|
Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief
Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden
Service aan klanten Abonneren
Bestel oudere nummers Contacten
Nieuws
Archief
Links Zoeken op deze site
Home
Stuur een Email
|
Tijdschrift voor Seksuologie
1995, Jaargang 19, Nummer 1
Inhoudsopgave
|
|
Abstracts |
Urineverlies tijdens coïtus; een probleem?
|
|
W. Gianotten
|
Beschrijving van een casus waarin een patiënte last heeft van
'urineverlies' tijdens de coïtus. Waarschijnlijk betreft het een
geval van vrouwelijke ejaculatie, een fenomeen dat kan optreden bij
stimulatie van de G-plek.
|
|
Jonge homoseksuele mannen: psychosociale determinanten van
onveilig seksueel gedrag
|
|
E.M.M. de Vroome, Th.G.M. Sandfort,
H.S.P. van den Bergh, I.P.M. Keet,
J.A.R. van den Hoek
|
Het doel van het hier besproken onderzoek was het inzicht te
vergroten in het seksuele gedrag van jonge homoseksuele mannen, en
daarmee richting te geven aan de AIDS-voorlichting in deze groep.
Daartoe zijn in 1991 en 1992 bij 152 Amsterdamse jonge homoseksuele
mannen gegevens verzameld omtrent hun seksuele gedrag, en omtrent de
psychosociale factoren die daar mogelijk mee samenhangen. Tevens werd
bloed afgenomen en getest op het voorkomen van SOA's en
HIV-antistoffen. Het al dan niet veilige seksuele gedrag bleek op
basis van de psychosociale factoren goed te kunnen worden verklaard.
Met name een hoge affectieve waarde van anale seks hangt samen met
het beoefenen daarvan, ondanks het AIDS-risico. Alleen als men weinig
vertrouwen heeft in de effectiviteit van condooms ziet men in sommige
gevallen af van anale seks. Bevorderend voor consistent
condoomgebruik is vooral een hoge mate van eigen-effectiviteit in
veilig vrijen. Ter bevordering van (consistent) condoomgebruik zou in
deze groep daarom met name aandacht moeten worden besteed aan het
verhogen van de eigen-effectiviteit. Gezien de kracht waarmee de
voorkeur voor anale seks het beoefenen van die techniek bepaalt,
lijken er weinig mogelijkheden te zijn om jonge mannen op grote
schaal te doen afzien van anale seks. Degenen die anale seks minder
belangrijk vinden om die reden, of (ook) vanwege AIDS, geen anale
seks hebben, zouden middels voorlichtingsactiviteiten uiteraard wel
in dat gedrag moeten worden ondersteund.
|
|
Wetenschappelijke lust: het seksuele leven volgens de
smaakmaker, de loodgieter en de leer van het overgeleverde
gen
|
|
W. Everaerd
|
Tekst van een voordracht voor de viering van 25 jaar Rutgers
Stichting, 19 mei 1994. Hij concludeert dat, terwijl de seksuele
hervorming haar eerste doel -de bevrijding van de seksualiteit- nog
niet ten volle heeft gerealiseerd, zij een tweede doel -de regulering
van seksueel gedrag- met prioriteit op de agenda zou moeten zetten.
|
|
Het gewone en het bijzondere. Geslachtsziektenbestrijding
in Nederland in historisch-sociologisch perspectief
|
|
A. Mooij
|
Alles heeft er de schijn van dat wij in barre en uitzonderlijke tijden
leven wat betreft het heersende venerisch klimaat De komst van het
acquired immune deficiency syndrome (aids) in het begin van de jaren
tachtig maakte een einde aan een situatie die ons allen voorkwam als de
natuurlijke toestand: wie iets had ging naar de dokter en was spoedig uit
zijn of haar lijden verlost. Voor degenen die heel vaak wat hadden, lag
de zaak ook toen wel iets gecompliceerder, maar niet wezenlijk anders.
