Tijdschrift voor Seksuologie


1993, Jaargang 17, Nummer 2


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->












Abstracts

Themanummer: Seksuologie in de huisartspraktijk

Themanummer: Seksuologie in de huisartspraktijk.

Hulpvragen waarbij seksualiteit een rol speelt. Een klinische les uit de huisartspraktijk
L. Wigersma

In deze klinische les worden vijf patiënten beschreven die de huisarts bezochten met een probleem of hulpvraag waarbij seksualiteit een rol speelde, zonder dat er sprake was van een expliciet, als zodanig gepresenteerd seksueel probleem. Vastgesteld wordt dat de hulpverlening kan mislopen als de huisarts, conform bepaalde opvattingen over de verborgen hulpvraag, al te voortvarend de seksualiteit of vermeende seksuele problemen aan de orde stelt. Daarentegen kunnen goede resultaten worden geboekt met een aanpak waarvoor de uitlatingen en beleving van de patiënt de leidraad vormen, en waarbij bovendien de nadruk ligt op praktische, haalbare, soms onconventionele strategieën. Speuren naar de 'Vraag achter de vraag" blijkt lang niet altijd nodig of nuttig.

Had ik kunnen helpen als ik beter had geweten?
I. Vink

Dit artikel gaat over een 17-jarig Marokkaans meisje dat verschillende malen achtereen op het spreekuur kwam bij haar huisarts met de vraag of haar hymen intact is. Een jaar later blijkt zij plotseling te zijn overleden. Gedacht wordt aan een mogelijk gewelddadige dood. Heeft de huisarts wellicht een achterliggende hulpvraag en eventuele signalen van incest over het hoofd gezien? In Islamitische culturen is de straf op een afwezig hymen ten tijde van het huwelijk zwaar. Het meisje kan worden verstoten, vermoord worden, of tot suïcide worden aangezet. Besproken wordt ook op wat voor wijze huisartsen in situaties als deze hulp zouden kunnen bieden: een operatief herstel van het hymen, hulp via Riagg of maatschappelijk werk of hulp bij van huis weglopen naar een speciaal wegloophuis voor Islamitische jongeren.

2½ keer een vaginistische reactie, de huisartsbenadering van vaginisme
J. Moors

Beschreven worden twee ernstige en een minder ernstig voorbeeld van vaginistisch reageren. Er wordt uitgebreid ingegaan op de huisartsgeneeskundige aspecten van mogelijke therapeutische benadering. Begonnen wordt met een begripsbepaling. Via een kort voorbeeld wordt aandacht besteed aan de zogenaamde initiële coïtusproblemen. Uitgebreid wordt stil gestaan bij de mogelijkheden van een huisarts bij een paar waarvan de vrouw een vaginistische reactie heeft en die desondanks zwanger wil worden. Dit probleem kan bijna altijd in een huisartsen-setting tot een goed einde worden gebracht. Vervolgens wordt aandacht besteed aan een zeer moeilijk voorbeeld. Het betreft een vaginistisch reagerende vrouw die jarenlang incest meemaakte. Beschreven wordt hoe iedere huisarts zover kan gaan als zijn of haar vaardigheden reiken. Soms is meteen na de probleem-verheldering een verwijzing noodzakelijk, omdat de vaginistische reactie van de vrouw zijn oorsprong vindt in ernstige psychische of neurotische problematiek.

Diagnostiek en therapie van erectiezwakte
K. SlobI. Vink

Een goede omschrijving van het begrip "erectiezwakte " is essentieel, opdat er tussen huisarts en patiënt geen misverstand ontstaat. Anamnese, diagnostiek, waaronder het kijken naar erotische video's en slapen met erectiometers, en eventueel aanvullend onderzoek worden beschreven en toegelicht. In het behandelingsschema hebben, naast o.a. vacupomp, papaverine zelfinjecties en psychotherapie, ook afrodisiaca een plaats.

Huisarts en niet-organische seksuele dysfuncties: verwoording in de praktijk
Carlier J.G.

Huisartsen hebben de seksuologie ontdekt. Sommigen menen hun klassieke werkwijze te moeten verlaten omdat ze niet aangepast zou zijn om aan seksuologische hulpverlening te doen. Anderen vinden moeilijk de juiste woorden om, binnen hun gewone werkwijze tot actieve hulpverlening te komen. Helpen bij seksuele moeilijkheden kan nochtans procesmatig het klassieke patroon van het huisartsgeneeskundig handelen volgen. In sommige gevallen kan de woordkeuze blijven verwijzen naar de organische deskundigheid van de huisarts. Dit maakt wat gezegd wordt herkenbaar voor de patiënt die deze setting uitkoos. De gehanteerde gespreksstijl wijkt wel af van de strict biologische hulpverlening, maar sluit dan weer nauw aan bij een bio-psycho-sociale manier van consultatievoering.

