160

Melles

Het seksuologische geheugen opgefrist1

Bespiegelingen over het vierde lustrum van de NVVS

Charles Picavet2

Het seksuologische geheugen opfrissen, dat was het doel van het afgelopen lustrum van de NVVS. Het thema werd bedacht en voorbereid door de voormalige voorzitters van de vereniging. Dit leidde tot zeven lezingen die vanuit verschillende gezichtspunten een blik op het verleden van de Nederlandse seksuologie wierpen. Zowel seksuologisch onderzoek als hulpverlening en preventie kwamen daarbij aan bod. Deze achteruitkijkspiegel van de seksuologie _ de titel van deze dag _ was bedoeld om, net als met de achteruitkijkspiegel in een auto, veilig verder te gaan. De locatie, het Openluchtmuseum in Arnhem, vormde de perfecte entourage voor zo'n terugblik, zeker omdat het weer ook nog eens enorm meewerkte. Ook inhoudelijk bood het museum een mooie toevoeging aan het programma met de tentoonstelling `Spiegeltje, spiegeltje...' over schoon-heidsidealen in het recente verleden.

Van ooievaar tot Jerry Springer:

Over de geschiedenis van de seksuele opvoeding van het kind

Allereerst werd door Sanderijn van der Doef een overzicht gegeven van hoe er de afgelopen eeuwen over seksuele opvoeding van kinderen werd gedacht. Sinds de 18e eeuw is de seksuele opvoeding een expliciet thema en tegelijkertijd bron van vele discussies. In de 18e eeuw stond de onschuld van het kind centraal. Discussies gingen in die tijd over hoe die onschuld bewaard kon worden. Voorlichting bleef beperkt tot een verbod op zelfbevrediging. De eeuw die volgde werd gekenmerkt door een nog verdere onderdrukking van seksualiteit, het Victoriaanse tijdperk. In de tweede helft van de 19e eeuw begon de mening echter post te vatten dat de samenleving verbeterd kon worden door een betere opvoeding. Ook ten aanzien van seksualiteit moest volgens deze pedagogen het stilzwijgen worden doorbroken.

De grote verandering in het denken over kinderen en seksualiteit kwam met Freud. Volgens Freud waren ook kinderen seksuele wezens. De pedagogen van die tijd hadden er echter grote moeite mee om het idee van de onschuld van het kind overboord te zetten. Het duurde tot de zeventiger jaren van de vo


Verslag studiedag: het seksuologische geheugen opgefrist

161

rige eeuw voor men kon spreken van een seksuele revolutie. Regels van autoriteiten waren beperkend en werkten belemmerend op de ontwikkeling van het kind, ook als het gaat om seksualiteit. Door gegevens over seksueel misbruik kwam echter het besef dat kinderen ook gewaarschuwd moesten worden voor de gevaren die hen konden overkomen. Vandaag de dag worden kinderen gezien als zelfstandige wezens. Daarmee moeten ze ook serieus genomen worden. Ze worden meer en meer als serieuze gesprekspartner beschouwd, ook als het gaat om seksuele opvoeding. Daarbij past het niet meer om te verbieden of misleiden, maar meer om voor te lichten en adviseren.

De presentatie van Van der Doef zag er mooi uit. Ze liet veel plaatjes en zelfs een paar stukjes video zien. Eén plaatje hebben we echter niet te zien gekregen omdat Van der Doef het niet aandurfde dat plaatje te laten kopiëren. Ze was bang dat de politie gewaarschuwd zou worden omdat er blote jonge kinderen op stonden. Tja.

