Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2011, Jaargang 35, Aflevering 4


Inhoudsopgave


Home
Vorige Archief

Abstracts

















Relatievorming en seksuele ontwikkeling bij jongvolwassenen met cerebrale parese
D. WiegerinkM. RoebroeckH. StamP. Cohen-Kettenis

Doel: Onderzoek naar relatievorming, seksuele ontwikkeling, geassocieerde factoren en ervaren problemen van jongeren en jongvolwassenen met cerebrale parese (CP). Methodiek: Vier jaar durend prospectief cohort onderzoek bij jongeren met CP met normale intelligentie naar aspecten van hun seksuele en relationele ontwikkeling. Deelnemers (N=103, 59% man) waren bij start van het onderzoek 16 tot 20 jaar, 75% had lichte beperkingen in de grove motoriek (GMFCS niveau I). Resultaten: Jongeren met CP zijn later met hun eerste ervaringen vergeleken met Nederlandse leeftijdgenoten. CP gerelateerde kenmerken tonen geen sterke relatie met de ontwikkeling van romantische relaties. Wel is er een relatie tussen ernst van de lichamelijke beperking en geslachtsgemeenschap. Een grotere vriendenkring of uitgaan vergemakkelijkt dating-activiteiten. Psychologische factoren als meer zeltbepaling, hogere zelfwaardering en positief seksueel zelfbeeld vergroten de kans op verkering en seksuele ervaringen voor jongeren met CP. Van de deelnemers rapporteert 80% lichamelijke problemen met seks gerelateerd aan CP. Veel jongvolwassenen met CP hebben behoefte aan meer informatie over seksualiteit. Conclusie: De relationele ontwikkeling van de deelnemers blijft opvallend achter. Naast uiteenlopende fysieke problemen bij seks wordt ook gebrek aan zelfvertrouwen bij het aangaan van relaties vaak genoemd. Veel jongvolwassenen met CP hebben behoefte aan diagnosespecifieke informatie en ondersteuning bij hun problemen met seks. Seksualiteit is een weinig besproken onderwerp in de revalidatie voor jongeren.

Ervaringen met homonegativiteit van mannen die seks hebben met mannen: Verbanden met riskant seksueel gedrag
H. de GraafT. SandfortT. Dörfler

De prevalentie van riskant seksueel gedrag onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) is hoog. Dit zou verklaard kunnen worden vanuit het gegeven dat de context van seksueel gedrag voor MSM een aantal specifieke stressfactoren bevat. Deze studie gaat na of er een verband bestaat tussen het ervaren van interne en externe homonegativiteit enerzijds en riskant seksueel gedrag anderzijds en of dit verband verklaard zou kunnen worden door de samenhang tussen homonegativiteit en psychosociaal welzijn. Dit wordt gedaan door middel van secundaire analyses op data van de Schorer Monitor. In 2008 en 2009 vulden respectievelijk 5603 en 4537 MSM een digitale vragenlijst in. Zij beantwoordden vragen naar interne en externe stress, psychosociaal welzijn en onbeschermde anale seks. De resultaten laten zien dat heel wat MSM te maken krijgen met geïnternaliseerde homofobie en discriminatie. Het ervaren van meer interne of externe stress hangt samen met meer angst en depressie en minder eigenwaarde, maar niet met riskant seksueel gedrag. Wel hebben MSM die hoger scoren op depressiviteit meer losse seks partners, minder sterk de intentie om altijd condooms te gebruiken met losse partners en meer onbeschermde seks. Samen verklaren de interne en externe stressfactoren en psychosociaal welzijn echter maximaal 3% van de variantie van seksueel risico gedrag. De aanpak van homonegativiteit moet daarom een doel zijn op zich en kan slechts in zeer beperkte mate, door het verbeteren van psychosociaal welzijn, ook gevolgen hebben voor de prevalentie van riskant seksueel gedrag.

Seks en liefde, desire and attachment. Overwegingen naar aanleiding van een behandeling voor parafilie
J. Drenth

Aan de hand van een therapieverslag illustreert de auteur onvermogen tot emotionele hechting bij een man wiens seksuele gedrag sterk bepaald werd door een specifieke parafilie: fetisjisme voor gedragen damesondergoed.

