Abstracts |
Eerstelijnscentra voor seksuele gezondheid
|
|
J. Vroege
|
Redactionele bijdrage waarin aandacht voor de herziening van de
hulpverleningsstructuur (seksualiteitshulpverlening) en de ontwikkeling naar
'eerstelijncentra voor seksuele gezondheid'. In het voorjaar van 2005 zijn -
met subsidie van ZonMw - in drie regio's pilotstudies van start gegaan:
zuidelijk Zuid-Holland, Midden-Holland en Flevoland. Inmiddels starten vanaf
maart 2006 drie van deze eerstelijnscentra onder de naam Sense.
|
|
Verliefd op het verleden. Over de partnerkeuze, noodlot en erfelijkheid
|
|
J. De Vleminck
|
In dit artikel wordt ingegaan op Szondi's amendering van de freudiaanse
objectkeuzetheorie. De door Freud benadrukte, noodlottige nawerking van de
kindertijd wordt gerelativeerd ten voordele van de fundamentele impact van de
erfelijke factoren. Recent onderzoek lijkt in zeker opzicht steun te verlenen
aan Szondi's onderzoekshypothese, die een beroep doet op een gelijkaardige
genetische achtergrond als 'keuzecriterium'. Meer nog dan Freud, benadrukt
Szondi hoe ons verleden steeds in rekening moet worden gebracht bij de
interpretatie van de partnerkeuze.
|
|
Mannen die seks hebben met mannen voor de coming-out. Relatie met seksuele activiteit en risicogedrag
|
|
R. Schindhelm, H. Hospers
|
In dit onderzoek werd het effect bestudeerd van de volgorde van coming-out en
eerste seksuele ervaring bij een groep mannen die seks hebben met mannen in
relatie tot seksueel risicogedrag. Met behulp van een vragenlijst is gevraagd
naar de leeftijd van coming-out, leeftijd van eerste seksuele ervaring en naar
seksuele geschiedenis en seksueel gedrag. Van de onderzochte groep had 68% van
de mannen hun eerste seksuele ervaring vóór hun coming-out; dit percentage
nam toe met de leeftijd. De mannen die seks hadden met mannen vóór de
coming-out rapporteerden meer sekspartners in hun leven en meer losse
sekspartners in de zes maanden voorafgaand aan het onderzoek dan de mannen
waarbij de eerste seksuele ervaring ná de coming-out plaatsvond. In
vergelijking met tweede groep, hadden de mannen van de eerste groep vaker een
SOA gehad, zich vaker op mv laten testen en vaker onbeschermde anale seks met
losse partners in de voorgaande 6 maanden. In hoeverre deze bevindingen
verklaard kunnen worden door externe factoren, zoals de mate van tolerantie
ten opzichte van homoseksuele mannen, of door interne factoren
(persoonlijkheidskenmerken) is niet geheel duidelijk en vervolgonderzoek is
nodig om deze factoren verder uit te werken.
|
|
Classificatie van extrafamiliale pedoseksuelen. Deel I: Het MTC:CM3 systeem toegepast binnen een ambulante setting
|
|
D. de Doncker, S. Koeck, W. Huys,
J. Winter
|
Een ambulante steekproef van plegers van seksuele delicten jegens
minderjarigen (N = 124) werd door onafhankelijke beoordelaars geklasseerd aan
de hand van een checklist (De Doncker & Koeck, 2003) die een gesystematiseerde
weerspiegeling vormt van de oorspronkelijke criteria van het bestaande MTC:CM3
systeem (Knight, Carter & Prentky, 1989). Aanvaardbare tot bevredigende
interbeoordelaarsbetrouwbaarheidscijfers werden bekomen en tevens werd enige
ondersteuning gevonden voor de begripsvaliditeit van het systeem.
