Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden

Service aan klanten
Abonneren
Bestel oudere nummers
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2006, Jaargang 30, Nummer 3


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige










Abstracts

Volwassen en toch nog in de groei
J. van Lankveld

Redactionele inleiding. Een vooruitblik op het Jubileumcongres in Antwerpen, 29-30 september 2006, met vier jubilerende seksuologische organisaties: De Nederlandse Vereniging voor Seksuologie (NVVS), de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie (VVS), de Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuele Disfuncties (WVSD) en het Tijdschrift voor Seksuologie.

Hogere eenzaamheid onder homoseksuele ouderen in Nederland: Kwestie van een zwakkere inbedding?
T. FokkemaL. Kuyper

Uit eerder onderzoek blijkt dat homoseksuele ouderen vaak kampen met eenzaamheidsproblemen. In deze studie zijn gegevens van homoseksuele en heteroseksuele ouderen (uit respectievelijk het project 'Vrolijke Herfst' en 'Leefvormen en Sociale Netwerken van ouderen') met elkaar vergeleken. Er is onderzocht of homoseksuele ouderen eenzamer zijn dan heteroseksuele ouderen en of een verschil in sociale inbedding dit eventuele verschil zou kunnen verklaren. Homoseksuele ouderen blijken inderdaad significant eenzamer te zijn dan heteroseksuele ouderen. Dit verschil kan slechts deels worden verklaard door een verschil in sociale inbedding: homoseksuele ouderen zijn vaker kinderloos, hebben vaker een echtscheiding meegemaakt en zijn daarna iets vaker partnerloos gebleven, onderhouden minder vaak intensief contact met overige familieleden, en gaan minder frequent naar de kerk dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten. Ook andere, niet-sociale factoren (gezondheid, woonsituatie, zelfbeeld en economische positie) kunnen het verschil niet verklaren. Of de verklaring voor de hogere eenzaamheid onder homoseksuele ouderen buiten de zwakkere sociale inbedding moet worden gezocht, valt nog te betwijfelen. In deze studie kon alleen aandacht worden besteed aan het aantal sociale relaties in de privésfeer, niet aan de kwaliteit ervan en de sociale omgang in bredere zin. Het is wenselijk dat vervolgonderzoek zich hierop richt.

De ontkenning voorbij: Diagnostiek en behandeling van een vrouwelijke seksuele delinquent
I. KorfageW. de Hoop

In onze maatschappij is het nauwelijks bekend dat vrouwen daders kunnen zijn van seksuele geweldpleging. Ontkenning veroorzaakt onderrapportage en heeft negatieve gevolgen voor zowel slachtoffers als daders. In dit artikel wordt een kort overzicht gegeven van etiologie, typologie en behandeling van vrouwelijke seksuele delinquenten. Vervolgens wordt de behandeling beschreven van een TBS-gestelde vrouwelijke seksueel delinquent die in FPC Veldzicht was opgenomen. De bevindingen worden vergeleken met die in de literatuur. Er worden suggesties gedaan voor de verdere ontwikkeling van diagnostiek en behandeling van deze bijzondere doelgroep.

Emotionele- en gedragsproblemen bij jonge kinderen met een genderidentiteitsstoornis
K. Tobias-DillenM. Zonnevyle-Bender H. Swaab-BarneveldP. Cohen-Kettenis

