|
|
Abstracts |
Uit de praktijk: een verdachte behandeling van hoofdpijn; over
seksueel misbruik en erotiek in de spreekkamer
|
|
I. Vink
|
Regelmatig vindt er seksuele toenadering door een hulpverlener
plaats. Zowel mannelijke als vrouwelijke hulpverleners overschrijden
grenzen. De auteur beschrijft drie casussen. Patiënten die misbruikt
zijn, brengen dit om verschillende redenen niet zo makkelijk naar
buiten. Om deze vorm van misbruik te doen stoppen, dient men als
hulpverlener in de spreekkamer openlijk naar seksueel misbruik door
collega's te vragen. Het is belangrijk er bij de patiënt op aan te
dringen actie te ondernemen, of haar toestemming te vragen zelf als
hulpverlener stappen te mogen zetten om verder misbruik door de
betreffende collega-hulpverlener te voorkomen.
|
|
CARA en seksualiteit
|
|
J.A. Peersmann-Rijlaarsdam, N. Breederveld,
H.B.M. van de Wiel, W.C.M. Weijmar Schultz,
G.H. Koëter, E.C. Klip
|
De bestaande literatuur biedt bepaald geen volledig of genuanceerd
overzicht van de gevolgen van CARA voor het seksuele leven. Van enig
houvast voor gerichte hulpverlening is dan ook geen sprake, terwijl
in de literatuur wel een behoefte aan hulp wordt gesignaleerd. In dit
artikel worden de resultaten van een inventariserend retrospectief
onderzoek (met behulp van een schriftelijke enquête) vermeld. De
achterliggende vraagstelling hierbij was: 1. In hoeverre hebben
patiënten met CARA last van seksuele stoornissen ten gevolge van hun
ziekte? 2. Hoe is de verdeling van de seksuele problematiek, zowel
qua aard als omvang, over de soort CARA (astma versus COPD)? 3. Hoe
is de verdeling van de seksuele problematiek, zowel qua aard als
omvang, over de sexen? In totaal ontvingen 441 patiënten de enquête
en er werden 239 bruikbare vragenlijsten geretourneerd (respons=54%).
Gezien de opzet van het onderzoek kunnen geen al te harde conclusies
worden getrokken, maar het lijkt erop dat de ademhalingsklachten bij
CARA tot een aanzienlijke verstoring van het seksueel functioneren
kunnen leiden. Over het algemeen krijgen mannelijke COPD-patiënten
het meest te maken met seksuele dysfuncties. Op vrijwel alle aspecten
van het seksueel functioneren rapporteren mannen meer problemen dan
vrouwen, en COPD-patiënten meer dan astma-patiënten.
|
|
De ontwikkeling van intimiteit; een ontwikkelingspsychologisch
model gekoppeld aan een model van de gevolgen van seksueel
misbruik
|
|
M.F. Delfos
|
Dit artikel presenteert een model van de ontwikkeling van intimiteit
gedurende de menselijke levensloop, vervat in 13 fasen, van geboorte
tot dood. De fasen van intimiteit worden geplaatst in het licht van
ontwikkelingspsychologische principes. Behandeld worden de
verschillende levenstaken die de mens moet leren beheersen en de
versmalling van intimiteit naar seksualiteit. Er worden nieuwe
definities van intimiteit en tederheid gepresenteerd. Synchroon aan
het model van intimiteit wordt een model van de gevolgen van seksueel
misbruik gedurende de verschillende levensfasen gepresenteerd.
|
|
(Seksuele) identiteit bij slachtoffers en daders van seksueel
geweld
|
|
L. Woertman
|
In de psychologie neemt het begrip identiteit een centrale plaats in.
De auteur vat identiteit op als het verhaal dat wij aan onszelf
vertellen over wie we zijn. In het levensverhaal van seksueel
misbruikte vrouwen neemt het misbruik een grote plaats in. Het tast
bijna alle lagen van hun bestaan en alle lagen van hun identiteit
aan. Bovendien tasten de misbruikervaringen de continuïteit en de
eenheid van het levensverhaal aan. Mannen die misbruiken,
bagatelliseren of ontkennen meestal wat er is gebeurd. Dit maakt dat
het misbruikgedrag geen deel uitmaakt van hun (seksuele) identiteit.
|
|
De wegen in de extramurale AIDS-zorg
|
|
Wigersma. L.
|
In de AIDS-bestrijding, het totaal van de activiteiten gericht
tegen AIDS, bestaan ingebouwde tegenstellingen die geresulteerd
hebben in een veelvormige, vaak controversiële aanpak. Over
het doel van de inspanningen bestaat weinig verschil van inzicht, over de
wegen waarlangs en de middelen waarmee het doel bereikt kan worden zijn de
opvattingen verdeeld. Eerst worden drie controversen besproken die
belangrijke gevolgen hebben gehad voor het karakter van de
AIDS-bestrijding. Vervolgens wordt de invloed hiervan op de extramurale
zorg, met name die welke de huisartsen bieden, beschreven. Tot slot
worden aanbevelingen gedaan om de uiteenlopende wegen bij elkaar te
brengen.
|
|
De beperkte waarde van het concept parafilia en van het
penisvolume als indicatie van die parafilia
|
|
A.X. van Naerssen
|
Reactie op een artikel van D. van Beek over de cognitief
gedragstherapeutische behandeling van parafilieën in dit tijdschrift.
Hierin zegt Van Beek dat de methode van de penis-plethysmografie z.i.
de betrouwbaarste en meest valide informatie verschaft over seksuele
preferentiepatronen. Van Naerssen acht deze uitspraak niet gewettigd,
noch door de empirische resultaten noch door de theorieën over het
seksueel responderen en seksuele preferentiepatronen. Een reactie op
Van Naerssens reactie wordt door L. Gijs en D. van Beek gegeven in
'Moet het kind met het badwater weggegooid worden?' in deze zelfde
tijdschriftaflevering.
|
|
Forum: Moet het kind met het badwater weggegooid worden? Vragen
en kanttekeningen bij 'De beperkte waarde van het concept
parafilia en van het penisvolume als indicatie van die
parafilia' van A.X. van Naerssen
|
|
L. Gijs, D. van Beek
|
In een reactie op " De beperkte waarde van het concept parafilia en van
het penisvolume als indicatie van die parafilia" van A.X. van Naerssen
(Tijdschrift voor seksuologie 18 (1994) 4, 309-312) pleiten de auteurs voor
een pluriforme studie van seksualiteit op verschillende biologische
psychologische, sociale antropologische en historische niveau's. Volgens
hun kunnen psychofysiologische methoden als penis- en fotoplethysmografie
een significante bijdrage leveren aan het begrijpen van seksuele
responsfactoren en seksuele processen en kan de penisplethysmograaf een
nuttige, maaar beperkte bijdrage leveren aan het begrijpen van parafiele
seksuele opwindingspatronen. Tenslotte pleiten ze voor meer emperisch
inzicht in de relatie therapeut-cliënt, omdat therapeutvariabelen in de
behandeling van mensen met een parafilie volgens hen tot nog toe sterk
verwaarloosd zijn.
|
|
Forum: Frisse wegwijzers voor het seksuologisch werkveld.
Tien CGSO Jaarboeken Seksualiteit-Relaties-Geboortenregeling
|
|
F. Deven
|
Terugblik op tien jaar CGSO Jaarboeken. Seksualiteit-Relaties-
Geboortenregeling: circa 2000 bladzijden documentatie.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1994, nr. 4
|
|
|
Inhoud: Recensies (p. 324-338); Overzicht seksuologische
tijdschriften (p. 339-347).
|
|
|
|