Het Tijdschrift voor Seksuologie is een wetenschappelijk kwartaalblad. Het staat open voor onderzoek, literatuuroverzichten en beschouwingen over hulpverlening, opleiding en onderwijs, vorming, voorlichting en preventie op het gebied van seksuologie.

In 2016 wordt de Koos Slob prijs voor het beste artikel weer uitgereikt. Alle artikelen die uiterlijk op 15 mei 2016 worden ingediend komen in aanmerking voor deze prijs.
lees meer

Artikelen in het huidige nummer, 2016, jaargang 40, nr. 1

De rol van associatief leren in seksuele opwinding, Mirte Brom, Stephanie Both

In dit artikel wordt betoogd dat associatief leren in de vorm van klassieke conditionering een rol speelt in de ontwikkeling van zowel ‘gezond en normaal’ (adaptief ) seksueel gedrag...
lees meer

Een interpersoonlijk perspectief op seksualiteit: Over de rol van hechting en relaties, Marieke Dewitte

Hoewel seks meestal plaatsvindt in de context van een relatie, is het onderzoek naar de interpersoonlijke dynamieken van seksualiteit eerder beperkt...
lees meer

De relatie tussen intimiteit en seksualiteit in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen, Jolanda Hiemstra, Viviane Thewissen, Anita Jansen-Breukelman, Marieke Dewitte, Nele Jacobs, Jacques van Lankveld

In het huidige onderzoek werd de samenhang onderzocht tussen gevoelens van intimiteit voor de partner enerzijds en seksueel verlangen en seksuele gedachten anderzijds...
lees meer

vervolg inhoudsopgave

Het psychologisch, neurobiologisch en seksueel functioneren van adolescente slachtoffers van een eerste verkrachting, Iva Bicanic, Ad de Jongh

Dit artikel biedt een overzicht van een aantal reeds gepubliceerde deelstudies over het psychologisch, neurobiologisch en seksueel functioneren van slachtoffers van een eerste verkrachting...
lees meer

De (kosten)effectiviteit van kortdurende sekscounseling voor jongeren met een seksuele disfunctie, Andrea Grauvogl, Madelon Peters, Silvia Evers, Jacques van Lankveld

De afgelopen jaren neemt de prevalentie van en aandacht voor seksuele disfuncties onder jongeren steeds verder toe...
lees meer

NHG-Standaard Seksuele klachten, Jip de Jong, Peter Leusink, Tjerk Wiersma

De NHG-Standaard Seksuele klachten beschrijft diagnostiek en beleid bij veel voorkomende seksuele klachten...
lees meer

Nieuws

- Begeleide exposuretherapie voor vrouwen met primair vaginisme. (Hester Pastoor)

Literatuurbulletin

terug

De rol van associatief leren in seksuele opwinding, Mirte Brom, Stephanie Both

In dit artikel wordt betoogd dat associatief leren in de vorm van klassieke conditionering een rol speelt in de ontwikkeling van zowel ‘gezond en normaal’ (adaptief ) seksueel gedrag, alsook in de ontwikkeling van stoornissen in seksuele motivatie en gerelateerd disfunctioneel seksueel gedrag. Hoewel er algemeen wordt aangenomen dat inzicht in basale leerprocessen belangrijke aanknopingspunten kan leveren voor het beter begrijpen van seksueel gedrag in het algemeen en van seksuele disfuncties in het bijzonder, is onderzoek naar klassieke conditionering van de seksuele respons schaars. In het huidige artikel wordt een overzicht gegeven van experimentele studies naar seksuele conditionering. Het artikel heeft als doel om de belangrijkste empirische bevindingen uiteen te zetten en om inzicht te geven in hoe stimuli, als gevolg van associatief leren, seksueel motivationele waarde kunnen krijgen en hoe dergelijke leerprocessen een rol zouden kunnen spelen bij de ontwikkeling van zowel functioneel als disfunctioneel seksueel gedrag. Daarnaast zullen de implicaties voor de klinische praktijk besproken worden, evenals suggesties voor toekomstig onderzoek.

inhoudsopgave | volgende artikel

Een interpersoonlijk perspectief op seksualiteit: Over de rol van hechting en relaties, Marieke Dewitte

