Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden

Service aan klanten
Abonneren
Bestel oudere nummers
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2003, Jaargang 27, Nummer 3


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief











Abstracts

Redactioneel
J. van Lankveld

Inleidende redactionele bijdrage bij het derde nummer van 2003 van het Tijdschrift voor Seksuologie. Onder meer een toelichting bij de nieuwe rubriek "Gesignaleerd...".

Jongeren met een lichamelijke handicap en seksualiteit. Een overzicht van de literatuur
W. van BerloC. van der Put

In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de literatuur vanaf 1990 over jongeren met een lichamelijke handicap en seksualiteit. In theorieën hierover wordt de directe fysieke invloed van de handicap op het seksueel functioneren beschreven, en de invloed van psychologische factoren die met de handicap samenhangen, zoals de opvoeding, reacties uit de omgeving, zelfwaardering, enzovoort. Daarnaast heeft de soort handicap invloed op het seksueel functioneren. In de empirische literatuur wordt dit onderscheid niet altijd gemaakt. Wat betreft de (seksuele) ontwikkeling zijn ouders van jongeren met een handicap vaak overbeschermend en controlerend, zijn er weinig conflicten met de ouders en is er veel contact met volwassenen in plaats van met leeftijdgenoten. Zich afzetten tegen de ouders en contact met leeftijdgenoten wordt belangrijk geacht voor de seksuele ontwikkeling. Onderzoek naar seksueel gedrag laat zien dat er vaak een discrepantie is tussen wat jongeren met een handicap verlangen en feitelijke ervaringen. Vergeleken met controlegroepen wordt niet altijd een verschil gevonden wat betreft seksuele activiteit, maar wer wanneer handicaps onderscheiden worden, en wanneer ook ernstige handicaps worden meegenomen. Ook als het gaat om zelfwaardering is het van belang specifieke handicaps te onderscheiden. Een goede relatie met de ouders en de school zijn van belang. Seksueel misbruik komt bij mensen met een handicap vaker voor dan bij mensen zonder handicap. Redenen daarvoor zijn onder meer de diffuse grens tussen functionele en affectieve aanrakingen, gebrek aan seksuele voorlichting en afhankelijkheid van zorg. Om seksueel misbruik te voorkomen moeten kinderen en jongeren met een handicap voorgelicht en weerbaar gemaakt worden, en er moet beleid ontwikkeld worden. De positieve kanten van seks mogen daarbij niet ondergesneeuwd raken. Seksuele voorlichting blijkt vaak niet toegesneden te zijn op de handicap, en daar is wel behoefte aan. Verder lijkt voorlichting aan ouders opportuun, waarin naast biologische en praktische aspecten van seksualiteit en handicap ook de waarden en normen van ouders, de behoefte aan onafhankelijkheid en de attitudes van een niet-gehandicapte maatschappij aan de orde komen.

Over seksueel dwingend gedrag: Van teveel geslachtsdrift naar onvoldoende regulatie
S. BothW. Everaerd

In deze bijdrage wordt, op grond van gegevens over neurobiologische mechanismen, een voorstel gedaan voor een handzaam model voor seksuele motivatie dat kan helpen bij het begrijpen van seksueel dwingend gedrag. Eerst wordt het oude driftmodel kritisch bezien, waarna moderne incentive motivatie modellen en de nauwe verwevenheid van emotie en motivatiemechanismen worden besproken. Deze verwevenheid wordt geïllustreerd aan de hand van experimentele studies naar seksuele opwinding en actiegeneigdheid. Tenslotte wordt aangegeven wat, vanuit het geschetste model voor seksuele motivatie, kan worden gezegd over oorzaken van en remedies voor seksueel dwingend gedrag.

Pijn in de teelballen: Een hypno-exploratie
G. Bolle

Koen wordt doorverwezen door zijn moeder, 46 jaar, bij mij in behandeling voor anorgasmie. Gezien het succesvolle resultaat van haar eigen therapie, waarbij hypnose gebruikt werd als hulpmiddel, vraagt ze of deze aanpak ook de klachten van haar 18-jarige zoon niet kan verhelpen. Hij lijdt sinds twee jaar aan onverklaarbare hevige pijnen in zijn teelballen. Verscheidene behandelingen (pijnstillers en anti-inflammatoire middelen voorgeschreven door de huisarts, een chirurgische ingreep door een uroloog en acupunctuur) konden tot nu toe geen soelaas brengen. Ik besluit Koen uit te nodigen voor een kennismakingsgesprek om de aard van zijn pijn en de evolutie van zijn klacht meer in detail te exploreren. Deze verkenning leidt tot een therapieopzet waarbinnen hypnose werd gehanteerd als hulpmiddel voor het verwerven van inzicht en verandering. Wat volgt is een beknopt overzicht van deze therapie die in totaal 8 sessies van één uur omvatte. Deze sessies waren gespreid over een periode van drie maanden.

