Tijdschrift voor Seksuologie


1989, Jaargang 13, Nummer 4


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->






Abstracts

Van Emde Boas-Van Ussel prijs 1989 voor Prof. dr. Jos Frenken
243-245
W. Bezemer
Abstract    

Uit de praktijk: Specifieke aandacht voor seksualiteit bij incestverwerking
A. van Wageningen

Kinderen in incestsituaties kunnen in traumatiserende processen verstrikt raken: machteloosheid, verraad, seksuele verwarring en stigmatisering. Dit artikel wil aan de hand van een gevalsbeschrijving laten zien wat de gevolgen kunnen zijn van deze processen op latere leeftijd. Hierbij wordt vooral aandacht besteed aan de seksuele aspecten van deze traumatisering, en de wijze waarop deze in de therapie aan de orde kunnen komen.

Een kritische beschouwing betreffende endocriene theorieën over homoseksualiteit en genderdisforie
L. Gooren

Testiculaire hormonen spelen een beslissende rol in het seksuele dimorfisme van de geslachtsorganen. Bij lagere zoogdieren zijn er overtuigende bewijzen dat dezelfde hormonen verantwoordelijk zijn voor het seksuele dimorfisme van het brein. Deze bevindingen zijn, soms wat onvoorzichtig, geëxtrapoleerd naar de mens om seksuele oriëntatie en gender-identiteit biologisch te verklaren. Gezien het cognitieve karakter van gender-identiteit en deels ook van de seksuele oriëntatie, is het de vraag of dit met vrucht bij dieren onderzocht kan worden. Bij de mens is er geen verschil tussen de bloedspiegels van geslachtshormonen en het oestrogeen-feedback-effect van luteinizerend hormoon tussen transseksuelen/homoseksuelen en controle-personen. De enige betrouwbare bron van kennis over de mogelijke beïnvloeding van seksuele oriëntatie/gender-identiteit zijn klinische syndromen waarbij het hormonale milieu van de foetus afwijkend was. Sommige van deze onderzoeken leveren aanwijzingen op voor mogelijke effecten op seksuele oriëntatie en gender-rol-gedrag; een duidelijk effect op de genderidentiteit is echter nooit gevonden. Bij dit soort onderzoeken moet men niet tot de fout van reductionisme van de biologische faktoren alleen vervallen.

Jeugd en seksualiteit in Nederland. Een vergelijking tussen enquêtemateriaal uit 1968 en 1981
A. Bolt

Tussen 1968 en 1981 verandert de houding van jongeren ten opzichte van seksualiteit. In dit artikel wordt nagegaan of de Nederlandse jeugd toleranter ten opzichte van seksualiteit is komen te staan en hoe de verhoudingen tussen de geslachten zich hierbij gewijzigd hebben. Tevens wordt voor een aantal variabelen, waaronder de seksuele ervaring en de kennis van het seksuele, onderzocht of zij veranderingen vertonen die samenhangen met de veranderende tolerantie. Uit de conclusies blijkt dat er inderdaad een grote toename van tolerantie is geweest, voor meisjes nog groter dan voor jongens, waardoor het verschil tussen beide geslachten op dit punt in 1981 verdwenen is.

Forum: Beeldvorming over seksualiteit nader bekeken
M. van den WijngaardI. Huyts

Wat verstaan behandelaars van pseudohermafrodieten onder 'normale' mannen en vrouwen? 59 teksten, afkomstig uit drie gezaghebbende medische tijdschriften (The Lancet, The New England journal of Medicine, en het Tijdschrift voor Geneeskunde) werden geanalyseerd om deze vraag te kunnen beantwoorden. - Het beeld dat de medici in kwestie hebben van mannelijkheid en vrouwelijkheid, blijkt traditioneel te zijn. Auteurs proberen dit beeld te plaatsen binnen het geheel van kennis waarop de behandeling van pseudohermafrodieten is gebaseerd, en gaan in op de specifieke problemen binnen de praktijk van de hulpverlening zelf.

Effekten van AIDS-voorlichting op school
E. Brongersma

Bespreking van het verschil in uitkomsten van een onderzoek naar kennis, ervaringen en morele opvattingen m.b.t. seksualiteit, uitgevoerd door een Oostenrijkse psycholoog (vindplaats van de rapportage : Brongersma Stichting, Overveen) met resultaten van twee Nederlandse enquêtes naar de uitwerking van de algemene voorlichtingscampagnes op scholieren: Het onderzoek van Vinck (zie : J. Vinck (1988) Effecten van de nationale AIDS-campagne. Tijdschrift Klinische Psychologie, 18: blz. 263-279, en het onderzoek van Mervielde (1988) (zie I. Mervielde (1988) Informatieverwerking omtrent AIDS: een sociaal-psychologisch perspectief. Tijdschrift Klinische Psychologie, 18, blz. 222-235.

Forum: Women's health in the 1990s
290-292
J. Moors
Abstract    

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1989, nr. 4
294-310
Abstract