Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2006, Jaargang 30, Aflevering 2


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief









Abstracts

Een update over het seksuele gedrag en de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland: De belangrijkste bevindingen uit 'Seks onder je 25e'
I. VanwesenbeeckH. de GraafS. Meijer J. Poelman

In het onderzoek 'Seks onder je 25e' zijn opnieuw op grote schaal gegevens verzameld over de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland. Door een representatieve steekproef van bijna 5000 tieners en jong volwassenen tussen 12 en 25 jaar is een uitgebreide vragenlijst beantwoord. Dit artikel is een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Ingegaan wordt op de seksuele start van jongeren, hun seksuele problemen, de seksuele risico's die zij lopen en de wijze waarop zij zich daartegen beschermen, en de mate van seksuele grensoverschrijding. Uiteraard wordt onderscheiden naar sekse, etnische achtergrond en religie, en opleidingsniveau. Ook het emotionele klimaat in het gezin van herkomst wordt beschreven als belangrijke onderscheidende variabele. Vervolgens wordt nog ingegaan op de seksuele gezondheid van homojongeren en op homo¬negatieve attituden bij de jeugd. Tot slot wordt beschreven aan welke informatie jongeren (nog) behoefte hebben en waar zij zoal hun informatie over seksualiteit halen. De algemene conclusie uit Seks onder je 25e is dat het goed gesteld is met de seksuele gezondheid van jongeren in Nederland. In aanvulling op het kennelijk adequate reguliere aanbod van seksuele vorming en voorlichting, vragen echter specifieke groepen j ongeren en enkele specifieke thema's om gerichte aandacht.

Psychische stoornissen bij jeugdige (zeden)delinquenten
A. van WijkA. BloklandN. Duits R. Vermeiren

In dit onderzoek is onderzocht of jeugdige zedendelinquenten en niet-zedendelinquenten verschillen op sociaal-demografische en individuele kenmerken, en psychische stoornissen. Er is gebruik gemaakt van een databestand van de Forensische Psychiatrische Dienst over de jaren 1998-2003. Hierdoor was het mogelijk om een groot aantal zeden- en niet-zedendelinquenten te onderzoeken, zodat een nadere indeling in theoretisch relevante subgroepen mogelijk was. Binnen de groep zedendelinquenten gaat het om misbruikers van kinderen (N = 270), gewelddadige (N = 308) en niet-gewelddadige zedendelinquenten (N = I 34). Bij de niet-zedendelinquenten betreft het geweldplegers (N = 3.148) en niet-gewelddadige delinquenten (N = 1.620). De groep zedendelinquenten bleek in vergelijking met de groep niet-zedendelinquenten jonger te zijn, vaker een Nederlandse achtergrond te hebben, minder alcohol en drugs te gebruiken en in mindere mate een criminele voorgeschiedenis te hebben. Een vaak voorkomende diagnose voor zedendelinquenten was parafilie, voor niet-zedendelinquenten was dat conduct disorder. Binnen de groep zedendelinquenten waren vooral de kindmisbruikers als aparte groep aan te merken. Zij hadden het vaakst een Nederlandse achtergrond, het minst een criminele voorgeschiedenis, maar het meest een voorgeschiedenis van geestelijke gezondheidsproblemen. De pervasieve ontwikkelingsstoornis was een relatief veel gestelde diagnose bij de groep kindmisbruikers en bij de groep niet-gewelddadige zedendelinquenten.

