Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2004, Jaargang 28, Aflevering 2


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->













Abstracts

Meisjes als zedendelinquent: een exploratieve studie
J. Hendriks

Een enkele keer per jaar wordt bij forensische instellingen een meisje aangemeld dat als dader bij een zedendelict betrokken is geweest. Vrouwelijke zedendelinquenten en in het bijzonder meisjes die zedendelicten plegen vormen een groep die in veel criminologisch onderzoek wordt overgeslagen. Een eerste oorzaak daarvan is het feit dat vrouwen en meisjes die zedendelicten plegen kwantitatief een (erg) kleine groep vormen. Ten tweede wordt vaak gemeld dat de problematiek bij en achtergrond van deze meisjes waarschijnlijk heel anders zijn dan van jongens die zedendelicten plegen. Van alle typen jeugdige) zedendelinquenten is naar de vrouwelijke daders tot nu toe de minste aandacht uitgegaan. Met de diagnostiek en behandeling van deze meisjes is in ons land ook nog nauwelijks ervaring opgebouwd. Meisjes die zedendelicten plegen, vormen daardoor een vrijwel onbekende groep. Een en ander vormt de aanleiding om deze groep meisjes nader te onderzoeken. Hierna wordt eerst kort samengevat wat vanuit de literatuur over volwassen vrouwelijke zedendelinquenten bekend is. Vervolgens wordt de internationale literatuur besproken over meisjes die dit soort delicten plegen. Daarna beschrijft de auteur kort de (achtergrond)kenmerken van een groep meisjes die in verband met een zedendelict in contact kwam met justitie, civiel dan wel strafrechtelijk. Deze bevindingen worden vergeleken met wat vanuit de literatuur bekend is over deze categorie delinquenten, over volwassen vrouwelijke zedendelinquenten, over jongens die zedendelicten plegen en over criminele meisjes in het algemeen.

Kan de erectie aan- en uitgezet worden? Casuïstiek
L. AckermansY. TemelJ. van Lankveld P. BoonV. Visser-Vandewalle

In dit artikel wordt de casuïstiek van twee uitbehandelde patienten met het syndroom van Gilles de la Tourette (GTS) besproken waarbij bilaterale hoogfrequente stimulatie (HFS) van de thalamus werd uitgevoerd. De electroden werden geïmplanteerd ter hoogte van de nucleus ventro-oralis (Voi), centromedian nucleus (Cm) en substantia periventricularis (Spv) van de thalamus. Postoperatief bemerkten de twee patienten thuis een tegengesteld effect van HFS op hun erectie. Zo bemerkte patient 1 een stimulerend en patient 2 een remmend effect op de erectie. Laboratoriumtesten werden uitgevoerd om de peniele erectie tijdens erotische videofragmenten te meten in de condities waarbij de stimulatie aan (stim on) en uit (stim off) gezet werden. Uit de testen bleek dat HFS van de thalamus onder laboratoriumomstandigheden een duidelijke, zij het niet eenduidige, remmende dan wel stimulerende invloed heeft op de genitale respons tijdens erotische stimuli en seksuele fantasie.

Plasklachten en seksuele disfunctie: een veelvoorkomende combinatie bij de ouder wordende man [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
E. Meuleman

Signalering. Aandacht voor een multinationaal populatieonderzoek (Rosen, R. et al, 2003) naar de relatie tussen plasklachten en seksuele disfunctie bij de ouder wordende man.

Puberteitsontwikkeling van Nederlandse kinderen
D. Mul

De gedachte dat in Nederland de puberteit steeds vroeger optreedt is niet correct. Er is thans een stabilisatie zichtbaar in de leeftijd waarop de puberteit begint na een periode van vroeger intreden van de puberteit tot circa 1980. Ondanks deze stabilisatie is er sprake van steeds vroeger seksueel actieve tieners. Het aantal tienerzwangerschappen neemt niet af. Bij te vroeg intredende puberteit (pubertas praecox) kan er een indicatie zijn tot het medicamenteus remmen van de puberteitsontwikkeling. Hiervoor worden GnRH agonisten gebruikt. Er is sprake van pubertas praecox als de puberteitsontwikkeling voor het 8e jaar bij meisjes en voor het 9e jaar bij jongens begint. Onbehandelde pubertas praecox leidt tot een afname van volwassen lichaamslengte. Met GnRH-agonisten kan dit verlies worden beperkt. De psychologische effecten van pubertas praecox en de behandeling ervan zijn in de literatuur niet uitgebreid beschreven. Er is mogelijk een tendens tot een wat vroegere psychoseksuele ontwikkeling bij meisjes met pubertas praecox.

