Het Tijdschrift voor Seksuologie is een wetenschappelijk kwartaalblad over onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van de seksuologie. TvS is een uitgave van de Stichting Tijdschrift voor Seksuologie, nauw gelieerd aan de Nederlandse en de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie. Het staat open voor Nederlandstalige wetenschappelijke bijdragen over hulpverlening, onderzoek, opleiding en onderwijs, vorming, voorlichting en preventie.

Artikelen in het huidige nummer, 2014, jaargang 38, nr. 4

Een focusgroepstudie naar de professionele ondersteuning voor de seksuele gevolgen na dikkedarmkanker: de perceptie van patiënten, partners en zorgverleners, Marjan Traa, Jolanda de Vries, Jan A. Roukema, Harm J.T. Rutten, Brenda L. den Oudsten

Doel: De zorgbehoeften rondom seksualiteit na dikkedarmkanker beschrijven en factoren die de zorgverlening vanuit patiënt-, partner- en zorgverlener perspectief beïnvloeden identificeren...
lees meer

De invloed van comorbiditeit op de uitslag van het Waking Erectile Assessment, Martijn Koning, Rik H.W. van Lunsen, Ellen Laan

Waking Erectile Assessment (WEA) is een diagnostisch protocol voor mannen met een erectiele disfunctie (ED) waarbij zowel visuele erotische stimulatie (VES) als vibrotactiele stimulatie (VTS)...
lees meer

Mindful vrijen: seks hoeft niet leuk te zijn. Een filosofisch onderzoek naar het verlangen, Jan den Boer

Dit artikel is gebaseerd op meer dan 20 jaar onderzoek naar het seksuele verlangen: in de westerse en oosterse filosofie, in de seksuologie en in mijn praktijk als trainer en therapeut...
lees meer

vervolg inhoudsopgave

Naar een medische seksuologie op maat: Waar is het bewijs?, Peter Leusink, Joan Boeke, Ellen Laan

In 2013 werden in het Journal of Sexual Medicine drie artikelen gepubliceerd van dezelfde onderzoeksgroep over onderzoek naar de werkzaamheid van twee middelencombinaties...
lees meer

Baas in eigen bed, Kim Putters

De Johannes Rutgerslezing 2014 zoals die door Prof. dr. K. Putters, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau, werd uitgesproken op 4 september (World Sexual Health Day) in Eye, Amsterdam.

begin inhoudsopgave

Een focusgroepstudie naar de professionele ondersteuning voor de seksuele gevolgen na dikkedarmkanker: de perceptie van patiënten, partners en zorgverleners, Marjan Traa, Jolanda de Vries, Jan A. Roukema, Harm J.T. Rutten, Brenda L. den Oudsten

Doel: De zorgbehoeften rondom seksualiteit na dikkedarmkanker beschrijven en factoren die de zorgverlening vanuit patiënt-, partner- en zorgverlener perspectief beïnvloeden identificeren.
Methodiek: Patiënten (twaalf mannen/negen vrouwen), partners (vier mannen/vijf vrouwen) en tien zorgverleners participeerden in acht focusgroepen.
Resultaten: Ondanks dat alle deelnemers vonden dat seksualiteit regelmatig aan de orde moet komen en - indien nodig - behandeld zou moeten worden, blijft seksualiteit een onderbelicht thema in de spreekkamer. Gebrek aan kennis en gevoelens van schaamte waren voor alle partijen barrières om zorg te vragen/leveren. Men bleek ideeën te hebben over de gepastheid om seksualiteit te bespreken. Zorgverleners lieten zich mede leiden door de leeftijd, het geslacht en of de patiënt een partner heeft. Zorgverleners debatteerden over wie verantwoordelijk is om de zorg te leveren en welke rol het multidisciplinaire team speelt... vervolg abstract

inhoudsopgave | volgende artikel

Een focusgroepstudie naar de professionele ondersteuning voor de seksuele gevolgen na dikkedarmkanker: de perceptie van patiënten, partners en zorgverleners, Marjan Traa, Jolanda de Vries, Jan A. Roukema, Harm J.T. Rutten, Brenda L. den Oudsten

Organisatorische barrières waren onder andere het ontbreken van seksualiteit als gespreksonderwerp tijdens (de lange-termijn) follow-up en een gebrek aan kennis over het verwijzen. De zorg kan worden verbeterd wanneer de mate van zorgbehoefte(n) van zowel patiënt als partner in kaart worden gebracht en, indien nodig, behandeld (goede diagnostiek in combinatie met zorg op maat). Belangrijk is bespreken dat zorgen over seks normaal zijn en het normaliseren van eventuele problematiek. Het opzetten van/bekendheid met een verwijssysteem is eveneens een randvoorwaarde.
Conclusie: Om individuen of koppels met seksuele problemen te identificeren moeten zorgverleners de seksuele gevolgen van diagnose en behandeling voor dikkedarmkanker normaliseren. Seksuele hulpverlening dient een integraal onderdeel te worden van de zorg, een goed verwijssysteem is hierbij onontbeerlijk.

inhoudsopgave | volgende artikel

De invloed van comorbiditeit op de uitslag van het Waking Erectile Assessment, Martijn Koning, Rik H.W. van Lunsen, Ellen Laan

