|
|
Abstracts |
Het wetenschappelijk onderzoek over homoseksualiteit (Deel II)
|
|
B. Carlier
|
In een tweede bijdrage over het wetenschappelijk onderzoek inzake
homoseksualiteit schetst de auteur aan de hand van een reeks voorbeelden
twee grote types van niet-medische aanpak: 1. beschrijvende onderzoekingen
van een grotere populatie; 2. onderzoekingen naar de oorzaken van de
maatschappelijke vijandigheid tegenover homoseksualiteit, die vaak
aansluiten bij ruimer te situeren maatschappelijke en politieke
theorieën. De ambivalente betekenis van het wetenschappelijk onderzoek
wordt vermeld: enerzijds bevrijdend door betere kennis, anderzijds
meewerkend aan de apartstelling van de categorie homoseksualiteit. Tot
slot onderlijnt de auteur het belang van dit wetenschappelijk onderzoek
voor algemene studie over seksualiteit en relaties, voor inzicht in de
wisselwerking tussen wetenschappelijk werk en maatschappelijke attitudes,
en voor een verduidelijking van de verbanden tussen wetenschap en
emancipatorische strijd.
|
|
Een getalsmatige benadering van seksuele problemen in de huisartsenpraktijk
|
|
F. Meijman
|
Op grond van gegevens uit de huisartsgeneeskundige literatuur wordt een
getalsmatige schets gemaakt van seksuele problemen in de
huisartspraktijk. Daarbij blijkt dat seksuele problemen, in hun totaliteit
bezien, tamelijk frequent voorkomen, maar dat er nog geen eenduidig beeld
bestaat over de prevalentie. Er zijn geen aanwijzingen voor een toename
van de prevalentie in het afgelopen decennium. De vele onderscheiden
seksuele stoornissen vormen ieder voor zich slechts incidentele
gebeurtenissen voor huisartsen. De betekenis van de huisartsgeneeskundige
benadering van seksuele problemen komt dan ook niet zozeer naar voren in
specifieke therapieën, maar in een integrale op verheldering gerichte
aanpak. Deze opvatting vindt steun in de beschikbare cijfers over het
professioneel handelen van huisartsen. Huisartsen blijken seksuele
problemen meestal zelf te behandelen via psychotherapie, voorlichting en
advies of 'simpelweg' luisteren.
|
|
Eros...als de verdreven liefdesgod. Uitspraken over erotiek tijdens de psychotherapie
|
|
I. van Krogten |
De 517 uitvoerig weergegeven therapiezittingen van een tiental neurotici
met o. m. fobische klachten zijn nauwgezet onderworpen aan een onderzoek
naar het vóórkomen van uitspraken over erotiek. Op basis van onze
bevindingen concludeerden wij, dat het sensuele leven van deze patiënten
voor zover verwoord bedroevend pover is of anders uitgedrukt: deze
neurotici zijn geen erotici. Opvallend was, dat bij de analytisch
georiënteer- de psychotherapieën meer over erotiek gesproken werd dan bij
de Rogeriaans geikspireerde gesprekstherapieën. Dit bleek eveneens het
geval te zijn voor het verwoorden van angst en agressie in psychotherapie,
zoals door eerdere onderzoeken bij dezelfde groep patiënten werd
vastgesteld. In navolging van Van Ussel beschouwen wij deze 'armzalige'
resultaten vooral als de weerspiegeling van 'het Westers anti-seksuele
syndroom'.
|
|
Forum: Sekserollen in kinderboeken
|
|
L. Sercu
|
Besproken worden de resultaten van een aantal inhoudsanalyses van
kinderboeken, waarbij i.h.b. gelet is op sekserollen.
|
|
Seks tussen arts en patiënt
|
|
W. Vandereycken
|
Pleidooi voor de aanstelling van vertrouwensartsen die als intermediair
optreden bij verdenking van 'onethische praktijken' van artsen.
|
|
|
|