|
|
Abstracts |
Uit de praktijk: mannen in sekstherapie
|
|
J.J. Drenth
|
Alleenstaande mannen met seksuele problemen zijn in de seksuologische
praktijk een bijzondere groep. Ook mannen die wel een vaste partner
hebben, maar niet te motiveren zijn om haar bij de behandeling te
betrekken, stellen bijzondere eisen aan hun therapeut. In de groep
mannen die alleen in behandeling komen kunnen drie subgroepen
onderscheiden worden, die elk een eigen aanpak vereisen: de verlegen
jongeman, de oudere weduwnaar of gescheiden man en de man met een
geheim. Een aantal veel voorkomende kenmerken van mannen uit deze
groep worden beschreven, en enige suggesties over het therapeutisch
hanteren van hun specifieke weerstanden tegen sekstherapie.
|
|
Risicoseks bij Vlaamse homo-mannen
|
|
J. Vincke
|
Het eerste deel van deze studie beschrijft de frequentie van
risicogedrag in een groep van Vlaamse homo-mannen (n=263). Begin 1988
bedroeg het percentage personen met risicogedrag 36% in onze
onderzoeksgroep. Daarvan gebruikte slechts 1 op 3 (receptief anale
seks) en 1 op 5 (insertieve anale seks) altijd condooms. Respondenten
die receptieve anale contacten hebben zijn zeer frequente
homo-barbezoekers in vergelijking met de rest van de onderzoeksgroep.
Deze bevinding geldt niet voor hen die de insertieve variant
toepassen. Een bijkomend belangrijk resultaat is dat homo-mannen met
risicogedrag significant jonger zijn in vergelijking met de andere
respondenten. Volgens onze data vormen jonge homo-mannen, die zeer
frequent homo-bars aandoen, een belangrijke doelgroep voor
preventiecampagnes. Het tweede deel van de studie analyseert de
invloed van verschillende kenmerken van de seksuele carriereb
(frequentie van homo-barbezoek, badhuizen, duur van der seksuele
loopbaan, aantal partners ooit gehad) op het gebruik van meerdere
seksuele technieken binenn een multivariaat kader. Een significante
relatie komt naar voren. De opgesomde kenmerken van de seksuele
carrière verklaren gedeeltelijk het gebruik van poppers.
|
|
De waarde van 'anatomisch correcte poppen' als bewijsmiddel;
samenvatting van een rapport geschreven voor het gerechtshof te
Amsterdam
|
|
B. Rossen, H. Wakefield, R. Underwager
|
De toepassing van de 'poppenmethode' ondervindt de laatste tijd veel
kritiek. Er is inmiddels een aantal onderzoeksrapporten verschenen
over het gebruik van deze methode en sommige geven aan dat kinderen
die seksueel zijn misbruikt anders op de poppen reageren dan kinderen
die dat niet zijn. Die onderzoeken bevatten echter methodologische
fouten die de onderzoeksresultaten niet-valide maken. Met toepassing
van de stelling van Bayes, is te berekenen dat het percentage
valspositieven in de praktijk zeer hoog is. Verder is gebleken dat
bij de toepassing van de poppenmethode fundamentele fouten in de
vraagstelling sluipen. Analyse van een aantal praktijkvoorbeelden
laat zien dat deze fouten geen uitzonderingen zijn (Wakefield en
Underwager, 1988). In veel gevallen gaan onderzoekers er vanaf de
aanvang van de sessie al vanuit dat misbruik heeft plaatsgevonden, en
beschouwen zij het als hun taak het bewijs ervoor op tafel te leggen.
Daardoor is de ondervraging niet objectief. Gesloten, suggestieve, en
dwingende vragen worden gesteld, bepaalde handelingen worden
voorgedaan en het kind wordt voor zijn reacties selectief beloond of
gestraft. De poppenspelsessie wordt een leerproces. Het kind leert
wat het moet zeggen en doen om de ondervrager tevreden te stellen.
|
|
Forum: computerondersteuning bij seksuologische hulpverlening
|
|
L. Sommeling
|
'Sexpertise' maakt expertkennis van 15 jaar praktijkervaring,
opgedaan bij de afdeling sexuologische hulpverlening van de
Rutgersstichting toegankelijk. De programma's zijn on line op een
netwerk te consulteren of op diskette verkrijgbaar. Sexpertise
Professional ondersteunt hulpverleners bij de intake en bij de
behandeling van seksuele problemen. Een ander programma, Personal
Sexpertise, helpt mensen thuis om meer inzicht te krijgen in eigen
seksualiteitsbeleving en in die van de mogelijke partner. Na een
inleiding over het gebruik van computerprogramma's en netwerken
binnen de geestelijke gezondheidszorg en de seksuologie, beschrijft
dit artikel de verschillende versies van Sexpertise en schetst het
ten slotte toekomstige mogelijkheden voor (bij)scholing, electronische
consultatie en onderzoek.
|
|
Een beperkte blik binnen de seksuologie
|
|
P. Vennix
|
Stellingname in dit artikel is, dat in de seksuologische literatuur
men over het geheel genomen nog steeds overdreven gericht is op
coitaal klaarkomen en men te vaak weinig oog heeft voor andere, vaker
voorkomende seksuele problemen. Ingegaan wordt in dit verband vooral
op een aantal veronderstelde discrepanties tussen wens en
werkelijkheid voorzover deze betrekking hebben op het niet of te
weinig optreden van gewenste belevingen en gedragingen tijdens het
vrijen.
|
|
Forum: congresverslag
|
|
J. Moors
|
Verslag van het van 17-19 november 1989 door R. Virag in Parijs
georganiseerde 'Premier Symposium International sur l'Erection
Pharmacologique' en de 'Troisieme Session d'Enseignement Techniques
et Protocoles Diagnostiques et Therapeutiques'. Virag is de
vaatchirurg, die in 1980 ontdekte dat inspuiting van de penis
(arterieel) met papaverine, een enkele uren durende erectie
veroorzaakte. In zijn sindsdien gestichte Centre d'etudes et de
recherches de l'impuissance (CERI) zijn sindsdien meer dan 6000
mannrn behandeld. Artikel bespreekt kort de daar toegepaste
anamnestische- en behandeltechnieken.
|
|
Forum: Women's health in the 1990s
|
|
J. Moors
|
Verslag van het 9e Internationale Congres over de Psychosomatiek
van de Obstetrie en Gynaecologie, gehouden van 28 tot en met 31 mei
1989 in Amsterdam.
|
|
Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1990, nr. 1
|
|
|
Inhoud: Recensies (p. 55-62); Annotaties pornografie: internationale
perspektieven deel 1) (p. 62-70).
|
|
|
|