Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2009, Jaargang 33, Aflevering 2


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief














Abstracts

Pornoficatie van de samenleving?
P. LeusinkJ. van Lankveld

Inleiding bij een speciaal themanummer 'De pornoficatie van de samenleving?' De Nederlands Vlaamse Federatie Seksuologie organiseerde op 6 maart 2009 te Antwerpen de studiedag Pornoficatie van de samenleving? Er was al enkele jaren een maatschappelijke discussie gaande over de mogelijke effecten van pornoficatie, vooral op jonge en kwetsbare groepen in de samenleving, waarbij feiten en moraal door elkaar heen liepen. De studiedag had als doel de stand van zaken van wetenschappelijk onderzoek over dit onderwerp te bundelen: wat weten we nu echt over pornoficatie en over de gevolgen daarvan, en wat is de kwaliteit van deze kennis. In dit speciale themanummer worden de belangrijkste lezingen van die dag samengebracht!

Is het seksualiseringsproces van richting veranderd?
C. Wouters

Tot tegen het einde van de negentiende eeuw voltrok zich een formalisering van mgangsvormen en een disciplinering van mensen: allerlei emoties en impulsen, vooral die welke golden als 'gevaarlijk', werden steeds strakker en gedetailleerder gereguleerd. Ook seksualiteit, vooral vrouwelijke seksualiteit, werd steeds krachtiger bedwongen. Het was een proces van deseksualisering. Daarna gingen minder afstandelijke en ongelijke verhoudingen samen met een informalisering van omgangsvormen, emancipatie van emoties en voortgaande seksualisering. De emancipatie van seksualiteit betekende dat seksualiteit weer sterker tot het bewustzijn en tot de openbaarheid werd toegelaten, dat de openheid in het uiten van seksuele verlangens groeide. Telkens hebben conflicten en ambivalenties -zoals over flirten, seksuele intimidaties of verkrachting in het huwelijk Aangezet tot het ontwikkelen van manieren van toenadering en afwijzing die voor beide seksen acceptabel zijn. Dergelijke manieren vergden een continu erotisch en seksueel bewustzijn en dat zette aan tot een voortgaande 'seksualisering van liefde' (vooral voor vrouwen) en 'erotisering van seks' (vooral voor mannen). De waardering van dit seksualiseringsproces mag verschillen, zoals blijkt uit termen als pornogratisering (1984) en pornoficatie (2008), maar alle ambivalenties ten spijt verloopt het in dezelfde richting: emancipatie en integratie van seksualiteit in het dagelijks leven. Ook het pleidooi voor een meer open bespreking van seks en porno op scholen draagt daaraan bij.

Seksonomixx
L. Zwaenepoel

Ook seksueel gedrag en seks als verbruiksgoed beantwoordt aan de drijfveren van het vrije marktprincipe. De economische theorie en analyse kan ook het economisch keuzegedrag (partnerkeuze) van de homo sexualis verklaren. Het artikel gaat in op de economische as van de vermarkting en de performance managementleer die meer en meer aan de grondslag ligt van elk menselijk handelen waaronder de seksualiteit. Speciale aandacht is gericht op het inspelen van de management discours, de seks merchandising en de nieuwe meer vrouw gerichte en zachte erotiek die handig gebruikt wordt door de marketeer om de onvolledige vrouwelijke emancipatie schijnbaar te vervolmaken

Seksualisering en de jeugd van tegenwoordig. De media als zondebok
P. Nikken

De mogelijke invloed van seks in de media op jeugdigen is recentelijk niet alleen vaak onderwerp van discussie, maar staat tegenwoordig ook duidelijk op de wetenschappelijke agenda. In dit artikel wordt een zo volledig mogelijk overzicht gegeven van internationaal onderzoek uit de afgelopen twintig jaar naar de invloed van seks in de media op kinderen tot twaalf jaar of jongeren tot achttien jaar. Drie typen effecten zijn onderzocht: invloeden op emoties en verwachtingen, invloeden op permissieve houdingen en seksuele opvattingen en invloeden op seksueel gedrag. In het algemeen wijzen de uitkomsten van de studies erop dat de confrontatie met seksuele media door kinderen of jongeren op alle drie terreinen risico's met zich mee kan brengen. Het optreden van effecten hangt echter wel af van kenmerken van de jongeren zelf en van hun omgeving.