Hand in hand: emotionele en seksuele problemen. Een rationeel-emotieve gedragsbenadering
G. Jacobs

Bij bezoek aan een huisarts of psycholoog introduceert de patiënt of cliënt zijn of haar seksuele klacht doorgaans niet op een presenteerblaadje. Seksuele klachten worden vaak verpakt in een algemeen jasje of, sterker nog, de cliënt ervaart zijn of haar seksuele leven als vanzelfsprekend en is derhalve 'klachtloos'. Om seksuele problemen boven tafel te krijgen, moet de dokter of psycholoog er vaak actief en herhaaldelijk naar vragen. Seksuele problemen komen vaak 'via de achterdeur' de praktijk binnen. In de seksuologie wordt aangenomen dat emotionele en seksuele problemen vaak met elkaar te maken hebben. De behandelaar kan zich dus toegang verschaffen tot een seksueel probleem via het emotionele probleem waarvoor de cliënt zich aanmeldt. In dit artikel wordt aan de hand van een casus getoond hoe dit zijn beslag krijgt. De casus wordt beschreven vanuit de Rationeel-Emotieve Gedragstherapie (RET). Bij een vrouw met een emotioneel probleem wordt een verband gelegd tussen haar functioneren op het werk en haar seksuele functioneren, wanneer blijkt dat ze oligomenorrhoe heeft. Aan de hand van een algemene cognitie over zichzelf wordt haar seksuele functioneren bij de behandeling betrokken.

Recidive bij behandelde seksuele delinquenten
C. de RuiterV. de Vogel

In dit retrospectieve onderzoek werden de recidivegegevens geanalyseerd van 121 seksuele delinquenten die -meest in het kader van een tbs-maatregel- tussen 1974 en 1996 werden opgenomen in de Dr. Henri van der Hoeven Kliniek (gemiddelde follow-up tijd 140 maanden). Recidivegegevens werden opgevraagd bij het Justitieel Documentatieregister van het Ministerie van Justitie. De base.rate voor seksuele recidive was 39%, voor niet-seksueel gewelddadige recidive 46% en voor algemene recidive 74%. Wanneer rekening werd gehouden met de tijd die de delinquent at risk was en survival analyses gebruikt werden waren deze cijfers respectievelijk 48%, 63% en 91%. Pedoseksuele daders werden vaker opnieuw veroordeeld voor een seksueel delict dan verkrachters met volwassen vrouwelijke slachtoffers. Pedoseksuele daders met jongens buiten het gezin als slachtoffer vertoonden het hoogste percentage seksuele recidive (80%). De kans op seksuele recidive was voor pedoseksuele daders die de behandeling niet hadden afgerond bijna vijfmaal groter dan voor pedoseksuele daders die de behandeling wel hadden afgerond. Geconcludeerd werd dat er groepen seksuele delinquenten te identificeren zijn die een sterk verhoogd recidiverisico hebben waarvoor behandeling volgens de huidige inzichten onvoldoende effect heeft.

Vaarwel vaginisme? [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
E. de GrootS. Both

Signalering. Aandacht voor een empirisch onderzoek van E. Reissing et al. (2004) naar de waarde van vaginale verkramping als diagnostisch criterium voor vaginisme.

Forum: Een middel voor persoonlijke bescherming voor vrouwen
K. Scheffe

Forumbijdrage. Kim Scheffe, industrieel ontwerper, heeft een middel voor persoonlijke bescherming voor vrouwen ontwikkeld, waarmee de kans op een aanranding en/of verkrachting 'zo klein mogelijk wordt of zelfs uitgesloten'. Het gekozen product is een kledinglijn met geïntegreerde elektronica.

Seks en soma, 4 december 2003 [Congresverslag]
C. Schreuders-Bais

Verslag van het derde symposium in de reeks "Seks en soma", georganiseerd door de Werkgroep Medische Seksuologie van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud, op 4 december 2003.

Koos Slob prijs 2004 voor het beste artikel in TvS: Ellen Laan
W. Vandereycken

De Koos Slob prijs 2004 voor het beste artikel in het Tijdschrift voor Seksuologie ging naar Ellen Laan.

Tweede Hugo Beigel Award voor Erick Janssen: onze man in Amerika
W. Everaerd

De Hugo Beigel Award ging voor het jaar 2002 naar de in de Verenigde Staten werkzame Nederlandse seksuologisch onderzoeker Erick Janssen, die ook voor het jaar 2000 de winnaar was. De hoofdredacteuren en zijn haar partner-redacteuren van het Journal of Sex Research kiezen jaarlijks een winnaar voor deze award. De winnaar is de auteur van het beste artikel uit de afgelopen jaargang van dit tijdschrift.

Literatuurbulletin Relaties en seksualiteit en relaties, 2004, nr. 2
C. van der Rhee

Literatuurbulletin Relaties en seksualiteit, 2004, nr. 2. INHOUD: - Ontvangen (p. 113); Recensies (p. 113-116); - Seksuologische tijdschriften (p. 117-120).