Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2007, Jaargang 31, Aflevering 2


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief






Abstracts

Psychotherapie met biseksuele mannen en vrouwen
L. Goetstouwers

In dit artikel komen ecn aantal onderwerpen aan bod waarmee biseksuele mannen en vrouwen zich kunnen melden voor psychotherapie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de klinische ervaring van de auteur en onderzoeksliteratuur op het gebied van biseksualiteit. Psychotherapeuten die met biseksuele cliënten werken, dienen oog te hebben voor de diversiteit van issues en problemen waarmee biseksuele mannen en vrouwen zich melden of waarmee zij kampen op hun weg naar erkenning van hun biseksuele gevoelens en/of oriëntatie. Het is belangrijk zich te realiseren als therapeut dat biseksuele cliënten zich kunnen melden met issues die niet afwijken van die waarmee ook andere cliënten zich doorgaans melden voor een psychotherapie, zoals angst, depressie, stress en relatieproblemen. Een deel van de biseksuele cliënten kampt verder met problemen die gaan over hun seksuele identiteit, hun coming out als biseksueel en de praktische en emotionele gevolgen die verbonden zi.in aan het gegeven zowel op mannen als vrouwen te vallen. Een ander deel zal worstelen met de vraag zijn/haar seksuele oriëntatie te openbaren bij de start van een relatie ofmet die vraag geconfronteerd worden op het moment dat er al (lang) sprake is van een partner relatie met iemand van dezelfde of de tegenovergestelde sekse. Er wordt aandacht gevraagd voor de impact die het dichotome denken over seksuele identiteiten heeft op het persoonlijke niveau en de noodzaak daar rekening mee te houden tijdens een psychotherapie. Alternatieven worden aangereikt van waaruit biseksualiteit zichtbaar kan worden gemaakt en op een positieve en voor de cliënt bekrachtigende manier kan worden benaderd. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van de praktische waarde en enige tekortkomingen van de belangrijkste psychotherapeutische scholen in het werken met biseksuele mannen en vrouwen.

Zijn zelfhulpvideo's effectief bij het verbeteren van seksproblemen?
A. VansteenwegenG. Liekens R. Stroobants

In een gecontroleerde studie werd bij 215 deelnemers het effect nagegaan van drie zelfhulpvideo 's uit de reeks' Je lust je leven' (Hensen, 1991) bij vrouwelijke orgasmeproblemen (40 in de experimentele en 32 in de controlegroep), erectiestoomissen (39 en 18 respectievelijk) en vroegtijdige zaadlozing (59 en 27 respectievelijk). Met een variantie-analyse voor herhaalde metingen werd slechts op twee van de 57 toetsen een significante verbetering vastgesteld. Er is niet aangetoond dat zelfhulpvideo's effect hebben voor de behandeling van vrouwelijke orgasmeproblemen, erectiestoomissen en vroegtijdige zaadlozing.

Het behandelbeloop van seksuele delinquenten in een TBS-kliniek: Zes magere jaren
S. VlachosW. de Hoop

De laatste jaren is er een toenemende vraag naar inzicht in de effectiviteit van de TBS-maatregel, onder andere opgelegd aan plegers van seksuele geweldsmisdrijven. Behandelevaluatieonderzoek naar TBS-gestelde seksuele delinquenten is echter zeer schaars. Deze gegevens vonden aanleiding om van patiënten van het Cluster Seksuele Delinquenten van FPC Veldzicht in de periode 1999 2005 retrospectief het behandelbeloop te onderzoeken. In deze periode bleek dat 23% van de patiënten reeds in een longstay-voorziening werd geplaatst. Vijfentwintig procent werd overgeplaatst naar een andere TBS- kliniek in het kader van een tweede behandelpoging vanwege het bereiken van onvoldoende behandelresultaten. Vooralsnog werd van 10% van de patiënten de TBS beëindigd. Kenmerken als psychopathie, een groot aantal eerdere veroordelingen en eerdere deserties correleerden met een minder gunstig behandelbeloop. Bij beschouwing van het behandelbeloop viel het hoge aantal ernstige incidenten op in de toch streng beveiligde kliniek. De resultaten van dit onderzoek worden besproken en er worden aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.

