Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2004, Jaargang 28, Aflevering 4


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief

Abstracts









Een nieuw handboek voor de seksuologie
J. van Lankveld

Hoofdredactionele inleiding. Aandacht voor het nieuwe boek 'Seksuologie', onder redactie van Gijs, Gianotten, Vanwesenbeeck en Weijenborg, een redacteurenteam van psychologen en artsen.

Gedwongen seks als groepsactiviteit: een dossierstudie naar groepszedendelicten
D. LooijeC. BijleveldF. Weerman J. Hendriks

In de media zijn de laatste jaren regelmatig berichten over groepsverkrachtingen door jongeren te vinden. Het gaat dan meestal om meisjes die door groepen jongens, soms herhaaldelijk, seksueel zijn misbruikt. Hoewel het vaak om ernstige delicten gaat, komen ook minder ernstige varianten voor, die soms eufemistisch 'zwembaddelicten' worden genoemd. Over groepszedendelicten is nog veel onduidelijkheid. Op basis van vervolgingsgegevens schatten de auteurs dat bij ongeveer eenderde van alle ingeschreven zedendelicten door jeugdigen in de jaren 1996-2004 sprake is van een delict in groepsverband. Dit getal komt overeen met wat door deskundigen eerder werd geschat (Hendriks, persoonlijke communicatie). Het gaat derhalve om een niet verwaarloosbaar aandeel van alle zedendelicten gepleegd door jeugdigen. Hendriks en Bijleveld (1999) lieten zien dat het aannemelijk is dat het in kwalitatieve zin om een ernstig delict gaat: in hun onderzoek bestond 88% van de groepsdelicten uit ten minste één verkrachting (tegen 55% van de door een enkele dader gepleegde zedendelicten).

Seksuele problemen bij vrouwen met type 1 diabetes mellitus en bij een controlegroep: een vergelijkende studie
P. EnzlinC. MathieuA. Van den Bruel J. BosteelsD. Vanderschueren K. Demyttenaere

Het is bekend dat diabetes mellitus (DM) een ernstige invloed heeft op het seksueel functioneren van mannen. Maar wat is er gekend over de invloed van diabetes op het seksueel functioneren van vrouwen? In dit artikel wordt een studie over dit domein voorgesteld. Deze studie onderzocht: (1) de prevalentie van seksuele problemen bij vrouwen met type 1 DM (n=120) én bij een controlegroep (n=180); (2) de invloed van diabetesgerelateerde somatische factoren op vrouwelijke seksualiteit; en (3) de invloed van psychologische variabelen op het vrouwelijk seksueel functioneren. Beide groepen kregen vragenlijsten over kwaliteit van de partnerrelatie, depressie en seksueel functioneren. De medische dossiers werden opgevraagd om gegevens te verzamelen over de bloedsuikerregeling (RbA 1 c) en de aanwezigheid van diabetische verwikkelingen. Dit onderzoek toonde dat significant meer vrouwen met diabetes zich onthielden van seksuele activiteit en dat ze ontevredener zijn met hun seksuele leven dan de controlevrouwen. Vrouwen met diabetes rapporteerden significant meer seksuele disfuncties dan controlevrouwen (27% vs. 15%;p=.O4). Hoewel meer vrouwen met diabetes een libidodaling en dyspareunie rapporteerden, werd er slechts een significant verschil gevonden voor opwindingsproblemen. In dit onderzoek werd geen verband gevonden tussen seksuele problemen en diabetesgerelateerde somatische factoren. Voor beide groepen geldt dat vrouwen met seksuele disfuncties een lagere kwaliteit van de partnerrelatie en meer depressieve symptomen meldden. Concluderend wordt gesteld dat ook bij vrouwen met diabetes seksuele problemen vaak voorkomen en dat dit domein meer aandacht verdient in zowel de klinische praktijk als het onderzoek.

Seksueel contact tussen huisarts en patiënt: prevalentie en risicofactoren
P. LeusinkH. Mokkink

