Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftafleveringen
Inhoud: laatste aflevering
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
St. Tijdschrift voor Seksuologie

Service aan klanten
Abonneren
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2003, Jaargang 27, Aflevering 4


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->

Abstracts












Seksualiteit, chronische ziektes en lichamelijke beperkingen: kan seksualiteit gerevalideerd worden?
J. Bender

Seksualiteit wordt in de samenleving steeds openlijker besproken. Het lijkt met name te horen bij mensen die in het beeld passen van jong, mooi en wild, met andere woorden de "Veronica generatie". De praktijk leert dat de meerderheid van de bevolking, die niet in dit zogenaamde ideaalbeeld past, vindt dat seksualiteit bij hun leven en relaties hoort. Waarom zouden mensen met chronische ziektes of lichamelijke handicaps hier anders over denken? Toch is seksualiteit een levensgebied dat bijna stelselmatig buiten de brede gezondheidszorg lijkt te vallen. Toevalligheden van patiënt- en hulpverlenervariabelen bepalen of seksualiteit in de context van een chronische lichamelijke aandoening ooit ter sprake komt. Het artikel stelt een aantal vragen centraal. Wat is de invloed van chronische lichamelijke problemen en beperkingen op seksualiteit? Wat betekent dit voor de mensen die hiermee geconfronteerd worden? Wat kan de seksuoloog hierin betekenen en waar moet hij/zij op letten? Ten slotte passeren mogelijkheden voor hulp op dit gebied de revue.

Seksdrugs in het uitgaansleven. Een kleinschalig exploratief onderzoek naar recreatief gebruik van erotiserende middelen en signalen uit de seksuologische hulpverlening
M. LazaromsI. Vanwesenbeeck L. Woertman

Recreatief gebruik van erotiserende middelen en signalen uit de seksuologische hulpverlening. Uit (trend)onderzoek van Korf, Nabben en Benschop (2001, 2002) naar gebruik van legale en illegale genotmiddelen en naar gokken bij Amsterdamse jongeren komt naar voren dat in het uitgaansleven van Amsterdam steeds meer erotiserende middelen gebruikt worden. Er is een toenemende verspreiding van GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) en de belangstelling voor yohimbe (yohimbine) en recreatief gebruik van viagra (sildenafil) neemt toe (Korf e.a. 2001 b, 2002b; Korf, Nabben, Diemei & Bouma, 2000). Het doel in dit kleinschalige explorerende onderzoek is nagaan of het toenemend recreatieve gebruik van erotiserende middelen reden is tot zorg. Van de tweeëntachtig seksuologen-NVVS die zijn aangeschreven hebben achtendertig personen de vragenlijst ingevuld, een respons van 46,3%. Uit de bevindingen blijkt dat een kleine meerderheid (52%) van de seksuologen-NVVS van mening is dat het recreatieve gebruik van erotiserende middelen is toegenomen (van deze kleine meerderheid respondenten koppelt één op de zes dit aan (seksuele) problemen die zijn toegenomen), maar dat de vraag ernaar in de seksuologische praktijk nog beperkt is. Een vijfde van de seksuologen-NVVS heeft het afgelopen jaar cliënten gezien bij wie gebruik problemen veroorzaakte. De helft van de seksuologische hulpverleners maakt mee dat cliënten op eigen initiatief middelen gaan gebruiken waarvan cliënten een erotiserende werking veronderstellen. Tevens heeft een ruime meerderheid van de seksuologen-NVVS (61%) aanwijzingen voor illegaal middelengebruik. Seksualiteit lijkt steeds meer gezien te worden als consumptiemiddel. Ook de media dragen bij aan dit beeld. De mythische ideeën die bij jongeren spelen over seksualiteit en erotiserende middelen kunnen zorgen voor te hoge verwachtingen waardoor 'normale seksuele ervaringen' niet (meer) bevredigend zijn. Al met al zijn de bevindingen verontrustend genoeg om bij eventuele seksuele en seksgerelateerde problemen die samenhangen met recreatief gebruik van erotiserende middelen in de toekomst een vinger aan de pols te houden.

Effectiviteit van seksueel misbruik: preventieprogramma's voor kinderen ter voorkoming van seksueel misbruik
W. VersluisE. Laan

Sinds de jaren zeventig nemen veel Amerikaanse kinderen deel aan programma's ter voorkoming van seksueel misbruik (SMP's). In het artikel staat de vraag centraal of SMP's daadwerkelijk effectief zijn voor de preventie van seksueel misbruik. Uit onderzoek blijkt dat kinderen concepten en vaardigheden leren die gerelateerd zijn aan seksueel misbruik en dat ze gebruikmaken van deze kennis en vaardigheden in levensechte situaties. Ook blijkt dat SMP's kunnen leiden tot een reductie van het aantal incidenten van seksueel misbruik en tot een stijging van het aantal onthullingen over seksueel misbruik. Een minderheid van de kinderen vertoont echter negatieve consequenties, zoals angst en bezorgdheid. Desondanks zijn dezelfde kinderen het meest positief ten aanzien van SMP's. Geconcludeerd wordt dat SMP's belangrijke instrumenten kunnen zijn voor de preventie van seksueel misbruik.

Seksuele tegenpolen [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
J. van Lankveld

Signalering van recente literatuur op het gebied van het onderzoek naar seksuele responsen dat gebruik maakt van "non-invasieve" brain-imaging technieken.

