Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden

Service aan klanten
Abonneren
Bestel oudere nummers
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2004, Jaargang 28, Nummer 3


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief











Abstracts

De danser en de dans
J. van Lankveld

Hoofdredactionele inleiding. Naar aanleiding van de stelling van psychiater Michiel W. Hengeveld "...wie op zoek is naar de neurobiologie van de gedachte houdt uiteindelijk alleen materie over. De dans is niet te kennen door de danser tot het bot te ontleden,", doet Jacques van Lankveld een poging eens te kijken wat deze redenering ten aanzien de psychiatrie kan betekenen voor de seksuologie. Daarbij springen de parallellen heel gemakkelijk in het oog.

De man als slachtoffer van seksueel misbruik: beïnvloedende factoren bij het toekennen van slachtofferstatus
J.W. van den BergT. EkhartL. Woertman

Uit prevalentie-onderzoeken blijkt dat ongeveer één op de drie slachtoffers van seksueel misbruik een jongen is. Slechts één op de tien slachtoffers die van de gespecialiseerde hulpverlening gebruik maakt is een jongen. Dit onderzoek onder 227 hulpverleners beschrijft de invloed van een viertal onafhankelijke variabelen op het toekennen van slachtofferstatus aan mannen en vrouwen die in hun jeugd seksueel misbruikt zijn. De variabelen zijn: sekse van het slachtoffer, sekse van de beoordelaar, de ernst van het misbruik en de presentatie van het slachtoffer. Aangetoond wordt dat, afhankelijk van de ernst van het misbruik hulpverleners seksueel misbruik in hoge mate erkennen en hulp willen bieden. Er wordt onderstreept dat het herkennen van seksueel misbruik extra aandacht behoeft en dat hulpverleners zich bewust dienen te zijn van de processen die het toekennen van slachtofferstatus beïnvloeden.

Seksualiteit en cultuur: verschillen in klachten tussen autochtonen en allochtonen
N. NieuborgW. Gianotten

In deze studie zijn de seksuele problemen van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Nederlandse patiënten/cliënten van de poliklinieken seksuologie van het Erasmus MC te Rotterdam en het Leyenburg Ziekenhuis te Den Haag geïnventariseerd op basis van de LOPS-registratie. De data van die verschillende etnische groepen zijn met elkaar vergeleken. Problemen met het seksueel verlangen bij mannen blijken een relatief kleiner deel van de klachten van de Turken en Marokkanen uit te maken dan van zowel Nederlanders als Surinamers en Antillianen (5% tegenover respectievelijk 14% en 8%, significant verschil). Problemen met het orgasme, met uitzondering van voortijdig orgasme, blijken bij Nederlanders een significant groter deel uit te maken van de problemen op de poli dan bij Turken en Marokkanen (respectievelijk 11 % en 2%). Voortijdig orgasme maakt een significant groter deel uit van de gepresenteerde problemen bij Turken en Marokkanen, evenals bij Surinamers en Antillianen, dan bij de Nederlanders (resp. 39% en 35% tegenover 9%). Dyspareunie komt op de poli bij Nederlandse vrouwen vaker voor dan bij de Turkse en Marokkaanse vrouwen, evenals bij de Surinaamse en Antilliaanse vrouwen (42% versus resp. 21% en 25%). Vaginisme is bij de Turkse en Marokkaanse vrouwen het meest voorkomende probleem op de poli en komt relatief vaker voor bij deze vrouwen dan bij Nederlandse vrouwen (resp. 34% en 16%). Verder onderzoek naar de relatie tussen afkomst en seksuele problemen is nodig om meer inzicht te bieden in dit verband.

Seksuele problemen en hulpvraaggedrag bij diabetici, hypertensieven en patiënten met chronische obstructieve longziekten in een huisartspraktijk
B. BovéeT. Lagro-JanssenM. Vergeer

Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van de mate en de ervaren ernst van seksuele problemen en de hulpvraag daaromtrent bij patiënten met chronische aandoeningen in een huisartspraktijk. Patiënten tussen 16 en 75 jaar met diabetes mellitus, hypertensie en chronische obstructieve longziekten (COPD) werden geselecteerd uit het patiëntenbestand van een academisch registrerende huisartspraktijk. Met behulp van een vragenlijst werden aan een onderzoeksgroep van 240 en een controlegroep van 60 personen vragen over seksuele problemen en hulpvraaggedrag gesteld. Meer dan een kwart van de respondenten gaf aan een seksueel probleem te hebben. Diabetici leken vaker erectieproblemen te hebben en kwamen net als COPD-patiënten vaker te vroeg klaar. Zes van de tien mensen met een seksueel probleem gaf aan daarvoor hulp te willen, waarbij vrouwen duidelijk een vrouwelijke hulpverlener prefereerden. Bovendien verkozen de meeste patiënten bij een seksueel probleem hulp van hun huisarts. Geconcludeerd kan worden dat seksuele problemen vaak bij genoemde chronische aandoeningen voorkomen en dat patiënten hierbij hulp van de huisarts verwachten. Of een huisarts hiertoe bereid en in staat is, is een vraag voor verder onderzoek.

