|
|
Abstracts |
Themanummer: Seksuologie in de huisartspraktijk
|
|
|
Themanummer: Seksuologie in de huisartspraktijk.
|
|
Hulpvragen waarbij seksualiteit een rol speelt. Een
klinische les uit de huisartspraktijk
|
|
L. Wigersma
|
In deze klinische les worden vijf patiënten beschreven die de huisarts
bezochten met een probleem of hulpvraag waarbij seksualiteit een rol
speelde, zonder dat er sprake was van een expliciet, als zodanig
gepresenteerd seksueel probleem. Vastgesteld wordt dat de hulpverlening
kan mislopen als de huisarts, conform bepaalde opvattingen over de
verborgen hulpvraag, al te voortvarend de seksualiteit of vermeende
seksuele problemen aan de orde stelt. Daarentegen kunnen goede resultaten
worden geboekt met een aanpak waarvoor de uitlatingen en beleving van de
patiënt de leidraad vormen, en waarbij bovendien de nadruk ligt op
praktische, haalbare, soms onconventionele strategieën. Speuren naar de
'Vraag achter de vraag" blijkt lang niet altijd nodig of nuttig.
|
|
Had ik kunnen helpen als ik beter had geweten?
|
|
I. Vink
|
Dit artikel gaat over een 17-jarig Marokkaans meisje dat verschillende
malen achtereen op het spreekuur kwam bij haar huisarts met de vraag of
haar hymen intact is. Een jaar later blijkt zij plotseling te zijn
overleden. Gedacht wordt aan een mogelijk gewelddadige dood. Heeft de
huisarts wellicht een achterliggende hulpvraag en eventuele signalen van
incest over het hoofd gezien? In Islamitische culturen is de straf op een
afwezig hymen ten tijde van het huwelijk zwaar. Het meisje kan worden
verstoten, vermoord worden, of tot suïcide worden aangezet. Besproken
wordt ook op wat voor wijze huisartsen in situaties als deze hulp zouden
kunnen bieden: een operatief herstel van het hymen, hulp via Riagg of
maatschappelijk werk of hulp bij van huis weglopen naar een speciaal
wegloophuis voor Islamitische jongeren.
|
|
2½ keer een vaginistische reactie, de huisartsbenadering
van vaginisme
|
|
J. Moors
|
Beschreven worden twee ernstige en een minder ernstig voorbeeld van
vaginistisch reageren. Er wordt uitgebreid ingegaan op de
huisartsgeneeskundige aspecten van mogelijke therapeutische benadering.
Begonnen wordt met een begripsbepaling. Via een kort voorbeeld wordt
aandacht besteed aan de zogenaamde initiële coïtusproblemen. Uitgebreid
wordt stil gestaan bij de mogelijkheden van een huisarts bij een paar
waarvan de vrouw een vaginistische reactie heeft en die desondanks zwanger
wil worden. Dit probleem kan bijna altijd in een huisartsen-setting tot
een goed einde worden gebracht. Vervolgens wordt aandacht besteed aan een
zeer moeilijk voorbeeld. Het betreft een vaginistisch reagerende vrouw die
jarenlang incest meemaakte. Beschreven wordt hoe iedere huisarts zover kan
gaan als zijn of haar vaardigheden reiken. Soms is meteen na de
probleem-verheldering een verwijzing noodzakelijk, omdat de vaginistische
reactie van de vrouw zijn oorsprong vindt in ernstige psychische of
neurotische problematiek.
|
|
Diagnostiek en therapie van erectiezwakte
|
|
K. Slob, I. Vink
|
Een goede omschrijving van het begrip "erectiezwakte " is essentieel,
opdat er tussen huisarts en patiënt geen misverstand ontstaat. Anamnese,
diagnostiek, waaronder het kijken naar erotische video's en slapen met
erectiometers, en eventueel aanvullend onderzoek worden beschreven en
toegelicht. In het behandelingsschema hebben, naast o.a. vacupomp,
papaverine zelfinjecties en psychotherapie, ook afrodisiaca een plaats.
|
|
Huisarts en niet-organische seksuele dysfuncties:
verwoording in de praktijk
|
|
Carlier J.G.
|
Huisartsen hebben de seksuologie ontdekt. Sommigen menen hun klassieke
werkwijze te moeten verlaten omdat ze niet aangepast zou zijn om aan
seksuologische hulpverlening te doen. Anderen vinden moeilijk de juiste
woorden om, binnen hun gewone werkwijze tot actieve hulpverlening te
komen. Helpen bij seksuele moeilijkheden kan nochtans procesmatig het
klassieke patroon van het huisartsgeneeskundig handelen volgen. In sommige
gevallen kan de woordkeuze blijven verwijzen naar de organische
deskundigheid van de huisarts. Dit maakt wat gezegd wordt herkenbaar voor
de patiënt die deze setting uitkoos. De gehanteerde gespreksstijl wijkt
wel af van de strict biologische hulpverlening, maar sluit dan weer nauw
aan bij een bio-psycho-sociale manier van consultatievoering.
|
|
Seksuele problemen van mannen in de huisartspraktijk.