Pornografie, seksuele socialisatie en bevrediging bij jonge mannen
A ŠtulhoferV. BuskoI. Landripet

Ondanks de groeiende aanwezigheid van pornografie in de wereld van vandaag is er nog maar weinig bekend over de potentiële gevolgen voor de seksuele socialisatie en de seksuele bevrediging bij jonge mensen. In dit artikel stellen de auteurs een theoretisch model voor van de effecten van seksueel expliciet materiaal (SEM) die tot stand kwamen door sexual scripting en dat werd gemodereerd door het gebruikte SEM-type. Om dit model empirisch te toetsen werden de data gebruikt van een internetenquête met 650 jonge, Kroatische mannen tussen 18 en 25 jaar. Op basis van de descriptieve bevindingen werden significante verschillen genoteerd tussen doorsnee SEM-gebruikers en parafiele SEM gebruikers wat betreft de frequentie van SEM-gebruik op 14-jarige leeftijd, het huidige gebruik, de frequentie van masturbatie, seksuele verveling, de aanvaarding van seksuele mythes en seksuele dwangmatigheid. Om het model te testen werd gebruik gemaakt van een nieuw instrument: de Schaal voor Overlapping van Seksuele Scripts, die werd ontworpen om de invloed te meten van SEM op de seksuele socialisatie. Structurele vergelijkingsanalyses suggereerden dat de negatieve effecten van vroegtijdige blootstelling aan SEM, zelfs indien deze gering waren, zwaarder konden doorwegen op de seksuele bevrediging van jonge mannen dan de positieve effecten. Positieve zowel als negatieve effecten -welke laatste worden geuit door de onderdrukking van intimiteit -werden enkel gesignaleerd bij gebruikers van parafiel SEM. Bij doorsnee SEM-gebruikers werden er geen aanwijzingen gevonden van de effecten van vroegtijdige blootstelling aan SEM. Om een tegengewicht te vormen voor zowel morele paniek als de verheerlijking van pornografie, zouden seksuele voorlichtingsprogramma's er goed aan doen inhoudelijk materiaal te gebruiken dat het interpretatievermogen van jonge mensen zou verhogen en hen zou helpen met de kritische evaluatie van pornografisch beeldmateriaal. Dit artikel werd eerder gepubliceerd als Štulhofer, A., Busko, V, & Landripet, (2008). Pornography, sexual socialization, and satisfaction among young men. Archives of Sexual Behavior Online First. DOI 10 1007/s10508-008-9387-0. Reprinted with kind permission trom Springer Science and Business Media. Vertaling: Gregory Watson.

Praten over porno! Over jeugd, gender en pornografie in Zweden
S.-A. MånssonL. Löfgren-Mårtenson

In Zweden, en in veel andere Westerse landen, maakt men zich openlijk zorgen over de implicaties en de gevolgen van de toename van pornografische ervaringen en het stijgende gebruik van pornografie bij jongeren. Toch wordt er in dit debat bijna nauwelijks geluisterd naar wat jongeren hier zelf over te zeggen hebben. De onderzoekers hebben geprobeerd daar een mouw aan te passen door tieners te vragen naar hun eigen mening over pornografie en hoe ze zich daartoe verhouden. Welke ervaringen hebben ze in feite met pornografie en hoe praten ze erover? In welke situaties gebruiken ze pornografie en welke functies worden erdoor vervuld? Wat denken ze over de weergave van het lichaam en de fysieke idealen die in pornografie worden opgehangen? Welke effecten heeft pornografie op hoe ze omgaan met seksualiteit en man-vrouw relaties? En wat zijn tenslotte de verschillen wanneer jongens of meisjes over deze kwesties praten? Deze tekst verscheen eerder als Månsson, S-A, & Löfgren-Mårtenson, L (2007) Let's talk about porn! On youth, gender and pornography in Sweden In S V Knudsen, L Löfgren-Mårtenson & S-A Månsson (Eds), Generation P? Youth, Gender and Pornography (p 241-258). Kopenhagen Danmarks Pedagogiska Universitetsforlag. Vertaling: Gregory Watson