Mag het ietsje meer zijn? Penisverlenging: Oplossing of illusie?
H. Pastoor

Onderzocht is een groep van 48 mannen in de leeftijd van 13 tot 56 jaar, die zich in de periode 01-01-1994 tot 31-12-1999 op de poliklinieken Urologie en Medische Seksuologie van het Ziekenhuis Leyenburg te Den Haag aanmeldden met een verzoek tot penisverlenging. De mannen in deze groep waren ontevreden met het uiterlijk van hun penis en schaamden zich hiervoor. De meeste mannen waren onzeker en hadden weinig zelfvertrouwen. Zij ontweken sociale en/of seksuele contacten of isoleerden zich van anderen. Andere psychische klachten zoals depressie, obsessie met de penis, suïcidegedachten of -pogingen en een negatieve invloed van deze klachten op het werk of dagelijks leven kwamen veel voor. Na onderzoek van de dossiers van deze mannen bleek dat 66.7% voldeed aan de criteria voor een stoornis in de lichaamsbeleving: "Body Dysmorphic Disorder" (BDD, 300.7, DSM-IV, APA, 1995). Velen (66.7%) bleken een penis van gemiddelde lengte te hebben. Een aantal mannen onderging een operatie en was tevreden (8), een aantal anderen was dit echter niet (6), 17 mannen werden afgewezen voor de operatie en 14 mannen zagen ervan af. Van drie mannen bleef de satisfactie onbekend. Een penisverlengende operatie (PVO) lijkt een oplossing voor de klachten te kunnen zijn. Het is echter van groot belang een goede indicatie te stellen alvorens een operatie uit te voeren. Interessant is om te onderzoeken of andere vormen van behandeling een positief resultaat m.b.t. de klachten kunnen geven. Gedacht moet worden aan cognitieve-gedragstherapie of farmacologische behandeling.

De onvrijwillige "ervaringsdeskundige" [Klinische les; seksuologische hulpverlening in de praktijk]
Een "ervaringsdeskundige"B.C. SchoenmakerN. Eppenga

Ongeveer drie jaar geleden verscheen ik voor het eerst op het spreekuur van een seksuoloog (Beatrix Schoenmaker). Waarom? Ik had problemen in het seksuele deel van mijn (verder bijzonder leuke) relatie. Ik was niet in staat om geslachtsgemeenschap te hebben, ik had last van een vaginistische reactie. Dit vond ik een probleem en daar wilde ik. (eindelijk) iets aan doen. Met een naschrift met bijdragen door Beatrix Schoenmaker, seksuoloog en Nicole Eppenga, fysiotherapeut.

Seksualiteit van mensen met handicap onderzocht via internet [Gesignaleerd ...in de internationale vakliteratuur]
W.L. Gianotten

Signalerende bijdrage over een via internet uitgevoerd onderzoek naar seksualiteit van mensen met handicap (McCabe, M.P. et al., 2003). Ongeveer 750 mensen met een handicap en 450 controles participeerden in dit onderzoek. Vergeleken met de mensen met geen of met een geringe handicap hadden de meeste mensen met een ernstige handicap een lagere seksuele zelfwaarde (self-esteem), minder seksuele satisfactie en meer aan seks gerelateerde depressieve gevoelens.

Boven de pijndrempel [Gesignaleerd ...in de internationale vakliteratuur]
J. van Lankveld

Signalerende bijdrage over een Canadees onderzoek naar de waarnemingsdrempels van vrouwen met vulvair vestibulitis syndroom (VVS) en zonder seksuele pijnklachten, na hen gematcht te hebben op leeftijd en gebruikvan anticonceptie.

Psychofysiologisch onderzoek bij vrouwen: de cyclus niet vergeten [Forum]

Reactie van Koos Slob op het artikel over opwindingsstoornissen van Laan et al. (2003) in dit tijdschrift. Slob vind het jammer dat in het onderzoek van Laan et al. geen goede controlegroepen konden worden ingezet. Slob vindt ook dat in het besproken onderzoek nergens rekening lijkt te worden gehouden met het tijdstip van de genitale metingen en de fase van pil-cyclus van de premenopausale vrouwen.

Afscheid van Jos Frenken [Congresverslagen]
C. Schreuders-Bais

Congresverslag. Bijdrage naar aanleiding van het afscheid van Jos Frenken, een pionier van de Nederlandse seksuologie. Ter gelegenheid van zijn afscheid werd een middagsymposium aan hem aangeboden door de Raad van Bestuur en de afdeling Gynaecologie van het Leids Universitair Medisch Centrum (28 maart 2003). Het symposium had als titel "Seksualiteit en Maatschappij".

Literatuurbulletin relaties en seksualiteit, 2003, nr. 3
C. van der Rhee

Literatuurbulletin relaties en seksualiteit, 2003, nr. 3. INHOUD:- Ontvangen (p. 156); - Recensies (p. 157-163); - Seksuologische tijdschriften (p. 164-168).