|
Tijdschrift voor Seksuologie
2004, Jaargang 28, Aflevering 1
Inhoudsopgave
Abstracts |
Redactioneel: epidemiologisch?
|
|
J.J.D.M. van Lankveld
|
Redactionele inleiding. De auteur mist in het onlangs bij het
Trimbos-insituuut verschenen boekje 'Psychische stoornissen in Nederland'
(Vollebergh, De Graaf, Ten Have et al., 2003) bij de weergave van cijfers
over stoornissen de seksuele stoornissen. De seksuologie is in de wereld
van de GGZ blijkbaar geen gemeenplaats.
|
|
De zin van androgenen bij vrouwen zonder zin
|
|
M.J.A. Apperloo, J.G. van der Stege,
A. Hoek, W.C.M. Weijmar Schultz
|
Androgeensubstitutie wordt in toenemende mate gepropageerd om het seksuele
verlangen van vrouwen te verhogen. Deze behandeling is gebaseerd op de
veronderstelling dat afname van androgenen leidt tot afname van seksueel
verlangen. Het seksuele functioneren bij vrouwen is complex en verminderde
seksuele interesse kan verschillende oorzaken hebben.
Tot op heden is er geen adequaat bio-psycho-sociaal model, inclusief de rol
van androgenen, voor het vrouwelijke seksuele functioneren. Bovendien is de
mate van seksueel verlangen, 'veel of weinig', geen maat voor seksuele
satisfactie. Risicogroepen voor een androgeentekort zijn vrouwen bij wie de
androgeenproductie van de ovaria en/of bijnieren is aangetast. Een aantal
studies toont dat androgeensubstitutie, met als gevolg suprafysiologische
androgeenspiegels, bepaalde aspecten van het seksuele functioneren kan
verbeteren, vooral bij vrouwen bij wie de ovaria zijn verwijderd. Wat dit
betekent voor de vrouw in termen van seksuele tevredenheid is niet duidelijk.
Gebaseerd op de beschikbare literatuur kan androgeensubstitutie worden
gebruikt als adjuvans therapie bij seksuologische counseling bij vrouwen met
een laag libido in combinatie met een laag biologisch beschikbaar testosteron
en normale oestrogeenspiegels, als gevolg van een insufficiënte ovarium-
ofbijnierfunctie, en normale oestrogeenspiegels. Het routinematig
voorschrijven van androgenen aan endocrinologisch gezonde vrouwen met
verminderd seksueel verlangen is niet 'evidence based'. Placebo gecontroleerde
trials met voldoende power zullen uiteindelijk inzicht moeten geven welke
androgeen afhankelijke aspecten van het seksueel functioneren van vrouwen
verbeteren bij androgeen-deficiëntie. Het veiligheidsprofiel van
androgeensubsitutie zal moeten worden onderzocht.
|
|
Psychologisch profiel van vrouwen met VVS [Gesignaleerd ...in de internationale vakliteratuur]
|
| M. Vergeer
|
Signalering. Aandacht voor een onderzoek naar het psychologisch profiel van
vrouwen met het vulvaire vestibulitis syndroom (VVS): Brotto, L.A., Basson, R.
& Gehring, D. (2003).
|
|
Van individuele beslissers tot risicomanagers: een sociaal-wetenschappelijk perspectief op hiv-preventie
|
|
H. Neefs
|
In dit artikel wordt de bijdrage van recent sociaal-wetenschappelijk onderzoek
van het voorbije decennium met betrekking tot het thema van (on)veilig vrijen
besproken. Er wordt geargumenteerd dat de onderzoeksaandacht in het
voorbije decennium is verruimd van individuele gedragsdeterminanten naar de
ruimere sociale context waarin seksueel 'risicogedrag' zich voordoet. Deze
inhoudelijke verruiming is grotendeels het gevolg van de inbreng van
sociaal-wetenschappelijk onderzoek dat zich kritisch positioneerde ten aanzien
van het gevestigde psychologische gedragsonderzoek. Vervolgens wordt de vraag
gesteld welke de implicaties van deze evolutie zijn voor de preventie van hiv
bij jongeren in Vlaanderen.
|
|
Hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld: omvang, aard en kwaliteit
|
|
M. Höing, I. Vanwesenbeeck
|
Verslag van een onderzoek naar de omvang, aard en kwaliteit van de
hulpverlening aan cliënten met seksueel geweldservaringen in Nederland anno
2002 in kaart. Gegevens zijn verzameld met behulp van schriftelijke
vragenlijsten bij 219 instellingsmanagers, 194 hulpverleners en 135 cliënten.