Hoewel seks meestal plaatsvindt in de context van een relatie, is het onderzoek naar de interpersoonlijke dynamieken van seksualiteit eerder beperkt. Met het oog op het ontwikkelen van meer valide theoretische modellen die ook van toepassing zijn in de klinische praktijk, dienen we verder te gaan dan de studie van individuele factoren en dus rekening te houden met de relationele context en de responsen van beide partners. In dit artikel zal ik dieper ingaan op de wisselwerking tussen seks en relaties en hoe we dit kunnen benaderen vanuit de hechtingstheorie. Ik leg hierbij de nadruk op hoe individuele verschillen in hechtingsoriëntatie zich manifesteren in (seksuele) relaties en licht beknopt toe hoe zich dat vertaalt in de klinische praktijk. Daarnaast zal ik de link tussen seks en relaties vanuit een informatieverwerkingsperspectief beschrijven en een aantal suggesties doen om het dyadisch onderzoek naar seksualiteit vorm te geven. Door de seksuele met de niet-seksuele aspecten van de relatie te verbinden en de data van beide partners te includeren, krijgen we uiteindelijk een beter zicht op de determinanten van seksueel (dis)functioneren en seksuele beleving.

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

De relatie tussen intimiteit en seksualiteit in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen, Jolanda Hiemstra, Viviane Thewissen, Anita Jansen-Breukelman, Marieke Dewitte, Nele Jacobs, Jacques van Lankveld

In het huidige onderzoek werd de samenhang onderzocht tussen gevoelens van intimiteit voor de partner enerzijds en seksueel verlangen en seksuele gedachten anderzijds, en de invloed hierop van drie modererende variabelen: gender, hechtingsoriëntatie en relatieontevredenheid. Hierbij is gebruik gemaakt van de Experience Sampling Methode (ESM), een dagboekmethode waarbij 38 volwassen personen gedurende zeven opeenvolgende dagen, tien keer per dag, een dagboekje invulden.
Multilevel lineaire regressie-analyses toonden aan dat gevoelens van intimiteit voor de partner geassocieerd waren met een sterker seksueel verlangen op hetzelfde moment en met meer seksuele gedachten. Op basis van het gevonden temporele verband kon voor vrouwen een samenhang worden aangetoond tussen intimiteitsgevoelens voor de partner en het ontstaan van seksuele gedachten. Een opvallende bevinding was dat bij mannen verhoogde intimiteitsgevoelens voor de partner gevolgd werden door een verlaagd seksueel verlangen. Uit de moderatie-analyse van hechtingsoriëntatie bleken intimiteitsgevoelens voor de partner bij onveilig gehechte personen samen te gaan met minder seksueel verlangen. lees meer

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

De relatie tussen intimiteit en seksualiteit in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen, Jolanda Hiemstra, Viviane Thewissen, Anita Jansen-Breukelman, Marieke Dewitte, Nele Jacobs, Jacques van Lankveld

Vervolg
Moderatie-analyse van relatieontevredenheid toonde aan dat intimiteitsgevoelens voor de partner bij mannen met een grotere relatieontevredenheid significant vaker werden gevolgd door een afname van seksuele gedachten op een volgend moment.
De resultaten uit het huidige onderzoek bevestigen dat er een samenhang bestaat tussen gevoelens van intimiteit voor de partner, seksueel verlangen en seksuele gedachten. Er zijn aanwijzingen dat intimiteit bij vrouwen kan leiden tot bereidheid en ontvankelijkheid voor seksuele stimuli, zoals seksuele gedachten. Bovendien laten de resultaten bij mannen zien dat psychologische processen en kenmerken van de relatie belemmerend kunnen werken op de seksuele respons. Ook speelt onveilige hechting een rol in de onderzochte samenhangen. De uitkomsten bieden voor de klinische praktijk aangrijpingspunten om uit te leggen hoe de seksuele respons tot stand komt en waar het proces verstoord kan raken.

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

Het psychologisch, neurobiologisch en seksueel functioneren van adolescente slachtoffers van een eerste verkrachting, Iva Bicanic, Ad de Jongh

