Tijdschrift voor Seksuologie


1994, Jaargang 18, Nummer 4


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->










Abstracts

Uit de praktijk: een verdachte behandeling van hoofdpijn; over seksueel misbruik en erotiek in de spreekkamer
I. Vink

Regelmatig vindt er seksuele toenadering door een hulpverlener plaats. Zowel mannelijke als vrouwelijke hulpverleners overschrijden grenzen. De auteur beschrijft drie casussen. Patiënten die misbruikt zijn, brengen dit om verschillende redenen niet zo makkelijk naar buiten. Om deze vorm van misbruik te doen stoppen, dient men als hulpverlener in de spreekkamer openlijk naar seksueel misbruik door collega's te vragen. Het is belangrijk er bij de patiënt op aan te dringen actie te ondernemen, of haar toestemming te vragen zelf als hulpverlener stappen te mogen zetten om verder misbruik door de betreffende collega-hulpverlener te voorkomen.

CARA en seksualiteit
J.A. Peersmann-RijlaarsdamN. Breederveld H.B.M. van de WielW.C.M. Weijmar Schultz G.H. KoëterE.C. Klip

De bestaande literatuur biedt bepaald geen volledig of genuanceerd overzicht van de gevolgen van CARA voor het seksuele leven. Van enig houvast voor gerichte hulpverlening is dan ook geen sprake, terwijl in de literatuur wel een behoefte aan hulp wordt gesignaleerd. In dit artikel worden de resultaten van een inventariserend retrospectief onderzoek (met behulp van een schriftelijke enquête) vermeld. De achterliggende vraagstelling hierbij was: 1. In hoeverre hebben patiënten met CARA last van seksuele stoornissen ten gevolge van hun ziekte? 2. Hoe is de verdeling van de seksuele problematiek, zowel qua aard als omvang, over de soort CARA (astma versus COPD)? 3. Hoe is de verdeling van de seksuele problematiek, zowel qua aard als omvang, over de sexen? In totaal ontvingen 441 patiënten de enquête en er werden 239 bruikbare vragenlijsten geretourneerd (respons=54%). Gezien de opzet van het onderzoek kunnen geen al te harde conclusies worden getrokken, maar het lijkt erop dat de ademhalingsklachten bij CARA tot een aanzienlijke verstoring van het seksueel functioneren kunnen leiden. Over het algemeen krijgen mannelijke COPD-patiënten het meest te maken met seksuele dysfuncties. Op vrijwel alle aspecten van het seksueel functioneren rapporteren mannen meer problemen dan vrouwen, en COPD-patiënten meer dan astma-patiënten.

De ontwikkeling van intimiteit; een ontwikkelingspsychologisch model gekoppeld aan een model van de gevolgen van seksueel misbruik
M.F. Delfos

Dit artikel presenteert een model van de ontwikkeling van intimiteit gedurende de menselijke levensloop, vervat in 13 fasen, van geboorte tot dood. De fasen van intimiteit worden geplaatst in het licht van ontwikkelingspsychologische principes. Behandeld worden de verschillende levenstaken die de mens moet leren beheersen en de versmalling van intimiteit naar seksualiteit. Er worden nieuwe definities van intimiteit en tederheid gepresenteerd. Synchroon aan het model van intimiteit wordt een model van de gevolgen van seksueel misbruik gedurende de verschillende levensfasen gepresenteerd.

(Seksuele) identiteit bij slachtoffers en daders van seksueel geweld
L. Woertman

In de psychologie neemt het begrip identiteit een centrale plaats in. De auteur vat identiteit op als het verhaal dat wij aan onszelf vertellen over wie we zijn. In het levensverhaal van seksueel misbruikte vrouwen neemt het misbruik een grote plaats in. Het tast bijna alle lagen van hun bestaan en alle lagen van hun identiteit aan. Bovendien tasten de misbruikervaringen de continuïteit en de eenheid van het levensverhaal aan. Mannen die misbruiken, bagatelliseren of ontkennen meestal wat er is gebeurd. Dit maakt dat het misbruikgedrag geen deel uitmaakt van hun (seksuele) identiteit.

De wegen in de extramurale AIDS-zorg
Wigersma. L.

In de AIDS-bestrijding, het totaal van de activiteiten gericht tegen AIDS, bestaan ingebouwde tegenstellingen die geresulteerd hebben in een veelvormige, vaak controversiële aanpak. Over het doel van de inspanningen bestaat weinig verschil van inzicht, over de wegen waarlangs en de middelen waarmee het doel bereikt kan worden zijn de opvattingen verdeeld. Eerst worden drie controversen besproken die belangrijke gevolgen hebben gehad voor het karakter van de AIDS-bestrijding. Vervolgens wordt de invloed hiervan op de extramurale zorg, met name die welke de huisartsen bieden, beschreven. Tot slot worden aanbevelingen gedaan om de uiteenlopende wegen bij elkaar te brengen.

De beperkte waarde van het concept parafilia en van het penisvolume als indicatie van die parafilia
A.X. van Naerssen

Reactie op een artikel van D. van Beek over de cognitief gedragstherapeutische behandeling van parafilieën in dit tijdschrift. Hierin zegt Van Beek dat de methode van de penis-plethysmografie z.i. de betrouwbaarste en meest valide informatie verschaft over seksuele preferentiepatronen. Van Naerssen acht deze uitspraak niet gewettigd, noch door de empirische resultaten noch door de theorieën over het seksueel responderen en seksuele preferentiepatronen. Een reactie op Van Naerssens reactie wordt door L. Gijs en D. van Beek gegeven in 'Moet het kind met het badwater weggegooid worden?' in deze zelfde tijdschriftaflevering.

Forum: Moet het kind met het badwater weggegooid worden? Vragen en kanttekeningen bij 'De beperkte waarde van het concept parafilia en van het penisvolume als indicatie van die parafilia' van A.X. van Naerssen
L. GijsD. van Beek

In een reactie op " De beperkte waarde van het concept parafilia en van het penisvolume als indicatie van die parafilia" van A.X. van Naerssen (Tijdschrift voor seksuologie 18 (1994) 4, 309-312) pleiten de auteurs voor een pluriforme studie van seksualiteit op verschillende biologische psychologische, sociale antropologische en historische niveau's. Volgens hun kunnen psychofysiologische methoden als penis- en fotoplethysmografie een significante bijdrage leveren aan het begrijpen van seksuele responsfactoren en seksuele processen en kan de penisplethysmograaf een nuttige, maaar beperkte bijdrage leveren aan het begrijpen van parafiele seksuele opwindingspatronen. Tenslotte pleiten ze voor meer emperisch inzicht in de relatie therapeut-cliënt, omdat therapeutvariabelen in de behandeling van mensen met een parafilie volgens hen tot nog toe sterk verwaarloosd zijn.

Forum: Frisse wegwijzers voor het seksuologisch werkveld. Tien CGSO Jaarboeken Seksualiteit-Relaties-Geboortenregeling
F. Deven

Terugblik op tien jaar CGSO Jaarboeken. Seksualiteit-Relaties- Geboortenregeling: circa 2000 bladzijden documentatie.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1994, nr. 4

Inhoud: Recensies (p. 324-338); Overzicht seksuologische tijdschriften (p. 339-347).