De Aidsepidemie bracht angst en ontzetting waar lange tijd geen reden
voor geweest was. De ziekte maakte een voortijdig einde aan het leven van
velen en bracht zware en onherstelbare verliezen toe aan dat van anderen.
Het was een overrompelende en onverwachte aanval, die onze naoorlogse
gemoedsrust schokte en een deel van onze jonge zekerheden op losse
schroeven zette. Toch hoeft men geen groot historicus te zijn om te
kunnen constateren dat over een langere periode bezien de uitzondering
niet zozeer ligt in het huidige onbarmhartige tijdperk van aids, als wel
in die voor onze ervaringen zo bepalende naoorlogse decennia. Wat,
historisch gezien, eigenlijk als de normale toestand moet worden
beschouwd, is voor onze generaties uitzonderlijk: de prominente
aanwezigheid van varianten van venerische ziekten met fatale gevolgen.
|
|
Determinanten van vrouwelijke seksuele opwinding
|
|
E. Laan
|
Wat bedoelen vrouwen als ze aangeven seksueel opgewonden te zijn?
Zeggen ze iets over hun stemming, geven ze aan dat ze willen vrijen,
laten ze weten dat ze de situatie waarderen waarin ze zich bevinden,
of beschrijven ze wat er in hun lichaam plaats heeft? In een serie
psychofysiologische experimenten werd aangetoond dat toename in
doorbloeding van de vaginawand slechts in geringe mate samenhangt met
gevoelens van seksuele opwinding. Vrouwen maken voornamelijk gebruik
van situationele- of stimulusinformatie om hun subjectieve seksuele
opwinding in te schatten. Bovendien lijkt genitale opwinding zich ten
dele te gedragen als een onwillekeurige respons. Deze respons mag
echter niet worden opgevat als de 'ware' indicator voor seksuele
opwinding.
|
|
Multiple sclerose en seksuele problemen; resultaten van een
inventariserende enquête
|
|
P. Vruggink, B. Kornips,
P. van Kerrebroeck, E. Meuleman
|
Resultaten van een korte inventariserende enquête-studie naar
problemen die multiple-sclerosepatiënten ervaren in hun seksueel
functioneren of in de seksualiteitsbeleving. Er kwam een respons van
85% op de 60 uitgedeelde enquêtes. Seksuele problemen werden gemeld
door 81% van de mannen en 60% van de vrouwen. Uit het individuele
commentaar bleek dat de patiënten veel bezig zijn met hun seksuele
problemen en behoefte hebben om daarover te praten met hun
behandelend arts. Geconcludeerd wordt dat vervolgonderzoek op het
gebied van multiple sclerose en seksualiteit gewenst is. Suggesties
voor onderzoek worden gedaan.
|
|
Hulpvragen in verband met seksualiteit, voortplanting,
gezinsstructuren en sociale structuren bij de Marokkaanse
patiënt
|
|
K. Hendrickx, L. Schillemans
|
Er wordt een beschrijving gegeven van hulpvragen die in verband staan
met seksualiteit, voortplanting, gezinsstructuren en sociale
structuren bij Marokkaanse migranten in de omgeving van Antwerpen,
vanuit ervaringen in de eerstelijnsgezondheidszorg. De auteurs
verzamelden gegevens uit de literatuur, uit gesprekken met collega's
binnen het centrum voor etnische minderheden en gezondheid en uit hun
eigen 15 jaar durende samenwerking tussen huisartsen en een
Marokkaanse verpleegster in de Universitaire groepspraktijk te
Borgerhout bij Antwerpen. Eerst wordt het algemene consultatiegedrag
van Marokkaanse migranten besproken. Daarna wordt ingegaan op
specifieke gezondheidsproblemen bij vrouwen en mannen, en wordt een
beschrijving gegeven van traditionele hulpverlening, gezinsstructuren
en sociale structuren binnen de Marokkaanse gemeenschap, en van
problemen die hiermee samenhangen.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1995, nr. 1
|
|
|
Inhoud: Recensies (p. 66-77); Overzicht seksuologische
tijdschriften (p. 77-84).
|
| |
| |