Seksuele problemen van mannen in de huisartspraktijk. Vóórkomen, diagnostiek en behandeling
W.L. Gianotten

De man heeft geen erg goede naam als hulpvrager bij seksuele problemen. De combinatie van zijn specifieke anatomie en fysiologie, zijn mannelijke socialisatie en zijn manier van reageren in het hulpverleningscontact vragen om een eigen benadering. Met achterwege laten van de erectieproblemen worden hier de seksuele dysfuncties bij de man beschreven: problemen in de libido en de orgasme-fase en pijn tijdens seks. De incidentie wordt bekeken vanuit de twee taken die de huisarts bij seksuele problemen heeft. Als meldpunt voor problemen en als begeleider van de patiënt die (door ziekte, medicatie of operatie) een reeële kans heeft een seksuele dysfunctie te ontwikkelen. In dit kader wordt per somatische tractus gekeken naar eventuele risico's. Na anamnese en onderzoek wordt voor de verscheidene dysfuncties aandacht geschonken aan de oorzaken, variatie en eventuele oplossingen. De geïnteresseerde huisarts kan veel seksuele problemen zelf behandelen omdat het grotendeels gaat overgewone problemen die met gezond verstand zijn te begrijpen en op te lossen.

Seksuele response problemen van vrouwelijke patiënten; hoe kan de huisarts helpen?
C.A. Schreuders-Bais

Seksuele responsproblemen vormen geen zeldzaamheid. De prevalentie van seksuele dysfuncties in de vrouwelijke populatie is vermoedelijk tussen 35 en 60 procent, waarbij gebrek aan zin in seks en opwindingsstoornissen het hoogst scoren (Hawton, 1990). Totaal onvermogen om orgasme te bereiken komt voor bij 10 tot 15 procent van de vrouwen. Het gemiddeld aantal vrouwelijke patiënten met seksuele klachten en vragen dat per week door de huisarts wordt gezien bedraagt 2.2 (Frenken et al., 1988). Dit aantal is geringer dan op grond van de prevalentie van seksuele dysfuncties verwacht mag worden. Recent onderzoek (Wigersma, 1990) liet zien dat patiënten inderdaad meer seksuele problemen ervaren dan zij in contact met de huisarts naar voren brengen. Met dit artikel wordt beoogd deze discrepantie te verkleinen door de huisarts enkele handvatten te reiken om seksuele responsproblemen bij vrouwelijke patiënten te onderkennen en de vraag te verhelderen (met nadruk op het belang van ingaan op de belevingsaspecten). Op basis van de grafische voorstelling van de seksuele respons cyclus (Masters en Johnson, 1966) worden in drie paragrafen respectievelijk libido-, opwindings- en orgasmestoomissen belicht. Daarbij wordt vooral gelet op voor de huisarts relevante aspecten van anamnese, diagnostiek en behandeling. Aan de mogelijkheden en moeilijkheden van het verwijzen van patiënten met seksproblemen wordt tot slot een aparte paragraaf gewijd.

De zorg van de huisarts bij HIV-infectie en AIDS
L. Wigersma

Het aantal hulpvragen over HIV bij de huisarts is de laatste jaren stabiel. Bijna alle huisartsen hebben te maken met hulpvragen en verzoeken om de HIV-antistoffentest. HIV-problematiek is geconcentreerd in de grote steden en in de Randstad. De begeleiding van HIV-positieve en AIDS-patiënten is niet eenvoudig. De belangrijkste aspecten van de hulpverlening bij HIV-gerelateerde hulpvragen in de huisartspraktijk worden besproken. Rekening moet worden gehouden met de bijzondere aspecten van HIV-ziekte, en met achterliggende problemen die de hulpvragen op dit gebied kunnen beïnvloeden. Verzoeken om de HIV-test dienen zorgvuldig te worden begeleid. HIV-geïnfecteerden en AIDS-patiënten hebben altijd zowel lichamelijke als psychosociale zorg nodig. Het feit dat HIV en seksualiteit nauw samenhangen is voor adequate preventie en zorg een belangrijk gegeven. Aan de gang van zaken rond het sterven moet veel aandacht worden besteed. De samenwerking met andere disciplines is van cruciaal belang bij een dergelijk gecompliceerd ziekteproces.

Seksuologische aspecten van anticonceptie. De pil als aanleiding voor gesprek over seksualiteit met de huisarts
P. SmitsA. Visser

De introductie van orale contraceptiva in de zeventiger jaren opende in België de poort waarlangs seksualiteit bespreekbaar werd op het spreekuur van de huisarts. De aanvaarding van de eigen seksualiteit was immers een belangrijke voorwaarde voor een probleemloos gebruik van de pit. Klachten over nevenwerkingen bleken niet zozeer te berusten op de hormonale componenten van de pil maar op de betekenis die deze methode voor de betrokkene had. Recent onderzoek wijst uit dat tweederde van de Vlaamse huisartsen zegt bij een consult over anticonceptie meestal informatie te geven over de invloed ervan op het seksuele leven. Veel huisartsen ervaren echter belemmering bij het bespreken van seksuele problemen naar aanleiding van anticonceptie. De geneeskunde heeft jarenlang het seksuele leven van de patiënt miskend. Gevoelig zijn voor vragen rondom seksualiteit vergt van de arts vaak een attitudeverandering. Een derde van de praktiserende artsen ervaart dan ook een behoefte aan bijscholing op dit terrein.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1993, nr. 2

De nadruk ligt dit keer op het seksuologisch denken en handelen van de huisarts. Inhoud: Recensies.