Seksuele moraal en jonge zedendaders: worden grenzen steeds vager?
M. JonkerY. Ohlrichs

Dit artikel gaat over de achtergronden en motieven van jongens die voor het eerst zijn opgepakt voor een seksueel delict en die door Justitie zijn veroordeeld tot het volgen van een leerstraf seksualiteit. Deze leerstraffen voor jeugdige zedendelinquenten worden, sinds 1985, uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep. Ons doel is te beschrijven of er bij deze selecte groep jongeren sprake is van een verandering in het seksuele gedrag en de seksuele normen. Heeft de veronderstelde seksualisering van de maatschappij invloed op potentiële jonge zedendaders? We beschrijven onze indrukken (en die van collega-trainers) vanuit de praktijk van de leerstraffen en vergelijken de motieven van huidige jonge zedendaders met die van] 10 jaar geleden. Onderzoekers van de seksuele moraal van jongeren constateren dat wensen en grenzen tijdens (seksueel) contact onvoldoende worden duidelijk gemaakt. Bij de meerderheid van de jongeren verloopt het goed, maar vooral jonge meisjes en Laag opgeleide jongeren vormen kwetsbare groepen. Bovendien is de omgeving waarin jongeren opgroeien het laatste decennium sterk veranderd, evenals de manier waarop jongeren contact met elkaar onderhouden (via MSN en sms). Trainers van de leerstraffen signaleren dat in de afgelopen 10 jaar de invloed van de -geseksualiseerde -media en nieuwe communicatievormen op het gedrag van jeugdige zedendaders is toegenomen. Jeugdige zedendelinquenten beseffen vaak nauwelijks dat hun gedrag strafbaar is. Vooral de straatcultuur of heersende groepsnorm en mediabeelden, zoals porno (via internet), kleuren de houding van jonge daders. Velen van hen hebben een eenzijdig seksueel en relationeel referentiekader mede doordat er in het gezin (en school) meestal niet of ineffectief wordt gepraat over seksualiteit. Zij hebben vaker misvattingen en stereotiepe mannelijke opvattingen over seks, meisjes en vrouwen. Ook blijkt uit de praktijk van de leerstraffen dat de meeste zedendelicten niet primair worden gepleegd vanuit seksuele motieven, maar binnen een sociale context plaatsvinden waarbij sprake is van (inadequate) interactie met het slachtoffer of groepsdruk.

