Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden

Service aan klanten
Abonneren
Bestel oudere nummers
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2001, Jaargang 25, Nummer 2


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->









Abstracts

Hoofdredactioneel: seksuologische hulpverlening in Nederland in kaart gebracht
H.B.M. van de Wiel

Voor het eerst beschikken wij, hulpverleners, onderzoekers, beleidsmakers (en cliënten?), over een gedegen, en met veel cijfers onderbouwd, overzicht van wat er in Nederland (hoe zit dat in België?) bestaat op het terrein van de hulpverlening op het brede werkgebied van de seksuologie. Jos Vroege, ook de eindredacteur van het Literatuurbulletin in ons Tijdschrift, Leonore Nicolaï en Harry van de Wiel (2001) hebben de uitkomsten van deze inspanning recentelijk neergelegd in NISSO Publicatie nr. 25 met de titel "Seksualiteitshulpverlening in Nederland". De opdracht hiervoor werd in 1998 verstrekt door Zorg Onderzoek Nederland (ZON), nadat minister Borst in 1994 besloten had tot ingrijpende beleidswijzigingen ten aanzien van de seksuologische hulpverlening die niet alleen tot een betere integratie van deze hulp in het reguliere hulpaanbod zou moeten leiden, maar ook tot bezuinigingen op overheidssubsidies op dit terrein. De inventarisatie is nu klaar. Bovendien is per themagebied (seksuele disfuncties, parafilieën, genderidentiteitsproblemen en problemen met de seksuele oriëntatie) een blauwdruk gepresenteerd voor een 'passend hulpverleningsaanbod' op dat gebied. Maar is hiermee ook het fundament gelegd voor nieuw overheidsbeleid, waarmee de hulpverlening bij seksuele stoornissen in Nederland een steviger positie verwerft binnen het geheel van de somatische en geestelijke gezondheidszorg? Op uitnodiging van de hoofdredactie geeft Harry van de Wiel hieronder in het kort zijn visie op dit vraagstuk. In het inzetkader treft u verder een lofzang aan van redactielid Alfons Vansteenwegen op Koos Slob, die in en buiten seksuologische kringen bekend staat als enthousiast pleitbezorger van een breed toegankelijke en op wetenschappelijke leest geschoeide seksuologische hulpverlening. Deze laudatio is uitgesproken op 16 november 2000 in café Engels in Rotterdam tijdens een vergadering van de redactie van het Tijdschrift voor Seksuologie, waarin Koos afscheid nam als hoofdredacteur.

De behandeling van seksuele klachten bij een groep Turkse en Marokkaanse mannen
J. Schippers

Bij een groep van dertig mannen van Turkse en Marokkaanse afkomst, die van 1996 tot en met 1999 in behandeling waren bij de Polikliniek Medische Seksuologie van het Ziekenhuis Leyenburg te Den Haag, werd een kwalitatief casuistiekonderzoek verricht. De resultaten worden gepresenteerd in het kader van twee artikelen. Het eerste artikel, over de seksuele klachten in deze groep, verscheen in de vorige uitgave van dit tijdschrift. Daarin werd ingegaan op demografische gegevens, voorgeschiedenis en specifieke aspecten van de contacten met andere mannen en met vrouwen. In het onderhavige (tweede) artikel wordt eerst ingegaan op de hulpvragen van de betreffende mannen, waarbij opvalt dat er, naast de seksuele functiestoornis, vaak sprake is van een veelheid aan somatische klachten. Daarna komt de rol die taal en communicatie hebben gespeeld bij de gespreksvoering en behandeling aan de orde, waarbij overigens geen verband werd gevonden tussen de mate van beheersing van het Nederlands en het behandelresultaat. Vervolgens wordt ingegaan op de ervaringen met de volgende behandeltechnieken: informatie en voorlichting, ontspanning en ademhaling, masturbatieoefeningen, bekkenbodemspieroefeningen, cognitieve therapie, inzichtgevende benaderingen, relatiegesprekken en medicamenteuze behandelingen. Het artikel wordt afgesloten met een nabeschouwing.

My most unusual case: hoofdpijn na seks
W.L. GianottenD. Hasan

Twintig jaar geleden werd in het Amerikaanse tijdschrift "Medical Aspects of Human Sexuality" regelmatig casuïstiek beschreven onder de rubriek "My most unusual sexual case". Het waren boeiende en vaak zeer leerzame beschrijvingen van uitzonderlijke casus. Die associatie met "my most unusual case" voelde de eerste auteur sterk toen hij te maken kreeg met het echtpaar K. Het betrof een man die al 25 jaar hoofdpijn had na seks. De oorsprong daarvan lag op 16-jarige leeftijd toen hij tijdens masturbatie een hersenbloeding kreeg. Dat had geleid tot grote angst voor herhaling en dus gespannen vrijen. Na de intake werd een tweesporen-beleid uitgezet met, naast sekstherapie, een vaatonderzoek van de hersenen. De dramatische uitslag daarvan, in de vorm van een grote niet operabele vaatafwijking, had grote consequenties. Uiteindelijk, na een behandeling die vele jaren besloeg, was de hoofdpijn verdwenen en had het echtpaar een goede relatie. In dit verhaal wordt eerst de casus besproken met daarin ruim aandacht voor de neurologische en de seksuologische aspecten. Daarna wordt in meer algemene zin het thema hoofdpijn in relatie tot seks bekeken.