Verzoek om een schaamlipverkleining: een kwestie van smaak?
W. ReitsmaB. van der LeiM. KoningA. PascalM. Mourits

Inleiding: Steeds vaker worden artsen geconsulteerd door vrouwen die een schaamlipverkleining (labiumreductie) wensen. Doel van dit onderzoek was het evalueren van de invloed van de persoonlijke esthetische opvatting, geslacht en specialisme van artsen op hun bereidheid tot verwijzen voor dan wel uitvoeren van een labiumreductie. Methoden: Tussen mei 2009 en augustus 2009 werden 210 vragenlijsten verspreid onder huisartsen, gynaecologen en plastisch chirurgen in Noord-Nederland. Een vijf-punts Likert-schaal werd gebruikt om vier afbeeldingen van een vulva te beoordelen. Resultaten: In totaal vulden 78,1% van de artsen de vragenlijst volledig in, waarvan 80 huisartsen, 41 gynaecologen en 43 plastisch chirurgen (96 mannen, 68 vrouwen). Negentig procent van alle artsen gaf aan dat naar hun idee een vulva met zeer kleine labia minora het Nederlandse ideaalbeeld zou zijn (2-5 op de Likert-schaal). Plastisch chirurgen beschouwden de afbeelding met de grootste labia minora vaker als onaantrekkelijk en onnatuurlijk, vergeleken met huisartsen en gynaecologen. Ongeacht labiumgrootte en aanwezigheid van klachten van dc patiënte, waren plastisch chirurgen significant vaker bereid om een labiumreductie uit te voeren dan gynaecologen. Mannelijke artsen waren significant vaker bereid tot uitvoering van een labiumreductie dan vrouwelijke artsen. Conclusie: Geslacht en specialisme van een arts hebben grote invloed op hun waardering van het uiterlijk aspect van labia minora en bereidheid tot labiumreductie. Een patiënte die een labiumreductie wil ondergaan heeft tweemaal zoveel kans op inwilliging van dit verzoek indien zij een mannelijke plastische chirurg consulteert dan wanneer zij hiervoor een vrouwelijke gynaecoloog bezoekt. Bewustwording van de invloed van veranderende normen op persoonlijke zowel als professionele voorkeur zijn van belang bij reflectie op het professioneel handelen.

Stoornis van de genitale lichaamsbeleving bij mannen. Ontwikkeling van een vragenlijst
M. de HaasM. AgenantL. GijsG. EeckhoutS. VisserE. Meuleman

Regelmatig consulteren mannen die ontevreden zijn over het uiterlijk van hun penis een uroloog of plastisch chirurg met het verzoek tot correctieve chirurgie. Soms is er daarbij sprake van een dusdanig ernstige mate van lijden onder het feitelijke uiterlijk van de niet of nauwelijks afwijkende penis, dat er sprake is van een stoornis van de lichaamsbeleving (BDD; naar het Engelse body dysmorphic disorder). BOD is een psychiatrisch ziektebeeld waarbij de patiënt gepreoccupeerd is met een vermeende onvolkomenheid van het uiterlijk. Omdat een chirurgische behandeling van BOD teleurstellende resultaten lijkt te hebben, ontwikkelden de auteurs een genitale BDO-vragenlijst met als doel de snijdende specialist te helpen bij de herkenning van BDD bij mannen die ontevreden zijn over het uiterlijk van hun penis. Op basis van een literatuurstudie werden 34 vragen gedefinieerd en voorgelegd aan vier mannen (waarvan twee met een psychiatrisch bevestigde genitale BDO) ter beoordeling van hun relevantie en tweemaal aan 18 gezonde mannen om de interne consistentie en de reproduceerbaarheid te toetsen. Door het geringe aantal onderzochte patiënten en controlepersonen kunnen (nog) geen uitspraken gedaan worden over de betrouwbaarheid en validiteit van de vragenlijst. De resultaten van de twee mannen met psychiatrisch bevestigde genitale BOD laten zien dat de vragenlijst de klachten van de patiënten omvat en dat de lijst gebruiksvriendelijk en overzichtelijk is. Er is een eerste goede stap gezet in de testontwikkeling.

