|
|
Abstracts
|
Meisjes als zedendelinquent: een exploratieve studie
|
|
J. Hendriks
|
Een enkele keer per jaar wordt bij forensische instellingen een meisje
aangemeld dat als dader bij een zedendelict betrokken is geweest.
Vrouwelijke zedendelinquenten en in het bijzonder meisjes die
zedendelicten plegen vormen een groep die in veel criminologisch onderzoek
wordt overgeslagen. Een eerste oorzaak daarvan is het feit dat vrouwen en
meisjes die zedendelicten plegen kwantitatief een (erg) kleine groep
vormen. Ten tweede wordt vaak gemeld dat de problematiek bij en
achtergrond van deze meisjes waarschijnlijk heel anders zijn dan van
jongens die zedendelicten plegen. Van alle typen jeugdige)
zedendelinquenten is naar de vrouwelijke daders tot nu toe de minste
aandacht uitgegaan. Met de diagnostiek en behandeling van deze meisjes is
in ons land ook nog nauwelijks ervaring opgebouwd. Meisjes die
zedendelicten plegen, vormen daardoor een vrijwel onbekende groep. Een en
ander vormt de aanleiding om deze groep meisjes nader te onderzoeken.
Hierna wordt eerst kort samengevat wat vanuit de literatuur over volwassen
vrouwelijke zedendelinquenten bekend is. Vervolgens wordt de
internationale literatuur besproken over meisjes die dit soort delicten
plegen. Daarna beschrijft de auteur kort de (achtergrond)kenmerken van een
groep meisjes die in verband met een zedendelict in contact kwam met
justitie, civiel dan wel strafrechtelijk. Deze bevindingen worden
vergeleken met wat vanuit de literatuur bekend is over deze categorie
delinquenten, over volwassen vrouwelijke zedendelinquenten, over jongens
die zedendelicten plegen en over criminele meisjes in het algemeen.
|
|
Kan de erectie aan- en uitgezet worden? Casuïstiek
|
|
L. Ackermans, Y. Temel, J. van Lankveld,
P. Boon, V. Visser-Vandewalle
|
In dit artikel wordt de casuïstiek van twee uitbehandelde patienten met
het syndroom van Gilles de la Tourette (GTS) besproken waarbij bilaterale
hoogfrequente stimulatie (HFS) van de thalamus werd uitgevoerd. De
electroden werden geïmplanteerd ter hoogte van de nucleus ventro-oralis
(Voi), centromedian nucleus (Cm) en substantia periventricularis (Spv) van
de thalamus. Postoperatief bemerkten de twee patienten thuis een
tegengesteld effect van HFS op hun erectie. Zo bemerkte patient 1 een
stimulerend en patient 2 een remmend effect op de erectie.
Laboratoriumtesten werden uitgevoerd om de peniele erectie tijdens
erotische videofragmenten te meten in de condities waarbij de stimulatie
aan (stim on) en uit (stim off) gezet werden. Uit de testen bleek dat HFS
van de thalamus onder laboratoriumomstandigheden een duidelijke, zij het
niet eenduidige, remmende dan wel stimulerende invloed heeft op de
genitale respons tijdens erotische stimuli en seksuele fantasie.
|
|
Plasklachten en seksuele disfunctie: een veelvoorkomende combinatie bij de ouder wordende man [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
|
|
E. Meuleman
|
Signalering. Aandacht voor een multinationaal populatieonderzoek (Rosen, R. et
al, 2003) naar de relatie tussen plasklachten en seksuele disfunctie bij de
ouder wordende man.
|
|
Puberteitsontwikkeling van Nederlandse kinderen
|
|
D. Mul
|
De gedachte dat in Nederland de puberteit steeds vroeger optreedt is niet
correct. Er is thans een stabilisatie zichtbaar in de leeftijd waarop de
puberteit begint na een periode van vroeger intreden van de puberteit tot
circa 1980. Ondanks deze stabilisatie is er sprake van steeds vroeger
seksueel actieve tieners. Het aantal tienerzwangerschappen neemt niet af.
Bij te vroeg intredende puberteit (pubertas praecox) kan er een indicatie
zijn tot het medicamenteus remmen van de puberteitsontwikkeling. Hiervoor
worden GnRH agonisten gebruikt. Er is sprake van pubertas praecox als de
puberteitsontwikkeling voor het 8e jaar bij meisjes en voor het 9e jaar
bij jongens begint. Onbehandelde pubertas praecox leidt tot een afname van
volwassen lichaamslengte. Met GnRH-agonisten kan dit verlies worden
beperkt. De psychologische effecten van pubertas praecox en de behandeling
ervan zijn in de literatuur niet uitgebreid beschreven. Er is mogelijk een
tendens tot een wat vroegere psychoseksuele ontwikkeling bij meisjes met
pubertas praecox.
