|
|
Abstracts |
Het wetenschappelijk onderzoek over homoseksualiteit (deel
1)
|
|
B. Carlier
|
Aan de hand van een overzicht van studies over homoseksualiteit
tracht de auteur drie fasen af te bakenen die het wetenschappelijk
onderzoek over (homo)seksualiteit kenmerken: 1) een fase die sterk
door het medisch model getekend is en homoseksualiteit als afwijking
beschrift en tracht te verklaren 2) een fase waarin de nood aan
empirisch onderzoek aanleiding geeft tot verzameling van veel
feitenmateriaal 3) een fase waarin de feiten sociaal en politiek
gesitueerd en geïnterpreteerd worden en waarin dus eerder naar
oorzaken van homovijandigheid gezocht wordt. Deze indeling opent
perspectieven op een beter inzicht in het dialectisch verband tussen
maatschappelijke veranderingsprocessen en wetenschappelijke arbeid.
|
|
De zin in seks of de zin van seks
|
|
L. van Naerssen
|
In de seksuele hulpverlening wordt er gemakkelijk gesproken van
'gebrek aan seksueel verlangen'. Bepaalde technische adviezen lijken
te suggereren dat de seksuele begeerte berust op een fysiologisch
systeem dat met wisselende moeite geactiveerd kan worden. Binnen
eenzelfde partnerrelatie blijkt het seksueel verlangen echter
mettertijd te minderen. De seksuologie wordt nu geconfronteerd met de
vraag: hoe kan het seksuele verlangen gedurende lange tijd een hoge
intensiteit houden? Pasklare oplossingen zijn er niet en wellicht
moet het begrip 'seksuele verlangen' helemaal in vraag gesteld worden.
|
|
Wijziging van de geboorte-akte van transseksuelen
|
|
A.M. Verschoor
|
Kort overzicht van de ontwikkelingen die zich de laatste 20 jaar in
Nederland hebben afgespeeld rondom de legitimering van somatische
behandeling van transseksuele probandi, met ook aandacht voor het
Wetsontwerp Transseksisme dat in behandeling is in de Tweede Kamer.
|
|
Van geremde zaadlozing tot onvermogen om klaar te komen:
een overzicht van ejaculatiestoornissen
|
|
W. Vandereycken
|
In tegenstelling tot de voortijdige zaadlozing (ejaculatio praecox)
bestaat er weinig literatuur over ejaculatieremming. Er blijkt
bovendien in de publikaties een grote verscheidenheid van termen
gebruikt te worden en bepaalde begrippen, zoals 'retarded
ejaculation', worden verwarrend gehanteerd. Om een beter zicht te
krijgen op dit probleemveld wordt een classificatiesysteem
voorgesteld met drie hoofdgroepen: onbevredigende timing van
ejaculatie, onvermoggn tot (intravaginaal) ejaculeren, en ejaculatie
zonder bevrediging. Van elke groep worden vervolgens verschillende
vormen (met hun talrijke synoniemen) besproken waargij vooral
aandacht besteed wordt aan de ejaculatieremmingen. Tenslotte wordt
betoogd dat een zuiverder terminologie in verband met seksuele
moeilijkheden noodzakelijk is voor wetenschappelijk onderzoek en ook
belangrijke consequenties heeft voor de behandeling.
|
|
Lichamelijk contact in de hulpverlening
|
|
N. van Son-Schoones
|
Aan de hand van een aantal vragen, die herhaaldelijk aan de orde
komen in nascholingscursussen en workshops wordt door de schrijfster
het onderwerp aanraken in de algemene zin en speciaal in de
hulpverleningssituatie behandeld. In 1983 vormden de gesignaleerde
vragen een uitgangspunt voor een eigen onderzoekje (Hendrikx en Van
Son-Schoones) bij een groep eerstelijns hulpverleners (103 in totaal)
bestaande uit huisartsen (alleen mannen) maatschappelijk werkers en
wijkverpleegkundigen (alleen vrouwen). Doel van dit onderzoek was een
indruk te krijgen van de mate waarin lichamelijk contact in de
hulpverleningssituatie voorkomt, de opvattingen van de hulpverleners
daarover en de problemen die daarbij ervaren worden. Er werd zowel
gevraagd naar niet erotisch contact als erotisch contact.
|
|
|
|