Bij sommige ouders bestaat enige terughoudendheid om kinderen onder de 12 jaar met een genderidentiteitsstoornis (GIS) bij hulpverleners aan te melden, uit angst voor onnodige stigmatisering. Dezelfde angst voor stigmatisering is soms ook bij clinici te bespeuren. Het is de vraag of dit terecht is, omdat er bij deze groep sprake zou kunnen zijn van een verhoogde kans op ander dan genderproblemen. Doel van dit onderzoek was na te gaan in welke mate ouders van kinderen met een GIS emotionele en gedragsproblemen rapporteren op een oudervragenlijst (CBCL), de resultaten van de kinderen met een GIS te vergelijken met die van psychiatrische en normale controles, en verschillen te onderzoeken tussen kinderen die wel en niet in de klinisch range scoren op de CBCL. Patiënten waren 64 kinderen (52 jongens en 12 meisjes) onder de 12 jaar met een genderidentiteitsstoornis. De gemiddelde score van de gehele groep viel niet in de klinische range. Echter, rond 60% van de ouders rapporteerde een aantal niet-genderproblemen, die in de klinische range vielen. Het ging hierbij vooral om internaliserende problemen, zoals angstigheid of teruggetrokkenheid. De normaal scorende groep was intelligenter en kwam uit gezinnen met een hogere sociaal-economische achtergrond, maar er waren geen verschillen tussen de groepen op het gebied van diverse genderidentiteit- en genderrolscores. De klinisch scorende groep jongens met een GIS scoorde niet alleen hoger dan een normale controlegroep jongens (N=560 op totale, internaliserende en externaliserende CBCl scores, maar had ook een hogere totale en internaliserende score dan een psychiatrische controlegroep jongens (N=243). De niet-klinisch scorende jongens met een GIS verschilden niet in internaliserende en externaliserende scores van een groep normale controles. Gezien het hoge percentage kinderen met een GIS met additionele problemen, wordt geconcludeerd dat tijdige diagnostiek en behandeling of begeleiding belangrijk is.

Het formaat van de penis: Was will der Mensch?
E.R. de GrootM. SpieringS. Both W. de BruijnB. GritterP. Rommens

Over het belang van het formaat van de penis zijn meer ideeën dan empirische gegevens, Zo wordt bijvoorbeeld de wens van mannen tot penisvergroting veroorzaakt door onder andere een vermeende seksuele onaantrekkelijkheid of het idee geen bevrediging te kunnen bieden aan de partner. Maar is het formaat van de penis voor vrouwen inderdaad belangrijk? In 2001 publiceerden Francken, van de Wiel, van Driel en Weijmar Schultz dat van een vrouwelijke proefpersoongroep 21 en 32% : lengte, respectievelijk dikte van de penis belangrijk tot zeer belangrijk vond, Het huidig onderzoek werd verricht ter replicatie en extensie van dit onderzoek onder een meer gevarieerde proefpersoongroep (218 mannen en 183 vrouwen), Er werd niet enkel naar tevredenheid met en gehecht belang aan penisformaat gevraagd, maar ook naar overtuigingen over het belang dat vrouwen en mannen in het algemeen aan het penisformaat zouden hechten. Uit de resultaten kwam naar voren dat er een nagenoeg gelijke verdeling bestaat tussen vrouwen die het penisformaat belangrijk tot zeer belangrijk vonden en vrouwen die het penisformaat niet belangrijk of helemaal niet belangrijk vonden, Eenzelfde verdeling gold voor mannen, Daarbij bleek dat door beide seksen werd gedacht dat mannen het penisformaat belangrijker vinden dan mannen zelf aangaven, Tussen het belang van het penisformaat en de tevredenheid met het seksuele leven werden geen significante relaties gevonden.

Beïnvloedt de behandeling van een erectiele disfunctie met PDE-5 remmers de kwaliteit van seks bij vrouwelijke partners? [Gesignaleerd in de internationale vakliteratuur]
P. Zwaard

Bespreking van een aantal onderzoeken waarin de attitudes, de beliefs, de seksuele functies en ervaringen van vrouwelijke partners van wie de mannelijke partner een erectiele disfunctie (ED) ontwikkelde, werd onderzocht. Dit zowel vóór als ná de behandeling met PDE-5 remmers.

De jaarlijkse IASR meeting: Een veelkleurig uitzicht vanaf gebaande paden [Congresverslag]
E. Kruijver

Congresverslag van het 32e congres van de International Academy of Sex Research (IASR), dat van 12 tot en met 15 juli 2006 gehouden werd in het VUMC te Amsterdam.

Verslag van de studiedag 'Oncosexology: A new discipline'
G. Van Damme

Verslag van de studiedag 'Oncosexology: A new discipline', gehouden op 11 juli 2006 te Rotterdam.

Congresverslag 'The good enough couple'
J. VerschurenB. van Esbroeck G. Van DammeP. Enzlin

Verslag van het tweedaagse internationale congres rond partnertherapie 'The good enough couple', gehouden op 1 en 2 juni 2006 in Leuven.

Literatuurbulletin
C. van der Rhee

INHOUD: - Ontvangen (p. 171); - Recensies (p. 172-176); - Seksuologische Tijdschriften (p. 177-182).