Albert Ellis: de kruisbestuiving van de seksuologie en de rationeel-emotieve therapie. Bij de 90e verjaardag vna Albert Ellis
G. Jacobs

"Ik was vijf jaar oud en werd door mijn ouders betrapt toen ik met een trechtertje melk in de vagina van een meisje wilde gieten op wie ik hopeloos verliefd was". Een typisch antwoord voor Albert Ellis (1913) op de vraag hoe zijn interesse in de seksuologie ontstaan is (Reiss & Ellis, 2002). De grondlegger van de Rationeel-Emotieve Therapie (RET) staat bekend als een uitgesproken persoonlijkheid, die geen blad voor de mond neemt. Deze eigenschap kwam goed van pas aan het begin van de seksuele revolutie. Er moest flink tegengas komen om de vastgeroeste en irrationele ideeën over seksualiteit aan het wankelen te brengen. Dat kon Ellis en dat deed hij. Een doorzetter, een liberaal denker, en seksuoloog van het eerste uur. De RET is niet meer uit de praktijk van de hedendaagse seksuologische hulpverlening weg te denken. Maar weinigen weten dat Albert Ellis zich al als sekstherapeut vestigde, voordat hij zijn opleiding tot klinisch psycholoog had afgerond. Het Love and Marriage (LAMP) Institute dat hij in New York startte, groeide uit tot het internationaal bekende Institute for RET, thans het Albert Ellis Institute geheten. Ter ere van zijn 90-ste verjaardag op 13 september 2003 wordt Ellis' betekenis voor de seksuologie in dit artikel voor het voetlicht gebracht.

De medicus en de min en hoe het verder ging
M. Hengeveld

In deze afscheidsrede bespreek Hengeveld een aantal aspecten van de merkwaardige relatie tussen de arts en de seksualiteit. Bij eenderde tot driekwart van de medische patiënten is er sprake van seksuele problemen. De patiënten willen dat de arts hiernaar informeert, maar de arts doet dit zelden. Het is de vraag of cursorisch onderwijs aan studenten of co-assistenten, hoe positief dit ook wordt gewaardeerd, vermindering geeft van dit vermijdingsgedrag van de arts. Door het verdwijnen van alle bijzondere leerstoelen in de seksuologie aan de Nederlandse medische faculteiten wordt dit onderwijs bovendien mogelijk bedreigd. Een praktische stage voor arts-assistenten in opleiding tot specialist, zoals in enkele universitaire, medische centra waaronder het UMC Utrecht is georganiseerd, beklijft wellicht beter en lijkt tot aanstelling van seksuologen in hun toekomstige algemene ziekenhuizen te leiden. Ten slotte plaatst Hengeveld enkele vraagtekens bij de zwart-wit indeling in 'dader' en 'slachtoffer' bij seksuele relaties tussen artsen en patiënten. Het is namelijk niet altijd even duidelijk hoe daarbij de machtsverhoudingen liggen. Maar hoe het ook zij: artsen moeten zich ook niet seksueel door patiënten laten 'misbruiken'.

Juryrapport "Van Embde-Boas-Van Ussel" Prijs 2003
W. Everaerd

In het najaar van 2002 vroeg Joel Staffeleu aan de auteur om voorzitter te worden van de selectiecommissie voor de Van Emde Boas -Van Ussel Prijs. Coen van Emde Boas was een seksuoloog van het eerste uur. Hij woonde nog vergaderingen bij van de Wereld liga voor seksuele hervorming in de eerste helft van de twintigste eeuw. Van Ussel werd belangrijk na de Tweede Wereldoorlog. Beide hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de vormgeving van seksualiteit - de constructie van seksualiteit in wat moderner jargon - zoals wij die nu nog kennen. Coen van Emde Boas door zijn bemoeienis met wat de seksuele hygiëne werd genoemd en wat nu 'sexual health' heet. Jos van Ussel door zijn boeken zoals 'Afscheid van de Seksualiteit' en 'Intimiteit'. Om hun grote verdiensten werd de prijs naar hen genoemd.

Cyclus-effecten: opwinding of artefact? Reaktie op Slob (2003) [Forum]
E. LaanR.H.W. van Lunsen

Reaktie op een commentaar van Koos Slob (2003) op het onderzoek van auteurs bij pre- en postmenopauzale vrouwen met en zonder opwindingsstoornissen (Laan, van Driel, & van Lunsen, 2003).

Seksuologische onderzoekers wereldwijd bijeen onder leiding van Theo Sandfort [Congresverslagen]
R. Melles

Verslag van de 29e meeting van de International Academy of Sex Research (IASR) gehouden van 16 -19 juli 2003 in Bloomington, Indiana, onder voorzitterschap van Theo Sandfort.

Seksualiteit, fertiliteit en zwangerschap. Verslag van het 7de Symposium Seksuologie multidisciplinair
M. Zandbergen

Verslag van het 7de Symposium Seksuologie multidisciplinair, gehouden op 9 mei 2003 in het Kasteel Rijckholt bij Maastricht.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2003, nr. 4
K. van der Rhee

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2003, nr. 4. Inhoud: - Ontvangen (p. 215); - Recensies (p. 216-223); - Seksuologische Tijdschriften (p. 223-227).