) Betto Bolt, Jan Willem van den Berg, Monique Delforterie, Teunis van den Hazel, Robert Didden
  • Show to public No

Doel: Een aanzienlijk deel van de seksueel delinquenten heeft een licht verstandelijke beperking (LVB). Er is weinig onderzoek voorhanden naar de vraag of en zo ja welke risicofactoren voor seksuele recidive zijn verhoogd bij mensen met een LVB. In deze studie vergelijken we de scores op de STATIC-99R, een maat voor statische risicofactoren, en STABLE-2007, een maat voor dynamische risicofactoren, tussen tbs-gestelde mannelijke seksueel delinquenten zonder en met een LVB.
Methode: Data zijn verzameld bij 85 cliënten. Cliënten werden ingedeeld in een onderzoeksgroep (IQ 50-85, n=50) en vergelijkingsgroep (IQ > 95, n=35). Het IQ is vastgesteld met de WAIS-III-NL, WAIS-IV-NL, de GIT-2 of de RAVEN-NL. Beide groepen verschilden niet ten aanzien van behandelduur, leeftijd en type delict.
Resultaten: De onderzoeksgroep en vergelijkingsgroep verschilden niet significant op de risicofactoren en totaalscore van de STATIC-99R. Het basisrisico op recidive was voor beide groepen gelijk. Van de dertien dynamische risicofactoren van de STABLE-2007 scoorde de onderzoeksgroep echter significant hoger dan de vergelijkingsgroep op drie items: ‘Impulsiviteit’, ‘Ontoereikende Probleemoplossende vaardigheden’ en ‘Desinteresse in het welzijn van anderen’. De vergelijkingsgroep scoorde significant hoger op het item ‘Seksuele deviantie’ dan de onderzoeksgroep.
Discussie: De hogere score op een aantal dynamische risicofactoren bij cliënten met een LVB wordt deels verklaard door de kenmerken behorende bij een LVB. Behandeling van seksueel delinquenten met een LVB kan zich op dezelfde risicofactoren richten als die van andere seksueel delinquenten, maar moet worden aangepast aan de leerstijl en kenmerken van mensen met een LVB.
Conclusie: De risicofactoren voor recidive bij seksueel delinquenten met en zonder een LVB, gemeten met de STATIC- 99R en de STABLE-2007, verschillen niet op historische items en slechts op een klein aantal dynamische items. De overeenkomsten zijn derhalve groter dan de verschillen.

Gepubliceerd in 2018, jaargang 42, Nummer 3

ISSUES