Pornogebruik: de samenhang met verlangens en gedrag
H. de GraafG. Woering

Pornografische films vertonen doorgaans orale seks (meestal pijpen), geslachtsgemeenschap, anale seks en ejaculatie in het gezicht van de vrouw. Er is weinig tijd voor voorspel, zoenen en strelen. Als deze gedragingen worden overgenomen in heteroseksuele interacties, veronderstellen we dat de interactie vooral voor vrouwen minder prettig wordt. Om na te gaan of deze zorgen terecht zijn, werd een online vragenlijst met vragen over pomogebruik, (aantrekkelijkheid van) seksueel gedrag, grensoverschrijding en seksuele problemen voorgelegd aan 702 mannen en 652 vrouwen tussen de 15 en 89 .iaar. Tussen pornogebruik en 'pornotypisch' seksueel gedrag (pijpen, anale seks, klaarkomen in het gezicht) worden zowel bij mannen als vrouwen verbanden gevonden, die volledig zijn toe te schrijven aan het verband tussen porno en een positieve beoordeling van dergelijk gedrag. Klaarkomen, pijn en grensoverschrijding hangen niet samen met eigen pornogebruik, maar vrouwen die weten dat de partner naar porno kijkt geven wel relatief vaak aan dat ze het voorspel te kort vinden en wel eens pijn hebben bij seks. Nader onderzoek onder een jongere steekproef met een longitudinaal of experimenteel design is wenselijk .Pornografische films vertonen doorgaans orale seks (meestal pijpen), geslachtsgemeenschap, anale seks en ejaculatie in het gezicht van de vrouw. Er is weinig tijd voor voorspel, zoenen en strelen. Als deze gedragingen worden overgenomen in heteroseksuele interacties, veronderstellen we dat de interactie vooral voor vrouwen minder prettig wordt. Om na te gaan of deze zorgen terecht zijn, werd een online vragenlijst met vragen over pornogebruik, (aantrekkelijkheid van) seksueel gedrag, grensoverschrijding en seksuele problemen voorgelegd aan 702 mannen en 652 vrouwen tussen de 15 en 89 .iaar. Tussen pornogebruik en 'pornotypisch' seksueel gedrag (pijpen, anale seks, klaarkomen in het gezicht) worden zowel bij mannen als vrouwen verbanden gevonden, die volledig zijn toe te schrijven aan het verband tussen porno en een positieve beoordeling van dergelijk gedrag. Klaarkomen, pijn en grensoverschrijding hangen niet samen met eigen pornogebruik, maar vrouwen die weten dat de partner naar porno kijkt geven wel relatief vaak aan dat ze het voorspel te kort vinden en wel eens pijn hebben bij seks. Nader onderzoek onder een jongere steekproef met een longitudinaal of experimenteel design is wenselijk.

Seksuele mediaconsumptie van Nederlandse, Turkse en Marokkaanse jongeren: een voorspellend model op basis van seksuele karakteristieken
F. DoornenbalB. SchoutenH. de Graaf S. Meijer

Het seksueel gedrag en de houding van jongeren tegenover seks zou negatief worden beïnvloed door seksuele mediaconsumptie. Deze negatieve gevolgen zijn echter niet eenduidig aangetoond. Daarbij wordt in onderzoek vaak voorbijgegaan aan het feit dat jongeren behoefte hebben aan informatie over seksualiteit en hier zelf in de media naar op zoek gaan. In deze studie is daarom gezocht naar karakteristieken van Nederlandse, Marokkaanse en Turkse jongeren die hun seksuele mediaconsumptie voorspellen. De seksuele mediaconsumptie van autochtoon Nederlandse jongens en meisjes kan voor ongeveer 25 procent worden voorspeld door de mate waarin ze communiceren over seks, de mate van seksuele gerichtheid en de evaluatie van seksuele media-inhoud. Voor Marokkaanse jongens is geen significant voorspellend model voor hun seksuele mediaconsumptie gevonden, maar bij Marokkaanse meiden wordt 41 procent van hun seksuele mediaconsumptie voorspeld door de mate van seksuele gerichtheid. Bij Turkse jongens voorspellen ervaring met geslachtgemeenschap, de mate van seksuele gerichtheid en de evaluatie van seksuele media-inhoud 69,7 procent van de seksuele mediaconsumptie en bij Turkse meiden wordt 90,2 procent van de seksuele mediaconsumptie voorspeld door de mate waarin ze communiceren over seks. Uit de resultaten 'komt dus naar voren dat er grote verschillen bestaan op het gebied van etniciteit en geslacht in het verklaren van de mate van seksuele mediaconsumptie. Zo blijkt bijvoorbeeld dat Turkse en Marokkaanse meiden in vergelijking met Nederlandse meiden weinig seksuele media-inhoud consumeren en relatief veel seksuele schaamte ervaren. Het is dan ook belangrijk dat gender en cultureel-sensitieve voorlichtingsprogramma's worden ontwikkeld.

