|
Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief
Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
Service aan klanten Abonneren
Bestel oudere nummers Contacten
Nieuws
Archief
Links Zoeken op deze site
Home
Stuur een Email
|
Tijdschrift voor Seksuologie
1999, Jaargang 23, Nummer 3
Inhoudsopgave
|
|
Abstracts |
Essentiële vulvodynie door perineurale cysten van Tarlov?
Vulvodynia caused by perineural Tarlovcysts? |
|
| P. Sienaert
|
Beschrijving van vier patiënten met chronische, therapieresistente en
invaliderende vulvovaginale pijn. Alle vier patiënten bleken cysten op de
sacrale zenuwwortels (Tarlovcysten) te hebben. De vraag naar de rol van
deze cysten bij vulvovaginale pijnsyndromen wordt gesteld, relevante
literatuurgegevens worden besproken.
|
|
Seksualiteitsbeleving bij vrouwen met een lichamelijke handicap
Sexuality experience of women with a physical disability
|
| I.Jans
|
Een aantal hypothesen omtrent de seksualiteitsbeleving van vrouwen met een
lichamelijke handicap wordt getoetst: 82 vrouwen met en 85 vrouwen zonder
een lichamelijke handicap vulden een uitgebreide vragenlijst in, die naast een
sectie Algemene Gegevens meetschalen bevatte voor Seksuele
Aanvaarding, Psychoseksuele Stimuleerbaarheid, Seksuele Motivatie en
Algemene Seksuele Voldoening. Er werd ook kort gepeild naar seksuele
kennis en ervaring. Bovendien werd voor elk van deze variabelen nagegaan
of de beginleeftijd van de handicap een betekenisvolle rol speelt. Er werd
vastgesteld dat vrouwen met een handicap een meer afwijzende attitude
hebben ten aanzien van seksualiteit, minder seksuele kennis en seksuele
ervaring en dat zij minder tevreden zijn omtrent hun seksualiteitsbeleving
dan niet-gehandicapte vrouwen. Beide groepen vrouwen vrschillen niet van
elkaar met betrekking tot seksueel verlangen en fantaseren en hebben een
even grote seksuele motivatie.
|
|
Uit de kast komen bij travestie Coming-out of crossdressers
|
| P. Vennix
|
Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt besproken wat
een seksuele relatie tussen twee patiënten kan betekenen in een
klinisch-psychotherapeutische setting: voor de betrokken
patiënten, hun mede-patiënten en voor stafleden. Seksuele
relaties kunnen in een dergelijke kliniek een teken zijn van
vermijding, uitageren of herhaling; in dat geval zal de relatie
besproken en afgeremd worden. In andere gevallen kan de seksuele
relatie gezien worden als een positieve stap in het
therapeutische proces. Er wordt een aantal aanbevelingen gedaan hoe
stafleden beter om kunnen gaan met hun
tegenoverdrachtsgevoelens.
|
|
Travestie en hulpverlening Crossdressers and healthcare
|
| P. Vennix
|
In een NISSO-onderzoek naar travestie werd gevraagd naar de ervaringen met
de psychosociale hulpverlening. Vanwege travestie had drie op de tien
dergelijke hulp gezocht. Aanleiding om hulp te zoeken waren vaak
genderidentiteitsproblemen, relatieproblemen, depressiviteit en een
negatief zelfbeeld. Seksuele problemen speelden minder vaak een rol. Over
het geheel is het beeld dat travestieten van de psychosociale
hulpverleners hebben niet positief. Over zelfhulpgroepen is men veel beter
te spreken. Mannelijke hulpverleners worden negatiever beoordeeld dan
vrouwelijke hulpverleners. In de jaren negentig is de hulpverlening aan
travestieten wat verbeterd. Dit heeft drie oorzaken: (1) travestieten
kiezen nu vaker zelf voor een bepaalde hulpverlener; (2) het aantal
vrouwelijke hulpverleners is toegenomen; (3) huisartsen verwijzen nu beter
door.
|
|
|