Van Van de Velde tot Ome Joop: Over de man als minnaar-burger

Mariëtte van Staveren vertelde over de manier waarop mannelijkheid door Th.H. van de Velde, seksuoloog uit het begin van de vorige eeuw, werd voorgesteld. Zij deed dit door foto's uit diens werk te contrasteren met de manier waarop in hippieblad Gandalf mannelijke seksualiteit werd verbeeld. Aan de hand van foto's liet zij zien dat Van de Velde mannelijkheid niet alleen zag als onderdeel van het persoonlijke domein. Een goed ontwikkeld, bevredigend seksueel leven vormde ook de hoeksteen voor harmonische verhoudingen en een goede arbeidsproductiviteit in de samenleving als geheel en was daarmee essentieel voor goed burgerschap. De man was daarin degene die de leidende rol had. Hij was verantwoordelijk voor de seksuele ontwikkeling van zijn vrouw, omdat die van nature veel fijngevoeliger en makkelijker verstoorbaar was dan hijzelf. Sperma speelde in de seksuele opwekking van de vrouw een vitale rol. Daarmee wilde Van de Velde laten zien dat een hiërarchische ordening van de betrekkingen uiterst productief kon zijn, als die ordening maar recht deed aan de wezenlijke verschillen tussen de deelnemers.

Het standpunt van Van de Velde stond lijnrecht tegenover de meer egalitaire insteek van Gandalf. Voor Gandalf was de samenleving een gemeenschap van allerlei gelijke burgers die met hun onderlinge verschillen zouden kunnen leven zonder ze te hoeven overstijgen. Zij verzetten zich tegen de gestileerde, geïdealiseerde beelden van seksualiteit en vervingen die

door een genadeloos realisme waarin onaantrekkelijke kenmerken niet werden verbloemd, maar juist extra werden benadrukt. Van de Velde was volgens Van Staveren een rechtgeaarde Victoriaan en niet de seksuele bevrijder waarvoor hij wel wordt gehouden (ook eerder deze dag door Van der Doef). In het Victoriaanse tijdperk was niet alle seksualiteit verboden, maar alleen de seksualiteit die niet paste binnen de filosofieën over de heersende sociale verhoudingen. Gandalf paste in een `beeldenstorm' die zich verzette tegen deze sociale orde en het pad effende voor een meer democratische collectiviteit. De `seksuele revolutie' was onderdeel van die `beeldenstorm'.

Nymphomania: Pop culture, the experts, and changing constructions of female sexuality

Vervolgens was het de beurt aan de eerste buitenlandse gast van deze dag. Carol Groneman, hoogleraar geschiedenis aan de City University of New York, schreef een interessant boek over nymfomanie. Haar presentatie ging over de manier waarop het begrip nymfomanie past binnen het denken over vrouwelijke seksualiteit. Zij begon haar analyse bij de bevinding van Masters en Johnson dat vrouwen in staat waren tot meerdere orgasmes in korte tijd. Dit was een dramatische verandering vergeleken met het oude idee dat vrouwelijke seksualiteit pas zou ontluiken als de man die opwekte, een idee dat we hiervoor ook al bij Van de Velde zijn tegengekomen.

Groneman liet vervolgens zien dat allerlei ontwikkelingen in de samenleving hebben geleid tot discussies over de aard van nymfomanie en zelfs tot de vraag of nymfomanie wel echt bestaat. Het is immers bij uitstek een relatief begrip. Kinsey schijnt in dat kader ooit gezegd te hebben dat een nymfomane iemand is die meer seks heeft dan jijzelf. Inmiddels wordt het begrip in de professionele wereld niet meer veel gebruikt. Het begrip `seksverslaving' is ervoor in de plaats gekomen. En helaas niet alleen in de VS, zoals bleek uit vragen uit de zaal (zie bijvoorbeeld de internetsite www.seksverslaving.nl, waar je ook via een vragenlijst kunt uitvinden of je misschien zelf verslaafd bent aan seks).

Kurkentrekkers en handtasjes worden nooit gewoon hetzelfde: Honderd jaar homoseksualiteit in de seksuologie

We weten uit het NEMESIS-onderzoek dat lesbische vrouwen vaker drankproblemen hebben dan heteroseksuele vrouwen. Toch had ik er nog nooit van gehoord dat lesbische vrouwen altijd een kurkentrekker op zak zouden hebben. Zo leer je nog eens wat op