Welke spiegel vormt mijn lichaamsbeeld?
L. WoertmanF. van den Brink

Eerdere studies hebben aangetoond dat de media sterke effecten hebben op de attitudes en het gedrag van adolescenten. In deze studie is gekeken naar de impact van de media op het lichaamsbeeld van meisjes en jonge vrouwen. Een groep van 12461 meisjes en vrouwen tussen de 12 en 24 jaar hebben een vragenlijst via internet ingevuld over hun lichaamsbeeld. Belangrijkste concepten die zijn gemeten zijn de evaluatie van het lichaambeeld, discrepantie van het lichaamsbeeld, cosmetische veranderingswens en televisie kijken. Uit dit onderzoek komt naar voren dat dunner willen zijn een veel voorkomend verschijnsel is bij deze leeftijdsgroep. Tevens wijzen de resultaten uit dat de grote meerderheid van de meisjes en jonge vrouwen blootgesteld wordt aan televisiebeelden en een wens heeft cosmetisch iets aan het gezicht of lichaam te veranderen. Veel televisiekijken is zwak gerelateerd aan een negatiever lichaamsbeeld en een sterkere cosmetische veranderingswens.

Hier zijn we in Leiden en Maastricht mee bezig [Forum]
M. Ter KuileP. WeijenborgA. Beekman R. MellesE. de Groot C. Tuijnman-RaasveldC. Vliet Vlieland J. van Lankveld

Repliek op het stuk "Nogmaals: waar zijn wij precies mee bezig? Een verlengde discussie" van Jeltho Drenth en Willebord Weijmar Schultz verschenen in het Tijdschrift voor Seksuologie,. `Zij plaatsten niet alleen kritische kanttekeningen bij de exposure behandeling voor vrouwen met primair vaginisme, dat momenteel op haar effectiviteit wordt onderzocht in Leiden en Maastricht, maar ook bij de dominante rol van de cognitieve gedragstherapie binnen de hulpverlening, het evidenced based moeten werken, stepped-care patiëntenzorg en de zorg rond de financiering van seksuologische behandelingen. Thema's die stuk voor stuk zeer relevant zijn om uitgebreid en zorgvuldig bij stil te staan, In deze repliek beperken de auteurs zich tot het empirisch onderzoek binnen de seksuologie en de implementatie van onderzoeksresultaten in de klinische praktijk, waarbij ook hun studie naar de effectiviteit van de exposure behandeling voor vrouwen met primair vaginisme een goed voorbeeld is van hoe zoiets in de praktijk verloopt.

Symposium 'Omgaan met seksualiteit bij ziekte en lichamelijke beperking' 9 september 2008, congrescentrum Regardz te Amersfoort [Symposiumverslag]
E. Kruijver

Verslag van het symposium 'Omgaan met seksualiteit bij ziekte en lichamelijke beperking' 9 september 2008, congrescentrum Regardz te Amersfoort. Op het symposium werd het boek 'Seksualiteit bij ziekte en lichamelijke beperking' onder redactie van W. L. Gianotten, M.J. Meihuizen-de Regt en N. van Son-Schoones, gepresenteerd.

Pornoficatie, niks mis mee (?) 6 maart 2009, 't Elzenveld, Antwerpen [Symposiumverslag]
C. Picavet

Verslag van het symposium 'Pornoficatie, niks mis mee (?)', gehouden op 6 maart 2009, 't Elzenveld, Antwerpen.

Literatuurbulletin
K. van der Rhee

INHOUD: - Ontvangen (p. 158 -159); - Recensies (p. 159-171); - Seksuologische tijdschriften (p. 172-178).