|
Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief
Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie
Service aan klanten Abonneren
Contacten
Nieuws
Archief
Links
Zoeken op deze site
Home
Stuur een Email
|
Tijdschrift voor Seksuologie
2006, Jaargang 30, Aflevering 4
Inhoudsopgave
|
|
Abstracts
'Designer vaginas'. Een issue voor seksuologen?
|
|
P. Weijenborg
|
Om de vraag te kunnen beantwoorden of 'designer vaginas' een issue voor
seksuologen is worden aan de hand van een verzoek om labiumreductie in dit
artikel de medisch-technische, psychologische, seksuele en ethische aspecten
van een verzoek om labiumreductie besproken. Het wordt duidelijk dat een
dergelijk verzoek niet voortkomt uit een puur seksuologisch probleem.
Seksuologen kunnen echter wel een belangrijke rol spelen bij de aanpak,
diagnostiek en behandeling. Kort wordt ingegaan op dubbele moraal die blijkt
te bestaan wanneer het gaat om cosmetische genitale chirurgie.
|
|
Recidive bij subgroepen van zedendelinquenten in de ambulante forensische psychiatrie
|
|
J. van Horn, J. Mulder, A. Scholing
|
Het onderzoek betreft het eerste Nederlandse recidiveonderzoek waarin
recidivepercentages werden vergeleken binnen subgroepen van volwassen
mannelijke zedendelinquenten. Recidive werd gedefinieerd als een nieuwe
veroordeling voor het plegen van een seksueel, gewelddadig en ander delict
(d.i., vermogen, brandstichting of verkeer). De onderzoeksgroep bestond uit
149 zedendelinquenten die waren geïndiceerd voor ambulante forensisch
psychiatrische behandeling. De follow-up periode varieerde van 12 tot 88
maanden met een gemiddelde van 32 maanden. Survivalanalyses wezen uit dat van
de totale groep 9.5% recidiveerde met een seksueel delict, 3.8% met een
geweldsdelict en 4.2% met een vermogens- of verkeersdelict. De hoogste
recidivepercentages werden -zoals verwacht -gevonden bij exhibitionisten
(waarvan 75% recidiveerde met een hands-on delict), drop-outs en
zedendelinquenten bij wie het recidiverisico hoog werd ingeschat. Ondanks de
beperkingen van het onderzoek dragen de resultaten bij aan een groter inzicht
in de poliklinische behandeling van zedendelinquenten.
|
|
De effectiviteit van cognitieve gedragstherapie bij primair vaginisme: De resultaten van een gerandomiseerde gecontroleerde studie
|
|
R. Melles, E. de Groot, J. van Lankveld,
M.M. Ter Kuile, J. Nefs, M. Zandbergen
|
In deze studie zijn 117 vrouwen met primair vaginisme behandeld met cognitieve
gedragstherapie (CGT). De vrouwen werden at random verdeeld over 3 groepen: a)
cognitieve gedragstherapie in een groep (n = 33), b) cognitieve
gedragstherapie middels bibliotherapie (n = 27), c) een
wachtlijst-controlegroep (n = 33). De behandeling duurde 3 maanden. De
controlegroep werd na drie maanden alsnog at random verdeeld over de beide
behandelcondities. De groepsbehandeling bestond uit 10 sessies van 2 uur, de
bibliotherapie werd ondersteund met 6 telefonische therapeutische contacten
van 15 minuten. De vrouwen in beide behandelcondities volgden hetzelfde
therapeutisch protocol. Ingrediënten van de behandeling waren:
psycho-educatie over seks, ontspanningsoefeningen, bekkenbodemspieroefeningen,
graduele exposure en cognitieve therapie. Het einddoel van onze behandeling
was het kunnen hebben van gemeenschap. Subdoelen waren niet-coïtale vormen
van penetratie en het verbeteren van de seksuele satisfactie.
Van de behandelde deelnemers was 18% in staat tot een volledige coïtus aan
het einde van de therapie, vergeleken met 0% van de 33
controlegroepdeelnemers. Beide behandelcondities vertoonden geen significante
verschillen in resultaat. Bij de follow¬up l2 maanden na afsluiting van de
behandeling was 26% van de 33 deelnemers aan de groepstherapie en 29% van de
27 deelnemers van de bibliotherapie in staat tot coïtus. De andere
penetratiematen lieten een sterke verbetering zien direkt na afloop van de
behandeling. In de periode na de behandeling liep het penetratiegedrag weer
terug.
De behandeling had geen meetbaar effect op seksueel verlangen, opwinding,
orgasme en seksuele satisfactie van de vrouwelijke deelnemers. De relationele
en algemene levenssatisfactie van de vrouwelijke deelnemer en haar partner
veranderde evenmin. Op grond van deze resultaten pleiten de auteurs voor een
klachtgerichte behandeling van vaginisme. Het focus van de behandeling zou
graduele exposure moeten zijn, waarbij vermijdings- en ontsnappingsreacties
worden doorbroken teneinde de angst voor de coïtus te verminderen.
|
|
Voorspelling van recidive bij zedendelinquenten met behulp van retrospectief gebruik van de PCR-R en SVR-20
|
|
K. Koster, J. van Lankveld, M. Spreen
|
In dit onderzoek zijn de SVR-20 en de PCL-R onderzocht op hun psychometrische
kwaliteiten, wanneer beide instrumenten retrospectief gebruikt worden op basis
van dossierinformatie. De predictieve validiteit is berekend over
TBS-gestelden (N = 30) die at-risk waren. Daarnaast werden de recidivecijfers
berekend over de at-risk populatie. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en de
interne consistentie zijn onderzocht door analyse van 58 dossiers van na 1984
uitgestroomde seksuele delinquenten van de Dr. S. van Mesdagkliniek.