|
|
Hand in hand: emotionele en seksuele problemen. Een rationeel-emotieve gedragsbenadering
|
|
G. Jacobs
|
Bij bezoek aan een huisarts of psycholoog introduceert de patiënt of
cliënt zijn of haar seksuele klacht doorgaans niet op een
presenteerblaadje. Seksuele klachten worden vaak verpakt in een algemeen
jasje of, sterker nog, de cliënt ervaart zijn of haar seksuele leven als
vanzelfsprekend en is derhalve 'klachtloos'. Om seksuele problemen boven
tafel te krijgen, moet de dokter of psycholoog er vaak actief en
herhaaldelijk naar vragen. Seksuele problemen komen vaak 'via de
achterdeur' de praktijk binnen. In de seksuologie wordt aangenomen dat
emotionele en seksuele problemen vaak met elkaar te maken hebben. De
behandelaar kan zich dus toegang verschaffen tot een seksueel probleem via
het emotionele probleem waarvoor de cliënt zich aanmeldt. In dit artikel
wordt aan de hand van een casus getoond hoe dit zijn beslag krijgt. De
casus wordt beschreven vanuit de Rationeel-Emotieve Gedragstherapie (RET).
Bij een vrouw met een emotioneel probleem wordt een verband gelegd
tussen haar functioneren op het werk en haar seksuele functioneren,
wanneer blijkt dat ze oligomenorrhoe heeft. Aan de hand van een algemene
cognitie over zichzelf wordt haar seksuele functioneren bij de behandeling
betrokken.
|
|
Recidive bij behandelde seksuele delinquenten
|
|
C. de Ruiter, V. de Vogel
|
In dit retrospectieve onderzoek werden de recidivegegevens geanalyseerd
van 121 seksuele delinquenten die -meest in het kader van een
tbs-maatregel- tussen 1974 en 1996 werden opgenomen in de Dr. Henri van
der Hoeven Kliniek (gemiddelde follow-up tijd 140 maanden).
Recidivegegevens werden opgevraagd bij het Justitieel Documentatieregister
van het Ministerie van Justitie. De base.rate voor seksuele recidive was
39%, voor niet-seksueel gewelddadige recidive 46% en voor algemene
recidive 74%. Wanneer rekening werd gehouden met de tijd die de
delinquent at risk was en survival analyses gebruikt werden waren deze
cijfers respectievelijk 48%, 63% en 91%. Pedoseksuele daders werden
vaker opnieuw veroordeeld voor een seksueel delict dan verkrachters met
volwassen vrouwelijke slachtoffers. Pedoseksuele daders met jongens buiten
het gezin als slachtoffer vertoonden het hoogste percentage seksuele
recidive (80%). De kans op seksuele recidive was voor pedoseksuele daders
die de behandeling niet hadden afgerond bijna vijfmaal groter dan voor
pedoseksuele daders die de behandeling wel hadden afgerond. Geconcludeerd
werd dat er groepen seksuele delinquenten te identificeren zijn die een
sterk verhoogd recidiverisico hebben waarvoor behandeling volgens de
huidige inzichten onvoldoende effect heeft.
|
|
Vaarwel vaginisme? [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
|
|
E. de Groot, S. Both
|
Signalering. Aandacht voor een empirisch onderzoek van E. Reissing et al.
(2004) naar de waarde van vaginale verkramping als diagnostisch criterium voor
vaginisme.
|
|
Forum: Een middel voor persoonlijke bescherming voor vrouwen
|
|
K. Scheffe
|
Forumbijdrage. Kim Scheffe, industrieel ontwerper, heeft een middel voor
persoonlijke bescherming voor vrouwen ontwikkeld, waarmee de kans op een
aanranding en/of verkrachting 'zo klein mogelijk wordt of zelfs
uitgesloten'. Het gekozen product is een kledinglijn met geïntegreerde
elektronica.
|
|
Seks en soma, 4 december 2003 [Congresverslag]
|
|
C. Schreuders-Bais
|
Verslag van het derde symposium in de reeks "Seks en soma", georganiseerd door
de Werkgroep Medische Seksuologie van het Universitair Medisch Centrum St.
Radboud, op 4 december 2003.
|
|
Koos Slob prijs 2004 voor het beste artikel in TvS: Ellen Laan
|
|
W. Vandereycken
|
De Koos Slob prijs 2004 voor het beste artikel in het Tijdschrift voor
Seksuologie ging naar Ellen Laan.
|
|
Tweede Hugo Beigel Award voor Erick Janssen: onze man in Amerika
|
|
W. Everaerd
|
De Hugo Beigel Award ging voor het jaar 2002 naar de in de Verenigde Staten
werkzame Nederlandse seksuologisch onderzoeker Erick Janssen, die ook voor het
jaar 2000 de winnaar was. De hoofdredacteuren en zijn haar partner-redacteuren
van het Journal of Sex Research kiezen jaarlijks een winnaar voor deze award.
De winnaar is de auteur van het beste artikel uit de afgelopen jaargang van
dit tijdschrift.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en seksualiteit en relaties, 2004, nr. 2
|
|
C. van der Rhee
|
Literatuurbulletin Relaties en seksualiteit, 2004, nr. 2. INHOUD: - Ontvangen
(p. 113); Recensies (p. 113-116); - Seksuologische tijdschriften (p. 117-120).
|
|
|