Dit artikel biedt een overzicht van een aantal reeds gepubliceerde deelstudies over het psychologisch, neurobiologisch en seksueel functioneren van slachtoffers van een eerste verkrachting. Deze groep bestond uit 323 vrouwelijke verkrachtingsslachtoffers in de leeftijd van 12 tot 25 jaar, die tussen 2005 en 2011 psychische hulp zochten bij het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Van hen had 79,6% een verkrachting meegemaakt en 20,4% een poging daartoe. Slachtoffers van chronisch seksueel misbruik werden uitgesloten van deelname. De resultaten van de verschillende deelstudies laten zien dat hulpzoekende adolescente slachtoffers van een eerste verkrachting een behoorlijke psychische lijdensdruk ervaren. Daarnaast was er bij de slachtoffers met een posttraumatische-stressstoornis, in vergelijking tot leeftijdsgenoten die rapporteerden niet getraumatiseerd te zijn, sprake van lagere waarden van de stresshormonen cortisol en dehydro-epiandrosteronsulfaat (DHEAS) in het speeksel, hetgeen een disregulatie van het biologische stresssysteem suggereert. lees meer

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

Het psychologisch, neurobiologisch en seksueel functioneren van adolescente slachtoffers van een eerste verkrachting, Iva Bicanic, Ad de Jongh

Vervolg

Bovendien bleek deze groep ruim drie jaar na afronding van een evidence based traumabehandeling in het algemeen nog steeds significant slechter te functioneren op seksueel gebied dan hun niet-getraumatiseerde leeftijdsgenoten. De resultaten geven aanleiding tot de veronderstelling dat het meemaken van een eerste verkrachting een grote impact heeft, wat zich uit in klachten op verschillende levensgebieden. De auteurs betogen, op grond van ander onderzoek, dat door adequate hulp direct na het meemaken van een verkrachting, zoals wordt aangeboden in het multidisciplinaire Centrum Seksueel Geweld, een groot deel van de negatieve gevolgen van een dergelijke ervaring kan worden voorkomen en dat dit de kans op herhaling van seksueel geweld (‘revictimisering’) verkleint.

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

De (kosten)effectiviteit van kortdurende sekscounseling voor jongeren met een seksuele disfunctie, Andrea Grauvogl, Madelon Peters, Silvia Evers, Jacques van Lankveld

De afgelopen jaren neemt de prevalentie van en aandacht voor seksuele disfuncties onder jongeren steeds verder toe. Het doel van deze studie was het vergelijken van kortdurende sekscounseling (KSC), een reguliere seksuologische behandeling (RSB) en een (wachtlijst-) controle groep (CG) voor de behandeling van seksuele disfunctie bij jongeren tussen de 18 en 25 jaar. In deze studie werd gekeken naar seksueel functioneren, kwaliteit van leven en de maatschappelijke kosten, waarbij de kosten over een periode van 12 maanden werden gemeten. Primaire uitkomstmaten waren de verbeteringen in seksueel functioneren en psychologisch welbevinden. Secundaire uitkomstmaten waren verbeteringen in kwaliteit van leven, kwaliteit van de relatie en tevredenheid met de behandeling. Voor wat betreft seksueel functioneren en psychologisch functioneren werd er geen verschil gevonden tussen de drie condities. Voor wat betreft de secundaire uitkomstmaten verschilden de drie groepen evenmin. De resultaten lieten wel zien dat wel behandelen (dus een combinatie tussen KSC en RSB) superieur is ten opzichte van niet behandelen (CG). De kosten voor RSB zijn significant hoger dan voor CG en KSC. Wat betreft de kosteneffectiviteit, dus als kosten en de mate van effectiviteit met elkaar verbonden worden, is er een voorkeur voor KSC ten opzichte van RSB. Concluderend kan er gezegd worden dat er geen harde bewijzen gevonden kunnen worden om kortdurende sekscounseling als standaard behandeling in te zetten, maar dat er wel aanwijzingen zijn dit als behandeling te overwegen.

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

NHG-Standaard Seksuele klachten, Jip de Jong, Peter Leusink, Tjerk Wiersma

De NHG-Standaard Seksuele klachten beschrijft diagnostiek en beleid bij veel voorkomende seksuele klachten. Een adequate seksuele anamnese is essentieel om een goed beeld van de klachten en onderliggende oorzaken te krijgen. De plaats van lichamelijk en aanvullend onderzoek is beperkt.
Bij de behandeling van seksuele klachten staan voorlichting en niet-medicamenteuze adviezen centraal; er is aandacht voor de diverse aspecten van seksueel functioneren: lichamelijk, psychisch, relationeel, sociaal/cultureel en genderverschillen. In veel gevallen is een oorzakelijke factor bepalend voor het beleid, zoals comorbiditeit, seksueel trauma of relatieproblemen. In andere gevallen wordt een meer specifieke diagnose gesteld en is het beleid hierop afgestemd.

inhoudsopgave | vorige artikel