|
|
Abstracts
Seksualiteit, chronische ziektes en lichamelijke beperkingen: kan seksualiteit gerevalideerd worden?
|
|
J. Bender
|
Seksualiteit wordt in de samenleving steeds openlijker besproken. Het lijkt
met name te horen bij mensen die in het beeld passen van jong, mooi en wild,
met andere woorden de "Veronica generatie". De praktijk leert dat de
meerderheid van de bevolking, die niet in dit zogenaamde ideaalbeeld past,
vindt dat seksualiteit bij hun leven en relaties hoort. Waarom zouden mensen
met chronische ziektes of lichamelijke handicaps hier anders over denken?
Toch is seksualiteit een levensgebied dat bijna stelselmatig buiten de brede
gezondheidszorg lijkt te vallen. Toevalligheden van patiënt- en
hulpverlenervariabelen bepalen of seksualiteit in de context van een
chronische lichamelijke aandoening ooit ter sprake komt.
Het artikel stelt een aantal vragen centraal. Wat is de invloed van chronische
lichamelijke problemen en beperkingen op seksualiteit? Wat betekent dit voor
de mensen die hiermee geconfronteerd worden? Wat kan de seksuoloog hierin
betekenen en waar moet hij/zij op letten? Ten slotte passeren mogelijkheden
voor hulp op dit gebied de revue.
|
|
Seksdrugs in het uitgaansleven. Een kleinschalig exploratief onderzoek naar recreatief gebruik van erotiserende middelen en signalen uit de seksuologische hulpverlening
|
|
M. Lazaroms, I. Vanwesenbeeck,
L. Woertman
|
Recreatief gebruik van erotiserende middelen en signalen uit de seksuologische
hulpverlening.
Uit (trend)onderzoek van Korf, Nabben en Benschop (2001, 2002) naar gebruik
van legale en illegale genotmiddelen en naar gokken bij Amsterdamse jongeren
komt naar voren dat in het uitgaansleven van Amsterdam steeds meer
erotiserende middelen gebruikt worden. Er is een toenemende verspreiding van
GHB (gamma-hydroxy-boterzuur) en de belangstelling voor yohimbe (yohimbine) en
recreatief gebruik van viagra (sildenafil) neemt toe (Korf e.a. 2001 b, 2002b;
Korf, Nabben, Diemei & Bouma, 2000). Het doel in dit kleinschalige
explorerende onderzoek is nagaan of het toenemend recreatieve gebruik van
erotiserende middelen reden is tot zorg.
Van de tweeëntachtig seksuologen-NVVS die zijn aangeschreven hebben
achtendertig personen de vragenlijst ingevuld, een respons van 46,3%. Uit de
bevindingen blijkt dat een kleine meerderheid (52%) van de seksuologen-NVVS
van mening is dat het recreatieve gebruik van erotiserende middelen is
toegenomen (van deze kleine meerderheid respondenten koppelt één op de zes dit
aan (seksuele) problemen die zijn toegenomen), maar dat de vraag ernaar in de
seksuologische praktijk nog beperkt is. Een vijfde van de seksuologen-NVVS
heeft het afgelopen jaar cliënten gezien bij wie gebruik problemen
veroorzaakte.
De helft van de seksuologische hulpverleners maakt mee dat cliënten op eigen
initiatief middelen gaan gebruiken waarvan cliënten een erotiserende werking
veronderstellen. Tevens heeft een ruime meerderheid van de seksuologen-NVVS
(61%) aanwijzingen voor illegaal middelengebruik.
Seksualiteit lijkt steeds meer gezien te worden als consumptiemiddel. Ook de
media dragen bij aan dit beeld. De mythische ideeën die bij jongeren spelen
over seksualiteit en erotiserende middelen kunnen zorgen voor te hoge
verwachtingen waardoor 'normale seksuele ervaringen' niet (meer) bevredigend
zijn. Al met al zijn de bevindingen verontrustend genoeg om bij eventuele
seksuele en seksgerelateerde problemen die samenhangen met recreatief gebruik
van erotiserende middelen in de toekomst een vinger aan de pols te houden.
|
|
Effectiviteit van seksueel misbruik: preventieprogramma's voor kinderen ter voorkoming van seksueel misbruik
|
|
W. Versluis, E. Laan
|
Sinds de jaren zeventig nemen veel Amerikaanse kinderen deel aan programma's
ter voorkoming van seksueel misbruik (SMP's). In het artikel staat de vraag
centraal of SMP's daadwerkelijk effectief zijn voor de preventie van seksueel
misbruik. Uit onderzoek blijkt dat kinderen concepten en vaardigheden leren
die gerelateerd zijn aan seksueel misbruik en dat ze gebruikmaken van deze
kennis en vaardigheden in levensechte situaties. Ook blijkt dat SMP's kunnen
leiden tot een reductie van het aantal incidenten van seksueel misbruik en tot
een stijging van het aantal onthullingen over seksueel misbruik. Een
minderheid van de kinderen vertoont echter negatieve consequenties, zoals
angst en bezorgdheid. Desondanks zijn dezelfde kinderen het meest positief ten
aanzien van SMP's. Geconcludeerd wordt dat SMP's belangrijke instrumenten
kunnen zijn voor de preventie van seksueel misbruik.
|
|
Seksuele tegenpolen [Gesignaleerd...in de internationale vakliteratuur]
|
|
J. van Lankveld
|
Signalering van recente literatuur op het gebied van het onderzoek naar
seksuele responsen dat gebruik maakt van "non-invasieve" brain-imaging
technieken.
