Abstracts |
Gastredactioneel: "Homoseksualiteit is toch geen probeem meer?"
|
|
H. Bos, C. Picavet
|
Gastredactioneel voorwoord bij een themanummer over - stigmatisering van -
homoseksualiteit. Het themanummer maakt duidelijk dat er in de afgelopen
decennia veel is veranderd in de aard van de stigmatisering van homoseksuele
mannen en vrouwen. Afwijzing gebeurt tegenwoordig veel subtieler dan voorheen.
Het onderzoek dat in dit themanummer wordt beschreven geeft een aanzet om op
een andere, 'moderne' manier te kijken naar stigmatisering en de impact
daarvan op het leven van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen. Het laat
zien dat stigmatisering nog altijd een belangrijk onderwerp is als het gaat
over homoseksualiteit. Nu is het tijd om deze inzichten te vertalen naar
innovaties in onderzoek, hulpverlening en preventie en voorlichting.
|
|
De sociale psychologie van stigmatisering
The social psychology of stigma
|
|
J. Crocker
|
In het hedendaags taalgebruik verwijst de term 'stigma' naar een
persoonskenmerk dat iemand in hoge mate in diskrediet brengt en "in onze
gedachten van een compleet en gewoon mens [reduceert] tot een mens met een
beschadiging, niet serieus te nemen" (Goffrnan, 1963). Gestigmatiseerde mensen
hebben een eigenschap die twijfel opwekt over de volwaardigheid van hun
mens-zijn; de gestigmatiseerde wordt beschouwd als minderwaardig, mislukt of
gebrekkig (Jones et al., 1984). De auteur van dit artikel geeft een overzicht
van de huidige stand van het onderzoek en de theorievorming over de aard en de
gevolgen van sociale stigma's, en van de wijze waarop mensen omgaan met
stigmatisering. Hij richt zich daarbij in het bijzonder op de interactie
tussen gestigmatiseerden en niet-gestigmatiseerden, de vicieuze en
zelfversterkende cirkel waartoe deze interactie kan leiden en doet suggesties
om dergelijke cirkels om te buigen tot opwaartse spiralen met betere
communicatie en meer begrip.
|
|
Homofobie: welk probleem? Wiens probleem?
Homophobia: which problem? Whose problem?
|
|
T. Sandfort
|
Het begrip 'homofobie', dat nu ruim dertig jaar bestaat, heeft veel onderzoek,
theorievorming en vooral ook maatschappelijke actie gestimuleerd. Het begrip
is ook veelvuldig bekritiseerd. Alternatieve begrippen zijn geopperd die alle
een verschillend perspectief op het verschijnsel leveren. Een vaak opkomende
vraag is of homofobie in Nederland nog steeds een probleem is.
Onderzoeksgegevens suggereren grote tolerantie, vooral in vergelijking met
andere landen. Het is de vraag in hoeverre werkelijk van acceptatie sprake is.
Het is mogelijk dat opvattingen over homoseksualiteit veranderen, maar dat
onderliggende sentimenten ongewijzigd zijn. In dat verband wordt over moderne
homofobie gesproken. Homofobie, die in uiteenlopende vormen voorkomt, heeft
gevolgen voor de geestelijke gezondheid van homoseksuele mannen en vrouwen.
Onduidelijk is waar mensen nu eigenlijk een probleem mee hebben als het om
homoseksualiteit gaat. Om homofobie daadwerkelijk te kunnen aanpakken is
verder onderzoek nodig.
|
|
Moderne homonegativiteit: de constructie van een meetinstrument voor het meten van hedendaagse reacties op zichtbare homoseksualiteit in Nederland
Modern homonegativity
|
|
E. van Wijk, B. van de Meerendonk,
F. Bakker, I. Vanwesenbeeck
|
In bestaand onderzoek naar homonegativiteit in Nederland is alleen
traditionele homonegativiteit gemeten. Het hier gepresenteerde onderzoek
beschrijft de ontwikkeling van een nieuw meetinstrument waarmee ook moderne
homonegativiteit gemeten wordt (subtieler, abstracter en minder manifest
negatief dan traditioneel). Respondenten vulden een vragenlijst in (N=207,
46.2% mannen, 53.8% vrouwen, gemiddelde leeftijd 37.1 jaar). Middels
factoranalyse zijn twee schalen ontwikkeld voor het meten van moderne (a=.91)
en traditionele (a=.86) homonegativiteit. De samenhangen tussen deze schalen
enerzijds en demografische kenmerken en eigenschappen als autoritarisme,
sekserolstereotypering en het aantal homoseksuele kennissen anderzijds, zijn
conform resultaten uit eerdere onderzoeken. Uit dit onderzoek blijkt tevens
dat beide vormen van homonegativiteit in Nederland voorkomen, waarbij moderne
homonegativiteit meer wordt onderschreven dan de traditionele vorm.
|
|
Botuline toxine tegen vaginisme [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
|
|
P. Zwaard
|
Vaginisme wordt meestal behandeld met gedragstherapie. In twee onderzoeken
werd echter een heel andere weg ingeslagen.
