Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2009, Jaargang 33, Aflevering 4


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief

Abstracts










Vooruit met de seksuologie!
J.van Lankveld

Redactionele bijdrage bij deze aflevering: 'Het gaat goed met de seksuologie!'

Repressie of regie? Over goede zorg voor seksualiteit van mensen met een verstandelijke handicap
H. Meininger

In deze bijdrage wordt gezocht naar bronnen van de gesignaleerde 'nieuwe handelingsverlegenheid' rond seksualiteit van mensen met een verstandelijke handicap. Geconstateerd wordt dat zorgorganisaties rond seksualiteit veel energie steken in externe verantwoording (juridische bescherrningsconstructies, reglementen, protocollen en procedures) en vaak heel weinig in opleiding- en preventie (zorgvisie, personeelsbeleid en scholing gericht op persoonlijke kwaliteiten van zorgverleners). Geconcludeerd wordt dat de publieke moraal en de beroepsethiek van zorgprofessionals die deze publieke moraal reproduceert eerder bronnen van een nieuwe handelingsverlegenheid zijn dan dat ze er oplossingen voor bieden.

Acute en chronische psychologische stressoren beïnvloeden seksuele opwinding bij vrouwen zonder seksuele klachten
M. Ter KuileD. VigevenoE. Laan

Hoewel algemeen verondersteld wordt dat psychologische stress een negatieve invloed heeft op seksuele opwinding bij vrouwen, is tot op heden weinig onderzoek verricht naar de gevolgen van (acute en chronische) psychologische stressoren op de mate van genitale en subjectieve seksuele opwinding. Om te onderzoeken of psychologische stressoren inderdaad de mate van seksuele opwinding doen afnemen, werden in deze studie vrouwen zonder seksuele klachten at random toegewezen aan een experimentele conditie (n = 30) ofeen controleconditie (n = 29). In de experimentele conditie werd acute psychologische stress geïnduceerd door vrouwen een frustrerende computertaak te laten maken. Na de acute stress of controle inductie (een neutrale computertaak), werden de proefpersonen blootgesteld aan een erotische stimulus. Genitale seksuele opwinding werd gemeten met behulp van vaginale fotoplethysmografle en zelfrapportages van subjectieve seksuele opwinding werden na de erotische stimulus verzameld. Post-hoc werden vrouwen ingedeeld in een "lage" versus "hoge" chronische stress groep op basis van scores op een chronische dagelijkse stress vragenlijst, die voorafgaand aan de experimentele meting was afgenomen. Zoals voorspeld werd gevonden dat de mate van genitale en subjectieve seksuele opwinding in reactie op de erotische stimulus lager was in de acute stressconditie dan in de controleconditie. Verder werd gevonden dat vrouwen die hoog scoorden op chronische stress met minder genitale opwinding reageerden op de erotische stimulus ten opzichte van vrouwen die laag scoorden op chronische stress. Chronische stress had echter geen invloed op de mate van subjectieve seksuele opwinding.

Wat te doen met de risicotaxatie van seksueel delinquenten? Een kritische beschouwing van Nederlandse studies onder tbs-patiënten
S. Lammers

Volgens ouder onderzoek onder ex-tbs-patiënten is een hoge score op de Psychopathy Checklist (PCL-r) in combinatie met seksuele deviantie voor verkrachters een goede voorspeller van seksuele recidive en is daarnaast voor alle zedendelinquenten in de tbs de SVR-20 een valide instrument. De recent verschenen studie van Schönberger e.a. (2008) onder ex-tbs-patiënten van alle tbs-klinieken ondersteunt deze resultaten niet. Hierdoor is er grote onzekerheid ontstaan over de vraag wat nu valide risico taxatie-instrumenten zijn voor zedendeJinquenten in de tbs. Dit artikel laat zien dat de recentere studie is uitgevoerd onder een niet-representatieve, minder delictgevaarlijke groep tbs-patiënten. De validiteit van de oudere studies lijkt niet te zijn aangetast, al zijn er wel kritische kanttekeningen bij te maken. Het probleem dat voor valideringsstudies in de tbs alleen maar een sterk geselecteerde groep beschikbaar is lijkt in de toekomst nog groter te worden. In de appendix staat een voorstel voor een 'best practice' voor de risicotaxatie van tbs-patiënten met een seksueel delict.

Het sex-in-the-crowd effect: Over het opvallen van seksuele stimuli
A. KennedyH. BuisM. Spiering

Evolutionair gezien is het aannemelijk dat stimuli die de overleving en de reproductie bevorderen, sneller opvallen dan neutralestimuli. Zo is aangetoond dat een bedreigend gezicht tussen neutrale gezichten eerder wordt gedetecteerd dan andersom, het sex-in-the-crowd effect (Hansen & Hansen, 1988). In dit experiment werd dit effect onderzocht ten aanzien van seksuele stimuli. Mogelijk bestaat er ook een sex-in-the-crowd effect. Proefpersonen waren 19 mannen en 23 vrouwen, die middels een computertaak op matrices van stimuli reageerden. Stimuli waren foto 's van het naakte bovenlichaam van een man en van een vrouw, de seksuele stimuli, en van het aangeklede bovenlichaam van dezelfae man en van dezelfde vrouw, de niet-seksuele stimuli. De matrices bevatten a) alleen seksuele stimuli, b) een seksuele stimulus tussen niet-seksuele stimuli, c) alleen niet-seksuele stimuli of d) een niet-seksuele stimulus tussen seksuele stimuli. De proefpersonen werd gevraagd zo snel mogelijk te beoordelen of er wel of niet een afwijkende stimulus aanwezig was in de matrix. De gemiddelde reactietijd op een matrix met een seksuele target (b) was significant lager dan de reactietijd op een matrix met een niet-seksuele target (d). Seksuele stimuli werden sneller dan de neutrale stimuli gedetecteerd. Dit geeft steun aan het bestaan van het sex-in-the-crowd effect. De conclusie is dat dit een interessant paradigma is om seksuele informatieverwerking te bestuderen.

'Slaapseks' [Uit de klinische praktijk]
G. Bolle

Bijdrage uit de klinische praktijk over een geval van 'slaapseks' ('sexsomnia'), het vertonen van seksueel tijdens de slaap.

De rol van hechting in seksueel functioneren [Gesignaleerd]
M. Dewitte

Bespreking van - onderzoek naar- het onderwerp de rol van hechting bij seksueel functioneren. De laatste jaren is er een verschuiving merkbaar naar het bestuderen van seksualiteit binnen een systemische interactie, waarbij er ook aandacht is voor het relationele zelf en relatie-dynamieken. De recente aandacht voor hechting en seksualiteit situeert zich dan ook binnen deze nieuwe trend van seksonderzoek.

PsyQ studiedag 27 maart 2009 in Amsterdam: Overmatig seksueel verlangen: definitie, prevalentie, diagnostiek en behandeling [Congresverslag]
G. BorstR. Rohn

Verslag van de PsyQ studiedag 27 maart 2009 in Amsterdam: Overmatig seksueel verlangen: definitie, prevalentie, diagnostiek en behandeling.

Literatuurbulletin
C. van der Rhee

INHOUD: - Ontvangen (p. 295); - Recensies (p. 296-305); - Seksuologische tijdschriften (p. 306-313).