De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid was voor de PCL-R en de SVR-20 goed op
instrumentniveau, op subschaalniveau redelijk tot goed. De subschaal 'seksuele
delicten' van de SVR-20 scoorde slecht. Op itemniveau was de betrouwbaarheid
acceptabel voor de niet-dynamische items van de PCL- R. Ook werd een
acceptabele betrouwbaarheid gevonden voor de items van de SVR-20 behalve voor
de items die behoorden tot de subschaal 'seksuele delicten'.
Voor de predictieve validiteit zijn door de kleine populatie en lage recidive
base rates weinig significante resultaten gevonden voor seksuele recidive en
gewelddadige, niet seksuele, recidive. Voor algemeen gewelddadige recidive
werden significante voorspellers gevonden. De PCL-R en de factoren
'antisociale levensstijl' en 'levensstijl' van de PCL-R zijn goede
voorspellers voor gewelddadige, niet seksuele, recidive en algemeen
gewelddadige recidive. Van de SVR-20 voorspelt de totaalscore iets beter dan
het gestructureerd klinisch oordeel. Beiden hebben een redelijke tot goede
predictieve validiteit.
De base-rate voor seksuele recidive was 13%, voor gewelddadige, niet seksuele
recidive, 23%. Voor algemeen gewelddadige recidive en enige recidive
respectievelijk 33 en 50%.
|
|
Jeugdige zedendelinquenten: specialisten, generalisten en 'first offenders'
|
|
S. Hissel, C. Bijleveld, J. Hendriks,
B. Jansen, A. Collot- d'Escury-Koenigs
|
In dit onderzoek wordt bekeken of binnen jeugdige zedendelinquenten subgroepen
met verschillende delictcombinaties te onderscheiden zijn. Uit latente klasse
analyse blijkt dat binnen een groep van 510 jeugdige zedendelinquenten de
subgroepen 'specialisten', 'generalisten' en exhibitionisten bestaan. Tevens
wordt een relatief grote groep starters of 'first offenders' onderscheiden.
Specialisten en generalisten blijken te verschillen op een aantal kenmerken.
Specialisten zijn vaker slachtoffer (geweest) van pesterijen. Generalisten
scoren significant slechter op gezinskenmerken: zij komen vaker uit gescheiden
gezinnen, uit gezinnen waar drugs worden gebruikt of de ouders werkloos zijn.
Generalisten zijn vaker verwaarloosd en vaker mishandeld. Ook hebben
generalisten in het verleden significant vaker een rechterlijke interventie
opgelegd gekregen. Hieruit blijkt dat specialisten en generalisten niet zozeer
verschillen op persoon(lijkheids )kenmerken maar op gezinskenmerken
(generalisten) en sociaal isolement (specialisten).
Er werd verondersteld dat specialisten en generalisten verschillende
recidivepatronen hebben: specialisten zouden meer naar zedendelicten
recidiveren, en generalisten meer naar algemene en geweldsdelicten.
Generalisten recidiveren ten opzichte van zowel specialisten als first
offenders sneller en meer: dit geldt zowel voor algemene recidive als voor
geweldsrecidive. Er blijken geen verschillen te zijn tussen de verschillende
subgroepen in zedenrecidive.
|
|
Stress en seks: slechte maatjes [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
|
|
J. van Lankveld
|
Signalering. Besproken wordt het verband tussen stress, traumatische
life-events en seksuele problemen, en het -schaarse- onderzoek dat hiernaar is
gedaan.
|
|
Verslag Lustrumcongres Antwerpen (29-30/9/2006)
|
|
T. Platteau, S. Tuerlinckx, I. Gruijters,
J. de Groot
|
Verslag van het verjaardagscongres van de Stidchting Tijdschrift voor
Seksuologie (TvS), de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS), de
Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS) en de Wetenschappelijke Vereniginig
voor Seksuele Disfuncties (WVSD), gehouden op 29 en 30 augustus 2006 te
Antwerpen.
INHOUD: Gender: gelijkenissen en verschillen (Genetisch en neurobiologisch
perspectief; - Ontwikkeling en behandeling van genderidentiteits¬stoornissen:
een psychologisch perspectief; - Genderverschillen en gelijkenissen in de
seksuele respons: een psychofysiologisch perspectief; - Seksueel gedrag en
relaties: verschillen en gelijkenissen tussen mannen en vrouwen: een
sociaal-psychologisch perspectief); Seksuologie op 't randje (De designer
vagina; -
Will medical solutions to sexual problems make sexological science and care
obsolete? - Sekswerkers en seksuologen: samenwerking; - Valse beschuldigingen
in zedenzaken; - Erotische overdracht en tegenoverdracht); Vrouwelijke
seksualiteit multidisciplinair bekeken (The physiology of female sexual
functioning; - Tussen passie en liefde! (R)evolutie van het seksueel verlangen
bij de vrouw; - Exploitatie van de vrouwelijke lichamelijkheid); Seks en
historie (- "Il Gabinetto Segreto ": de geheime verzameling van het Nationaal
Museum te Napels; - The "Institut für Sexualwissenschaft" of Magnus
Hirschfeld'; - De evolutie van seksualiteit in de 20ste eeuw; - Vrouwelijk
genitaal: 500 jaar na Da Vinci).
|
|
Literatuurbulletin
|
|
C. van der Rhee
|
Literatuurbulletin. INHOUD: - Ontvangen (p. 231); - Recensies (p. 232-236); -
Seksuologische Tijdschriften (p. 237-242).
|
| |
| |