Waking Erectile Assessment (WEA) is een diagnostisch protocol voor mannen met een erectiele disfunctie (ED) waarbij zowel visuele erotische stimulatie (VES) als vibrotactiele stimulatie (VTS), alleen en in combinatie, en verschillende vormen van aandachtsmanipulatie worden gebruikt om organische etiologie uit te sluiten. In het WEA-protocol worden patiënten met erectiele disfunctie (ED) blootgesteld aan zeven verschillende erotische condities terwijl de omtrektoename van de penis wordt geregistreerd. Als de patiënt in tenminste één van de condities een penisomtrektoename van ten minste 12 mm vertoont, is er met grote waarschijnlijkheid een volledige erectie mogelijk bij adequate seksuele stimulatie. De positief voorspellende waarde van WEA is groter en mogelijk meer ecologisch valide dan voor hetzelfde doel gebruikte metingen van nachtelijke erecties (NPT). WEA lijkt vooral nuttig voor het geruststellen van patiënten zonder comorbiditeit, die desondanks menen dat hun ED voornamelijk veroorzaakt wordt door organische factoren en/of die teleurgesteld zijn over het effect van PDE5-remmers. Er is enige terughoudendheid bij het toepassen van dit onderzoeksprotocol bij patiënten met aan ED geassocieerde comorbiditeit, omdat een negatieve testuitslag zou kunnen leiden tot een toename van de erectieproblematiek... vervolg abstract

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

De invloed van comorbiditeit op de uitslag van het Waking Erectile Assessment, Martijn Koning, Rik H.W. van Lunsen, Ellen Laan

In deze studie werd onderzocht of mannen met ED met somatische en/of met psychiatrische, psychische en/of relationele (PPR) comorbiditeit een kleinere kans hebben het criterium van 12 mm te halen dan mannen met ED zonder comorbiditeit. Uit dit onderzoek bleek dat mannen met PPR-comorbiditeit niet in respons verschilden van de groep zonder comorbiditeit, maar een grotere penisomtrektoename hadden dan (wat oudere) mannen met somatische comorbiditeit. Bovendien bleek dat mannen zonder comorbiditeit of met alleen PPR-comorbiditeit een grotere omtrektoename van de penis hebben tijdens condities waarin zij cognitief worden afgeleid tijdens het kijken naar erotische film dan mannen met somatische of beide vormen van comorbiditeit. Dat suggereert dat negatieve cognities vooral een rol spelen in de etiologie van de ED bij mannen met psychorelationele comorbiditeit, en dat somatische comorbiditeit samenhangt met een slechtere WEA uitkomst. Bij mannen zonder somatische comorbiditeit is het WEA geschikt om organische etiologie uit te sluiten. Bij mannen met somatische comorbiditeit moet het WEA onderzoek alleen ingezet worden om te onderzoeken of de erectiele ”restcapaciteit” nog perspectief biedt voor andere dan alleen farmacotherapeutische of medische interventies.

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

Mindful vrijen: seks hoeft niet leuk te zijn. Een filosofisch onderzoek naar het verlangen,Jan den Boer

Dit artikel is gebaseerd op meer dan 20 jaar onderzoek naar het seksuele verlangen: in de westerse en oosterse filosofie, in de seksuologie en in mijn praktijk als trainer en therapeut. Ik onderzoek de betekenis van het seksuele verlangen niet alleen in de wetenschappelijke literatuur, maar ook in populaire literatuur en door middel van interviews met deskundigen. Een belangrijk model voor het seksuele verlangen is het vierfasenmodel van Masters en Johnson. Een invloedrijke aanpassing van dit model is van Schnarch (2009), het quantummodel. Een belangrijk aspect van dit model is dat naast lichamelijke sensaties ook gevoelens en gedachten belangrijk zijn voor het opwekken van het seksuele verlangen. In dit artikel onderzoek ik het denken over het seksuele verlangen, een filosofisch onderzoek. Ik geef een korte samenvatting van 2500 jaar denken over seksueel verlangen in filosofie, literatuur en populaire cultuur... vervolg abstract

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

Mindful vrijen: seks hoeft niet leuk te zijn. Een filosofisch onderzoek naar het verlangen,Jan den Boer

Vervolgens schets ik nieuwe ontwikkelingen in het denken over onze hersenen, over het verlangen en over het orgasme. De driedeling in onze hersenen zoals beschreven door Damasio (2004, 2010) maakt het mogelijk een onderscheid te maken tussen ratio, emotie en gevoel. Begeerte kan dan gezien worden als een emotie (uitreiken en terughouden), verlangen als een rustig en stabiel gevoel. Begeerte wil bevredigd worden volgens de seksuele responscyclus van opwinding, orgasme en ontspanning. In het verlangen kun je mindful aanwezig zijn. Als je vervolgens afziet van een traditioneel orgasme met spiercontracties, is het mogelijk een langdurig zogenaamd dalorgasme te ervaren. Als het denken over seksualiteit verrijkt wordt met deze nieuwe visies op verlangen en orgasme, en deze toegepast worden in de seksuele hulpverlening, zou dit het seksuele leven van veel mensen kunnen verrijken. Het zou ook van invloed kunnen zijn op de mogelijke toepassing van de nieuwe lustpil voor vrouwen.

inhoudsopgave | vorige artikel | volgende artikel

Naar een medische seksuologie op maat: Waar is het bewijs?,Peter Leusink, Joan Boeke, Ellen Laan

In 2013 werden in het Journal of Sexual Medicine drie artikelen gepubliceerd van dezelfde onderzoeksgroep over onderzoek naar de werkzaamheid van twee middelencombinaties (in de media de zogenaamde ‘lustpil’ gaan heten) bij vrouwen met verminderd seksueel verlangen (hypoactive sexual desire disorder of HSDD). Kritische beschouwing van de drie artikelen roept veel vragen op over de validiteit van zowel de theoretische claims als van de bevindingen. De volgende onderwerpen komen aan de orde: de statistische analyse, de klinische betekenis van de bevindingen, de wijze van placebocontrole en de belangenverstrengeling. De auteurs stellen de vraag of de onderzoeksartikelen in hun huidige vorm gepubliceerd hadden moeten worden.

inhoudsopgave | vorige artikel