Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden

Service aan klanten
Abonneren
Bestel oudere nummers
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


2001, Jaargang 25, Nummer 1


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende aflevering ->








Abstracts

Hoofdredactioneel
M. HengeveldJ. van Lankveld

Koos Slob opvolgen als hoofdredacteur is geen sinecure. Hij heeft zijn werk met zoveel enthousiasme, persoonlijke inzet en creativiteit gedaan, dat de redactieraad van ons Tijdschrift voor Seksuologie van mening was dat alleen een duo van hoofdredacteuren het gat kon opvullen dat door zijn vertrek zou ontstaan. Daarom is de nieuwe hoofdredactie met zijn tweeën. Jacques van Lankveld, de eerste hoofdredacteur, is de administratieve spil en vertegenwoordigt de psychologische benadering in de seksuologie. De tweede hoofdredacteur, Michiel Hengeveld, representeert de biomedische en psychiatrische aspecten van onze interdiscipline. Samen willen zij het hoofdredactionele beleid van Koos Slob trachten voort te zetten en zo mogelijk nog meer doen opbloeien.

Krafft-Ebing's stiefkinderen der natuur: de psychiatrie en het ontstaan van seksuele identiteiten
H. Oosterhuis

Het thema van het hier besproken boek boek is de sociaal-historische genese van seksuele identiteiten zoals die aan het eind van de 19e eeuw gestalte kregen in de medisch-psychiatrische bemoeienis met seksuele perversies. Centraal staan het werk en de casuïstiek van de Duits-Oostenrijkse psychiater Richard von Krafft-Ebing (1840-1902), auteur van het invloedrijke medisch-seksuologische standaardwerk Psychopathia sexualis (1886). De eerste doelstelling van het onderzoek is een wetenschapshistorische plaatsbepaling van Krafft-Ebings psychiatrie en met name van zijn aandeel in de'modernisering van seksualiteit', dat wil zeggen de overgang van een morele en juridische naar een medische en psychologische benadering van seksualiteit. Ten tweede biedt het een sociaal-historisch perspectief op het ontstaan van het moderne seksualiteitsbegrip door middel van een vergelijking van Krafft-Ebings psychiatrische beschouwingen en de egodocumenten van zijn patiënten. Aan de hand van psychiatrische ziektegeschiedenissen en autobiografische geschriften van de betrokkenen wordt onderzocht in hoeverre en op welke manier de psychiatrische begripsvorming enerzijds en de individuele ervaring en beleving van seksualiteit anderzijds elkaar wederzijds beïnvloedden.

Een zorgmodel voor diagnostiek en behandeling van erectiele disfunctie (ED)
P.R.I. RabsztynC. Schreuders Bais E.J.H. Meuleman

De Werkgroep Medische Seksuologie van het UMC St. Radboud besloot in het voorjaar van 1999 een zorgmodel te ontwikkelen voor mannen met een erectiestoornis. Dit zorgmodel is gebaseerd op het "Proces of Care Model" (Rosen et al., 1999) en aangepast aan de Nederlandse situatie. Het is bedoeld voor alle hulpverleners die zich op een of andere manier bezighouden met erectieproblematiek. Dit artikel is enerzijds geschreven vanuit het perspectief van kennisoverdracht met als doel de groep hulpverleners een overzicht te geven wat er mogelijk is op diagnostisch en therapeutisch vlak en anderzijds als discussiestuk. Aangezien de basisdiscipline van de Nederlandse seksuologische hulpverleners divers is zal iedereen een andere visie op het hier gepresenteerde Zorgmodel hebben. De werkgroep nodigt de lezer dan ook uit te reageren met kritische kanttekeningen enlof suggesties ten einde het zorgmodel erectiele disfunctie in de toekomst verder te verfijnen. In 1999 publiceerden Rosen, Goldstein en Padma-Nathan in het Journal of lmpotence het Model of Care bij erectiele disfunctie. In dit artikel wordt een eerste aanzet gedaan een zorgmodel erectiele disfunctie te ontwikkelen voor de Nederlandse situatie.

Sekstherapie met senioren
A.J.F. Neeleman

Er is zo weinig aandacht voor het onderwerp sekstherapie met senioren, dat de vraag rijst of sekstherapie met deze doelgroep wellicht dermate weinig specifiek is dat het geen speciale aandacht verdient. Hulpverleners blijken soms echter grote problemen te hebben met het beginnen en voeren van een gesprek met ouderen over seksualiteit. Enkele achtergronden van deze problematiek zoals weerstanden en tegenoverdrachten worden beschreven. Uit wetenschappelijke gegevens blijkt de seksuele respons van ouderen wel wat te vertragen, maar vaak niet te verdwijnen. De problemen die daarbij kunnen ontstaan worden besproken, evenals aspecten van de behandeling. Geconcludeerd wordt dat meer aandacht voor sekstherapie met ouderen gerechtvaardigd is, omdat seks voor veel ouderen belangrijk is en therapeuten niet altijd goed zijn ingesteld op deze doelgroep.

De seksuele klachten van een groep Turkse en Marokkaanse mannen
J. Schippers

Bij een groep van dertig mannen van Turkse en Marokkaanse afkomst werd een kwalitatief casuïstiekonderzoek verricht. De resultaten worden gepresenteerd in het kader van twee artikelen. Het onderhavige artikel begint met een inleiding en een korte verantwoording van de gevolgde onderzoeksmethode. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de demografische gegevens van de onderzochte groep, de voorgeschiedenis van de betreffende mannen en de specifieke wijze waarop zij aankijken tegen contacten met vrouwen en met andere mannen. Kennis van en begrip voor de belangrijkste verschillen tussen de onderzochte mannen en de gemiddelde autochtone patiënt vormen de eerste bouwstenen voor een verbetering van de kwaliteit van de seksuologische hulpverlening aan deze doelgroep. In dit casuïstiekonderzoek komen onder andere verschillen naar voren in (seksuele) opvoeding, denken en praten over seksualiteit, sociaal-economische positie, en psychologiseren versus somatiseren. De mogelijke consequenties voor behandeling komen aan de orde in het tweede artikel van deze reeks.

Europese Associatie voor Urologie - 15e congres medische seksuologie. 12-15 april 2000, Brussel, België
T.G.W. SpeelE.J.H. Meuleman

De 15e bijeenkomst van de Europese associatie voor Urologie (EAU) is het eerste grote urologische congres in het nieuwe millennium. Europa telt meer dan 15.000 urologen van wie ongeveer 33% participeerde aan de jaarlijkse EAU bijeenkomst. Medische seksuologie is ondertussen niet meer het onderwerp dat taboe is en gepraktiseerd wordt door quasi-geleerden of kwakzalvers. Het onderzoek naar erectiele disfunctie bij mannen en de daarbij behorende therapieën hebben een vooraanstaande plaats verworven op de agenda van de uroloog als onderwerp voor wetenschappelijk onderzoek. Recentelijk heeft ook vrouwelijk seksueel disfunctioneren de aandacht gekregen binnen de urologie, dit werd duidelijk tijdens de symposia van de Europese Vereniging voor Seksueel en Impotentie Onderzoek voorafgaande aan het congres.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 2001, nr. 1
J. Vroege

Inhoud: - Recensies (p. 38-51); - Rubriek Ontvangen (p. 51-52); - Overzicht seksuologische tijdschriften (p. 52-56).