De Leidse Impotentie Screening Test (LIST) bij mannen met erectiele disfunctie als voorselectie voor Psychofysiologisch Diagnostisch Onderzoek (PFDO)
A.K. SlobE.F.C. BuitenhuisL. Gijs W.C.J. Hop

Doel. Vergelijking, bij mannen met een erectiestoornis, van de "Leidse Impotentie Screening Test" (LIST)-score, die onderscheid mogelijk maakt tussen een psychogene en een organische erectiestoornis, met de klinische diagnose op basis van psychofysiologisch diagnostisch onderzoek (PFDO). Opzet. Explorerend en vergelijkend, prospectief. Methode. Bij 320 opeenvolgende patiënten met een erectiestoornis die PFDO ondergingen, werd in 1996 en 1997 op de afdeling Endocrinologie & Voortplanting, EMCR, routinematig de LIST afgenomen. De klinische diagnose werd gesteld op basis van PFDO en werd retrospectief vergeleken met de diagnose op basis van de LIST-score (hiervan werden alleen de eerste 6 van de 11 vragen door àlle patiënten beantwoord). Resultaten. De klinische diagnose op basis van PFDO, te weten "psychogeen" of "somatisch", stemde goed overeen met de LIST-diagnose: na PFDO werd bij 30% van de patiënten een organische oorzaak verondersteld, volgens de LIST bij 33%, en een psychogene oorzaak bij respectievelijk 70 en 67%. De totale correspondentie tussen de PFDO- en de LIST-diagnose was 74%. leeftijd was een significante factor: mannen ouder dan 40 jaar hadden de hoogste LIST-score (in vergelijking tot mannen van 41-60 en ouder dan 60 jaar) en tevens de sterkste penisrespons. Dit wijst op een meer psychogene etiologie van de erectiestoornis bij de jongere mannen. Conclusie. Een hoge LIST-score (5-7) heeft de grootste diagnostische waarde: een organische oorzaak van de ED is bij zo'n score vrijwel uitgesloten. Een lage LIST-score (0-2) heeft nauwelijks diagnostische waarde: ze wordt al gauw verkregen als de patiënt niet masturbeert en geen ochtenderecties ervaart. Bij een lage LIST-score is verdere psychosomatische diagnostiek gewenst, waarbij zeker valt te denken aan PFDO. Deze studie laat verder zien dat uitgebreid psychofysiologisch diagnostisch onderzoek niet standaard bij iedere man met ED hoeft te worden afgenomen. De LIST zou vertaald moeten worden voor patiënten die geen Nederlands spreken.

Verslag van het 9de wereldcongres van de International Society of Impotence Research, Perth Australië, 26-30 november 2000
E.J.H. Meuleman

Het 9de wereldcongres van de International Society of Impotence Research (ISIR) in Perth, Australië werd, na het welkomstwoord van de voorzitter van het Iocale organisatie comité -mevrouw Bronwyn Stuckey- geopend door de president van ISIR, Ron Lewis (USA). Vanuit een historisch perspectief wierp Lewis een blik op de toekomst. Wat in 1978 op initiatief van wijlen Adrian Zorgniotti (USA) begon als een vergadering van 20 geïnteresseerden op een hotelkamer in New Vork, is uitgegroeid tot een professionele internationale vereniging. De tweejaarlijkse congressen worden de laatste tijd door ongeveer 1000 congresgangers bezocht. In Perth was dat aantal ongeveer 800 uit 62 verschillende landen.

Uitspraak Commissie van Beroep NVVS inzake accreditering (31-10-2000)
M.C. Poelsma

De Commissie van Beroep deed op 31 oktober 2000 uitspraak inzake klachten gericht tegen de Onderwijscommissie NVVS. In de uitspraak in deze zaken is opgenomen, dat hieraan algemene bekendheid moet worden gegeven door publicatie in het Tijdschrift voor Seksuologie en de Nieuwsbrief NVVS. Hieronder vindt men de samenvatting met de overwegingen en aanleidingen. De eerste klacht houdt bezwaren in tegen "de starre manier van denken over te accrediteren onderwijs". De tweede klacht betreft de waardering met -slechts- twee accreditatiepunten voor de studiedag "Over-actieve blaas en onderactieve bekkenbodem".

Uitspraak Tuchtrechtcommissie NVVS d.d. 19 februari 2001
M.C. Poelsma

De Tuchtrechtcommissie heeft op 19 februari 2001 uitspraak gedaan in onderstaande zaak. In deze uitspraak is bepaald, dat volledig geanonimiseerd publicatie dient plaats te vinden in het Tijdschrift voor Seksuologie. Deze samenvatting is opgesteld door M. Poelsma, secretaris van het bestuur en goedgekeurd door het bestuur van de NVVS.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2001, nr. 2
J. Vroege

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2001, nr. 2. INHOUD: - Recensies (p. 92-105); - Seksuologische tijdschriften (p. 106-109).