Oratie Ine Vanwesenbeeck: Diverse verlangens. Seksuele ontwikkeling onder moderne dubbele moraal
I. Vanwesenbeeck

In haar oratie behandelt Ine Vanwesenbeeck de invloed van de heteroseksuele dubbele moraal (het geheel aan normatieve opvattingen over wat gepast seksueel gedrag is voor vrouwen versus mannen) op de seksuele ontwikkeling van jongeren. En niet alleen de seksuele ontwikkeling, want betoogd wordt dat de dubbele moraal werkt als een hefboom in identiteitsontwikkeling in den brede, met verschillende effecten voor meisjes en jongens.

Gesignaleerd: Penisrevalidatie
R. Kropman

Penisrevalidatie is de term die in de Engelstalige litera­tuur wordt gebruikt voor het toepassen van medicatie en/of' apparatuur om het erectievermogen te verbeteren na prostaatkankerchirurgie (Bella, 2011). Na een ingreep in het kleine bekken zoals rectumchirurgie en radicale prostatectomie (RP), is de kans op een erectiestoornis groot. Omdat de zin van revalidatie van de penis met betrekking tot het erectievermogen niet bewezen is, is er geen richtlijn en zijn er geen officiële aanbevelingen. Mogelijk zijn het ontbreken daarvan en de wens van de behandelende artsen om de uiteindelijke schade te beperken de oorzaken van het wonderlijke feit dat er zoveel aan medisch-technische pogingen tot revalidatie van het erectie­vermogen wordt gedaan. Er wordt in de literatuur vrijwel geen melding gemaakt van seksuele revalidatie c.q. revalidatie van het liefdesleven bij paren na RP. Hier ligt nog een aardig terrein braak.

Gesignaleerd: Kosten van ongeplande zwangerschappen
C. Picavet

Kosteneffectiviteit is het nieuwe modewoord in de preventiewereld. Nu is bijvoorbeeld nog ‘bewezen effectief’ de hoogste kwalificatie in de databank van effectieve jeugdinterventies. In de nabije toekomst zal echter ‘kosteneffectief’ een aanvullende hogere kwalificatie zijn. Dit roept echter allerlei vragen op. Valt leed wel in kosten uit te drukken? Hoeveel mag de preventie van een ongewenste zwangerschap kosten? Het pragmatische antwoord is dat de preventie van de zwangerschap evenveel mag kosten als de kosten die ermee gemoeid zouden zijn als de zwangerschap wordt uitgedragen. De factor ‘leed’ zit daar dus niet in. Welke kosten neem je dan echter mee? Alleen directe medische kosten van een abortus of geboorte? Of bijvoorbeeld ook het geld dat wordt uitgegeven aan de scholing van het ongewenste kind en de uitkering als hij daarna geen baan kan vinden? Besproken wordt recent Amerihaans ondezoek gewijd aan de kosten van een ongeplande zwangerschap (Sonfield et al. (2011), en Monea en Thomas (2011)). Bij weten van de auteur zijn in Nederland of andere Europese landen nooit schattingen gemaakt van de kosten van ongewenste zwangerschap. Helaas is nog onvoldoende aangetoond dat met op kosteneffectiviteit gerichte inspanningen het aantal ongewenste zwangerschappen daadwerkelijk gereduceerd kan worden.