Behandeling van seksuele problemen in de eerste lijn, de tweedelijns somatische gezondheidszorg of de tweedelijns GGZ?
J. VroegeH. LotgerinkK. van der Rhee M. Tanis-NautaW. Weijmar Schultz

In 'Seksualiteitshulpverlening in Nederland' werd gepleit voor de vorming van op reguliere wijze gefinancierde 'seksuologische centra in de eerstelijn', 'poliklinieken seksuologie nieuwe stijl' in Academische en niet-Academische Ziekenhuizen en 'multidisciplinaire seksuologische teams' in regionale GGZ-instellingen. Uit cijfers verzameld tijdens twee door ZonMw gefinancierde ontwikkelprojecten blijkt dat bij de poliklinieken seksuologie nieuwe stijl in het UMCG en het MCL, en bij de multidisciplinaire seksuologische teams van Pamassia en Altrecht, ook cliënten worden gezien die bij seksuologische centra in de eerstelijn behandeld hadden kunnen worden. Het percentage cliënten dat in principe in aanmerking komt voor behandeling bij een multidisciplinair seksuologisch team in een regionale GGZ-instelling, blijkt bij de poliklinieken seksuologie nieuwe stijl in het UMCG en het MCL echter groter dan het percentage dat in principe in aanmerking komt voor behandeling in een seksuologisch centrum in de eerstelijn.

Hormonale therapie bij plegers van seksueel geweld: Een overzicht
K. van Oeckel

Het doel van dit artikel is om hormonale behandeling van seksuele geweldplegers een bredere bekendheid te geven binnen het (forensisch) psychiatrisch domein. Dit is een overzichtsartikel van de literatuur van 1993 tot heden. Onderzoekers hebben een verband aangetoond tussen androgenen en seksueel verlangen enerzijds en tussen androgenen en erectiele capaciteit anderzijds. Wanneer de hoeveelheid testosteron onder een kritische drempel is gezakt, wordt een vermindering van seksueel verlangen en erectiele capaciteit vastgesteld. Daarom werd eertijds chirurgische castratie uitgevoerd bij plegers van seksueel geweld. De resultaten uit de post-castratie studies spreken over een recidieverisico van minder dan 10%. Heden beschikt men over hormonale behandeling. In aanmerking komen seksuele geweldplegers waarbij er een diagnose van parafilie of parafilie-gerelateerde stoornis is gesteld, die hyperseksueel zijn ingesteld en die er niet in slagen hun seksuele impulsen te beheersen via psychotherapeutische interventies. Er bestaan op dit moment twee grote groepen van hormonale farmaca, namelijk de anti-androgenen en, meer recent, de Luteinizing Hormone Releasing Hormone (LHRH)-agonisten, die beiden hun behandelingseffect realiseren via inwerking op het androgeenmetabolisme. Gezien de LHRH-agonisten een meer drastische en meer consistente daling van het testosterongehalte geven en onderzoekers spreken over een gunstiger bijwerkingsprofiel, zal hun gebruik in de toekomst waarschijnlijk aan belang wlnnen. Vooraleer van start te gaan met hormonale behandeling moeten bepaalde technische onderzoeken worden uitgevoerd en is een nauwe samenwerking met een somatisch arts van belang om contra-indicaties uit te sluiten. Ook gedurende de behandeling bestaat de noodzaak van strikte monitoring om tijdig bijwerkingen te onderkennen. Nauwgezet differentieel diagnostisch denken, een breed therapeutisch kader en voldoende kennis van de rol van androgenen binnen de mannelijke seksualiteit zijn noodzakelijk om goed te kunnen inschatten welke richting de hormonale behandeling zal geven aan het recidieverisico.

Literatuurbulletin
C. van der Rhee

INHOUD: - Ontvangen ((p. 95): - Recensies (p. 96- ); - Seksuologische Tijdschriften (p. 104-).