|
|
Albert Ellis: de kruisbestuiving van de seksuologie en de rationeel-emotieve therapie. Bij de 90e verjaardag vna Albert Ellis
|
|
G. Jacobs
|
"Ik was vijf jaar oud en werd door mijn ouders betrapt toen ik met een
trechtertje melk in de vagina van een meisje wilde gieten op wie ik hopeloos
verliefd was". Een typisch antwoord voor Albert Ellis (1913) op de vraag hoe
zijn interesse in de seksuologie ontstaan is (Reiss & Ellis, 2002). De
grondlegger van de Rationeel-Emotieve Therapie (RET) staat bekend als een
uitgesproken persoonlijkheid, die geen blad voor de mond neemt. Deze
eigenschap kwam goed van pas aan het begin van de seksuele revolutie. Er moest
flink tegengas komen om de vastgeroeste en irrationele ideeën over
seksualiteit aan het wankelen te brengen. Dat kon Ellis en dat deed hij. Een
doorzetter, een liberaal denker, en seksuoloog van het eerste uur.
De RET is niet meer uit de praktijk van de hedendaagse seksuologische
hulpverlening weg te denken. Maar weinigen weten dat Albert Ellis zich al als
sekstherapeut vestigde, voordat hij zijn opleiding tot klinisch psycholoog had
afgerond. Het Love and Marriage (LAMP) Institute dat hij in New York startte,
groeide uit tot het internationaal bekende Institute for RET, thans het Albert
Ellis Institute geheten. Ter ere van zijn 90-ste verjaardag op 13 september
2003 wordt Ellis' betekenis voor de seksuologie in dit artikel voor het
voetlicht gebracht.
|
|
De medicus en de min en hoe het verder ging
|
|
M. Hengeveld
|
In deze afscheidsrede bespreek Hengeveld een aantal aspecten van de
merkwaardige relatie tussen de arts en de seksualiteit. Bij eenderde tot
driekwart van de medische patiënten is er sprake van seksuele problemen. De
patiënten willen dat de arts hiernaar informeert, maar de arts doet dit
zelden. Het is de vraag of cursorisch onderwijs aan studenten of
co-assistenten, hoe positief dit ook wordt gewaardeerd, vermindering geeft van
dit vermijdingsgedrag van de arts. Door het verdwijnen van alle bijzondere
leerstoelen in de seksuologie aan de Nederlandse medische faculteiten wordt
dit onderwijs bovendien mogelijk bedreigd. Een praktische stage voor
arts-assistenten in opleiding tot specialist, zoals in enkele universitaire,
medische centra waaronder het UMC Utrecht is georganiseerd, beklijft wellicht
beter en lijkt tot aanstelling van seksuologen in hun toekomstige algemene
ziekenhuizen te leiden. Ten slotte plaatst Hengeveld enkele vraagtekens bij de
zwart-wit indeling in 'dader' en 'slachtoffer' bij seksuele relaties tussen
artsen en patiënten.
Het is namelijk niet altijd even duidelijk hoe daarbij de machtsverhoudingen
liggen. Maar hoe het ook zij: artsen moeten zich ook niet seksueel door
patiënten laten 'misbruiken'.
|
|
Juryrapport "Van Embde-Boas-Van Ussel" Prijs 2003
|
|
W. Everaerd
|
In het najaar van 2002 vroeg Joel Staffeleu aan de auteur om voorzitter te
worden van de selectiecommissie voor de Van Emde Boas -Van Ussel Prijs. Coen
van Emde Boas was een seksuoloog van het eerste uur. Hij woonde nog
vergaderingen bij van de Wereld liga voor seksuele hervorming in de eerste
helft van de twintigste eeuw. Van Ussel werd belangrijk na de Tweede Wereldoorlog.
Beide hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de vormgeving van
seksualiteit - de constructie van seksualiteit in wat moderner jargon - zoals
wij die nu nog kennen. Coen van Emde Boas door zijn bemoeienis met wat de
seksuele hygiëne werd genoemd en wat nu 'sexual health' heet. Jos van Ussel
door zijn boeken zoals 'Afscheid van de Seksualiteit' en 'Intimiteit'. Om hun
grote verdiensten werd de prijs naar hen genoemd.
|
|
Cyclus-effecten: opwinding of artefact? Reaktie op Slob (2003) [Forum]
|
|
E. Laan, R.H.W. van Lunsen
|
Reaktie op een commentaar van Koos Slob (2003) op het onderzoek van auteurs
bij pre- en postmenopauzale vrouwen met en zonder opwindingsstoornissen (Laan,
van Driel, & van Lunsen, 2003).
|
|
Seksuologische onderzoekers wereldwijd bijeen onder leiding van Theo Sandfort [Congresverslagen]
|
|
R. Melles
|
Verslag van de 29e meeting van de International Academy of Sex Research (IASR)
gehouden van 16 -19 juli 2003 in Bloomington, Indiana, onder voorzitterschap
van Theo Sandfort.
|
|
Seksualiteit, fertiliteit en zwangerschap. Verslag van het 7de Symposium Seksuologie multidisciplinair
|
|
M. Zandbergen
|
Verslag van het 7de Symposium Seksuologie multidisciplinair, gehouden op 9 mei
2003 in het Kasteel Rijckholt bij Maastricht.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2003, nr. 4
|
|
K. van der Rhee
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2003, nr. 4. Inhoud: - Ontvangen
(p. 215); - Recensies (p. 216-223); - Seksuologische Tijdschriften (p.
223-227).
|
|
|
|