|
Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief
Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
Service aan klanten Abonneren
Bestel oudere nummers Contacten
Nieuws
Archief
Links Zoeken op deze site
Home
Stuur een Email
|
Tijdschrift voor Seksuologie
2002, Jaargang 26, Nummer 3
Inhoudsopgave
Abstracts |
De dokter en het praten over seks: de schaamte voorbij? Gastredactioneel
|
|
G. van Dijk
|
Gastredactionele bijdrage. Gerda van Dijk bespreekt de relatie tussen
artsen en seksualiteit. Zij bespeurt bij hen de nog steeds aanhoudende
neiging om seksualiteit niet tot het somatische te rekenen, en een sterke
weerstand dit onderwerp in de somatische anamnese ter sprake te brengen.
|
|
Hedendaagse psychoanalytische opvattingen over seksualiteit
|
|
P. Wijts
|
In dit artikel wordt een beeld geschetst van een aantal recente
opvattingen binnen de psychoanalyse over seksualiteit. Met name wordt de
object-relatietheorie in relatie tot seksualiteit beschreven. Conclusie is
dat de hedendaagse psychoanalyse nog steeds (opnieuw?) waardevolle
bijdragen kan leveren aan het begrijpen van seksualiteit en de vele vormen
daarvan.
|
|
100 jaar seksuologie: Van rariteiten-kabinet tot volwassen wetenschap
|
|
K. Slob
|
In dit artikel (een bewerking van een 'feestrede' ter gelegenheid van het
4e lustrum van de NVVS) een beknopt overzicht van de seksuologie vanaf
1886 als "Psychopathia Sexualis" verschijnt van Richard von Krafft-Ebing.
Dit boek is een verzameling ziektegeschiedenissen waaruit de
dokter-psychiaters vanaf die tijd tot grofweg 1910 hun seksuologische
kennis haalden. In 1907 verschijnt het eerste boek waarin de seksuologie
als eigen wetenschappelijke discipline wordt neergezet: "Das Sexualleben
unserer Zeit" van Iwan Bloch, een Berlijns arts. In de eerste decennia is
er een enorme bloei van de seksuologie in Duitsland. Veel joodse
psychiaters zijn vooraanstaand actief. In Nederland, voor wereldoorlog II
zeer op Duitsland gericht, hebben wij één corifee: Th.H. van de Velde, die
in 1926 een baanbrekend boek publiceert "Het volkomen huwelijk", dat tot
1965 zal worden herdrukt! De bloei van de seksuologie stopt abrupt in 1933
als Hitler en zijn trawanten aan de macht komen. In Nederland blijven de
artsen Premsela en Van Emde Boas actief op het terrein van
geboorteregeling en seksuologie. Na de 2e wereldoorlog wordt Duitsland's
leidende rol overgenomen door Amerika. De boeken van Kinsey c.s. en
Masters & Johnson zijn (westerse) wereldschokkend. Nederland richt zich op
de VS. Vanaf de .jaren 70 komt ook in Nederland de seksuologie tot bloei:
veel onderzoek, de professionalisering van de seksuologische
hulpverlening, seksuologie in de medische curricula, enz. De Nederlandse
Vereniging voor Seksuologie (NVVS) speelt een bindende en
enthousiasmerende rol vanaf haar oprichting in 1981. Anno nu dient de NVVS
zich te gaan richten op consolidering van de seksuologie als wetenschap,
met mijns inziens meer bewuste stimulerende aandacht voor het
wetenschappelijk onderzoek.
|
|
Seksuele fantasie: aberratie of afrodisiacum?
|
|
E. Laan
|
In dit artikel wordt aan de hand van een review van Leitenberg en Henning
(1995) ingegaan op de vraag waarom we seksueel fantaseren, wie het doen,
hoe vaak we het doen, en waarover we fantaseren. Uit de beschikbare
gegevens blijkt dat er geen ondersteuning is voor Freud's oude idee dat
het hebben van seksuele fantasieën wijst op pathologie of deprivatie.
Integendeel, seksueel fantaseren kan beter gezien worden als een
effectieve strategie om seksueel opgewonden te worden. Ongeveer evenveel
mannen als vrouwen doen aan seksuele dagdromerij en hebben seksuele
fantasieën tijdens seksuele aktiviteit met een partner. Alleen tijdens
masturbatie maken meer mannen gebruik van seksuele fantasieën dan vrouwen.
