Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden

Service aan klanten
Abonneren
Bestel oudere nummers
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2001, Jaargang 25, Nummer 3


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->









Abstracts

Hoofdredactioneel: Gaat het nu wel of niet goed met de seksuologie?
J. van Lankveld

Gaat het nu wel of niet goed met de seksuologie? Wanneer we Van de Wiel (2001) in het vorige nummer van het Tijdschrift voor Seksuologie als bron raadplegen gaat de seksuologie gouden tijden tegemoet, op voorwaarde dat de seksuoloog zijn produkt goed op de markt brengt. En in dit nummer getuigt ook prof. dr. A. Koos Slob (2001) van een flinke dosis optimisme, bij gelegenheid van zijn afscheid als bijzonder hoogleraar seksuologie in Rotterdam. Is dat het optimisme van mensen die er mee ophouden? Beiden nemen afscheid van de seksuologie.

Stichting ter Bevordering van de Seksuologie in de Huisartsenpraktijk kent de Seksuologieprijs 2001 toe aan Marco H. Blanker
J.P.C. Moors

Het bestuur van de Stichting kent dit jaar de SEKSUOLOGIEPRIJS 2001 toe aan Marco H. Blanker, arts in opleiding tot huisarts-onderzoeker. Hij heeft in het kader van de zogenaamde Krimpen-studie onderzoek gedaan naar en gepubliceerd over: Erectiestoornissen en ejaculatiestoornissen bij mannen van 50 tot 78 jaar; de prevalentie van die stoornissen, de mate waarin men daarvan hinder ondervindt, alsmede de relatie ervan tot hun seksuele activiteit. Ook onderzocht hij: Determinanten van erectiestoornissen bij diezelfde oudere mannen. De prijs werd hem d.d. 21 juni 2001 uitgereikt op de NHG Wetenschapsdag De Meervaart Amsterdam.

Musaphprijs voor medische seksuologie toegekend aan Prof. Koos Slob
M.W. Hengeveld

Op de dag van zijn afscheid als hoogleraar fysiologische en pathofysiologische aspecten van de seksualiteit bij de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) werd aan prof.dr. A. Koos Slob de dr. Herman Musaphprijs voor medische seksuologie 2001 uitgereikt. Deze prijs werd in 1990 gecreëerd door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en is genoemd naar een van de pioniers van de seksuologie, prof. dr. Herman Musaph. Elke drie jaar wordt de prijs, een bedrag van fl. 5000, toegekend aan de Europeaan die in de afgelopen periode de meest verdienstelijke bijdrage heeft geleverd op het gebied van de medische seksuologie.

Seksuologie, een specialisme om warm voor te lopen
K. Slob

In deze afscheidsrede wordt een pleidooi gehouden voor de seksuologie als vak: een brede interdiscipline met raakvlakken met allerlei andere vakgebieden: biologie, psychologie, geneeskunde, ethiek, sociologie etc. Uitvoerig wordt stilgestaan bij de revival van de biologie in de seksuologie: evolutionair (de menselijke voortplanting in vergelijking met andere dieren), genetisch (genen mede-bepalend voor allerlei gedrag) en therapeutisch (somatische therapieën bij seksuele disfuncties). Ook de donkere kanten van de seksuologie krijgen aandacht met als specifiek voorbeeld het aan het licht komen van seksueel geweld in onze maatschappij: 40% van alle vrouwen heeft voor het zestiende levensjaar een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik! Seksuoloog, een beroep om trots op te zijn. Een echte seksuoloog word je pas na behoorlijke wetenschappelijke scholing en vorming, en je houdt het bij met na- en bijscholing! In de nabije en verre toe komst vele mogelijkheden voor seksuologen: onderzoek, voorlichting, en therapie. Een voorbeeld: de vergrijzende maatschappij. Normale seksfysiologische veranderingen bij het ouder worden, vele therapeutische mogelijkheden. Het moderne farmacotherapeutisch onderzoek werkt mee aan de erkenning van de seksuologie. Een punt van zorg is het wegzuigen van goede seksuologische onderzoekers naar dit soort onderzoek. Daardoor komt fundamenteel seksuologisch onderzoek in het nauw: geen onderzoek(st)ers, geen geld. Farmacotherapeutisch onderzoek dient centraal geregeld te worden in universiteiten en grote ziekenhuizen. Geld binnengehaald met farmacotherapeutisch seksuologisch onderzoek dient in belangrijke mate weer beschikbaar te komen voor (fundamenteel) seksuologisch onderzoek. Dokters zijn niet automatisch seksuologen, ook zij dienen zich seksuologisch te scholen. De toekomstige farmacologische middelen bij seksuele disfuncties zijn waardevol doch mogen nooit de vraagverheldering, de minianamnese en het consult vervangen! De toekomst ziet er hoopvol uit: effectieve middelen voor allerhande seksuele disfuncties zullen ontwikkeld worden, de seksuologie zal meer en meer studenten uit verschillende basisdisciplines gaan trekken.

