Abonneren Archief E-mail

Tijdschriftnummers
Inhoud: laatste nummer
Inhoud: lopende jaargang
Inhoud: archief


Redactioneel
Aanwijzingen voor auteurs
Redactieleden

Service aan klanten
Abonneren
Bestel oudere nummers
Contacten
Nieuws

Archief
Links
Zoeken op deze site


Home


Stuur een Email

Tijdschrift voor Seksuologie


1994, Jaargang 18, Nummer 1


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->







Abstracts

Psychologische en biologische theorieen over parafilieën
L. GijsP. Cohen-Kettenis P. van der Schoot

Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste psychologische en biologische theorieen over parafilieën. Nadat de paradigmatische achtergronden van deze benaderingen toegelicht zijn, wordt aandacht besteed aan de definitie en het voorkomen van parafilieën. Vervolgens worden een aantal theorieen beschreven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen normaliteits en pathologische theorieen. De eerste beschouwen (sommige) parafilieën als deelverzameling van de normale seksuele variatie. De tweede definieren ze als een stoornis. In de afsluitende evaluatie wordt de zeer gebrekkige kennis van parafilieën benadrukt. Ook worden klinische implicaties geschetst. Gepleit wordt voor een biopsychosociale invalshoek, met als ideologisch motto "optimale variabiliteit".

De cognitief gedragstherapeutische behandeling van parafilieën
D. van Beek

Reeds een drietal decennia neemt in Noord Amerika de (cognitieve) gedragstherapie in de behandeling van parafilieën een prominente plaats in. In dit artikel wordt de ontwikkeling beschreven van deze (cognitief) gedragstherapeutische benadering. Binnen deze zienswijze spelen drie aspecten een doorslaggevende rol, te weten seksuele, sociale en cognitieve factoren. Diagnostische- en behandelingsmethodieken welke op deze componenten zijn gericht komen in dit artikel aan de orde, evenals de problemen rond ontkenning en de risicotaxatie ten behoeve van de vraag ambulant of intramuraal te behandelen. De (cognitief) gedragstherapeutische behandeling voor parafilieën blijkt effectief bij niet-strafbare parafilieën, Bij de strafbare parafilieën worden gunstige resultaten gemeld bij heteroen homoseksuele pedoseksuelen, en zijn de resultaten bij exhibitionisten tegenstrijdig. De resultaten bij verkrachters met parafiele kenmerken zijn het minst gunstig te noemen.

De psychoanalytische behandeling van parafilieën
D. Van de Putte

De psychoanalytische behandeling van parafilieën steunt op enkele centrale theoretische opvattingen, zoals de hypothese dat een bemoeilijkte separatie-individuatie aanleiding geeft tot een fixatie aan preoepidale en narcistische ontwikkelingsstadia. Een adequate oplossing van de oepidale problematiek zou hierdoor verhinderd worden, De precaire seksuele identiteit die hiervan het gevolg is, kan slechts functioneren binnen het enge kader van een parafiel scenario. De behandeling zal dan ook niet enkel gericht zijn op de analyse van de parafilie maar evenzeer op de onderliggende narcistische pathologie. Rekening houdend met de ernst van de ontwikkelingsstoornis en de kwetsbaarheid van de seksuele identeit, zal de opbouw van de therapeutische alliantie gepaard moeten gaan met de creatie van een "holding environment".

Hormonale en psychofarmacologische interventies in de behandeling van parafilieën
L. GijsL. Gooren

De belangstelling voor de farmacotherapeutische behandeling van parafilieën is groeiende. Twee klassen van geneesmiddelen zijn in dit opzicht beproefd: farmaca die interfereren met de normale produktie en werking van androgenen, en psychofarmaca, in het bijzonder antidepressiva. Dit artikel geeft een overzicht van de veronderstelde werkingsmechanismen, de gangbare doseringen en de effectiviteit van deze farmacologische interventies. Hoewel de empirische validering van deze interventies vele methodologische zwakheden vertoont, luidt de conclusie dat dergelijke farmacologische strategieën als onderdeel van een 'totaal' psychotherapeutisch programma een beperkte, relevante bijdrage kunnen leveren in de behandeling van parafilie¨n. Meer bepaald en mits informed consent aanwezig is, zijn anti-androgenen ons inziens sterkte te overwegen bij parafilieën die gekenmerkt worden door een intens en frequent seksueel verlangen en seksuele opwinding die sterk disponeren tot parafiel gedrag. Psychofarmacologische interventies zijn, eveneens op voorwaarde van informed consent, te overwegen bij parafilieën, die geassocieerd zijn met obsessief-compulsieve of depressieve stoornissen. Niettemin blijven methodologisch goed opgezette studies een voorwaarde voor een definitieve plaatsbepaling van farmacotherapie bij parafilieën.

Parafilieën en het Nederlandse strafrecht; op de grens tussen gedragskunde en recht
S. Gooren

Er is maar weinig parafiel seksueel gedrag in de wet expliciet strafbaar gesteld. Dit gedrag kan echter een zodanige schending van de integriteit van de ander tot resultaat hebben, dat het toch een ander, niet seksueel, strafbaar feit in de zin van de wet tot gevolg heeft. De rechter die oordeelt naar aanleiding van een delict waarbij parafiel gedrag een rol speelt, dient zich bij het nemen van diverse juridische beslissingen ook in achtergrond en betekenis van dit gedrag te verdiepen. Aangezien dit terrein voor de meeste juristen relatief onbekend is, is voorlichting door gedragskundigen cruciaal.

Sadomasochisme in historisch-sociologisch perspectief
G. Hekma

In dit artikel stelt de auteur voor het perspectief van wat wel het 'sociaal constructionisme' is genoemd toe te passen op wat voreger de 'perversies' heetten en in het bijzonder op het sadomasochisme. Aan de hand van enkele historische voorbeelden zoals het leven en werk van markies de Sade, de billekoek op Engelse kostscholen, de medische begripsvorming over het sadomasochisme rond de eeuwwisseling en het moderne verenigingsleven van sadomasochisten verdedigt hij de stelling dat het sadomasochisme een culturele vorm is die historisch specifiek is. Andere verschijnselen kunnen vanzelfsprekend onder een brede noemer van sadomasochisme worden gevat, maar daarmee doen we onrecht aan de verschillen tussen de fenomenen en onze mogelijkheden tot inzicht en analyse. De auteur eindigt met een oproep meer aandacht te besteden aan de maatschappelijke wording van seksuele preferenties, de interactie tussen sociale en individuele modellen van seksualiteit en aan het fetisj-karakter van seksuele scripten.