De mannen die seksueel fantaseren, doen dat in alle situaties wel heel wat
vakerdan de vrouwen die fantaseren. Er blijken geen grote verschillen te
zijn tussen mannen en vrouwen in waarover ze fantaseren. Voldoende
testosteron lijkt voor beide seksen een voorwaarde voor het hebben van
seksuele fantasieën.
|
|
Nymfomanie: De populaire cultuur, de experts en veranderende constructies van vrouwelijke seksualiteit
|
|
C. Groneman
|
In de jaren zestig van de 20e eeuw leek wetenschappelijk onderzoek tot een
opzienbarende conclusie te leiden: vrouwen hadden een onbeperkt vermogen
om van seks te genieten. Op basis van tien jaar onderzoek concludeerden
William Masters en Virginia Johnson in hun bestseller uit 1966 'Human
Sexual response' dat de vrouw een veel groter seksueel potentieel had dan
voorheen verondersteld werd. "Veel vrouwen kunnen, vooral wanneer ze
clitoraal gestimuleerd worden, als regel vijf tot zes orgasmes hebben
binnen enkele minuten." Masters en Johnson deden, generaliserend vanuit de
ervaring van de vrouwelijke vrijwilligers wier orgasmes ze hadden gemeten
en geregistreerd, de uitspraak dat een vrouw, naarmate ze vaker orgasmes
had gehad, steeds makkelijker meervoudige orgasmes zou kunnen krijgen die
ook steeds intenser beleefd zouden worden (Masters & Johnson, 1966, p.
216). Dit model van het "nymfomane" of grenzen loze seksuele verlangen van
de normale vrouw betekende een dramatische transformatie ten opzichte van
de eerdere opvattingen, dat een vrouw een "sprookjesprins" behoefde om
"Doornroosje's" seksualiteit wakker te kussen. Het onderzoek van Masters
en Johnson betwistte de heersende medische opvatting dat dergelijke
"multi-orgastische" vrouwen aberrant waren. Volgens deze auteurs "is de
vrouw van nature multi-orgastisch". Alhoewel Kinsey eerder al vond dat
veertien procent van de vrouwen die hij interviewde meerdere orgasmen na
elkaar konden ervaren, bleef zijn bevinding vrijwel onopgemerkt. Nu
echter, in de door Masters en Johnson "gepreoccupeerd met het orgasme"
genoemde zestiger jaren, kwam het vrouwelijk multi-orgastisch vermogen in
het middelpunt van de aandacht te staan. Het trok de aloude stereotypen
met betrekking tot oversekste vrouwen in twijfel. Immers, als normale
vrouwen vele orgasmes konden krijgen en ook werkelijk kregen, wat zou dan
nog de maatstaf voor een seksueel exces kunnen zijn?3 Sterker nog, wie is
er dan nog nymfomaan?
|
|
Jaarcongres van de IASR in Hamburg 2002
|
|
J. van Lankveld
|
Het 28e jaarcongres van de International Academy for Sex Research (IASR)
in Hamburg (19-23 juni 2002) werd druk bezocht met 160 deelnemers. Vanwege
de locatie was dit jaar de Europese vertegenwoordiging relatief groot. Het
aantal Nederlandse deelnemers was daarmee in overeenstemming. Terwijl veel
internationele congressen over seksualiteit aanhoudend en exclusief het
focus blijven houden op biologische en farmacologische thema's zonder veel
aandacht voor psychologische of sociologische aspecten, bood dit congres
een aangename mengeling van onderwerpen in symposia en lezingen. De
updates van de seksuologische biochemie en farmacologie waren aan wezig,
maar het debat werd eerder overheerst door scepsis en terughoudendheid in
het wijdverbreid toepassen van de nieuwe mogelijkheden dan door gretigheid
om de "quick fixes" te absorberen. In dit verslag een greep uit het
aanbod, geselecteerd op basis van persoonlijke interesse.
|
|
Verslag studiedag Seks en Soma II
|
|
D. Sellenraad, C. Salvatore
|
In samenwerking met de commissie voor Post Academisch Onderwijs
Geneeskunde te Nijmegen organiseerde de Polikliniek Medische Seksuologie
van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud voor de tweede keer een
nascholingsdag over Seks en Soma, ditmaal met als thema 'Vrouwen
Seksualiteit'. Een verslag.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2002, nr. 3
|
|
C. van der Rhee
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2002, nr. 3. INHOUD: - Recensies;
- Ontvangen; - Seksuologische tijdschriften [inhoudsopgaven].
|
| |
| |