Daarnaast zijn gestructureerde face-to-face interviews
gevoerd met nog eens 23 hulpverleners en 21 cliënten. Uit het onderzoek blijkt
één op de vijf cliënten in de Geestelijke Gezondheidszorg het slachtoffer is
geweest van seksueel misbruik in de jeugd, verkrachting of mishandeling in de
partnerrelatie. Psychische klachten als gevolg van seksueel geweld kunnen zeer
ernstig en hardnekkig zijn en blijken hulpverleners nog vaak voor problemen te
stellen. De studie laat zien dat het om een zeer diverse
hulpverleningspraktijk gaat, waarbij het vertrouwen in de behandelaar en diens
deskundigheid, de erkenning voor de traumatische ervaringen en institutionele
randvoorwaarden van
cruciaal belang zijn voor een succesvolle behandeling. De kwantitatieve
onderzoeksgegevens en een uitgebreide internationale literatuurstudie naar
effectieve behandelingen sluiten aan bij discussies in het veld rondom vragen
als 'wel of niet openleggen?' en 'wel of geen verdwenen herinneringen naar
boven halen?' De bestaande zorgprogramma's voor slachtoffers van seksueel
geweld worden kritisch onder de loep genomen.
|
|
Cognitieve verandering en de voorspelling van blijvende verbetering of terugval na behandeling van erectiele disfunctie met sildenafil
|
|
J. van Lankveld, M. van den Hout,
M. Spigt, G. van Koeveringe
|
In deze studie hebben de auteurs onderzocht of het mogelijk was om met behulp
van psychologische variabelen te voorspellen hoe het verder gaat met het
seksuele functioneren van mannen met erectiele disfunctie (ED) wanneer zij
gedurende enige tijd behandeld worden met sildenafil en dan stoppen met het
gebruik van deze medicatie. Aan de studie namen 65 heteroseksuele mannen
(gemiddelde leeftijd 54.2) deel met secundaire ED. Zij namen,
voorafgaande aan seksueel contact, sildenafil in volgens het
gebruiksvoorschrift, maximaal tweemaal per week gedurende zes weken. Het
resultaat van de behandeling werd vastgesteld aan de hand van de vraag: "Heeft
de behandeling die U tijdens het onderzoek heeft gehad uw lichamelijke reactie
tijdens seksuele activiteit verbeterd?" Deze vraag werd nogmaals gesteld na
een periode van zes weken, waarin het gebruik van sildenafil was gestaakt. De
psychologische metingen waarmee werd getracht de respons aan het einde
van deze medicatievrije periode te voorspellen, werden gedaan op twee
momenten: a. voorafgaande aan de behandeling en b. aan het einde van de
medicatieperiode. Van de 65 deelnemers die met de sildenafilbehandeling
startten, trokken 24 (37%) zich terug uit het onderzoek vóór de follow-up
meting, zodat gegevens van 41 mannen beschikbaar waren voor analyse van de
centrale onderzoeksvraag. Aan het einde van de medicatieperiode rapporteerde
89% van de deelnemers dat de behandeling hun erectiele functioneren had
verbeterd, of dat hun ED volledig was opgelost. Bij follow-up, nadat de
medicatie zes weken was gestaakt, gaf 66% nog steeds aan dat de behandeling
hun erectiele functioneren had verbeterd. Bij hen was de bereikte verbetering
beklijfd. Bij 23% was de verbetering weer verdwenen, en was dus sprake van
terugval. Bij 11 % had de medicatie geen onmiddellijk effect en ook geen
verbetering na een medicatievrije periode opgeleverd. De respons na
medicatiestaking kon worden voorspeld aan de hand van verandering in het
seksueel zelfvertrouwen van de deelnemer, zijn inschatting of zijn partner
voortzetting van de medicatie wenselijk vond, beide door de deelnemer
gerapporteerd aan het einde van de zesweekse behandelperiode, en de sterkte
van het seksueel verlangen van de deelnemer voorafgaande aan de behandeling.
De kans op herstel van erectiel functioneren, ook na medicatiestaking, was
groter bij mannen met toegenomen seksueel zelfvertrouwen, en bij mensen
die van mening waren dat hun partner de medicatie wel zou willen continueren.
Deze kans nam nog verder toe bij deelnemers die voorafgaande aan de
behandeling een groter seksueel verlangen rapporteerden. De sensitiviteit van
het op deze drie gegevens gebaseerde besliskundige model had een sensitiviteit
van 92%, en een specificiteit van 80%. Dit model bleek statistisch significant.
De resultaten van deze studie geven aan dat blijvende verbetering van erectiel
functioneren na beëindiging van een korte behandeling met sildenafil mogelijk
is bij mannen met psychogene ED. Deze respons kan voorspeld worden aan
de hand van cognitieve veranderingen voordat met medicatie wordt gestopt.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2004, nr. 1
|
|
C. van der Rhee
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2004, nr. 1. INHOUD: - Ontvangen
(p. 54); - Recensies (p. 55-62); - Seksuologische tijdschriften (p. 63-66).
| |