Gesignaleerd: Gezondheidsvoordelen van vaginale seks
S. Both

Bespreking van een recent artikel van Stuart Brody (2010): een overzicht van onderzoek, met name correlationeel onderzoek, dat zou wijzen op gezondheidsbevorderende effecten van seks. In de beschrijving van de methode geeft Brody aan gebruik te hebben gemaakt van eigen werk, en daarnaast van onderzoeken gevonden in databases als PubMed en PsycInfo. Eventuele criteria die hij aanhield bij de selectie van de besproken onderzoe­ken vermeldt hij niet. Wel benadrukt hij dat de designs van de onderzoeken sterk verschillen en dat experimentele studies over het algemeen sterker bewijs leveren dan correlationeel onderzoek. Het gegeven dat op grond van correlationeel onderzoek geen uitspraken kunnen worden gedaan over oorzaak en gevolg wordt expliciet genoemd, alsmede het probleem dat gevonden associaties in correlationeel onderzoek mogelijk verklaard kunnen worden door een gedeelde niet gemeten derde factor. Brody is geïnteresseerd in de effecten van specifieke seksuele activiteiten, en lijkt er eigenlijk vooral op uit aan te tonen dat coïtus veel gezonder is dan andere vormen van seks, dat voor vrouwen een vaginaal orgasme gezonder is dan een clitoraal orgasme, en [...] dat dit vanuit evolutionair oogpunt te verklaren is.
The relative health benefits of different sexual activities
/ Stuart Brody
The Journal of Sexual Medicine (2010). Volume: 7, Issue: 4 Part 1: 1336-1361

Forum: Repliek op van Beek
H. Waalkens

Onlangs verscheen een artikel van Erik van Beek (2011) over een verbod op het plegen van ontuchtige handelingen met dieren in de Nederlandse wetgeving (van Beek, 2011). De indiener van deze wetgeving, de heer Waalkens, tot juni 2010 Tweede Kamerlid van de PvdA, werd om een reactie gevraagd, maar hij zag geen kans dit in een artikel weer te geven. Een telefonische reactie van hem werd door de hoofdredacteur verslagen en door Waalkens geaccordeerd. "Van Beek gaat in zijn artikel voorbij aan het feit dat er wel degelijk escalatie kan plaatsvinden vanuit onschuldig seksueel gedrag met dieren in het begin tot (huiselijk) geweld later".
Het beest in ons: over fatsoen en bestialiteit
/ E. van Beek
Tijdschrift voor Seksuologie (2011), 35: 89-96

Forum: van Beek: Reactie op repliek Waalkens
E. van Beek

Reactie op repliek Waalkens: De wet raakt ook alle bestialen bij wie niets escaleert. Filosoof/seksuoloog van Beek biedt zich aan om te werken aan de ontwikkeling van een dier- en mensvriendelijk behandelprogramma, waarbij bestiale fantasieën niet bestreden, maar gedrag wel gereguleerd wordt.

Forum: Alarmerende psychosociale signalen door labelen cervixcarcinoom als SOA
Hofstee

Ingegaan wordt op een probleem waarmee patiëntes met een cervixcarcinoom nogal eens geconfronteerd worden. Door het benoemen van hun baarmoederhalskanker als SOA is er bij hen sprake van schuldgevoelens, relatieproblemen, en ernstige sociale stigmatisering en uitsluiting. Hoewel sociale gevolgen niet altijd op de voorgrond staan, zijn gevoelens van schuld en schaamte eerder regel dan uitzondering. Door het SOA-label van hun ziekte hebben patiëntes vaak het gevoel als sloerie te worden gezien.

Congresverslag: 37e Annual Meeting van de International Academy of Sex Research; Los Angeles, VS; 10-13 augustus 2011
A. GrauvoglD. SchaafsmaJ. van Lankveld

Congresverslag van de 37e Annual Meeting van de International Academy of Sex Research, gehouden te Los Angeles, Verenigde Staten, van 10 tot 13 augustus 2011.

Congresverslag: Lustrumcongres Nederlandse Vereniging voor Seksuologie; Amsterdam; 16 september 2011
M. Volkers et al.

Verslag van het Lustrumcongres van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS), Amsterdam, 16 september 2011. Het congres werd feestelijk geopend door een voorstelling van een tango, de rode draad van de dag en verwijzend naar het meervoudige karakter van de seksuologie, Er was een grote opkomst van met name NVVS-leden. De dag had een gevarieerd programma, met een grote diversiteit aan sprekers en programmaonderdelen. Er spraken zowel bekende leden van de vereniging als gastsprekers. De onderwerpen van dit congres waren tevens zeer divers, van genderproblematiek tot afrodisiaca.

Literatuurbulletin
W. Cuypers (eindred.)

INHOUD: - Ontvangen (p 252- ); Recensies (p 253- ); Seksuologische tijdschriften (p 262- ).

WVSD: 25e Jaarcongres: programma en abstracts