Abstracts |
237
|
|
J. van Lankveld
|
Misschien beschikt de seksuologie vanaf nu over een nieuw magisch getal: 237.
Dat is volgens een net gepubliceerd -en nu al veel aangehaald -onderzoek
namelijk de som van de verschillende redenen voor mensen waarom ze seks met
een partner willen hebben.
|
|
Genderverschillen en -overeenkomsten in de seksuele respons
|
|
E. Laan, A. van Stegeren, S. Scholte,
R. van Lunsen
|
Vrouwen vrijen met de man van wie ze houden, en mannen houden van de vrouw met
wie ze vrijen. Mannen hebben altijd zin, en vrouwen (veel te) weinig. Mannen
kunnen veel makkelijker klaarkomen dan vrouwen. Vrouwen zijn van nature
monogaam en mannen niet. Al deze bij de meeste mensen bekende cliché 's over
mannelijke en vrouwelijke seksualiteit hebben gemeen dat mannen sterker
seksueel gemotiveerd lijken dan vrouwen. Is dat werkelijk zo? En als dat zo
is, komt dat doordat mannen nu eenmaal gevoeliger zijn voor seksuele prikkels
dan vrouwen, of laten vrouwen seksuele gevoelens minder toe, laten ze hun
gedrag er minder door bepalen, met andere woorden: zetten vrouwen eerder de
rem op seksuele gevoelens dan mannen? In dit artikel wordt aan de hand van een
aantal experimenten geprobeerd een antwoord te geven op deze vragen.
|
|
Tussen passie en liefde: Over het seksuele verlangen bij de vrouw
|
|
M. Luyens, A Vansteenwegen
|
In het onderzoek over het seksuele verlangen van de vrouw moeten twee vragen
duidelijk onderscheiden worden. Enerzijds is er de vraag naar de factoren die
het seksuele functioneren van de vrouw beïnvloeden. Wat is er nodig opdat een
vrouw goed functionerende seks zou kunnen hebben? Anderzijds is er de vraag
naar de factoren die maken dat deze vrouw ook seks zou willen hebben. Wat
maakt dat een vrouw concreet seks wil? De auteurs stellen dat, wanneer alle
noodzakelijke voorwaarden voor een goed lopende seksualiteit vervuld zouden
zijn, dit voor de meeste vrouwen nog steeds onvoldoende is om spontaan zin te
krijgen. Tenslotte gaan de auteurs vanuit dit onderscheid in op de gevolgen
voor seksuele therapie
|
|
Jeugdige daders van groepszedendelicten. First-offenders in de leerstraffen van de Rutgers Nisso Groep
|
|
M. Höing, M. Jonker, W. van Berlo
|
Nederlandstalig onderzoek naar jeugdige daders van zedendelicten die in
groepsverband gepleegd zijn, beperkt zich voornamelijk tot de groep daders die
een forensisch-psychiatrisch onderzoek hebben gehad en/of' daders van ernstige
of herhaalde zedendelicten. Het aantal onderzochte groepsdaders in deze
studies is over het algemeen klein. Jongeren die voor het eerst met justitie
in aanraking komen en waarbij het delict minder zwaar wordt ingeschat bleven
tot nu toe buiten beeld. De Rutgers Nisso Groep voert sinds 1985 leerstraffen
uit voor jeugdige zedendelinquenten die tot deze laatste groep daders behoren.
Dit artikel verschaft achtergrond gegevens op basis van registratiegegevens
van 175 groepsdaders die een leerstraf seksualiteit hebben gevolgd en biedt
daarmee een aanvulling op eerdere onderzoeksliteratuur over jeugdige
groepsdaders. Overeenkomsten en verschillen tussen beide groepen worden
besproken.
|
|
Seksuele problematiek in de relatie: Drie vignetten met een psychoanalytische visie op behandeling
|
|
F. Slijper
|
Problemen met seksueel verlangen, seksuele erotiek en seksuele opwinding staan
centraal in dit artikel. Seksuele opwinding is een complex affect, dat een
biologische basis heeft en zich zowel ontwikkelt in de moeder-kind relatie als
in de triangulaire
relatie van het jonge kind met de vader én de moeder tot erotisch verlangen
en later tot rijpe seksuele lietae. Rijpe seksuele liefde is in deze visie
gebaseerd op niet bewuste relaties uit het verleden en bewuste verwachtingen
ten aanzien van een
toekomstige relatie met een partner waarbij er tevens sprake is van een
gezamenlijk ego-ideaal. In de drie vignetten die in dit artikel worden
beschreven, zien we in kort bestek het volgende. Bij Wanda zien we dat bij
haar als kind het seksuele verlangen niet gewekt werd, omdat haar moeder als
alleenstaande vrouw niet het vermogen had om te alterneren tussen de rol van
de tedere, subtiel erotische liefdevolle moeder, en die van de erotische
seksuele vrouw voor een partner. Een probleem dat Wanda weer overdroeg op haar
zoontje. In de tweede casus heeft Dorien onbewust een partner gekozen die haar
spaarde en hiermee een rem op haar seksuele gevoelens en fantasieën zette.
Bij Wouter in het derde vignet is de integratie van agressie en liefde die
nodig is voor genitale seksualiteit niet goed tot stand gekomen als gevolg van
zijn sadomasochistische relatievorming.
|
|
Seksualiteit in de kinderopvang: Pedagogische begeleiding [Uit de onderwijspraktijk]
|
|
C. Zwiep
|
Leidsters in de kinderopvang worden in hun werk geconfronteerd met seksueel
(getint) gedrag van jonge kinderen. Zij vinden het lastig jonge kinderen
(0-12) pedagogisch te begeleiden bij hun seksuele ontwikkeling. In het kader
van opvoedingsondersteuning kunnen zij als team een workshop 'kinderen en
seksualiteit' volgen om de kennis over de seksuele ontwikkeling en praktische
vaardigheden rond de begeleiding hiervan te vergroten. In dit artikel
beschrijft de auteurs de theoretische uitgangspunten, methodiek en de inhoud
van de workshop.
|
|
Genderteam VUMC roept op tot samenwerking met GGz [Congresverslag]
|
|
E. Kruijver
|
Verslag van het symposium "Genderdysforie en de GGZ" d.d. 23 maart 2007.
|
|
Literatuurbulletin
|
|
C. van der Rhee
|
Literatuurbulletin. INHOUD: - Ontvangen (p. 151); - Recensies (p. 152-159); -
Seksuologische tijdschriften (p. 160-165).
|
|