|
Tijdschrift voor Seksuologie, 2002, 26: 121 | |||||
|
redactioneel: hoogleraren seksuologie
Jacques van Lankveld1 | |||||
|
De Nederlandse seksuologie blaast in de internationale seksuologische wereld een heel aardige partij mee. Op het lustrumcongres in Rotterdam op 15 maart j.l. van het Tijdschrift voor Seksuologie wist Luk Gijs te melden dat geen enkel land ter wereld een zo hoge "seksuologen-dichtheid" kent als Nederland. Alhoewel de seksuologieverenigingen in de Verenigde Staten en Canada in absolute aantallen wel meer leden hebben dan de NVVS, is het in die landen toch veel moeilijker om een gekwalificeerde seksuoloog te kunnen raadplegen dan in Nederland, zeker als je op het platteland woont. Ook op het terrein van wetenschappelijk seksonderzoek scoort Nederland goed. De Nederlandse seksonderzoekers zijn zeer herkenbaar aanwezig op de internationale onderzoeksfora. Ik ben ervan overtuigd dat deze twee fenomenen verband met elkaar houden. De brede beschikbaarheid van professionele seksuologische hulp in Nederland door de aanwezigheid van zoveel seksuologen wordt geschraagd door die onderzoeksinspanningen. Het publiceren van resultaten van seksonderzoek maakt de seksuologie zichtbaar, zowel voor het lekenpubliek, als voor medische en psychologische hulpverleners die geconsulteerd worden door mensen met seksuele vragen en problemen. Continuïteit in het wetenschappelijk seksonderzoek draagt bij aan de goede reputatie van het vak. Men kan zien dat wat seksuologische hulpverleners doen niet door henzelf uit hun eigen duim gezogen is, maar gefundeerd is op betrouwbare kennis. Zo creëert seksonderzoek meer draagvlak voor de toegepaste seksuologie in de hulpverlening. Omgekeerd stimuleert de seksuologische hulpverlening ook het onderzoek. De praktijk werpt vragen op, die terecht komen op het bordje van de onderzoekers. Het op een goed peil houden van de researchinspanningen op ons vakgebied is echter ook sterk afhankelijk van de aanwezigheid van een aantal hoogleraren seksuologie aan de universitaire onderzoekscentra. "Een hoogleraar is een vooruitgeschoven post die onderwijs en onderzoek voor zijn rekening neemt, zodat het vak op de kaart blijft staan", tekende de Volkskrant op uit de mond van Koos Slob (15-4-2002). Als deze afhankelijkheidsrelatie inderdaad bestaat, wat niet uitgesloten lijkt, wordt het hoog tijd om ons zorgen te maken. Binnen afzienbare tijd stopt een meerderheid van de seksuologie-hoogleraren in Nederland met hun werk. En hun opvolging is verre van zeker. Koos Slob is vorig jaar met emeritaat gegaan in Rotterdam. Er is een toezegging gedaan dat pas tot opvolging zal worden overgegaan binnen het nog op te richten "Voortplantingsinstituut" waarin o.m. gynaecologie en andrologie samenwerken. De Leidse medische faculteit heeft aangekondigd dat er geen opvolger zal worden aangesteld voor Jos Frenken. Eind 2002 neemt Gerda van Dijk afscheid als hoogleraar seksuologie aan de Universiteit van Amsterdam. Harry van de Wiel was |
nog maar kort geleden benoemd in Groningen, maar is overgestapt naar een gewoon hoogleraarschap medische psychologie. Het pensioen van Louis Gooren nadert. Michiel Hengeveld is hoofd geworden van de afdeling psychiatrie van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en het zal alleen een kwestie van tijd zijn voordat hij zal stoppen als hoogleraar seksuologie in Utrecht. Wat gaat er gebeuren wanneer verscheidene van de door hen verlaten leerstoelen niet opnieuw bezet worden, zoals momenteel het geval lijkt? Het opvullen van leegkomende hoogleraarsplaatsen seksuologie is, zoals gezegd, geen vanzelfsprekendheid. Het gaat tot nu toe in alle gevallen om bijzondere leerstoelen. Vergelijk: een medische faculteit zal zich geen moment afvragen of de vertrekkende vakhoogleraren gynaecologie of neurologie wel opgevolgd moeten worden. De hoogleraren seksuologie, verenigd in het Concilium Sexologicum, hebben afgelopen maanden flink aan de bel getrokken. Ze hebben hun bezorgdheid over deze ontwikkeling verwoord in een brief aan demissionair minister Borst van Volksgezondheid. Ze hebben haar gevraagd de financiering van een bijzondere leerstoel in de psychologische seksuologie in Utrecht voor een vijftal jaren voor haar rekening te nemen, zodat het voor de betreffende faculteit aantrekkelijker wordt om zo'n leerstoel in te stellen. Deze hoogleraar zou de nodige ondersteuning kunnen bieden voor de onderzoeksplannen die momenteel via ZonMW gegenereerd worden. Dit initiatief heeft geleid tot de nodige aandacht in de media voor de wegkwijnende academische seksuologie. Natuurlijk wordt daarbij gespeculeerd over de bredere oorzaken van dit verschijnsel. De seksuologie is verdwenen uit de schijnwerpers. De Volkskrant van 15 april versloeg de mening van Frenken: "Seks is uit. We weten het allemaal wel want het is op tv." De hoogleraren zelf zijn daar echter niet gerust op. Gerda van Dijk, aldus de Volkskrant, meent dat gynaecoloog en uroloog het antwoord schuldig blijven op de vraag wat ernstige zieken met seksualiteitsbeleving doen. "Volgens Slob is er ook dringend behoefte aan onderzoek naar de seksualiteit van ouderen. Daar weten we niks van, terwijl er een hele generatie ouderen is die heel actief en vitaal is, van alles onderneemt, en dus ook seks wil, maar te maken krijgt met de gewone fysiologische veroudering" (NRC, 20 april 2002). Jos Frenken vraagt in datzelfde interview aandacht voor het belangrijke, en nog vrijwel maagdelijke terrein van de seksualiteit van allochtonen. De aandacht in de media in 2001 voor de problemen van de Rutgers Stichting heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat de seksualiteitshulpverlening duidelijker op de politieke agenda is komen staan. Het valt te hopen dat de huidige media-aandacht ook helpt om dit voor de academische seksuologie te bereiken. | ||||
|
1 dr. J.J.D.M. van Lankveld, psycholoog NIP - psychotherapeut - seksuoloog NVVS, hoofdredacteur. | |||||