Classificatie van extrafamiliale pedoseksuelen. Deel II: SCEP-1: Het MTC:CM3 systeem herbekeken
S. KoeckD. de DonckerW. Huys J. Winter

Het klasseren van een ambulante steekproef extrafamiliale pedoseksuelen (N = 124) gebruik makend van een Nederlandse vertaling van de oorspronkelijke MTC:CM3 criteria levert aanvaardbare tot bevredigende betrouwbaarheidscoëfficiënten op. Tevens wordt enige ondersteuning gevonden voor de begripsvaliditeit. Een kritische inhoudsanalyse toont echter aan dat bepaalde criteria voor meerdere interpretaties vatbaar zijn en het systeem de diversiteit binnen de ambulante steekproef niet helemaal bestrijkt. Nieuwe typen van plegers met een hoge mate van contact met kinderen worden geïdentificeerd en een gebruiksvriendelijke checklist, de SCEp.l (De Doncker, Koeck, Huys & Winter, 2005) werd.ontwikkeld. Deze theoretische analyse vertegenwoordigt een volgende, constructieve stap in de ontwikkeling van een optimaal classificatiesysteem voor pedoseksuelen.

Een vergelijking tussen homoseksuelen en heteroseksuelen betreffende hun hulpvraag bij psychosociale problemen
J. SweronA. Vansteenwegen

In dit onderzoek werd in Vlaanderen nagegaan in welke mate de hulpvraag omwille van psychosociale problemen aanwezig is bij homoseksuelen in vergelijking met heteroseksuelen. De resultaten werden getoetst aan eerder onderzoek in Utrecht. Van de oorspronkelijke vragenlijst werd slechts een deel overgenomen. In dit onderzoek werd de vraag gesteld hoeveel homoseksuele mannen en vrouwen contact hebben met de psychosociale hulpverlening, met wat voor soort problemen zij aankloppen en in hoeverre homoseksuelen in beide opzichten verschillen van heteroseksuelen. Het blijkt dat zowel homoseksuele mannen als vrouwen vaker hulp hebben gezocht voor psychosociale problemen in vergelijking met heteroseksuele mannen en vrouwen. Het type psychosociale hulpverlening en de aard van de klachten bleek voor beide groepen niet te verschillen. Toch gaf een belangrijk deel aan dat de geaardheid een bepalende rol had gespeeld bij het inroepen van psychosociale hulp.

Erectiestoornissen en het fietszadel [Gesignaleerd:,,,in de internationale vakliteratuur]
P. Leusink

Signalement. Aan de hand van literatuur te vinden in het review van Huang, V. et al. (2005) wordt ingegaan op de relatie tussen fietsgedrag en erectiele dysfunctie, en met name op de causaliteitsvraag hierbij. Literatuur: Huang, V., Munnariz, R. & Goldstein, I. Bicycle riding and erectile dysfunction: An increase in interest (and concern). Journal of Sexual Medicine, 2, 596-604.

"Hartstocht". Hart- en vaatzieken en seksualiteit [Congresverslag]
E. Kruijver

Verslag van het symposium "Hartstocht" gehouden op 8 december 2005 in het UMC St. Radboud te Nijmegen, georganiseerd door het PAOG Heyendaal en de werkgroep Medische Seksuologie van het UMC St. Radboud. Punten van aandacht: - Algemene informatie omtrent hart- en vaatziekten in relatie tot seksualiteit; - Pro-actieve en structurele aandacht voor intimiteit en seksualiteit bij revalidanten; - Angst voor hartfalen tijdens seksuele activiteit: Mythe of werkelijkheid?; - Signalen van verslechtering van de fysieke conditie; - Adolescenten met aangeboren hartgebreken zijn ook seksuele wezens; - De 'toeschouwersrol' als belemmerende factor in het seksueel welbevinden; - Seksespecifieke kenmerken bij hartfalen; - De erectiele stoornis als voorbode van een cardiovasculaire ziekte; - Princeton II: hartpatiënt tot het tegendeel bewezen is; - Nitraten en PDE5-remmers: een gevaarlijke combinatie.

In memoriam Truus van Bilderbeek-Lankester (1922-2006)
D.J. Duyvis

In memoriam voor Truus van Bilderbeek-Lankester (1922-2006), pionier van de seksuologie bij het AMC.

Literatuurbulletin
C. van der Rhee

INHOUD: - Ontvangen (p. 109; - Recensies (p. 110-118); - Seksuologische Tijdschriften (p. 118-122).