Vóórkomen, diagnostiek en behandeling
|
|
W.L. Gianotten
|
De man heeft geen erg goede naam als hulpvrager bij seksuele problemen. De
combinatie van zijn specifieke anatomie en fysiologie, zijn mannelijke
socialisatie en zijn manier van reageren in het hulpverleningscontact
vragen om een eigen benadering. Met achterwege laten van de
erectieproblemen worden hier de seksuele dysfuncties bij de man
beschreven: problemen in de libido en de orgasme-fase en pijn tijdens
seks. De incidentie wordt bekeken vanuit de twee taken die de huisarts bij
seksuele problemen heeft. Als meldpunt voor problemen en als begeleider
van de patiënt die (door ziekte, medicatie of operatie) een reeële kans
heeft een seksuele dysfunctie te ontwikkelen. In dit kader wordt per
somatische tractus gekeken naar eventuele risico's. Na anamnese en
onderzoek wordt voor de verscheidene dysfuncties aandacht geschonken aan
de oorzaken, variatie en eventuele oplossingen. De geïnteresseerde
huisarts kan veel seksuele problemen zelf behandelen omdat het grotendeels
gaat overgewone problemen die met gezond verstand zijn te begrijpen en op
te lossen.
|
|
Seksuele response problemen van vrouwelijke patiënten;
hoe kan de huisarts helpen?
|
|
C.A. Schreuders-Bais
|
Seksuele responsproblemen vormen geen zeldzaamheid. De prevalentie van
seksuele dysfuncties in de vrouwelijke populatie is vermoedelijk tussen 35
en 60 procent, waarbij gebrek aan zin in seks en opwindingsstoornissen het
hoogst scoren (Hawton, 1990). Totaal onvermogen om orgasme te bereiken
komt voor bij 10 tot 15 procent van de vrouwen. Het gemiddeld aantal
vrouwelijke patiënten met seksuele klachten en vragen dat per week door
de huisarts wordt gezien bedraagt 2.2 (Frenken et al., 1988). Dit aantal
is geringer dan op grond van de prevalentie van seksuele dysfuncties
verwacht mag worden. Recent onderzoek (Wigersma, 1990) liet zien dat
patiënten inderdaad meer seksuele problemen ervaren dan zij in contact met
de huisarts naar voren brengen. Met dit artikel wordt beoogd deze
discrepantie te verkleinen door de huisarts enkele handvatten te reiken om
seksuele responsproblemen bij vrouwelijke patiënten te onderkennen en de
vraag te verhelderen (met nadruk op het belang van ingaan op de
belevingsaspecten). Op basis van de grafische voorstelling van de seksuele
respons cyclus (Masters en Johnson, 1966) worden in drie paragrafen
respectievelijk libido-, opwindings- en orgasmestoomissen belicht. Daarbij
wordt vooral gelet op voor de huisarts relevante aspecten van anamnese,
diagnostiek en behandeling. Aan de mogelijkheden en moeilijkheden van het
verwijzen van patiënten met seksproblemen wordt tot slot een aparte
paragraaf gewijd.
|
|
De zorg van de huisarts bij HIV-infectie en AIDS
|
|
L. Wigersma
|
Het aantal hulpvragen over HIV bij de huisarts is de laatste jaren
stabiel. Bijna alle huisartsen hebben te maken met hulpvragen en verzoeken
om de HIV-antistoffentest. HIV-problematiek is geconcentreerd in de grote
steden en in de Randstad. De begeleiding van HIV-positieve en
AIDS-patiënten is niet eenvoudig. De belangrijkste aspecten van de
hulpverlening bij HIV-gerelateerde hulpvragen in de huisartspraktijk
worden besproken. Rekening moet worden gehouden met de bijzondere aspecten
van HIV-ziekte, en met achterliggende problemen die de hulpvragen op dit
gebied kunnen beïnvloeden. Verzoeken om de HIV-test dienen zorgvuldig te
worden begeleid. HIV-geïnfecteerden en AIDS-patiënten hebben altijd zowel
lichamelijke als psychosociale zorg nodig. Het feit dat HIV en
seksualiteit nauw samenhangen is voor adequate preventie en zorg een
belangrijk gegeven. Aan de gang van zaken rond het sterven moet veel
aandacht worden besteed. De samenwerking met andere disciplines is van
cruciaal belang bij een dergelijk gecompliceerd ziekteproces.
|
|
Seksuologische aspecten van anticonceptie. De pil als
aanleiding voor gesprek over seksualiteit met de huisarts
|
|
P. Smits, A. Visser
|
De introductie van orale contraceptiva in de zeventiger jaren opende in
België de poort waarlangs seksualiteit bespreekbaar werd op het spreekuur
van de huisarts. De aanvaarding van de eigen seksualiteit was immers een
belangrijke voorwaarde voor een probleemloos gebruik van de pit. Klachten
over nevenwerkingen bleken niet zozeer te berusten op de hormonale
componenten van de pil maar op de betekenis die deze methode voor de
betrokkene had. Recent onderzoek wijst uit dat tweederde van de Vlaamse
huisartsen zegt bij een consult over anticonceptie meestal informatie te
geven over de invloed ervan op het seksuele leven. Veel huisartsen
ervaren echter belemmering bij het bespreken van seksuele problemen naar
aanleiding van anticonceptie. De geneeskunde heeft jarenlang het seksuele
leven van de patiënt miskend. Gevoelig zijn voor vragen rondom
seksualiteit vergt van de arts vaak een attitudeverandering. Een derde van
de praktiserende artsen ervaart dan ook een behoefte aan bijscholing op
dit terrein.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1993, nr. 2
|
|
|
De nadruk ligt dit keer op het seksuologisch denken en handelen
van de huisarts. Inhoud: Recensies.
|
|
|
|