162

Picavet

een gewone doordeweekse dag. Judith Schuyf vertelde over de geschiedenis van de seksuologische aandacht voor homoseksualiteit. Ze deed dat aan de hand van een prachtige reeks dia's. Die geschiedenis begint in de tweede helft van de negentiende eeuw bij psychiaters uit het Duitse taalgebied als Von Krafft-Ebing en vooral ook Hirschfeld die homoseksualiteit op de seksuologische agenda zetten. Daarmee werd homoseksualiteit een persoonskenmerk, waarbij homoseksuele mannen relatief vrouwelijk en homoseksuele vrouwen relatief mannelijk geacht werden te zijn (inversie). Na de eerste wereldoorlog begon het begrip ook buiten het wetenschappelijke vertoog een rol te spelen. Schuyff betoogde dat romans daar een grote rol in speelden. Deze werden veel gelezen en droegen bij aan een homoseksueel zelfbewustzijn. In de jaren na 1960 verschoof de aandacht naar identi-teitsontwikkeling en zelfaanvaarding met het boekje `Homoseksualiteit als klacht' van Sengers als mijlpaal. Onder invloed van Aids gaat de aandacht tegenwoordig vooral uit naar seksueel gedrag en gedragsverandering en heeft de seksuologie veel minder aandacht voor identiteitsvraagstukken. Schuyf wees er echter op dat ook op dat gebied nog wel wat te doen is, bijvoorbeeld in het onderwijs.

100 jaar seksuologie: Van rariteiten-kabinet tot volwassen wetenschap

Eind negentiende eeuw presenteerde Richard von Krafft-Ebing zijn `Psychopathia sexualis', een verzameling ziektegeschiedenissen. Hiermee begon Koos Slob zijn overzicht van de geschiedenis van de seksuo-logische wetenschap. In deze jaren waren het vooral psychiaters die zich bezighielden met vragen rondom seks en seksualiteit. In 1907 was het Iwan Bloch die voor het eerst seksuologie als eigenstandige weten-schapsdiscipline neerzette. Er ontstonden in de jaren daarna diverse wetenschappelijke tijdschriften en ook een aantal seksuologische verenigingen. Deze eerste bloeiperiode van de seksuologie was voornamelijk een Duitse aangelegenheid, waaraan een einde kwam door Hitler's machtsovername.

Na de tweede wereldoorlog werd de leidende rol overgenomen door Amerika. Het waren nu niet alleen meer psychiaters die zich met seksuologie bezighielden, maar ook psychologen, sociologen en biologen. De werken van Kinsey en later die van Masters en Johnson zijn inmiddels standaardwerken die grote invloed hebben gehad op het denken over seksualiteit. Daarnaast schetste Slob hoe de Nederlandse seksuologie met deze ontwikkelingen is meegegaan en hoe die sinds eind jaren zestig tot bloei is gekomen Dit neemt niet weg dat voldoende aandacht uit

zal moeten blijven gaan naar de wetenschappelijke ontwikkeling en professionalisering van de Nederlandse seksuologie. De NVVS heeft daarin uiteraard een belangrijke rol.

Tussen verborgen betekenis en weer-zin-wekkende medicatie: Een eeuw seksuologische hulpverlening

De presentatie van onze Belgische gast Alfons Vansteenwegen ging over de seksuologische hulpverlening. Deze presentatie sloot erg nauw aan bij die van Koos Slob. Dit is natuurlijk niet verbazingwekkend, omdat de wetenschap en de hulpverlening elkaar verregaand hebben beïnvloed binnen de seksuologie. Vansteenwegen vertelde dat door Von Krafft-Ebing, maar ook door diens tijdgenoten, de seksuele `curiosa' die hij beschreef werden gezien als degeneratie van `normale' seksuele betrekkingen. Dit medische model had als voordeel dat het niet meteen ging om zonde (religieus model) of misdaad (forensisch model). Omdat het uitging van degeneratie was behandeling echter lastig. De hulpverlening begon dan ook pas op gang te komen onder invloed van Freud die veel meer waarde hechtte aan de verborgen betekenis van symptomen. Die betekenis kwam nog verder op de voorgrond te staan door de fenomenologie. Die betekenisgeving kwam in een heel nieuw licht te staan door de bevindingen van Kinsey en zijn medewerkers. Het bleek dat mensen hun seksuele leven heel anders voorstelden dan dit in werkelijkheid bleek te zijn.