|
|
Problemen? Geen probleem!: homo/lesbo worden in een tolerant sociaal klimaat
Problems? No problem: becoming lesbian or gay in a tolerant social climate
|
|
C. Picavet, T. Sandfort
|
Is de ontwikkeling van een homoseksuele identiteit nog problematisch in een
tolerant land als Nederland? Aan de hand van deze vraag worden de bevindingen
van twee kleinschalige kwalitatieve onderzoeken onder homoseksuele jongeren
beschreven. Daarbij wordt vooral aandacht gegeven aan de coming out ten
opzichte van de ouders, de reacties van die ouders en de manier waarop de
jongeren daarmee omgaan. Het blijkt dat jongeren het nog altijd moeilijk
vinden om tegen hun ouders te vertellen dat zij homo of lesbo zijn, zelfs als
ze verwachten dat hun ouders toch wel positief zullen reageren. In de praktijk
blijkt de reactie van de meeste ouders gematigd positief. De jongeren leggen
de nadruk op positieve aspecten en trivialiseren minder positieve reacties.
Zij blijken er vooral behoefte aan te hebben 'normaal' gevonden te worden. Het
past daar niet bij om confronterend te zijn. De betekenis van deze gegevens
wordt besproken, evenals de aard van de homotolerantie waarmee jongeren te
maken krijgen.
|
|
Stigmatisering, homohulpverlening en multiculturele hulpverlening: enkele kanttekeningen
Stigmatizing, gay health care and multicultural health care: a few comments
|
|
J. Schippers
|
De auteur maakt een aantal kanttekeningen bij het onderwerp stigmatisering van
homoseksuelen. De eerste invalshoek is, dat de stigmatisering van
homoseksuelen op een aantal fundamentele punten verschilt van de
stigmatisering van andere minderheidsgroepen. Het ligt daarom voor de hand om
te veronderstellen dat de effecten van deze stigmatisering op individuele
homoseksuele patiënten dan ook specifiek zullen zijn. Hoe een individuele
patiënt omgaat met stigmatisering en zelfwaardering, kan de hulpverlener onder
andere achterhalen met behulp van het begrip 'eigenschaptoekenningen' (welke
eigenschappen kent de gestigmatiseerde persoon toe aan zichzelf, aan andere
leden van dezelfde minderheidsgroep en aan stigmatiseerders). Op basis van
praktijkervaring vermoedt de auteur dat stigmatisering bij homo's in het
algemeen een groter negatief effect heeft op de zelfwaardering en de
waardering voor groepsgenoten dan bij etnische minderheden. De auteur vraagt
in zijn artikel tot slot nog aandacht voor de complicaties van de
professionele communicatie tussen hulpverlener en patiënt, waarbij wederzijdse
stigmatisering een rol zou kunnen spelen. Open, gelijkwaardige en op
wederzijds leren gerichte communicatie tussen hulpverlener en patiënt is vaak
niet goed mogelijk. Het is daarom van groot belang dat dergelijke gesprekken
wel gevoerd worden tussen collega-hulpverleners met diverse achtergronden wat
betreft etnisch-culturele afkomst en seksuele gerichtheid.
|
|
"Ze kunnen zeker geen man krijgen": de invloed van stigmatisering op lesbische relaties
They couldn't catch a man after all: what is the influence of stigmatization on lesbian relationships?
|
|
I. Verbeek
|
Welke invloed kan stigmatisering hebben op lesbische relaties? De auteur
beschrijft drie niveaus van stigmatisering van lesbische vrouwen
(maatschappelijk, ontwikkelingspsychologisch en sociaal-psychologisch). De
invloed van het stigma homoseksualiteit op relaties tussen lesbische vrouwen
komt aan de orde. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de invloed van
maatschappelijke homofobie; de heteroseksuele socialisatie; de verinnerlijkte
homofobie en de psychodynamiek van de moeder-dochterrelatie. Gebaseerd op
praktijkervaring als relatietherapeut voor lesbische paren, ontwikkelt de
auteur een model waarin een verband gelegd wordt tussen de invloed van het
stigma en specifiek lesbische relatieproblematiek. Het model omvat vijf
verschillende soorten relaties: de verborgen relatie, de geïdealiseerde
relatie, de geïsoleerde relatie, de zorgrelatie en de verstrengelde relatie.
Dit model biedt een handvat om deze problematische relaties te duiden en te
behandelen in het licht van het stigma homoseksualiteit.
|
|
Seksuele geaardheid van de arts speelt een rol in de arts-patiëntrelatie [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
|
|
T. Lagro-Janssen
|
Signalering van een kwalitatieve studie over de manier waarop homo- en
biseksuele hulpverleners hun seksuele geaardheid gebruiken in de contacten met
patiënten.
|
|
Verslag van het symposium: Homosexualities and HIV/AIDS: more than a question of rights [Congresverslag]
|
|
C. Picavet
|
Verslag van een symposium over homosekualiteit en HIV/AIDS in
ontwikkelingslanden. Het werd georganiseerd door Hivos en werd gehouden op 21
oktober 2004.
|
|
Studiedag met David Schnarch [Congresverslag]
|
|
H. Pastoor
|
Verslag van de studiedag 'Seksdrive' met David Schnarch, 11 november 2004.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2005, nr. 1
|
|
C. van der Rhee
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2005, nr. 1. INHOUD: Ontvangen
(p. 55); Recensies (p. 56-57); Seksuologische tijdschriften (p. 57-61).
|
|
|
|