Vaak seksuele functiestoornissen door antipsychotica, vooral bij prolactineverhoging: resultaten van een aantal vergelijkende onderzoeken
R. KnegteringS. CasteleinR. Bruggeman

Seksuele functiestoornissen treden frequenter op bij de behandeling met antipsychotica dan tot nog toe werd aangenomen. In het artikel wordt een aantal studies beschreven waarin het optreden van seksuele functiestoornissen bij de verschillende antipsychotica systematisch werd geëvalueerd. Deze klachten treft men vooral aan bij antipsychotica die gepaard gaan met een sterke prolactinestijging. Ook bij langdurig gebruik lijken de seksuele functiestoornissen te blijven bestaan. Mannen en vrouwen ervaren seksuele functiestoornissen ongeveer even vaak. Verder wordt ingegaan op de rol van de prolactineverhoging bij het optreden van seksuele functiestoornissen bij antipsychotica. Bij klachten kan men kiezen voor een ander antipsychoticum, dat minder prolactineverhoging geeft, zoals clozapine, olanazinen of quetiapine. Men kan ook eerst de dosis verlagen. De plaats van sildenafil hierbij wordt nog geëvalueerd. Tenslotte, klachten over seksuele problemen worden door patiënten, die antipsychotica gebruiken, zelden spontaan gemeld aan hun behandelaar. Artsen dienen gerichter en systematischer naar ongewenste effecten van antipsychotica, inclusief seksuele functiestoornissen, te vragen en hun patiënten hierover te informeren.

Geslachtoffers
P. Cohen-Kettenis

Tekst van de oratie van prof. dr. P.T. Cohen-Kettenis, psycholoog aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, uitgesproken op 28 november 2003. Aan de hand van het verhaal van drie patiënten toont Peggy Cohen-Kettenis de beperktheid aan van de opvatting dat de seksen een dichotomie vormen.

Subfertiliteit: als de oorzaak onbekend is [Forum]
L. BatstraH. van de WielG. Schuiling


Vruchtbaarheid, seks en conceptieplanning [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]

Bespreking van de bevindingen van onderzoek van de Amerikaanse groep van Wilcox en Dunson. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat een goede mucusscore (kwaliteit van het cervixslijm een betere predictor is voor conceptie dan de (achteraf met BCT (basale temperatuurcurve) vastgestelde) juiste timing ten opzichte van ovulatie. Op ieder dag van de zogenaamde 'fertile window' (daarmee wordt bedoeld de periode van zes dagen vruchtbare dagen beginnend vijf dagen vóór de ovulatie en eindigend op de dag van de ovulatie) met een mucusscore van 4 is de kans op zwangerschap =0.17, terwijl die niet boven 0.123 uitkomt bij een mucusscore van 1. Deze bevinding heeft consequenties voor de voorlichting aan mensen die proberen zwanger te worden.

Annual meeting van de International Academy of Sex Research, Helsinki, 16-19 juni 2004 [Congresverslagen]
P. EnzlinS. van DiestJ. van Lankveld

Verslag van de 30e Annual meeting van de International Academy of Sex Research, Helsinki, 16-19 juni 2004. Onderwerpen die aan de orde kwamen waren onder meer: de dubbele seksuele moraal in post-communistisch Rusland, apotemnofilie (aanhoudend, intens verlangen een amputatie te hebben), de waarde van zelfrapportage van het seksuele leven, hormonen en vrouwelijke seksualiteit, en seksueel sadisme in de forensische seksuologie.

Psychopaten verbeteren mogelijk toch door behandeling [Gesignaleerd ...in de internationale vakliteratuur]
D. van Beek

Signalement van de literatuursearch van D'Silva, Duggan & McCarthy (2004) naar de relatie tussen psychopathie en de reactie op behandeling. Meer specifiek stelden de auteurs de vraag wat het bewijs is voor de claim dat psychopaten negatief reageren op behandeling. Zij vonden 24 studies waarin die relatie werd onderzocht, en kwamen tot de conclusie dat op basis van de kwaliteit van de studies geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraak kan worden gedaan over de vraag of psychopaten negatief reageren op behandeling. Zie: D'Silva, K. Duggan, C. & McCarthy, L. (2004). Does treatment really make psychopaths worse? A review of the evidence. Journal of personality disorders, 18, 163-177.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2004, nr. 3
C. van der Rhee

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2004, nr. 3. INHOUD: - Ontvangen; - Recensies; - Seksuologische tijdschriften.