In de jaren die volgden zijn er allerlei stromingen in de hulpverlening geweest die ook hun uitwerking hadden op de seksuologische hulpverlening. Zo waren er gedragstherapeuten die weinig oog hadden voor betekenis en somatisch-medisch-chirurgische ingrepen en meer op betekenis gerichte therapievormen als relatietherapie, systeemdenken en meer door de psychoanalyse beïnvloede sekstherapieën. De volgens Haeberle `grootste en snelste massagenezing in de medische geschiedenis' is echter niet te danken aan hulpverlening, maar aan de APA die in1973 de diagnose homoseksualiteit schrapt uit DSM.

Inmiddels gaan de ontwikkelingen nog altijd in een rap tempo verder. Viagra lijkt een redelijk succes, al zou de effectiviteit beter zijn in combinatie met koppeltherapie. Internet geeft met haar nieuwe vormen van communicatie en seksualiteitsbeleving nieuwe problemen en nieuwe mogelijkheden en wellicht zouden in de toekomst via genetische manipulatie erfelijke factoren behandeld kunnen worden. Als iets wel duidelijk werd uit de presentatie van Vansteenwegen was het het belang van betekenisgevingsprocessen bij de behandeling van seksuele problemen.


Verslag studiedag: het seksuologische geheugen opgefrist

163

Seksuologie, quo vadis? (Crisis? What crisis?)

Rik van Lunsen kreeg als voorzitter het laatste woord en schetste na alle terugblikken de mogelijkheden die hij ziet voor de toekomst van de seksuologie. Daartoe gaf hij het voorbeeld van een koppel dat (in de toekomst) seksuologische hulpverlening zoekt. Deze mensen zouden volgens hem het beste geholpen zijn bij een laagdrempelige instelling waar zowel aandacht is voor biomedische aspecten van seksualiteit als voor de psychosociale kant ervan. Van Lunsen zag duidelijk mogelijkheden om de hulpverlening in die zin beter op elkaar aan te laten sluiten in de toekomst. Daarnaast denkt hij dat er stappen gezet kunnen worden richting verdere erkenning van de specifieke expertise van de seksuoloog NVVS en een betere structuur van financiering van deze zorg.

Er zijn naast de hulpverlening echter ook andere zaken die de aandacht moeten hebben in de nabije toekomst. Zo is preventie en voorlichting te veel verwaarloosd in het verleden. Judith Schuyf pleitte er in haar presentatie voor dat vanuit de seksuologie meer aandacht voor homoseksualiteit in het onderwijs zou komen. Ook het wetenschappelijk onderzoek zou volgens Koos Slob verder ontwikkeld moeten worden. Wat dat betreft is het zorgelijk dat er nog altijd geen gewone leerstoel op het terrein van de seksuologie bestaat en dat het seksuologisch onderwijs op de universiteiten ook nog altijd op de tocht staat. Er is

dus meer dan genoeg te doen voor de NVVS in de komende jaren.

Het symposium was leerzaam en onderhoudend. Dat geldt natuurlijk voor mij, een nieuwkomer binnen de seksuologie, maar naar ik heb vernomen ook voor `oudere rotten' in het vak. De mogelijkheid om even een pas op de plaats te maken en aandacht te schenken aan het kader waarbinnen je werkt werd erg gewaardeerd. De sprekers besteedden naast hun inhoudelijke inspanningen ook veel aandacht aan de vorm van hun presentaties. Veel werd verlevendigd en uitgelegd aan de hand van beeldmateriaal. Het enige wat je je dan nog kan afvragen is waarom de onderwijscommissie maar vier studiepunten over had voor dit alles.

Omdat een lustrum gevierd moet worden, bleef de dag niet beperkt tot woord en beeld. Ook de smaak-papillen werden verwend met een heerlijke buffetmaaltijd na afloop van het symposium. De liefhebbers konden zich daarnaast van hun sportiefste kant laten zien op de bowlingbaan (was ik de enige met een duimblessure?) of op de dansvloer, waar geswingd kon worden op de muziek van het Haverkort Septet. Al met al een zeer geslaagde dag, op naar het volgende lustrum!

1 Geaccepteerd voor publicatie: 15 april 2002.

2 Drs. Ch. Picavet, psycholoog-onderzoeker, NISSO, Oudenoord 182, 3513 EV Utrecht, C.Picavet@nisso.nl