Doel was het vaststellen van de omvang van seksueel contact tussen huisarts en patiënt. Nagegaan wordt of er een relatie bestaat tussen het vóórkomen van seksueel contact en persoons- en praktijkkenmerken van huisartsen. Methode. In de periode februari -mei 2002 werd een vragenlijst toegezonden aan een aselecte steekproef huisartsen (n=1250). Resultaten. De respons was 80%. Onder de non-responders waren relatief meer mannen ouder dan 50 jaar. Van de mannelijke huisartsen had 4,3% en van de vrouwelijke huisartsen 0,8% gedurende hun werkzame leven tot aan het moment van het onderzoek ooit seksueel contact gehad met een patiënt. Bij 77% van hen vond coïtus plaats. Ruim eenderde van de daders had met twee of meer patiënten seksueel contact. Significant meer mannen die ouder waren dan 50 jaar hadden ooit seksueel contact met een patiënt. Het vóórkomen was niet gerelateerd aan de urbanisatiegraad van het praktijkgebied of grootte van de maatschap. Een groot deel van de mannelijke daders beoordeelt achteraf het gedrag positief, zowel voor zichzelf (68%) als voor de patiënt (74%). Conclusie. Seksueel contact tussen huisarts en patiënt beperkt zich niet tot incidenten. Het bewust zijn van de eigen normale seksuele gevoelens is niet voldoende ter preventie. Het is noodzakelijk gericht beleid te implementeren.

De therapeutische relatie bij daderhulp aan seksuele delinquenten: een kwestie van verdiend vertrouwen
K. Vanhoeck

De auteur onderzoekt de therapeutische relatie bij ambulante daderhulp aan seksuele delinquenten die in een gedwongen kader plaatsvindt. Het is niet evident om hierbij terug te vallen op de klassieke psychotherapeutische praktijk. Ten eerste komt de relatie zelden tot stand op vraag van de cliënt. Hij wordt voor therapie verwezen en het is de samenleving die met een probleem zit. Ten tweede zit de publieke opinie op de lip van de therapeut en volgt met argusogen of er geen misstappen gezet worden. Ten derde is het de verwijzer die als opdrachtgever de doelstelling formuleert: terugvalpreventie. Het vertrekpunt van de auteur is niet om te zoeken naar "wat werkt", maar om de aard van de relatie te onderzoeken en te kijken naar wat daaruit volgt. De opzet is dus niet empirisch maar, om het met een modewoord te zeggen, ethisch.

Sekstherapie via internet bij mannen met seksuele disfuncties: een pilot-onderzoek
J. van LankveldP. LeusinkS. van Diest K. SlobL. Gijs

De resultaten worden besproken van een pilotonderzoek naar de effecten van "internet-sekstherapie" voor heteroseksuele mannen met seksuele disfuncties. 39 mannen met erectiele disfunctie of te snelle zaadlozing werden toegelaten tot de behandeling. Exclusiecriteria waren de aanwezigheid van depressie, alcoholproblemen en ernstige seksuele problemen bij de partner. De behandeling bestond uit sekstherapie volgens het model van Masters en Johnson (1970), zo nodig aangevuld met psycho-educatie en cognitieve interventies, en vond volledig via emailcontact plaats. Indien nodig kon medicamenteuze ondersteuning gegeven worden. Gemiddeld waren er 3.7 emailcontacten. 21 deelnemers vulden direct na afloop van de therapie een vragenlijst in via internet. 14 daarvan (67%) rapporteerden dat hun seksuele functioneren was verbeterd of sterk verbeterd door de behandeling via internet. 1 deelnemer (5%) antwoordde dat zijn seksuele functioneren verslechterd was en 6 (29%) antwoordden dat ze geen verandering hadden opgemerkt. Vergelijkbare resultaten werden verkregen door antwoorden op enkele gestandaardiseerde vragenlijsten die seksuele tevredenheid en de ernst van seksueel disfunctioneren meten. 15 deelnemers vulden een maand na het afronden van de therapie een korte follow-up vragenlijst in. 7 van hen rapporteerden dat hun seksuele probleem na afloop van de behandeling verder verbeterd of sterk verbeterd was, terwijl 8 rapporteerden dat hun seksuele functioneren hetzelfde was als bij einde behandeling. De onderzoekers concluderen op basis van de resultaten van deze pilot dat internetsekstherapie goede resultaten kan opleveren en dat een gecontroleerd vervolgonderzoek zeer wenselijk is.

Gesignaleerd ...in de internationale vakliteratuur. Mannen en vrouwen niet even kieskeurig wat betreft opwindende seksuele prikkels
J. van Lankveld

Aandacht voor Amerikaans replicerend onderzoek met als stimuli seksfilms (Chivers, Rieger, Latty en Bailey (2004)) naar het seksueel opwindingspatroon bij mannen en vrouwen, waarbij een verschil in specificiteit werd bevestigd: het opwindingspatroon bij vrouwen is niet specifiek voor het geslacht van de seksuele prikkels (het stimulus-geslacht), dat van mannen wel.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2004, nr 4.
C. van der Rhee

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2004, nr 4. INHOUD: - Ontvangen (p. 231-); - Recensies (p. 232-); - Seksuologische tijdschriften (p. 235-).