Het formaat van de penis: Was will das Weib?
A. Brecht FranckenH. van de Wiel M. van DrielW. Weijmar Schultz

Veel mannen leggen een relatie tussen het formaat van hun geslachtsdeel en het functioneren ervan. Een deel van de mannen die zich zorgen maken over het formaat, wil in aanmerking komen voor operatieve verlenging of verdikking van de penis. De argumentatie hiervoor wijst nogal eens naar de vrouw. Maar in hoeverre is het formaat van de penis voor vrouwen in seksueel opzicht van belang? En in hoeverre bestaat er een relatie tussen opvattingen omtrent formaat van de penis en het huidige seksuele functioneren? Om deze vraag te beantwoorden werd 375 seksueel actieve vrouwen die in het AZG waren bevallen een aantal vragen gesteld over hun seksuele functioneren en het belang dat zij stelden aan de omvang van de penis. 170 vragenlijsten werden teruggestuurd (respons = 45%). Het bleek dat 20% van de vrouwen de lengte van de penis belangrijk vond en 1% zeer belangrijk. 55% en 22% van de vrouwen vond de lengte van de penis onbelangrijk respectievelijk volstrekt onbelangrijk. Over de dikte van de penis waren de meningen min of meer overeenkomstig verdeeld. Lengte is daarbij van minder belang dan dikte: 21% respectievelijk 32%. De vrouwen die de dikte van de penis belangrijk vonden, waren dezelfde mening toegedaan met betrekking tot de lengte van de penis (correlatie 0,71 P = -0,001). Mediane opsplitsing in twee subgroepen (omvang wel/niet van belang, m.b.v. T-test) liet geen significante verschillen zien met betrekking tot de demografische gegevens. Correlatie-analyse liet geen significant verband zien tussen het seksuele functioneren, gemeten met de NSF-9 en de opvattingen over de omvang van de penis. Hoewel een duidelijke minderheid, hecht toch een aanzienlijk percentage vrouwen wel degelijk waarde aan het formaat van het mannelijke geslachtsdeel.

Seksuele gedraging...Over de delictomschrijving in de kinderporno-wetgeving
F. Wafelbakker

Op 3 juli 1985 trad het nieuwe art 240 b Sr in werking, het zgn. kinderporno-artikel. Dit artikel noemt de drie delen van het delict: 'kennelijke leeftijd van zestien jaar', 'afbeelding van een seksuele gedraging', en 'in voorraad hebben'. In een vorig artikel werd de 'kennelijke leeftijd van zestien jaar' nader beschouwd (Wafelbakker, 2000). Thans wordt ingegaan op het begrip 'seksuele gedraging', dat als een nouveauté in wetstermen is te beschouwen. Nagegaan wordt hoe het in de strafwet is terechtgekomen en tot welke vragen het naderhand heeft geleid. Ter onderbouwing volgen een aantal strafzaken. Ingegaan wordt op de gevolgen van de omschrijving 'seksuele gedraging' voor de samenleving. Tenslotte volgen enkele gedachten over 'virtuele' kinderporno, die strafbaar zal worden als Nederland zich aansluit bij de ontwerpconventie tegen 'cybermisdaad' van de Raad van Europa.

Verslag studiedagen: (nascholingscursus) Seks en soma, seksuologie voor medici; verslag studiedag over denken, fantasie en lust
P. Leusink

Verslag van twee studiedagen: a) De nascholingscursus 'Seks en soma, seksuologie voor medici', gehouden op 17 mei 2001 in Nijmegen, en b:) de studiedag 'Over denken, fantasie en lust', gehouden op 18 mei 2001 te Rijckholt (Limburg).

De psychoseksuele identiteitsontwikkeling bij kinderen van homoseksuele ouders
Y. MoorsP. Nijs

Homoseksueel ouderschap wordt vaak als negatief geëvalueerd voor de psychoseksuele identiteitsontwikkeling van de kinderen. Uit deze literatuurstudie blijkt dat de kwaliteit van de gezinsrelaties belangrijker is dan het geslacht van de ouders. Negatieve gevolgen zijn terug te brengen tot het meemaken van een echtscheiding of tot geheimhouding door de ouder(s) van de seksuele geaardheid.

Literatuurbulletin relaties en seksualiteit
J. Vroege

Literatuurbulletin relaties en seksualiteit, 2001, nr. 3. INHOUD: - Recensies (p. 150-166); - Ontvangen (p. 167); - Seksuologische tijdschriften (p. 167-172).