Tijdschrift voor Seksuologie


1985, Jaargang 9, Nummer 4


Inhoudsopgave


Home
<- Vorige Archief Volgende ->








Abstracts

Transseksualiteit en hulpverlening; follow-up studie bij 143 transseksuelen
B. Kuiper

De hulpverlening aan transseksuelen in Nederland is erop gericht de persoon in kwestie zoveel als mogelijk aan te passen aan het andere geslacht zowel op sociaal, juridisch, emotioneel als op lichamelijk gebied. De hulpverlening heeft tot doel de door transseksuelen ervaren gevoelens van gender-dysforie op te hebben. In Nederland werd een follow-up uitgevoerd onder 143 transseksuelen om na te gaan, of de geslachtsaanpassende behandeling het gewenste resultaat oplevert. Op basis van de verkregen resultaten wordt geconcludeerd dat er geen reden is te twijfelen aan het therapeutische resultaat van de behandeling. Wel wordt het wenselijk geacht meer aandacht te besteden aan psychosociale hulpverlening.

'Losse Leentje' en de kinderbescherming. Het zedenoffensief in de jaren dertig
C. van Nijnatten

In de kinderbescherming is seksualiteit nog steeds een belangrijke beoordelingscategorie, met name als het om meisjes gaat. Ook ontstaan rondom het terrein van de seksualiteit nieuwe particuliere initiatieven die vaak door de overheid gesteund of overgenomen worden. Het is daarom van belang te kijken naar een aantal discussies en ontwikkelingen op dit gebied in de jaren dertig. Toen was sprake van een zeker zedenoffensief, hetgeen resulteerde in particuliere initiatieven en overheidsnota's en -maatregelen. De preventieve kinderbeschermingsmaatregel, ondertoezichtstelling, maakte het mogelijk vroegtijdig in te grijpen in gezinnen. Bij meisjes was dan meestal sprake van bezorgdheid over zeden en seksualiteit. Meisjes werden daarbij niet alleen als gemakkelijke prooi van mannen, maar ook als aanstichster beschouwd.

Seksuele agressie: wetenschappelijke en ethische problemen
P. Cosyns

Hoewel seksuele agressie slechts een klein percentage uitmaakt van de totale criminaliteit, is het zorgwekkend zowel voor de maatschappij als de hulpverleners. Er bestaan talrijke theorieën over het verband tussen seksualiteit en agressiviteit, maar de wetenschappelijke kennis over seksuele delicten is schaars. De vraag van de samenleving naar bescherming tegenover seksuele agressoren plaatst hulpverleners vaak voor een kluwen van ethische problemen, met name wanneer het gaat om ingrijpende biologische interventies. - Voor commentaar en repliek op dit artikel, zie Tijdschrift voor seksuologie 10 (1986) 1, blz. 39-44.

Seksualiteit, ziekte, handicap: wat mankeert eraan?
N. van Son-SchoonesM. Moors-Mommers

Verslag van een forum voor hulpverleners en onderzoekers, onder de titel die ook boven dit artikel staat. Duidelijk bleek een gebrek aan onderzoek, grotendeels voorkomend uit het feit dat daarvoor medewerking van instituut of ziekenhuis nodig is, en daar behoort seksualiteit niet vanzelfsprekend tot anamnese en diagnostiek. Een aantal voorstellen ter verbetering en actiepunten worden aan het eind van het verslag geformuleerd.

Forum: Over trends in heteroseksuele relaties
J Popken

Een reactie op Vennix' Trends in heteroseksuele relaties, Tijdschrift voor seksuologie 9 (1985), blz. 76-86. Popken meent een 'stille theorie' bij Vennix ontdekt te hehben, die 'onnodig en betreurenswaardig de rol van lichamelijkheid (...) hij seksualiteit probeert te verdoezelen door onder meer intimiteit en geslachtelijkheid te scheiden op een manier die doet denken aan een scheiding van lichaam en geest'. Op die theorie gaat hij hier in.

Forum: Hoe een criticus het lezen vermijdt
P. Vennix

Vennix reageert op Popken (Tijdschrift voor Seksuologie 9 (1985) 4. blz. 216-221) en verwijt hem slecht, niet of tendentieus lezen.

Literatuurbulletin Relaties en Seksualiteit, 1985, nr. 4
Berckel M. van [et al.] [red.]

Inhoud: Recensies (p. 226-233); Annotaties (p. 233-239); Aanvullende bibliografie (transseksuele oriëntatie) (p. 239-240).