Lang Leve de Liefde voor het mbo. De planmatige ontwikkeling en implementatie van een lespakket seksuele gezondheid voor het mbo

  • Auteur(s) Mireille Wolfers, Anita Watzeels, Marja de Koster, Pepijn van Empelen
  • Show to public No

Jongeren op het mbo zijn vroeger seksueel actief en ervaren meer problematiek op het gebied van seksuele gezondheidJongeren op het mbo zijn vroeger seksueel actief en ervaren meer problematiek op het gebied van seksuele gezondheiddan hoger opgeleide leeftijdsgenoten. Lang waren er eigenlijk geen seksuele gezondheidsinterventies voor dezespecifieke groep beschikbaar. Om in deze lacune te voorzien, heeft de GGD Rotterdam-Rijnmond het evidence-basedlespakket Lang Leve de Liefde-mbo (LLL-mbo) ontwikkeld, toegesneden op deze doelgroep. In dit artikel beschrijvenwe de planmatige ontwikkeling, aan de hand van Intervention Mapping, van zowel het lespakket als de interventievoor de implementatie van het lespakket, inclusief onderzoek naar implementatiefactoren, en het effect van deimplementatie-interventie. Omdat flexibiliteit van het lespakket een belangrijke randvoorwaarde voor gebruik bleek,werd gekozen voor een online doe-het-zelf shop waar docenten zelf uit een databank losse lessen of workshops kunnenkiezen. Adoptie en implementatie werd gefaciliteerd middels materialen die beschikbaar werden gemaakt viade LLL-mbo-website (o.a. demonstratie-video’s, keuzetools, en promotiefilmpje), promotie via mbo-organisaties oplandelijke beurzen, docententrainingen en ondersteuning van de lessen door Sense-verpleegkundigen. Het effectvan de implementatiestrategieën is onderzocht door middel van een voor- en nameting. Onze conclusie is dat onderzoeknaar implementatiefactoren een belangrijke meerwaarde had voor de ontwikkeling van het lespakket omdatde uitkomsten van het onderzoek onmiddellijk gebruikt konden worden voor de ontwikkeling van het programma.Uit het onderzoek naar het effect van de implementatie bleek dat een implementatiestrategie, aangevuld met eendocententraining, zorgde voor een hogere intentie tot gebruik. Ook lijkt de implementatiestrategie geleid te hebbentot een intensiever gebruik van het lespakket.

Gepubliceerd in 2019, jaargang 43, Nummer 2

Barrières bij het bespreken van seksualiteit bij patiënten met hart- en vaatziekten

  • Auteur(s) Tialda Hoekstra, Anne Visser-Meily , Rebecca Y. Abma-Schouten, Charlotte C. Tuijnman-Raasveld, Ellen de Groot, Tiny Jaarsma
  • Show to public Yes

Een hart- en vaatziekte kan leiden tot problemen met seksualiteit en veel patiënten hebben behoefte aan het bespreken van deze problemen met een zorgverlener. In hoeverre dergelijke gesprekken plaatsvinden tussen hulpverlener en patiënt en wat mogelijke barrières zijn voor hulpverleners is niet duidelijk. Met dit onderzoek wilden we inzicht krijgen in de huidige praktijk van het bespreken van seksualiteit met patiënten met hart- en vaatziekten en in de mogelijke barrières die zorgverleners ervaren bij het bespreken van de gevolgen van een hartaandoening of CVA voor de seksualiteit.
In totaal hebben 547 zorgverleners aan het onderzoek meegedaan, waarvan 305 werkzaam in hartrevalidatiecentra, 155 in hartfalen-poliklinieken, en 87 in CVA–revalidatiecentra in Nederland. Minder dan de helft van de zorgverleners gaf aan seksualiteit regelmatig of vaak met hun patiënten te bespreken. Toch vond bijna 75% van de zorgverleners dat ze verantwoordelijk zijn voor het bespreken van seksualiteit. Zorgverleners gaven aan dat ze vaak niet weten hoe ze over het onderwerp moeten beginnen en dat ze onvoldoende opgeleid zijn om seksualiteit te bespreken met patiënten en hun partners. Een andere reden die de respondenten aangaven is dat er vaak geen structureel beleid of protocol aanwezig is waarin staat ‘hoe en door wie’ seksualiteit besproken dient te worden. Naast het verbeteren van de praktische deskundigheid van zorgverleners op dit gebied, zou het bespreken van seksualiteit tot een vast onderdeel van het beleid binnen de instellingen moeten worden gemaakt.

Gepubliceerd in 2014, jaargang 38, Nummer 1

ISSUES