In het volgende artikel worden enkele aanpassingen geformuleerd die in een
nieuwe checklist zijn uitgemond, de SCEP-l (De Doncker, Koeck, Huys & Winter,
2005). Deze bevat meer eenduidige criteria alsook aanbevelingen die eveneens
aansluiten bij de eigenheid van een ambulante populatie van pedoseksuelen.
|
|
Relationele en seksuele problematiek van partners van Alzheimerpatiënten: Een review van de literatuur
|
|
M. Schenkkan, W. van Berlo
|
Dit artikel geeft een overzicht weer van de literatuur betreffende relationele
en seksuele problemen van partners van Alzheimerpatiënten. Twaalf
Engelstalige artikelen werden bestudeerd.
Uit de schaarse internationale literatuur blijkt dat Alzheimer een grote
impact kan hebben op de relatie in het algemeen en de seksuele en intieme
relatie in het bijzonder. De cognitieve achteruitgang die de ziekte van
Alzheimer teweegbrengt beïnvloedt vele hersenfuncties en daarmee de
vaardigheden, de persoonlijkheid en het gedrag van de patiënt in kwestie.
Kenmerkende eigenschappen van de patiënt zijn veranderd of verdwenen, ook de
manier waarop seksualiteit vormgegeven was. Niet alleen de veranderingen van
de patiënt zélf (o.a. hyperseksualiteit, het niet herkennen van de partner,
een andere betekenis van seksualiteit), maar ook de emotionele reacties van de
partner op deze veranderingen (o.a. angst, boosheid, schuldgevoelens), kunnen
op dit proces van invloed zijn. Vanwege de intieme aard van het onderwerp
schromen veel partners over hun gevoelens te praten en zijn veel hulpverleners
terughoudend in het vragen naar deze gevoelens. Het is raadzaam meer onderzoek
te doen naar deze problemen die partners van Alzheimerpatiënten hebben.
|
|
Verpleegkundige zorg aan seksuele delinquenten: Een verkenning [klinische les]
|
|
E. Harreveld
|
Terbeschikkinggestelde seksueel gewelddadige delinquenten met
persoonlijkheidsstoornissen zijn moeilijk te behandelen. In de Dr. Van der
Hoeven Kliniek in Utrecht wordt deze patiëntencategorie, samen met andere
patiëntencategorieën, behandeld in een sociotherapeutisch, multidisciplinair
milieu. Binnen deze behandeling heeft de groepsleiding, de verpleegkundige in
engere zin, een belangrijke rol. In dit artikel probeer ik te laten zien hoe
ik als verpleegkundige professioneel heb proberen bij te dragen aan de
behandeling en begeleiding van deze patiëntencategorie. In eerste instantie
licht ik de behandel setting, de behandelfilosofie en de patiëntencategorie
toe. Vervolgens illustreer ik met een casestudy van een patiënt hoe de
verpleegkundige zorg in de praktijk vorm krijgt. De centrale vraag in het
artikel blijft hoe de groepsleiding om kan gaan met de hardnekkigheden en
kwetsbaarheden van de patiënt die veroordeeld is tot zijn
persoonlijkheidsstoornis(sen), en hoe relevante (gespreks)onderwerpen binnen
de behandeling bij de patiënt kunnen komen te liggen.
|
|
Genderverschillen en gelijkenissen langs de meta-analytische lat. Of te wel: mannen en vrouwen komen niet van verschillende planeten. Een signalement van Janet Hydes' 'The gender similarities hypothesis' [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
|
|
L. Gijs
|
Een signalement van Janet Hydes' 'The gender similarities hypothesis' . In een
artikel in de American Psychologist van december 2005 gaf psychologe Janet
Hyde via de meta-analysemethode een geactualiseerd antwoord op de vraag 'of en
in welke mate vrouwen en mannen verschillen dan wel overeenkomsten vertonen op
psychologische variabelen'.
|
|
Literatuurbulletin
|
|
K. van der Rhee
|
Literatuurbulletin. INHOUD: - Ontvangen (p. 46); - Recensies (p. 47-49); -
Seksuologische Tijdschriften (p. 50-55).
|
|
|
|